Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw     

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

Rail-wegvoertuigen

laatst gewijzigd: 02-05-2020

Er bestaan vele types rail-wegvoertuigen, die volgens verschillende principes werken en die verschillende voor- en nadelen hebben:

 

Basis

voertuig

Verhoging trekkracht door

Spoorgeleide-

wielen

Treinrem

Opmerkingen

Spoorjeep

jeep

rubber loopvlak

+

-

Zie dit boek Figuur 158 en 163

Trackmobile

4(5) TMC

speciaal

gebouwd

gewichts-

overname

aparte spoor-

en wegwielen

optie

In Nederland zijn geen andere types gebruikt en gebouwd dan de 4 TMC en de 45 TMC.

Zagro

vorkheftruck

rubber loopvlak

-

-

De tRENSformer werkt volgens hetzelfde principe van een rollenbank, maar voor grotere wegvoertuigen.

Translok

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

+

optie

De Transloks kunnen ook als gewone locomotief worden geleverd. De aandrijving is hydrostatisch.

Unilok

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

2 +
2 wegwielen

De wielen van de vooras zijn alleen spoorwielen; bij rijden op de weg is een bestuurbare vooras naar beneden gedrukt. De flensloze wielen van de achteras dienen zowel als spoorwielen als wegwielen (in combi met geleidewieltjes).

Unimog 1)

Mercedes

Unimog 1)

rubber loopvlak

+

optie

Zephir

Lokotractor

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

+

optie

 

Zephir

Crab

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

aparte spoor-

en wegwielen

-

De crab rijdt op accu’s

en is als wegvoertuig een driewieler

Zagro Maxi

Rangierer

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

aparte spoor-

en wegwielen

-

De Maxi-Rangierer is “als wegvoertuig” een driewieler.

Er loopt een bedieningsman met een boom mee.

Zagro

E-Maxi

speciaal

gebouwd

rubber loopvlak

+

-

De E-Maxi rijdt op accu’s en heeft voor elk van de vier wegwielen een aparte elektromotor.

UCA

JCB

rubber loopvlak

+

standaard

 

B-Track

Mecalac

rubber loopvlak

+

 

 

 1) Kortweg wordt gesproken over Unimog. Er kan echter worden uitgegaan van andere voertuigen, zoals de MB Trac (een tractor) en er zijn verschillende firma’s – zoals Zweiweg en Zagro- die deze voertuigen kunnen voorzien van een spoorinstallatie.

 

In de tabel ontbreken wagonduwers. In zekere zin zouden die als rail-wegvoertuigen beschouwd kunnen worden. Bij de meeste oude wagonduwers werd de trekkracht verhoogd door zowel het rubberen loopvlak als door gewichtsovername.

 

Rail-wegvoertuigen kunnen de volgende voordelen hebben:

a)

Rubberen loopvlakken
Bij de meeste rail-wegvoertuigen worden de wegwielen met rubberen banden ook voor de aandrijving op het spoor gebruikt. Men spreekt dan van “laaglopers” of “laagrijdend” waarbij het laag op de positie van de wegwielen slaat. De aandrijving gebeurt ook op het spoor door de wegwielen. De spoorwielen hebben alleen de functie van geleidewielen.

Daar tegenover staan “hoogrijdende” voertuigen. Daarvan raken de wegwielen bij het op het spoor rijden de rails niet. Op het spoor gebeurt de aandrijving door de stalen spoorwielen. Bijvoorbeeld een KROL (KRaan Op Lorries) is vaak hoogrijdend.

 

De wrijvingscoëfficiënt van rubber op staal is 2,5 groter dan die van staal op staal.  Bij gelijk motorvermogen kan een laagrijdend rail-wegvoertuig (en elk ander aangedreven railvoertuig) met rubberen loopvlakken daarom 2,5 lichter zijn dan een tractievoertuig met stalen wielen.

 

Dit principe is al lang bekend, gezien dit artikel in het tijdschrift de Locomotief van 1920. Daar wordt zelfs een factor vier genoemd

 

Het tijdschrift Spoor en Tramwegen van 1 maart 1932 bericht onder andere over de Micheline, een Frans personenmotorrijtuig met rubberbanden.

Nieuw soort vrachtlocomotief.jpg

Het geringe gewicht hoeft niet altijd een voordeel te zijn. Voor een tractievoertuig is immers een constructie vereist die niet bij de eerste de beste stoot vervormt.

De Trackmobile gebruikt op het spoor stalen wielen. Hier wordt de bij het geringe eigen gewicht lage trekkracht vergroot door een andere truc: via een stempel wordt het gewicht van de eerste wagen deels overgenomen. Dat principe werd al veel eerder – op een wat andere manier – door Breuer toegepast.

b)

Prijs

Sommige rail-wegvoertuigen zijn gebaseerd op in massa vervaardigde wegvoertuigen (zoals de Unimogs, de voor de Zagro gebruikte vorkheftrucks en JCB shovels) of onderdelen daarvan. Die zijn relatief goedkoop ten opzichte van industrielocs, die tegenwoordig nog maar zelden in serie worden gebouwd.

Dat geldt niet voor alle rail-wegvoertuigen. Bijvoorbeeld de Trackmobiles, Transloks en Uniloks zijn niet gebaseerd op al bestaande serieproducten.

c)

Infrastructuur

Men kan met een rail-wegvoertuig omlopen zonder dat er een omloopspoor (met twee wissels) aanwezig is. Dat drukt de prijs van de spooraanleg. Dat hoeft niet altijd de achterliggende gedachte te zijn. Er kan ook te weinig ruimte zijn om een omloopspoor aan te leggen. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de voormalige NS grinderij in Linne, waar achtereenvolgens paarden en twee verschillende Trackmobiles werden ingezet.

d)

Het over de openbare weg kunnen rijden van het ene inzetgebied als rangeermiddel naar het andere.

Hierbij is te bedenken dat de maximum snelheid van “gewone” industrielocs bijna altijd zo laag is, dat (nog afgezien van andere eisen) vervoer over het landelijk spoorwegnet van het ene raccordement naar het andere niet mogelijk is. Daarom is duur vervoer per truck + oplegger nodig. Een industrieloc met een hoge maximum snelheid zou een gat in de markt kunnen zijn.

Rail-wegvoertuigen van het type Unimog zijn in principe gewoon als auto toegelaten en kunnen zich over (auto)wegen van het ene karwei naar het andere spoeden. Hiervan wordt vooral door aannemers gebruik gemaakt.

De meeste andere rail-wegvoertuigen vallen wettelijk onder de “motorrijtuigen met beperkte snelheid (mmbs)”. Daarvoor hoeft geen wegenbelasting te worden betaald en er is geen rijbewijs voor vereist. De maximum snelheid is 25 km/uur. Op deze voertuigen zit een rond rood/wit plaatje op met het getal 25.

Een ander mogelijkheid is om een rail-wegvoertuig als als landbouwvoertuig te laten keuren. Van Santen Hijsmij doet dit met zijn Transloks die ingezet worden bij Hooghovens/Corus/Tatasteel. Deze voertuigen hebben aan de achterzijde een afgeschuind driehoekig rood/oranje plaatje

Zo’n mmbs of “landbouwvoertuig” kan in een industrie- of havengebied wel over de openbare weg van het ene naar het andere raccordement rijden, maar het rijden op auto(snel)wegen is vanwege de beperkte snelheid uitgesloten:

autoweg.jpg

Artikel 42.2  van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens

Het gebruik van de autoweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km per uur mag en kan worden gereden.

autosnelweg.jpg

Artikel 42.1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens

Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 (in 2014 verhoogd tot 75) km per uur mag en kan worden gereden.

 

Tegenover deze voordelen staan ook nadelen. Zo is de Zagro lorrie slechts aan één kant van buffers voorzien.

Moderne industrielocs bieden met twee stuurstanden voor de twee verschillende rijrichtingen een uitstekend uitzicht in beide richtingen. Bij de meeste rail-wegvoertuigen moet bij het achteruitrijden op spiegels vertrouwd worden. Dat hoeft geen groot nadeel te zijn als er voornamelijk met afstandbediening wordt gewerkt.

Een ander punt is het gewicht. Een tweeassige loc mag gewoonlijk maximaal 40 ton wegen. Wanneer men met een tweeassig rail-wegvoertuig op de openbare weg (met een maximale asbelasting van 10 ton) wil rijden, is het maximale gewicht slechts 20 ton. Uiteraard kan men er voor kiezen een zwaarder rail-wegvoertuig alleen op het bedrijfsterrein in te zetten.

 

Met dank aan:

Johan Tetteroo

 

 

 

 

{

Andere tractie

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud