Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Turfwagens

geplaatst: 14-05-2020; laatst aangevuld: 13-06-2020.

 

Op een andere webpagina zijn veenderijen en turfstrooiselfabrieken in het algemeen besproken. Om die webpagina niet onhandelbaar groot te maken, worden turfwagens hier op een aparte webpagina besproken.

De meest bekende en meest voorkomende wagensoort op smalspoor is de kipkar. Vanwege de V-vorm van de bak is de inhoud van een kipkar echter klein. Driekwart kuub of één kuub voor 600 of 700 mm spoorwijdte is heel normaal. Turf heeft een laag soortelijk gewicht, bijvoorbeeld volgens [1] slechts 160-200 kg per kuub (opm. a). Om het smalspoor economisch te benutten waren daarom wagens met een relatief groot volume gewenst.

 

 

Hout

 

De Peel, 03-1930. “Van de voorlopige stapelplaats wordt de turf met een treintje naar de grote opslagplaatsen vervoerd". De foto is afkomstig uit het voormalig gemeentearchief van Helmond. De juiste

locatie (veenderij) is echter onbekend →

 

Deze turfwagens zijn van hout (afgezien van de wielstellen en koppelkettingen). Ze hebben geen wanden. Waarschijnlijk was dat om brandturf netjes te kunnen stapelen, zodat hogere stapels gemaakt konden worden. De Veenderij en Turfstrooiselfabrieken der Gemeente Deurne gebruikte jarenlang zulke platte wagens en voorzag ze in 1938/39 van een “bak”.

 

De foto hiernaast toont hoe een turfwagen (soms) beladen werd: de gedroogde en daardoor zeer lichte turf werd er van bovenaf ingegooid. Hier met de hand; vaak ook met een Jacobsladder. De turf werd in het bedrijf van S. Veenstra in het Fochtelooërveen vermalen tot turfstrooisel of tuinturf, dus netjes stapelen en voorkomen van breuk was niet aan de orde. Bij brandturf lag dat anders, maar daar was in 1964 geen vraag meer naar.

 

Leeuwarder courant d.d. 07-11-1964 →

 

Volgens het bijschrift waren er slechts twee turfwagens en een trekker. Met die trekker zal de huidige loc 1 van de Gelderse Smalspoor Stichting bedoeld zijn.

Het bedrijf van S. Veenstra dateerde uit 1952, maar de turfwagen is grotendeels van hout. Dat geldt ook voor andere naoorlogse bedrijven, zoals dat van Minke in Helenaveen en zeker voor de veenderijen en turfstrooiselfabrieken die voor de Tweede Wereldoorlog gesticht zijn.

 

 

Catalogi van bekende fabrikanten van spoorwegmateriaal bevatten geen turfwagens. Voor zover bekend fabriceerden de veenderijen en turfstrooiselfabrieken hun turfwagens zelf (met de nog te bespreken uitzondering van de Purit). Turfstrooiselfabrieken hadden toch al timmerlieden in dienst voor onder andere het zagen van de latten die (samen met draad) gebruikt werden om de geperste balen met turfstrooisel bij elkaar te houden. Elke turfstrooiselfabriek gebruikte zijn eigen model turfwagen. Wel waren alle in Nederland gebruikte turfwagens tweeassers.

Waarschijnlijk werden ze niet volgens tekening gebouwd; er lijken in elk geval geen originele tekeningen bewaard gebleven te zijn. Gelukkig is er wel een tekening van bewaard gebleven turfwagens:

 

Griendtsveen-bolsterwagen.jpg

↑ Turfwagen van Griendtsveen in Erica. Tekening: Toon Steenmeijer ↑

De opbouw bestaat niet volledig uit hout; er zijn enkele stalen hoekprofielen gebruikt.

 

Zo zien de turfwagens van de tekening hierboven er in werkelijkheid uit:

 

Griendtsveen materieel bij het Industrieel Smalspoor Museum in Erica: loc 4 staat op 16-04-2000 voor een trein met turfwagens. Foto: Toon Steenmeijer →

 

Zoals ook uit de tekening blijkt, moesten deze wagens nauwkeurig passen in de wagonkippers van Griendtsveen in Erica.

 

De wagens werden door Griendtsveen zelf gebouwd en bestonden bijna geheel uit hout. Voor bijvoorbeeld de buffers vroeg men offerte [2] aan de bekende ijzergieterij Nering-Bögel in Deventer (zie hier) en de locale smederij Vossebelt (zie daar).

Op dit houten type turfwagen van Griendtsveen bestonden nog enkele variaties [3]:

·       Klepkarren, ook vuurderskarren genoemd
Zoals de klep in de naam al zegt waren bij deze karren één of beide zijkanten te openen. Deze karren reden nooit naar de fabriek maar werden gebruikt voor het opbouwen van grote hopen turven in het veld, het zogenaamde vuren, als onderdeel van het droogproces.

·       Toen tuinturf in de mode kwam, werden een aantal houten turfkarren van binnen bekleed met metalen platen.

 

Ook het onderstel en de bak van deze turfwagen zijn van hout:

 

Een loc van het kleinste Diema type DL6 staat voor een trein van enkele turfwagens op het 1000 mm spoor van Terwindt Arntzveen bij Vriezenveensewijk (TAV),

27-02-1969. Foto Joop Loots →

 

De bak is relatief laag. De kopwanden zijn vast. Van de zijwanden is de bovenste plank vast. De andere planken vormen een klep, die met de scharnieren S aan de bovenste plank is opgehangen en met grendels G is vast gezet (een tweede grendel valt rechts net buiten beeld). De turf heeft niet de vorm van rechthoekige blokken.

Waarschijnlijk betreft het zwarte turf die bestemd is om tot tuinturf verwerkt te worden en die daarom al voor de winter met bijvoorbeeld een dragline is losgemaakt en op hopen gegooid om door te vriezen. In elk geval is de turfwagen – met grote spleten tussen de planken – ongeschikt voor dit vervoer.

Foto uit ≈ 1975 in het Veenmuseum aan de Paterswal te Westerhaar-Vriezenveensewijk →

 

Er waren meerdere veenderijen in de Engbertdijksvenen. De veenderij wordt in het fotobijschrift niet genoemd, maar de typische loc is van het hierboven al genoemde TAV (opm. b).

 

De turfwagens lijken nieuwer dan die op de vorige foto. Ze hebben weer een houten onderstel en een houten bak met kleppen in de zijwanden. Er zijn nu 3 in plaats van 2 scharnieren en de zijwanden staan recht in plaats van schuin. Er zijn geen spleten tussen de planken meer.

Een nadeel van dit soort wagens was dat er na het openen van de zijkleppen altijd een deel van de lading turf op de vlakke bodem bleef liggen.

De turfwagens van de Veenderij en Turfstrooiselfabrieken der Gemeente Deurne hadden geen kleppen in de zijwanden, maar een afneembare zijwand:

 

Bijschrift in [4] “Peelwerkers lossen de turfwagons in kruiwagens” →

 

Ook hier bleef een deel van de lading op de bodem liggen. Die werd met een riek of hooivork en met de hand verwijderd.

Waarschijnlijk was het overladen in kruiwagens niet normaal, want er bestaat ook een foto waarop te zien is hoe de turven rechtstreeks van de turfwagens in de kelder van een elevator worden gegooid. Ook op die foto zijn de zijwanden afgenomen.

Uit het bovenstaande volgt dat er veel verschillen tussen de turfwagens waren, bijvoorbeeld:

·       Sommige turfwagens waren platte wagens; andere hadden wanden en kunnen als bakwagens beschouwd worden.

·       De zijwanden konden recht of schuin staan.

·       De zijwanden waren vast of losneembaar of waren van kleppen voorzien.

·       De wanden bestonden uit verticale dan wel uit horizontale planken.

·       Die planken waren vaak op enige afstand van elkaar geplaatst. Dat zal gedaan zijn om kosten en gewicht te besparen.
Soms waren de planken tegen elkaar geplaatst, waarschijnlijk om verlies van lading te voorkomen.

 

Hout en staal

 

 

Een kleine dieselmechanische smalspoorlocomotief (Diepholzer Maschinenfabrik Fritz Schöttler 2010/1957) van de Maatschappij Klazienaveen  is met wagens turf onderweg naar de fabriek. Foto: Huub van Keulen, 29-05-1976 (NVBS fotoarchief, opm. c) →

 

De rechthoekige bakken van deze wagens bestaan uit stalen hoekprofielen, waartussen verticale planken geschroefd zijn.

De zijwanden scharnierden aan de bovenkant [5].

De locomotief is nu loc 21 van het Industrieel Smalspoor Museum (ISM). Een wagen wordt bewaard bij het Veenpark in Barger-Compascuum.

 

 

Stalen turfwagens

 

De Purit liet in de jaren '50 en '60 stalen turfwagens bouwen door een fabriek in het Westen, misschien Orenstein & Koppel in Amsterdam [6]. Er zijn twee van deze wagens bewaard gebleven, nr. Tu 29 van het Industrieel Smalspoor Museum in Erica en een wagen die deel uit maakt van een monument in Griendtsveen in De Peel:

 

Deze turfwagen is onderdeel van een monument in een plantsoen aan de Pastoor Hendriksstraat in Griendtsveen. Foto: Toon Steenmeijer, 02-11-2007 →

 

In de onderste helft van elke zijkant bevinden zich 2 - aan 3 scharnieren opgehangen - kleppen voor het lossen, gescheiden door een middenstijl. De kleppen kunnen geheel naar boven geklapt worden en kunnen dan met een hendel (zie rode pijl) worden vast gezet [7].

 

Een trein van de Afdeling Veenderij van de Purit wordt in 1968 bij de transporteur in Weiteveen gelost. De turven vallen in een kelder en worden met een Jacobsladder gestort in een vrachtwagen met aanhanger die de turven naar de Norit fabriek in Klazienaveen zal brengen [8]→

 

Voor de trein staat waarschijnlijk de Diema van het type DS30/1 uit 1966 die sinds 1992 in het Veenpark in Barger Compascuum verblijft.

Afgezien van de voorste twee wagens zijn de wagens nog van het hierboven afgebeelde type.

De voorste twee wagens lijken prototypes van het hieronder afgebeelde type. De kopwanden stemmen overeen; de zijwanden zijn nog anders.

Op deze webpagina staat een krantenfoto uit 1960 van een soortgelijke Purit trein op een viaduct over een kanaal. De lading werd in een schip gelost.

Rond 1975 heeft Scheepswerf Jansen in Klazienaveen de wagens grondig verbouwd, onder andere omdat de de bodems verroest waren [6]. Het renoveren van alle wagens nam circa 3 jaar in beslag [6].

Hieronder staat een tekening van het resultaat.

 

 
Purit-turfwagen.jpg

Toon Steenmeijer tekende de gerenoveerde wagen. Vaak werd er een  berkentak in de lading van de laatste wagen geprikt, zodat de locomotiefmachinist kon zien of zijn hele trein er nog wel achter hing. Dat was niet voor niks, want er liep wel eens wat uit de rails.

 

De gerenoveerde wagens kregen een bodem in de vorm van een omgekeerde V. De opbouw was geheel nieuw. De nieuwe zijwanden stonden schuin in plaats van recht. De middenstijl (waar turven achter bleven hangen) verdween. Aan beide zijkanten was er nu één klep, die het grootste deel van de zijwand in beslag nam. De kleppen werden gelijktijdig bediend met hendels tegen de kopschotten.

Het lossen van de gerenoveerde wagens ging veel sneller [6].

Aan het onderstel werd kennelijk minder gedaan, want de radstand bleef dezelfde. En dat was te veel, want de wagens konden alleen getrokken worden. Geduwde treinen liepen gemakkelijk uit de rails [6].

 

Nadat ook de Purit in 1992 als laatste met de vervening was gestopt, bleven bij de smalspoormusea bewaard:

·       8 stuks bij het Industrieel Smalspoor Museum in Erica: Tu 21 t/m Tu 28;

·       4 stuks bij de Stoomtrein Katwijk Leiden: 501 t/m 504;

·       3 stuks bij het Rijssens Leemspoor: T1-T3;

·       3 stuks bij de Gelderse Smalspoor Stichting.

 

 

Opmerkingen

a)

Er zijn uiteenlopende waarden te vinden. Het woord “turf” legt  de situatie immers niet eenduidig vast, zoals al blijkt uit het bestaan van grauwe turf, zwarte turf, etc. Het vochtgehalte, de mate van samenpersing, etc. kunnen verschillend zijn.

b)

TAV hield er niet in 1975 mee op, maar in 1983.

c)

De turfstrooiselfabriek van Maatschappij Klazienaveen werd in 1975 gesloten [Wikipedia]. Het is daarom wat vreemd dat de trein in 1976 op weg was naar de fabriek, te meer daar - voor zover bekend - het smalspoor niet naar de fabriek leidde, maar naar een overlaadstation

 

 

Met dank aan:

Henk Sluijters en Toon Steenmeijer.

 

 

Referenties:

[1]

Wikipedia.

[2]

Drents Archief, Toegang 0240 Griendtsveen Turfstrooisel Maatschappij B.V. en voorgangers, onder andere inventarisnummer 88: Karren, 1927-1932.

De in de offertes genoemde Drentsche Landontginning Maatschappij (DLO) was de Griendtsveen dochter te Erica.

[3]

Toon Steenmeijer en Nick van de Griendt, De bolsterkarren van Griendtsveen, De Buffer (kwartaalblad van het Industrieel Smalspoor Museum in Erica) 151 (zomer 2020).

[4]

Deurnewiki

Hier zijn onder andere foto’s te vinden uit een album in het bezit van de erven Wouter Kortooms. Wouter Kortooms was directeur van de Veenderij en Turfstrooiselfabriek der Gemeente Deurne. Het album werd hem door de arbeiders aangeboden op 1 mei 1944 ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum.

[5]

Informatie van Henk Sluijters.

[6]

Informatie (via Toon Steenmeijer) van Herman Ament, voormalig Chef Technische Dienst en later Bedrijfsleider bij Purit.

[7]

Informatie van Toon Steenmeijer.

[8]

M. Fuchs en W.J. Simons; Activiteit in zwart: vijftig jaar Norit; Norit, Amsterdam, 1968

 

 

{

Materieel

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud