Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw ◄`

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

 

 

HCT logo.jpg

Hovers smalspoorlocs met tweecilinder Samofa dieselmotor

Hovers 2S C 210.jpg

Tekening uit [1]

Inleiding

 

De Kromhout Motoren Fabriek in Amsterdam produceerde – zoals de naam al doet vermoeden – vooral motoren. Daarnaast leverde Kromhout ook producten waarin de motoren verwerkt werden, zoals locomotieven en chassis voor vrachtwagens. Kromhout bouwde de eerste mijnlocomotief zelf, maar gaf daarna Du Croo & Brauns opdracht voor de bouw van locomotieven (ook voor bovengronds gebruik). Kromhout bleef echter hoofdaannemer [1].

Na de Tweede Wereldoorlog schakelde Kromhout ook Hovers-Constructie Tilburg (HCT) in voor de bouw van mijn- en andere smalspoorlocomotieven. HCT is vooral bekend van de bouw van grondverzetmachines, maar bouwde ook kipkarren en mijnwagens voor zowel het ondergrondse kolen- als personenvervoer (zie de website Bouwmachines van Toen, foto 0021 en vanaf foto 5501 t/m 5508).

Bij HTC ging het niet alleen om Kromhout dieselmotoren, maar ook om motoren van Samofa (Samenwerkende Motoren Fabrieken) in Harderwijk. Dat was een samenwerkingsverband van Kromhout, Brons, De Industrie en Machinefabriek Bolnes.

Eén en ander staat prima in [1] en is hier aangevuld.

De reden om hier toch een Kromhout/Hovers loctype te behandelen is dat Ad Gevers recent een aantal actiefoto’s van dat type gevonden heeft [2] en dat er via oude kranten meer achtergrondinformatie over de inzet is gevonden.

Type

 

De Hovers leverlijst is zo compact door Hovers vorm gegeven dat die hier niet mag ontbreken:

 

1 210 mm.JPG

 

HCT husselde het fabrieksnummer en het type door elkaar. Het getal voor de liggende streep is het fabrieksnummer. Terwijl sommige fabrikanten bijvoorbeeld met fabrieksnummer 101 begonnen om het wat te laten lijken, nummerde HCT simpelweg 1, 2, 3, ………27.

Voor het fabrieksnummer komt hetzij ML (voor ondergrondse MijnLocomotief) of DL (DieselLocomotief). Overigens wordt in het HCT kaartsysteem soms de term “Terreinlocomotief” in plaats van diesellocomotief gebruikt (zie de kaart hieronder).

Na de liggende streep komen enkele gegevens van de dieselmotor, namelijk het aantal cilinders en de fabrikant (K voor Kromhout en S voor Samofa).

Verwarrend is dat HCT in de leverlijst ook een liggende streep gebruikt om verschillende locs voor dezelfde klant te onderscheiden. Ieder keer als er D.L. of M.L. verschijnt gaat het om een andere loc.

De hier te bespreken locomotieven zijn de drie door HCT gebouwde diesellocomotieven met een modern uiterlijk en een tweecilinder Samofa motor:

 

De tweecilinder Samofa motor is een watergekoelde viertakt dieselmotor die 20 - 30 pk levert bij 1000 -1500 toeren (archief Ad Gevers) →

 

De drie bovengrondse Hovers locomotieven met deze motoren waren:

·       DL 19-2S en DL 20-2S uit 1955.
Ze zijn beiden gebouwd in opdracht van het Ministerie van Overzeesche Rijksdeelen.
In onderstaande Hovers kaart van de DL 20-2S zijn de technische bijzonderheden te vinden.

·       DL 27-2S uit 1961

Deze loc is geleverd aan de Waalsteenfabriek Staartjeswaard in Beuningen. Het was (met fabrieksnummer 27) de laatste door Hovers gebouwde loc. Ze was gelijk aan de twee hierboven genoemde locs. Er is verder weinig over bekend.

Samofa 2-S-108 C 10.jpg

DL27 a. 148 mm.jpg

 

← De voor de Waalsteenfabriek Staartjeswaard in Beuningen gebouwde 27-2S uit 1961 op een beurs. (archief Ad Gevers).

 

De kenmerkende grote “Boschlamp” (zie opmerking a) ontbreekt hier nog. Volgens de HCT kaart is de loc wel afgeleverd met Boschlampen.

Onder de motorkap is een deel van de hierboven afgebeelde motor te zien. De radiator is nu niet boven het vliegwiel aangebracht.

 

 

 

Kaart 210 mm.JPG

↑ Kaart van HCT DL 20-2S  (dat nummer staat rechtsboven) uit het HCT archief van Ad Gevers ↑

Er lijkt geen sprake te zijn van een tropenuitvoering. Wel is een “Boschlamp” voor en achter gespecificeerd (zie opmerking a).

Het Koembe project [3]

 

Indertijd was sprake van Nederlands Nieuw Guinea, omdat het na de onafhankelijkheid van Indonesië onder Nederlands bestuur bleef.

De Koembe (tegenwoordig geschreven als Kumbe) is een rivier aan de zuidkust van de Indonesische (= westelijke) helft van het grote eiland Nieuw Guinea. Aan de monding van de Koembe ligt een kustplaats die ook Koembe heet. De dichtst in de buurt liggende grotere stad is Merauke.

 

Fragment uit de “Bos”Schoolatlas der Gehele Aarde uit 1959. Links van de verticale rode lijn ligt Nederlands en rechts Australisch  Nieuw Guinea

 

Eén van de Nederlandse ontwikkelingsprojecten was het opzetten van machinale rijstbouw op 12.000 hectare langs de rivier de Koembe (zie ook opmerking b). Men begon met een proefpolder bij een plaats genaamd Koerik (die staat niet op de kaart).

Kaart Koembe.JPG

Hieronder zijn foto’s met bijschriften uit [2] en citaten uit oude kranten in chronologische volgorde gezet:

 

De Telegraaf 18-04-1955:

…..Een twaalf kilometer lange (smal)spoordijk slingert zich van de kust het binnenland in, naar het project. Dwars door de moerassen zijn de plaatsen afgebakend voor een bevloeiingskanaal naar de rijstvelden van straks. In december moet de eerste rijst de grond in.

De Volker Aanneming Maatschappij is belast met de civiel-technische uitvoering van het Koembe-rijstproject. Een van haar eerste taken is het aanleggen van een spoorlijntje dat het materiaal naar Koerik moet brengen, waar aan de eerst 50 ha. van de voorlopig 400 ha. groot wordende proefpolder zal worden gewerkt. Augustus 1955. Foto en bijschrift: [2]. →

 

De dragline op de foto is ook door Hovers gebouwd. In kranten wordt over draglines (meervoud) gesproken. Op geen enkele foto is meer dan één dragline (of meer dan één locomotief) te zien. Ook de kipkarren zullen wel door HCT geleverd  zijn.

!cid_BC870C50-B998-4C14-82E0-44C10A64E783@arnhem_chello C 148.JPG

Volker Aanneming Maatschappij had het karwei niet via een aanbesteding gekregen, maar werkte in regie. Dat wil zeggen: de opgedragen werkzaamheden werden betaald op basis van de gemaakte kosten plus opslagen voor zaken als toezicht en winst.Volker gebruikte geen eigen materieel; dat was door het Ministerie van Overzeesche Rijksdeelen ter beschikking gesteld.

 

Koembe-rijstproject. Het werk aan de dijk is zwaar, aangezien de grond veelal moerassig is. Daarom wordt deze dijk met zand verstevigd. Augustus 1955. Foto en bijschrift: [2] →

 

Het zijn niet de modernste kipkarren: de bakken zijn geklonken.

!cid_71A49346-D8CC-4BE2-9443-625892652FC8@arnhem_chello C 148 mm.jpg

 

Meter voor meter vordert de aanleg van het spoorlijntje naar Koerik, het "startpunt" voor het Koembe-rijstproject. Koerik, Nieuw-Guinea, september 1955

Foto en bijschrift: [2]→

 

Achter de ploeg is een lorrie met railramen te zien. De ligging van het spoor daar achter is bijzonder kronkelig, maar dat zal nog wel verbeterd worden na de aanvoer van zand, zoals op de foto hierboven te zien is.

!cid_74BC0F91-3494-4E27-80CB-0A51AF2378A3@arnhem_chello C 148 mm.jpg

 

Iedere morgen om 7 uur komt het smalspoor treintje met de arbeiders op het Koembe-rijstproject aan. April 1956

Foto en bijschrift: [2]→

 

De trein wordt dus dagelijks voor personenvervoer gebruikt. De trein zal over de 12 kilometer in de orde van een uur doen (de snelheden van de locs waren 4,15 /7,2 /12,5 km.uur) en de rit in de kipwagens zal oncomfortabel geweest zijn.

De loc op deze foto heeft – afgezien van de luiken – een donkere motorkap. Op een foto hierboven lijkt de hele motorkap wit. Dat zal zijn om de locs van elkaar te onderscheiden; nummers ontbreken.

 

Ter gelegenheid van het eerste oogstfeest in juni 1956 reisde gouverneur Van Baal per smalspoor naar Koerit, gezeten op een platte wagen met banken. Zie hier.

 

Bevoorradingsloods voor het Koembe-rijstproject. Oktober 1956

Foto en bijschrift: [2] →

 

Na voltooing van de lijn is het smalspoor ook in gebruik voor het goederenvervoer. De achterkant van deze loc is donker geverfd. Daarom lijkt het aannemelijk dat het dezelfde loc is als op de vorige foto. In Koerik waren prefabricated loodsen en  woningen voor de 29 Europese medewerkers van het Koembe-rijstproject opgezet.

De laatste gedateerde foto’s zijn  uit december 1958, maar daar staat geen smalspoor op. Het laatst bekende bericht over het smalspoor staat hieronder:

!cid_2B341E6B-6161-42BD-BEA5-9241F650F6FD@arnhem_chello C 148.jpg

!cid_B1FB7B69-49A0-4172-BD57-FFF7AC6AF982@arnhem_chello C 148 mm.jpg

De Tijd 17-08-1957:

….. Het smalspoortreintje met zijn diesellocomotief vervoert onder allerlei bokkesprongen rijst en mensen naar Koembe, hierin dapper geassisteerd door een vrachtauto en een tweetal terreinwagens…..

 

De afloop

 

Het Koembe proefproject ondervond een aantal tegenslagen, zoals zwermen vogels en rupsen die te velde staande rijst opvraten. Omdat in dit gebied niet eerder rijst was verbouwd, was van te voren niet precies bekend wat er mis zou kunnen gaan. Er werd naar bevind van zaken gehandeld. In 1960 werd een aanvraag ingediend voor de financiering van het uiteindelijke project uit een Europees fonds voor de ontwikkeling van Landen en Gebieden Overzee. Deze aanvraag werd echter in 1962 afgewezen omdat “Europa” vond dat de te produceren rijst te duur zou worden (zie ook opmerking b). In hetzelfde jaar 1962 kwamen Indonesië en Nederland onder Amerikaanse druk tot overeenstemming over de overdracht van de soevereiniteit over Nieuw Guinea aan Indonesië [4]. Het lijkt voor de hand te liggen dat het Koembe project niet is voort gezet. En al zou het zijn voort gezet dan zou voor het beoogde grootschalige project de capaciteit van het smalspoor onvoldoende zijn geweest en zou de aanleg van een weg voor de hand hebben gelegen.

 

In het betrokken gebied wordt tegenwoordig wel veel rijst verbouwd: “Tussen Merauke en Kumbe zijn in 2015 enorme rijstvelden aangelegd met sloten er tussenin. Een grote vierbaansweg ontsluit het gebied waar ook een nieuwe stad gepland is.” [5].

Opmerkingen:

a)

Indertijd stonden Boschlampen bekend als kwalitatief goede lampen, die tegen een stootje konden. Er werd bijvoorbeeld geadverteerd met fietsen met een Boschlamp voor.

b)

De oorspronkelijke bevolking van Nieuw Guinea – de Papoea’s of Papua’s – was niet gewoon om rijst te eten. De rijst was dan ook in eerste instantie bestemd voor een minderheid van de bevolking, bestaande uit Nederlanders, Chinezen, Molukkers, etc. Die woonden vooral in de kuststreken. Doorgaande wegen waren er nauwelijks. De rijst zou daarom vooral per schip langs de enorm lange kust getransporteerd moeten worden.

c)

Op de website Bouwmachines van Toen staan foto’s van het moeizaam ontschepen van een Hovers dragline voor het Koembe project.

d)

Een foto van de Hovers loc DL4-1S staat hier.

 

Met dank aan:

Ad Gevers, Kees Plug en Toon Steenmeijer.

 

Bronnen:

[1]

A. Steenmeijer, “Kromhout”, Canaletto/Repro Holland, Alphen a/d Rijn, 2002.

Zie ook de aanvullingen op dit boek.

[2]

GahetNa

Zoek in de fotocollectie bijvoorbeeld op Koembe-rijstproject

De foto’s zijn van het Kantoor voor Voorlichting en Radio Omroep Nederlands Nieuw Guinea.

[3]

Diverse kranten via Delpher.

[4]

Stichting Agrarische Bedrijven Nieuw-Guinea, Nationaal Archief, archiefinventaris 2.20.60.01.

[5]

Stichting Papoeajeugd naar school, nieuwsbrief - mei 2017 - nr 61.

 

 

{

Overzicht van motorloctypes op smalspoor

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud