Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken ◄fa

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

:

 

 

 

 

 

 

Minke te Helenaveen

geplaatst: 09-01-2020

Inleiding

 

Op deze webpagina zijn veenderijen en turfstrooiselfabrieken in het algemeen besproken.

 

Leden van de familie Minke bezaten verschillende veenderijen en turfstrooiselfabrieken in Nederland en Duitsland [1, 2]. In de jaren ’50 van de twintigste eeuw kwamen de zaken in handen van de broers Sjef en Frits Minke. In 1955 werd het bedrijf gesplitst. De Duitse activiteiten werden ondergebracht onder de Motag Gebr. Minke GmbH onder leiding van Frits Minke. Zijn broer Sjef kreeg de leiding over de Nederlandse bedrijven die waren ondergebracht in Gebr. Minke NV. Er werd goed samen gewerkt. De Duitse bedrijven leverden aan de turfstrooiselfabriek van Gebr. Minke NV in Coevorden (die tot 1971 in bedrijf was).

In 1956 kreeg Gebr. Minke NV van de gemeente Deurne een concessie voor het vervenen van een gebied van 100 hectare nabij het dorp Helenaveen [3].

 

Locatie

 

Zie het onderstaande kaartfragment. Het concessiegebied ligt direct oostelijk van  het Kanaal van Deurne. In de Peel groef men de wijken in de vorm van drietanden: telkens drie wijken hadden één gemeenschappelijke mond in het kanaal. Die structuur is nog op de kaart terug te zien. Kennelijk was het grauwveen al eerder gestoken door de Veenderij der Gemeente Deurne, maar was het zwartveen nog aanwezig.

kaart boven.JPG

kaart onder.JPG

↑ Op topotijdreis is het smalspoor van Minke te vinden. Het is hier met geel geaccentueerd ↑

De rasterlijnen op de kaart hebben een onderlinge afstand van 1 km.

De ononderbroken gele lijnen geven de situatie tot 1972-1974. De laadplaats voor vrachtauto’s lag toen aan het noordelijke eindpunt van de hoofdlijn, dat wil zeggen aan de onoverzichtelijke “bajonetbocht” van de Soemeersingel (bruin). Het concessiegebied van Minke [3] lag tussen de twee (haaks op de hoofdlijn gelegen) tijdelijke sporen.

Omdat de af en aan rijdende vrachtauto’s het overige verkeer hinderden werden de laadplaats en turfmolen in 1972 verplaatst naar de Oude Peelstraat (rood, onderin beeld). Daarvoor moest de hoofdlijn verlengd worden [3] in zuidelijke richting, via een brug over de beek De Soeloop.

De naam van de beek Soeloop is met geel omkaderd; zie opm. a.

 

1956 – 1968

 

Toen Minke in 1956 in De Peel begon, was de tuinturf nog niet uitgevonden. Tot 1968 produceerde Minke persturf met een zelfbagger [3] (zie deze webpagina voor de begrippen brandturf, persturf, tuinturf en zelfbagger).

De turven werdèn op het veld te drogen gelegd en als brandturf verkocht. De uitlegger/aflegger van de zelfbagger had een lengte van 10 meter [3], terwijl de uitleggers van de zelfbaggers van de Purit tientallen meters lang waren. Naarmate het baggeren vorderde en de veenput dus breder, maar de strook van het “bovenveen” (waarop de turven werden uitgelegd) smaller werd, moest bij de Purit een zelfbagger (en dus het smalspoor) naar de veenput verplaatst worden. Bij een uitlegger van slechts 10 meter lang zal dat geen rol gespeeld hebben en zal het smalspoor steeds op het bovenveen gelegen hebben. Dat verklaart dat bij Minke lichte locs gebruikt konden worden. Ze hadden namelijk op één na een motorvermogen van omstreeks 8 pk. Zie de volgende tabel

 

Tabel: de locs van Gebr. Minke bij Helenaveen (opm. b)

 

Fabrikaat

Fabrieksnummer

Type *

Bouwjaar

Dues, 600 mm **

Opmerkingen

Spoorijzer

102

RT 8

1952

1984-

zie hier. Bij Dues zonder cabine en eerst geel.

Spoorijzer

 

RT 8

 

 

 

Diema

1415

DS 16

1951

1984-    nr. 12

in 1983 niet meer bij Minke aanwezig.

Diema/Minke

 

DL 8

 

1984-    nr. 1

kreeg bij Minke een Lister motor;

nu monument te Neugnadenfeld (D).

Diema

1445

DL 8

1951

1983-    nr. 2

door Minke gebouwde houten cabine;

Diema

1915

DL 6

1956

1989-

 

Diema

2203

DL 8

1958

1984-

Diema cabine; reed op hoofdlijn van Minke. Nu in boomgaard Dr. Klein te Drochtersen (D).

 

*   Het getal geeft ongeveer het vermogen in pk aan. Dat moet niet te strikt genomen worden. De Diema types werden in de loop der jaren van verschillende types dieselmotoren met verschillende vermogens voorzien. Het ging om de kleinste types die door Spoorijzer en Diema geleverd konden worden. Klik voor de Diema types en voor de Spoorijzer Railtractor types.

** Deze kolom slaat op het tweede leven van de locs bij Johann Dues (merknaam Düsovit) te Twist-Schöninghsdorf (D). De jaartallen geven aan wanneer de locs bij Dues kwamen of wanneer ze daar voor het eerst door Toon Steenmeijer gezien werden.

 

In mei 1958 kwam het gemeentebestuur van de Belgische zustergemeente Deurne op excursie bij Veenderij Minke [5]→

 

Zoals het toen hoorde waren het allemaal keurig in pak of colbert gestoken heren. De hoogwaardigheidsbekleders reisden in aangepaste turfwagens. In het lengterichting was een plank aangebracht om op te zitten, maar daar werd geen gebruik van gemaakt.

Voor de trein staat een loc van het type DL 6 of DL 8 zonder cabine, die net door de machinist van de rem wordt gehaald.

De locs in bovenstaande tabel zijn deels voor 1956 (het jaar waarin Minke in Helenaveen begon) gebouwd en moeten daarom eerst elders dienst gedaan hebben.

 

Op 27-05-1968 kwam de Streekraad op bezoek [5] →

 

De rit begon kennelijk bij de laadplaats, toen nog aan de Soemeersingel. Naar rechts takt een spoor af naar een golfplaten loods. Voor de trein staat een loc van het type DL 6 of DL 8, nu met cabine [5]. Dezelfde loc (dan wel een collega) staat op meer foto’s.

In [4] staat nog een derde uitvoering van een DL 6 of DL 8 bij Minke, namelijk met een houten cabine.

Elke zijkant van een turfwagen bestond uit drie horizontale planken. De onderste twee waren voor de speciale gelegenheid afgenomen.

 

De foto hieronder toont de normale situatie. Het onderstel van de tweeassige wagens was ook van hout . Ze werden gebruikt in sets van 10.

                                                                                            ↑ Turfwagens in [5] ↑   

De bovenste plank van de zijwand is vast; de onderste twee zijn afneembaar. Bij 2 wagens ontbreekt de middelste plank.

Het laadvermogen van de turfwagens was 4 kuub [3]. Ter vergelijk: bij Griendtsveen in Erica (met 900 in plaats van 700 mm spoorwijdte en met hogere turfwagens) was dat 9 kuub.

 

Behalve turfwagens waren er ook platte wagens voor het spoorleggen [3]. Op de foto hiernaast zijn er drie te zien op het terrein van Minke aan de Oude Peelstraat. Eén ervan werd als keetwagen gebruikt:

 

Foto Henk Sluijters, op de zeer regenachtige 16-05-1983 →

 

De foto is van 1983, maar de platte wagens zien eruit alsof ze al jarenlang gebruikt werden.

Vanaf 1968

 

In 1968 schakelde Minke in Helenaveen geheel over op tuinturf. Het bedrijf lag gunstig ten opzichte van afzetgebieden als het tuinbouwgebied rond Venlo, champignonkwekerijen en de Belgische markt [3]. Tuinturf vergde een andere aanpak – met grotendeels andere machines – dan brandturf.

De bovenlaag met onkruid, zaden en andere ongewenste zaken werd verwijderd met de vijzel van een “bonkmachine”. Na de vervening werd deze bovenlaag weer aangebracht [3].

Vervolgens werd het zwartveen gestoken met een “bolstermachine”. De turven bleven – als voorheen – op het veld liggen om te drogen, maar lang genoeg om in de winter “door te vriezen”. Daardoor kreeg de turf een groot vermogen om water op te nemen, hetgeen voor tuinturf een vereiste is en voor brandturf juist zeer ongewenst. Vervolgens werd de turf van maart tot november (dat is 8 maanden lang) per smalspoor naar de turfmolen gereden. Daar werd de turf alleen vermalen en als stortgoed in vrachtwagens geladen. Een citaat uit [4]: “De fabriek van Gebr. Minke is een eenvoudig, verplaatsbaar geheel bestaande uit een turfmolen, een lokloods met werkplaats, een aantal transportbanden en een kantoortje”.

Omdat de turf na de overgang op tuinturf toch vermalen werd, hoefden de turven niet heel te blijven en kon het laden van de turfwagens met grijperkranen gebeuren:

↑ In 1972 verscheen de eerste rupskraan, op brede houten rupsen  [2, 3] ↑

Voor de trein van 10 turfwagens staat (rechts) een Spoorijzer Railtractor zonder cabine, die bij de turfwagens geheel in het niet valt.

Het is duidelijk dat het smalspoor niet in de put komt; er zijn dus geen grote hellingen.

Voor het vervoer per smalspoor had de overschakeling op tuinturf vooral als gevolg dat de hoofdlijn verlengd werd naar de nieuwe en grotere locatie voor de turfmolen en laadplaats aan de Oude Peelstraat [3].

 

Uit het bijschrift in bron [5]: Zoals op de foto te zien is konden de karren eenvoudig geschikt gemaakt worden voor "personenvervoer". Zo nu en dan organiseerde men dan ook toeristische ritten, dwars door de Peel, van de Oude Peelstraat naar de Soemeersingel, 1968. →

 

De wagen is van het besproken houten model. Tussen de drie brede horizontale planken van de zijwand zijn nu smallere planken aangebracht zodat de zijwand geheel dicht is.

De zijwanden zijn vermoedelijk dicht gemaakt omdat de turven met een grijper in de wagens werden geladen. Daarbij konden de turven in kleinere stukken breken die tussen de openingen tussen de planken konden doorvallen.

 

De werking van het smalspoor

 

Er waren veel locs en dat maakte een druk treinverkeer met een eenvoudig sporenplan mogelijk. Er werd gewerkt met drie treinen van 10 wagens [3]. Terwijl er zo’n trein bij de veenplaats geladen werd (met een rangeerloc voor en een rangeerloc achter de trein), was er een tweede trein onderweg op het hoofdspoor tussen de veenplaats en de turfmolen en trok een rangeerloc een derde trein door de losinstallatie bij de turfmolen [4].

Er waren zodoende dagelijks 4 locs nodig terwijl er volgens de tabel maximaal 6 beschikbaar waren.

 

Bij de veenplaats

 

Bij een veenplaats week een tijdelijk spoor via een wissel van het hoofdspoor af. Op het tijdelijke spoor werd  ergens in het veen een trein beladen, met een rangeerloc voor en een rangeerloc achter de trein.

 

De Spoorijzer Railtractor met cabine komt aan het hoofd van een beladen trein over een tijdelijk spoor uit het veen. De Diema die aan de andere kant reed is op de volgende foto te zien. Links van de trein liggen bergen turf.

Foto Henk Sluijters, 16-05-1983 →

 

Kennelijk waren niet van alle turfwagens de zijwanden gedicht. De cabine van de Railtractor is niet door Spoorijzer geleverd. Een tweede Railtractor (geel en zonder cabine) stond op de opnamedatum bij de locloods en werkplaats aan de Oude Peelweg.

Wat betreft de trekkracht zal één loc wel voldoende zijn geweest. Er waren er toch twee nodig om de volle en lege wagens bij het beperkte sporenplan (alleen het aansluitwissel) te kunnen verwisselen. De procedure was waarschijnlijk: nadat de te beladen trein gevuld was, werd die (met een rangeerloc aan beide uiteinden) op het hoofdspoor geplaatst en wel aan de andere kant van het wissel als de kant van waaruit de trein met lege wagens zou komen. De rangeerloc die het dichtst bij het wissel stond reed terug naar het tijdelijke spoor. De “hoofdspoorloc” met de lege wagens stopte voor het wissel. De hoofdspoorloc werd ontkoppeld en liep voor de trein met volle wagens. De op het zijspoor wachtende rangeerloc trok de trein met lege wagens het zijspoor op. De hoofdspoorloc vertrok met de vollle wagens naar de turfmolen. De nog op het hoofdspoor staande rangeerloc reed naar het zijspoor, de lege wagens achterna.

 

Tussen veenplaats en turfmolen

 

Foto Henk Sluijters, 16-05-1983 →

 

De foto is genomen op de plaats waar een tijdelijk spoor naar een veenplaats aftakt van de hoofdlijn. Die dag reden in het veen een Spoorijzer Railtractor met cabine en een Diema DL 8 die bij een verbouwing door Minke een cabine, een nieuwe motorkap en een Lister dieselmotor gekregen had (zie de tabel). Deze loc (links) heeft de met turf geladen wagens gebracht. De andere loc is Diema 2203, die op de hoofdlijn heen en weer rijdt. Ze is voorzien van een imperiaal op het dak met een reserve wielstel voor een turfwagen en tegen de achterwand een krik en een jerrycan. Op de oudere foto’s hierboven is de imperiaal nog niet aanwezig.

Foto Henk Sluijters, 16-05-1983 →

 

Diema 2203 is inmiddels voor de trein met volle wagens gelopen en aangekoppeld. De loc rijdt tijdelijk zonder motorkap.

 

Diema 2203 was van het type DL 8 en had 2 versnellingen met snelheden van 5 en 8 km/uur. De gemiddelde afstand tussen veenplaats en turfmolen was 4 km [3].

Er konden van maart tot november 8 retourritten per dag worden gemaakt [3]. Per jaar maakt dat maximaal 8 (ritten) x 10 (wagens) x 4 (inhoud) x 167 (rijdagen) = 53.000 kuub turf. In [3] wordt een werkelijk vervoer van 50.000 kuub per jaar genoemd. Ondanks bijvoorbeeld ontsporingen en remmen voor wild [3] zat het smalspoor dus dicht bij de maximale vervoerscapaciteit.

Bij de turfmolen

 

Foto Henk Sluijters, 16-05-1983 →

 

De rangeerloc Diema 1445 duwt een trein met 10 turfwagens door de overkapte losinstallatie op de achtergrond. Daar wordt net een wagen opgetild en zijdelings leeg gekipt. De inhoud gaat met een transportband naar de – achter de grote berg tuinturf verborgen – turfmolen en wordt tot turfmolm vermalen.

De 3 sporen (zeg 1 t/m 3) maken de volgende procedure mogelijk: als de trein geheel gelost is, wordt die met de rangeerloc van spoor 1 naar spoor 3 gebracht. Een volgende beladen trein komt binnen op spoor 2; de “hoofdspoorloc” wordt ontkoppeld en de rangeerloc brengt de beladen trein naar spoor 1. De hoofdspoorloc loopt voor de lege wagens op spoor 3 en vertrekt. De rangeerloc duwt de wagens door de losinstallatie.

De rangeerloc werd tijdens het lossen van de turfwagens op afstand bediend via een met het gashandle verbonden koord.

De hoge, zelf gebouwde houten cabine maakt het mogelijk dat de machinist staat. De machinist zit - zoals bij alle hier besproken Diema’s - dwars; de deuropening met een houten schuifdeur is aan de andere kant.

Foto Henk Sluijters, 16-05-1983

Dezelfde Diema 1445 bij losplaats Schönunghsdorf-Nord van de firma Dues op 21-05-1991. De loc is groen gespoten, maar hier en daar is de oorspronkelijke gele kleur zichtbaar.

Foto H.J. Hofkamp, collectie Toon Steenmeijer

Het logo van importeur IVB is op beide foto’s op de zijkant van de motorkap te zien.

Deze loc is al in 1951 nieuw aan IVB geleverd; Minke is pas in 1956 bij Helenaveen begonnen. Het is onbekend waar de loc ondertussen geweest is (verhuurpark IVB ?)

 

De Natuur

 

In onderstaand citaat uit 1978 is de situatie en de sfeer in het veen beschreven. Ook blijkt hoe een niet-hobbyist het smalspoor ziet:

 

"Hoewel de slordig neergelegde staven ijzer nauwelijks aan rails doen denken, blijkt het toch mogelijk er met een kleine trein over te rijden. De mini-lokomotief die enkele tientallen wagens met natte zwarte grond trekt, kondigt zijn komst reeds lang van te voren aan. Nog voordat de sjokkende kolonne in zicht komt, begint de grond al merkwaardig sterk te trillen. De kenner weet wat er onder zijn voeten zo schudt: het hoogveen. En een blik in de richting van waar het treintje komt, leert hem wat er aan de hand is: vervening anno 1978 in de Deurnese Peel. Dat wil zeggen dat alle begroeiing is weggehaald en dat zo ver het oog reikt de zwarte grond is omgewoeld. Er zijn diepe sporen door de grond getrokken en uit de kale vlakte die eens weids moeras was, rijst een enkele dragline op - zoals vroeger in het Peelland een eenzame berk placht te groeien. Meter voor meter wordt het laatste veen – die dikke natte laag van afgestorven maar niet vergaan plantenmateriaal - uit de Brabantse bodem weggegraven. Wat in een proces van eeuwen is ontstaan, dreigt binnen afzienbare tijd voorgoed verdwenen te zijn…… Want hoewel de belangstelling in de loop van deze eeuw voor turf als brandstof afnam, werd na de tweede wereldoorlog de winning van turf opnieuw interessant als een grond-stof voor onder meer de tuinbouw. Met bulldozers en draglines wordt nu het laatste restant veen uit de Deurnese Peel weggegraven en via krakkemikkige spoorlijntjes afgevoerd. Met name de Werkgroep milieu van de progressieve partij in Deurne verzet zich tegen de door de gemeente uitgegeven vergunningen, waardoor nu een tiental bedrijven (één grote, de overige vrij klein) in de Peel mag graven tot in de jaren tachtig. Tegen de vergunningverlening zijn veel bezwaarschriften ingediend en de zaak loopt momenteel nog voor de Raad van State."

 

Volgen het citaat waren er in 1978 circa 10 verveners in de Deurnese Peel actief. Een voorbeeld van een kleine vervener was Oranjewoud; zie hier. Oranjewoud was – anders dan Minke – pas in De Peel begonnen toen tuinturf (in plaats van brandturf) populair was geworden. Er werd gewerkt met slechts 3 medewerkers, 1 pony voor het smalspoor en 1 dragline.

Minke was het in het bovenstaande citaat genoemde grote bedrijf. Uit ander bron [3] is bekend dat Minke voor het noordelijke deel van de concessie een veenhuur moest betalen van 50 (gulden)cent per kuub turf. Voor het zuidelijk deel (waarvoor de vergunning later was verleend) was dat 5x zoveel: 250 cent per kuub. Bij de productie van 50.000 kuub per jaar [3] moest Minke derhalve maximaal f 125.000 aan de gemeente Deurne afdragen. De gemeente controleerde nauwgezet hoeveel turf er gestoken was en of het ontveende gebied goed was achtergelaten [3].

De gemeente Deurne had dus financieel belang bij de vervening en ook speelde het aspect van de werkgelegenheid.

 

Lang niet iedereen was dan ook tegen het voortzetten van de vervening [3]: “De mooie vennen in de Peel zijn allemaal ontstaan door het winnen van turf, de wandelroutes voeren vaak langs natuurmonumenten die de vervener heeft achter gelaten. Kortom: van oudsher is de Peel een ontoegankelijk gebied, juist door vervening is de Peel geworden wat het nu is, een trekpleister voor velen die van al dat moois komen genieten.”

 

Uiteindelijk werden alle Peel restanten aangewezen als natuurgebied. Minke kreeg nog 3 jaar de tijd om al losgemaakte turf in de veenderij af te voeren en om in samenwerking met Staatsbosbeheer het toekomstige terrein in te richten. In 1984 werd het terrein aan de Oude Peelstraat (met turfmolen, locloods, laadplaats, etc.) ontruimd [3]. Minke had nog wel gedacht over de mogelijkheid om de turfwagens om te bouwen voor personenvervoer en daarmee toeristische ritten te organiseren tussen de eindpunten aan de Oude Peelstraat en de Soemeersingel (opm. c). Daarvoor kon echter geen toestemming verkregen worden omdat de Peel de bestemming stiltegebied had gekregen [3]. Jaren later (toen het spoor van Minke al lang was opgeruimd) werden plannen voor een accutrein gemaaakt, maar die haalden het ook niet [7].

Het grootste deel van het smalspoor werd gekocht door een Franse wijnboer [3]. Dat betrof kennelijk alleen rails en wissels, want alle locs op één na (een Spoorijzer Railtractor met cabine) doken op bij de veenderij Joh. Dues te Twist-Schöninghsdorf (D). Inmiddels zijn ze ook daar al lang weer verdwenen. Zie de bovenstaande tabel.

 

De verbouwde Diema DS 16 en

Spoorijzer 102 bij Joh. Dues, 1988,

foto Toon Steenmeijer

 

 

 

Op 03-10-1987 had Diema 2203 tijdens het tweede leven bij veenderij Dues nog de imperiaal. Foto Toon Steenmeijer

 

Uniek was zo’n imperiaal niet. Ze kwamen bijvoorbeeld vaak voor op de benzinelocs van de Heeresfeldbahn tijdens de Eerste Wereldoorlog; zie de tweede foto van deze link.

 

 

In het centrum van Helenaveen staat een monument van kipkarren. Representatief voor de veenderijen zijn kipkarren niet te noemen.

 

Opmerkingen:

a)

De sloten in de veenplaatsen waterden in dit deel van de Peel niet af op de wijken, maar op beken als de Soeloop. De Soeloop gaat met een duiker onder het Kanaal naar Deurne door. Om de waterstand te verhogen zijn de door Minke gegraven afwateringssloten nog door Minke gedicht [3]; de Soeloop is later “verondiept”.

b)

De tabel is opgesteld met behulp van gegevens van Henk Sluijters – namelijk een tabel in [4] - en Toon Steenmeijer.

c)

·       Kennelijk liep het hoofdspoor nog steeds tot de Soemeersingel.

·       In [3] staat een foto van een Diema met personenrijtuigen. Omdat die trein langs een perron staat lijkt het onwaarschijnlijk dat de foto bij Minke in Helenaveen is genomen.

Met dank aan:

Henk Sluijters en Toon Steenmeijer.

Bronnen:

[1]

H.F. van de Griendt, Uit sphagnum geboren: Een eeuw turfstrooiselindustrie in Nederland 1882-1983, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, Tilburg 2002.

[2]

Website familie Minke

[3]

"Minke" de laatste vervener, 1956-1983, in 2012 samengesteld en uitgegeven door W.P. Crommentuijn.

Dit boekje (34 blz.) met interessante feiten en foto’s bleek niet meer te koop of te leen, maar is aanwezig in het Regionaal Historisch Centrum in Eindhoven.’

Wim Crommentuijn heeft van 1963 tot het einde in 1983 bij Minke in Helenaveen gewerkt.

[4]

Het oudste van deze boeken van Henk Sluijters.

[5]

Deurnewiki

[6]

Hans Schmit, De Peel nog steeds melkkoe, Nieuwe Leidsche Courant, 4 november 1978, pagina 17.

[7]

Hans van Lith, Sporen in het veen, Smalspoor (kwartaalblad van de Stoomtrein Katwijk Leiden) 112, oktober 2016, p. 5.

 

{

aanvullingen op het boek “Smalspoor in bedrijf”            Eigenaren            Turf i.h.a.

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud