|
► Nieuw ◄ ► Zoeken ◄ |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Raadsels |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Raadsels betreffende stoomtractie op smalspoor (het meest recente raadsel staat boven) laatst gewijzigd: 17-01-2026 |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Negende raadsel
↑ Ben
van Wevering ontdekte de bovenstaande en de
onderstaande foto in het Gelders Archief. Voor beide foto’s geldt als jaartal
1915 en als omschrijving: “Trein
voor grondtransport bij de bouw van
het Jachtslot Sint Hubertus” ↓ |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Opvallend zijn de met hout dicht gemaakte
achterkanten van beide locs. Machinisten en stokers maakten zulke schotten om
zich tegen regen en wind te beschermen. In het SKL tijdschrift Smalspoor 143
(2024-3) staat een artikel met meer voorbeelden over dit onderwerp. Voor
beide locs is wel een kleine, met zeildoek afsluitbare en rechts uit het
midden geplaatste raamopening aanwezig. Zo kon de machinist (die rechts
stond) zonodig een blik op de koppeling werpen. Het raadsel is: wat zijn de gegevens van de locomotieven op
bovenstaande foto’s ? Toelichting:
Het jachtslot (ook jachthuis genoemd) Sint Hubertus is
tegenwoordig een Rijksmonument in het Nationale Park de Hoge Veluwe. Sint Hubertus is de
patroonheilige van de jagers. In 1914 of 1915 vroegen Anton Kröller en zijn vrouw Hélène Kröller-Möller
de bekende architect H.P. Berlage om een jachthuis te ontwerpen dat kon
dienen als representatief buitenverblijf, geschikt om zakenrelaties en andere
gasten te ontvangen. Het echtpaar was al in bezit van de grond. Geld speelde geen rol. Het
jachthuis was voorzien van de voor die tijd modernste snufjes. Berlage
ontwierp niet alleen het gebouw, maar ook het complete interieur. De bouw
vond plaats in de jaren 1915-1920. Het echtpaar Kröller-Möller betaalde één en ander niet als
privé personen, maar via ondernemingen waarin zij zeggenschap hadden,
bijvoorbeeld Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Exploitatie Mij. Vijvers Het landschap werd aangepast aan het jachtslot: Berlage situeerde het jachtslot zodanig aan een vijver (tegenwoordig de zuidelijke vijver genoemd) dat het jachtslot in het water gespiegeld te zien zou zijn. Er werd al vast met de aanleg van de vijver en een brug begonnen. Het echtpaar Kröller-Möller koos echter uiteindelijk voor een meer noordelijke locatie van het jachtslot. Daar werd in 1919 een nieuwe vijver gegraven waarin het jachtslot (nog steeds) gespiegeld te zien is. De noordelijke en zuidelijke vijver werden met elkaar verbonden. “De vrijkomende grond van de vijverpartijen werd grotendeels hergebruikt. Bij de Veentjes (het gebied waar de zuidelijke vijver in ligt)) werden plaatselijk delen opgehoogd. Ook werd grond gebruikt om de reliëfrijke omgeving van de waterpartijen …..te egaliseren” [2]. Het ligt voor de hand dat het smalspoor voor deze omvangrijke grondverplaatsingen gebruikt werd. Aannemers Het is natuurlijk mogelijk dat het smalspoor van de aannemers was. De aannemer van het jachtslot was de Nederlandsche Aannemings Maatschappij v/h H.F. Boersma uit Den Haag. De Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in gewapend beton, eveneens uit Den Haag, was bij de werkzaamheden betrokken. Beide bedrijven zijn niet te vinden in dit boek. Daarin is wel te vinden dat in 1923 een drietal stoomlocs voor 600 mm spoorwijdte eigendom werden van de hierboven al genoemde Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Exploitatie Mij te ’s-Gravenhage, werk te Wolfheze. Dat betrof een latere affaire, namelijk een smalspoorlijn voor het vervoer van bouwmaterialen van Wolfheze naar een locatie op de Hoge Veluwe waar het echtpaar Kröller-Möller een museum wilde laten verrijzen. Huur Smalspoor werd ook vaak gehuurd. Grote verhuurbedrijven van stoomlocs in deze tijd waren Goudriaan in Delft en Oving. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Nog een loc ? Deze
foto stond onder de kop “Jachthuis Sint Hubertus is 100 jaar” bij het nieuws
van 09-06-2020 op de website van de Hoge Veluwe. Het bijschrift luidde: Sint
Hubertus, werkzaamheden aan de vijver → De mannen op de foto scheppen de grond waar ze op staan in de kipkarren, zodat de vijver naar rechts wordt uitgebreid. Er zijn even veel werklieden als kipkarren, namelijk 12. Voor de trein staat een stoomloc met twee ovale ruiten. Dat is dus een andere loc dan de twee eerder besproken locs op de foto’s uit 1915. Bekend is dat er in 1919 nog aan de Grote (noordelijke) vijver werd gewerkt. Het is goed mogelijk dat de foto hiernaast in 1919 is genomen en dat het een andere aannemer met andere loc(s) betrof. Omdat van deze loc zo weinig te zien is, zal identificatie wel onmogelijk zijn. Links
in de verte staat nog een rij kipkarren. |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Raadsel De vraag is in eerste instantie: wie was de fabrikant en wat is het type van de twee
stoomlocs op de bovenste foto ? En in tweede instantie: wat was het bouwjaar en
wie was de eigenaar van deze stoomlocs ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door de staart van een aap; dit is een anti-spam maatregel. Oplossing Het raadsel is op 12-01-2026 opgelost door Kees Plug. Belangrijke stappen daarbij waren: 1.
Herkenning
van de locs. 2.
Met
die kennis is gezocht in dit
boek over stoomlocs op Nederlands smalsporig
industriespoor 3. Uit de bus kwamen de Jung fabrieksnummers en bouwjaren in de eerste twee kolommen van onderstaande tabel. Die werden door het Stoomwezen genoteerd, maar staan ook in de Jung leverlijst in [3]. In de derde kolom staan de van het Stoomwezen afkomstige VerVoerBare ketelnummers. In de vierde kolom staat de datum van de acte die door het Stoomwezen is afgegeven voor het beschouwde Jung fabrieksnummer in de beschouwde periode. Het viel op dat de naam Oving bij elk van de beschouwde locs voor kwam. Dat is makkelijk te verklaren: de firma H.E. Oving in Rotterdam was zowel importeur als verhuurder van Jung locs. In de vijfde kolom staat vanaf welk jaar een loc niet langer van Oving was. De drie laatste kolommen zijn fabrieksgegevens uit [3]. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Gegevens van het Stoomwezen via dit boek |
Gegevens uit [3] |
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Jung fabrieksnummer |
Bouwjaar |
vvb |
Datum acte Stoomwezen |
Vertrek bij Oving |
Jung standaardtype |
Vermogen (pk) |
Opmerkingen |
||||||||||||||||||||||
|
1949 |
1913 |
vvb 1 |
11-08-1913 |
1918 |
Rundhacke |
30 |
Spoorwijdte instelbaar op 600/700 mm |
||||||||||||||||||||||
|
1950 |
1913 |
vvb 5 |
09-03-1915 |
1919 |
Rundhacke |
30 |
|||||||||||||||||||||||
|
2093 |
1914 |
vvb 7 |
28-01-1916 |
1919 |
? |
20 |
houtstoker |
||||||||||||||||||||||
|
2094 |
1914 |
vvb 8 |
? |
1919 |
? |
20 |
houtstoker |
||||||||||||||||||||||
|
2195 |
1914 |
vvb 2 |
30-09-1914 |
1918 |
Rundhacke |
30 |
|
||||||||||||||||||||||
|
2197 |
1914 |
vvb 3 |
30-09-1914 |
1914 |
Rundhacke |
30 |
|
||||||||||||||||||||||
|
Alle locs uit de tabel zijn in 1913 of 1914 gebouwd. Het is duidelijk dat de volgende locs niet bij het Jachtslot gewerkt kunnen hebben: · Fabrieksnummer 2197. Deze was al weg bij Oving voordat het graafwerk voor de vijver begon. Meer details: uit dit boek blijkt dat de loc in 1914 vvb 4 van W.A. Verbrugge te Gouda is geworden. Oving zal hier als importeur zijn opgetreden. Via de kranten op de website Delpher blijkt dat W.A. Verbrugge te Gouda bijvoorbeeld op 22-05-1914 de laagste inschrijver was voor het maken van betonwerken en het verrichten van grondwerk ten behoeve van het verbeteren van het fort Kijkduin nabij Den Helder. Deze aannemer zou daarnaast wel bij het Jachtslot actief geweest kunnen zijn, maar een tweede Jung loc voor hem (of voor een andere aannemer) staat niet in de tabel. · Fabrieksnummer 2093 want deze is pas in 1916 bij Oving gekomen. · Fabrieksnummer 2094. Weliswaar is de desbetreffende acte van het Stoomwezen niet in de archieven gevonden, maar het is wel bekend dat het om vvb 8 ging en die moet ofwel gelijk met ofwel na de direct hierboven vvb 7 bij Oving zijn gekomen. Dan blijven over de Jung fabrieksnummers 1949, 1950 en 2195, alle drie van het type Rundhacke van 30 pk. Er bestaat een foto van fabrieksnummer1949. Die staat al jaren op deze website. Deze loc was namelijk van 1918 tot 1922 in dienst van een veenderij, namelijk de Maatschappij (tot Exploitatie van) Crullsveen te Hardenberg. Die was uniek, want dit was de enige Nederlandse veenderij die stoomlocs gebruikte. Op de webpagina over Maatschappij Crullsveen staat een foto van de loc. Men zal er niet direct een loc van het raadsel in herkennen, want vanwege het brandgevaar is de loc uitgerust met een indrukwekkende vonkenvanger en twee emmers. Ook is de achterkant van de cabine dicht gemaakt. Kees Plug wees op interessant details: ·
Een
specialiteit van Jung waren locs met een instelbare spoorwijdte. Bij lang
niet alle Jung locs was de spoorwijdte instelbaar, maar voor de
fabrieksnummers 1949 en 1950 was de spoorwijdte in te stellen op 600 dan wel
op 700 mm. De andere vier locs in de bovenstaande tabel hadden een vaste
spoorwijdte van 700 mm. · De locs bij het Jachtslot in wording en de 1949 bij de Mij. Crullsveen dragen geen Jung fabrieksplaten meer. Ze dragen wel andere naamplaten, maar de tekst daarvan is op de foto’s nauwelijks leesbaar. Kees Plug meentt er de gebruikelijke Oving naamplaten in te herkennen. Conclusies 1. Vast staat dat de twee bij grondverzet voor en tijdens de bouw van het Jachtslot Sint Hubertus op de Hoge Veluwe ingezette stoomlocs gehuurd waren van de firma Oving in Rotterdam. 2. Het ging om Jung locs van het 30 pk type Rundhacke. 3. De locs waren gebouwd in 1913 of 1914 en waren dus ten tijde van hun inzet op de Hoge Veluwe enkele jaren oud. 4. Bij het project was de spoorwijdte 700 mm. 5. De identiteit van de twee locs in termen van fabrieksnummers kan niet worden vastgesteld omdat er geen twee maar drie kandidaten zijn: a) 1949 (1913) met in te stellen spoorwijdte van 600/700 mm b) 1950 (1913) met in te stellen spoorwijdte van 600/700 mm c)
2195
(1914) met een vaste spoorwijdte van 700 mm. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Met dank aan: |
Ben van Wevering en Kees
Plug. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Bronnen: |
[1] [2] [3] |
Zaaltekst
van de tentoonstelling “Het scheppen van een blijvend monument - Van landgoed
tot nationaal park De Hoge Veluwe” in het Kröller-Möller
Museum, ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van het Nationale Park De
Hoge Veluwe in 2010. H+N+S Landschapsarchitecten en Michael van Gessel; De tuin- en parkaanleg van Jachthuis St. Hubertus - Herinrichtingsplan; 2008-2014. Stephan Lauscher & Gerhard Moll; Jung Lokomotiven, Band 1 (2012) + Band 2 +DVD (2014; EK Verlag GmbH. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Achtste raadsel De Maaswerken werden uitgevoerd tussen 1932 en 1942. Door de vele bochten van de Maas af te snijden en riviervakken waarvan de loop niet gewijzigd werd te verbreden (door het uitgraven van de uiterwaarden) en te verdiepen (door te baggeren) werden de jaarlijkse overstromingen van het gebied van de Beersche Overlaat voorkomen en werd de kans op andere overstromingen sterk verminderd. Het werk werd deels als werkverschaffing uitgevoerd. Meer hierover staat in de aparte webpagina over de Maaswerken. Eric Versteegen gaat in het tijdschrift de Zendgraaf (van de Heemkundekring Megen, Haren en Macharen) in op de situatie bij het Brabantse Megen tijdens de Maaswerken: kleigrond die vrij kwam bij het uitgraven van de nieuwe rivierbedding werd gebruikt om de Oude Maas (een al sinds eeuwen dode tak van de Maas langs de Harense dijk) dicht te gooien. Ter
illustratie is hieronder als basis de
omgeving van Megen in 1931 volgens de website Topotijdreis
weergegeven. Hierin is de Oude Maas met rood onderstreept. De onderbroken
blauwe lijnen geven (ongeveer) de nieuwe rivierbedding van de Maas aan. ↓
Het vervoer gebeurde met treinen van kipkarren, die door een stoomloc onderlangs de Harense dijk getrokken werden. Op zekere dag zakte het spoor onder het gewicht van de locomotief weg. De locomotief kantelde en kwam op haar zijkant op de glooiing van de oude rivierbedding terecht. Vanwege de moerasachtige kleigrond lukte het niet om de loc te bergen. Uiteindelijk werd besloten om de loc maar te laten liggen. Ze zonk dieper weg en was na enkele jaren niet meer te zien. De kennis van het ongeval bij Megen berust op “van horen zeggen”. Daarmee is het niet onwaarschijnlijk. Het gebeurde immers wel vaker dat verongelukte locs niet te bergen waren, zoals de NS 2279 na een ongeval bij Halfweg in 1972. Het ongeval in Megen staat echter niet op schrift en daardoor is bijvoorbeeld het jaar van het ongeval niet bekend. Er is al met verschillende moderne middelen naar de verzonken loc gezocht. Wie weet iets over dit ongeval bij Megen ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel. Na het op internet plaatsen van dit raadsel op 07-03-2024 is voortgang geboekt. Het jaar van de ontsporing kon op 1936-1937 bepaald worden omdat het Handboek der Aardrijkskunde 1934-1936 op blz. 228 vermeldt: "Op de bochtafsnijding bij Lith—Lithoijen volgde die bij Megem—Maasbommel, daarna die bij Oijen. Einde 1936 kon de Maas vanaf Megen haar nieuwen loop volgen. In 1937 volgden het gedeelte Megen—Ravestein; in 1938 de bochtafsnijding bij Balgooi (waarbij het dorpje Keent wordt opgeruimd)”. De Heemkundekring Megen, Haren en Macharen is al ver gekomen, met name door het opdiepen en bewerken van de onderstaande foto:
↑ Foto: Heemkundekring Megen, Haren en Macharen ↑ Dit is
voor het eerst een bewijs van het mondeling overgeleverde verhaal (voorop
gesteld dat vast staat dat de foto bij de Harensedijk is genomen). Het is
niet duidelijk waar de arbeiders mee bezig zijn. Misschien zijn ze de berging
van de loc aan het voorbereiden door de loc verder uit te graven. Een andere
mogelijkheid is dat de loc al is opgegeven en dat men bezig is bruikbare
onderdelen uit de loc te halen. Interessant
zijn de witte letters op de zijkant van het machinistenhuis. Die staan bijna
op de kop en zijn te lezen door de foto te draaien: ↓
Er staat Spoorijzer Delft. De loc was dus eigendom van het verhuurbedrijf van Spoorijzer in Delft. Achter Delft staat een nogal overbodig lijkende punt. Dat is steeds het geval bij de Spoorijzer verhuurlocs; de betekenis is onbekend. De vondst van een Spoorijzer stoomloc is niet verrassend: in de webpagina over de Maaswerken staan foto’s van locs uit het Spoorijzer verhuurpark en op de beeldbank van het Nationaal Archief zijn nog meer van zulke foto’s te zien. Zou het nu nog mogelijk zijn te bepalen om welke loc uit het verhuurpark van Spoorijzer het gaat ? Hierboven bleek dat de werkzaamheden bij Megen in
1936/37 plaats vonden. Op de webpagina over het verhuurbedrijf van
Spoorijzer staat dat het verhuurpark in 1937 de grootste omvang van
minimaal 41 locs had. Er staat minimaal omdat ruwweg van de helft van de SIJ
stoomlocs geen gegevens bekend zijn. De in Megen verongelukte loc moet aan de
volgende voorwaarden voldoen: 1. voor
de ontsporing, dus in of voor 1936, in het SIJ huurpark zijn opgenomen. 2. een
acte van de Dienst voor het Stoomwezen hebben gehad die in 1937 of 1938 is
ingetrokken. De ketels van particuliere stoomlocomotieven (zoals die van
aannemers, steenfabrieken, etc.) werden namelijk periodiek gekeurd door de
Dienst van het Stoomwezen. Locs met een goedgekeurde ketel kregen een acte.
Het Stoomwezen hield daar een administratie van bij. Delen van die
administratie worden in diverse archieven bewaard. Uit de tabel in de gelinkte webpagina over het SIJ
verhuurpark blijkt dat sommige locs aan de eerste voorwaarde voldoen en in
1937 of voor 1938 het SIJ verhuurpark hebben verlaten. Dat laatste wil echter
niet zeggen dat ze bij het Stoomwezen zijn afgemeld, want ze kunnen ook naar
een andere eigenaar zijn gegaan. Dat blijkt niet uit de tabel, want die was
er op gericht de omvang en samenstelling van het SIJ verhuurpark te bepalen.
In dit boek staan – voor
zover bekend – de levenslopen van de smalsporige
stoomlocs in Nederland. Het blijkt dat alle locs die het SIJ verhuurpark in
1937/38 verlaten hebben, naar een andere eigenaar zijn gegaan. Zo gingen er
vijf door Orenstein & Koppel (O&K) in
Duitsland gebouwde stoomlocs van SIJ naar O&K in Amsterdam. De bij Megen
verongelukte loc is dus nog niet bij SIJ gevonden en zal helaas behoren tot
de helft van de SIJ verhuurlocs waarvan de gegevens verloren zijn gegaan. Nog een andere mogelijkheid om meer te weten te
komen is via het fabricaat van de loc. Het verhuurbedrijf van
Spoorijzer bestond voor het grootste deel uit O&K’s,
maar ook de locomotieffabrikanten Smoschewer, Maffei, Hanomag, Ducrobra, Jung en Kraus waren vertegenwoordigd.
De deskundigen Arnoud Bongaards (Decauville Spoorwegmuseum) en Kees Plug (machinist bij de
Stoomtrein Katwijk Leiden) hebben - onafhankelijk van elkaar - uit de foto
geconcludeerd dat het om een 50 pk Orenstein & Koppel stoomloc gaat. De gezochte stoomloc
moet dus niet alleen aan bovenstaande voorwaarden voldoen, maar ook nog aan
twee extra voorwaarden: 3. Het is
een door Orenstein & Koppel gebouwde loc. 4. Het
betreft een O&K loc. Er zijn 38 locs die aan deze voorwaarden 3. en 4.
voldoen; met andere woorden: de 50 pk O&K loc was het meest voorkomende
type in het SIJ verhuurpark. Maar omdat er van de bekende locs uit het
SIJ verhuurpark er al geen enkele loc aan de voorwaarden 1. plus 2. voldeed,
zijn er geen locs die aan alle voorwaarden 1. t/m 4 voldoen. Tenslotte heeft Eric Versteegen (Heemkundekring
Megen, Haren en Macharen) tijdens een zoektocht op de mogelijke locatie met
een metaaldetector een spoorstaaf van ongeveer 1,5 meter lang in de bodem
aangetroffen. Conclusies · De
ontsporing van een stoomloc aan de voet van de
Harensedijk nabij Megen vond plaats in 1936/37. · De
ontspoorde en later in de blubber
weggezakte stoomloc was gehuurd van de firma
Spoorijzer in Delft. · Het
betrof een 50 pk stoomloc gebouwd door Orenstein & Koppel. · Er
zijn geen 50 pk O&K stoomlocs in het verhuurpark van Spoorijzer aan te
wijzen die mogelijk de verongelukte loc zijn geweest. Dat komt omdat van ongeveer de helft
van de locs van het SIJ verhuurpark geen nadere gegevens bekend zijn · De stoomloc vervoerde kipkarren met kleigrond die vrij kwam bij het uitgraven van de nieuwe bedding voor de Maas en die gebruikt werd om de Oude Maas (een al sinds eeuwen dode tak van de Maas langs de Harense dijk) dicht te gooien. Opmerkingen · Gezien het drassige terrein rijst de vraag hoe de inhoud van de kipkarren in het water van de te dempen Oude Maas terecht kwam. De spoorlijn moet noodgedwongen op een zekere afstand van het water van de Oude Maas gelegen hebben. Als de kipkarren daar gelost werden dan kan een oplossing geweest zijn dat de geloste klei in (houten) kruiwagens geschept werd en over loopplanken of rijplaten naar het water gereden werd. ·
Op
de fabriekslijst van O&K komen een drietal stoomlocs van 50 pk en 700 mm
spoorwijdte voor die geleverd zijn aan Spoorijzer, maar die niet bij het
Stoomwezen zijn gevonden. · Thans wordt er rond Megen weer gewerkt aan de Maas. In het kader van het Project Meanderende Maas worden aan de Brabantse kant dijken versterkt, nevengeulen gegraven en uiterwaarden afgegraven om het Maaswater meer ruimte te geven. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
De in 1914 geopende tramlijn Zwolle-Blokzijl – met een spoorwijdte van 1067 mm - werd in twee delen aanbesteed. Zie hier voor de aannemerslocomotief van het deel Zwolle-Zwartsluis. Het andere gedeelte Zwartsluis-Blokzijl werd aangelegd door B. en H. Visser te Lemmer, J. Boltje te Oudehaske en G.W. Boltje te Heerenveen. Van deze aannemers zijn gedurende de aanleg van Zwolle-Blokzijl geen stoomlocs bij het Stoomwezen bekend. Maar wel zijn er foto’s: ←
De Historische Vereniging Hasselt
herdacht – met een expositie en twee nummers van Hasselt Historiael-
dat een eeuw geleden de stoomtram Zwolle-Blokzijl geopend werd. Daarbij kwam
deze foto met onderschrift [1] aan het licht. Volgens Kees Plug is de loc een Krauss. Figee en de Kruijff hebben in 1886 vier Krauss locs met een spoorwijdte van 1086 mm geïmporteerd. Helaas is van deze locs verder niets bekend. ← Op de expositie van de
Historische Vereniging Hasselt was deze foto uit een particuliere verzameling
te zien. De locatie is ook hier onder aan de dijk naar Blokzijl. Het lijkt om dezelfde locomotief als op de vorige foto te gaan. Een typisch kenmerk is de zeer sterke boogvorm van de deur- en vensteropening in de zijwand van het machinistenhuis. Wie kent de geschiedenis van deze 1067 mm Krauss ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel.
Interessant zijn ook de houten bakkipwagens. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
De vader van Rob Jansen staat als kind op deze foto. Volgens zijn moeder is de foto in 1939 of 1940 genomen en wel in de grind- en kleigroeve in Waubach. De loc draagt het nummer 10 en is een 90 duimer (een loc voor 90 cm spoorwijdte) van Orenstein & Koppel. In Waubach exploiteerde de firma De Groot sinds 1939 een grindgroeve en een kleigroeve. In de (incomplete) archieven van het Stoomwezen is echter niets gevonden over stoomlocs van de firma de Groot. Gerard de Graaf denkt dat het gaat om de nabij gelegen bruinkoolgroeve Energie die vanaf 1942 door Jaartsveld opnieuw in exploitatie werd gebracht. Jaartsveld had eigen 750 mm materieel, maar vanaf augustus 1942 ook twee onbekende 900 mm locs. Wie weet meer van deze loc ? Antwoord
graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl
Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Vijfde raadsel |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Bij antiekhandel Venema in Drempt staat al een aantal jaren een stoomtrein met een spoorwijdte van circa 400 mm. De trein zou afkomstig zijn uit een park in het Noorden des lands. Henk Sluijters heeft veel parkspoorwegen bezocht (zie hier), maar had de trein niet eerder gezien. ← Henk Sluijters, 25 mei
2013 Vragen zijn: Waar heeft deze trein gereden ? Wie is de fabrikant ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
↑ Foto
uit de collectie van Rick Mulder (het jaartal en de locatie zijn onbekend) ↑ Op de foto staat één van de Orenstein & Koppel
stoomlocs uit het verhuurpark van Oving Spoor. Dhr. J.A.P.M. Meijer
(voormalig bedrijfsleider) acht het zeer waarschijnlijk dat de foto voor 1945
genomen is, want na de Tweede Wereldoorlog heeft Oving Spoor nog slechts twee
maal een stoomloc kunnen verhuren. Oving had maar weinig O&K’s
met een vonkenvanger. De zijkanten van de
bakken van de kipkarren zijn aan de bovenzijde versterkt met een U-profiel.
Oving had zulke kipkarren niet in het verhuurpark; volgens dhr. Meijer zijn
ze waarschijnlijk van een aannemer. De vragen zijn:
wie heeft wanneer en waarom de loc gehuurd ? Het antwoord
is: Kees Plug en Peter Lammens verwezen elk naar een andere
publicatie met foto’s van dhr. Rein(ier) Brugman. Diens vader was machinist
op stoomwalsen en stoomlocs bij de Hollandsche Beton Maatschappij HBM. Aan hem is een webpagina gewijd op de website
bouwmachinesvantoen-archief. Daarop staat een foto die sterk lijkt op de
raadselfoto. De foto is in 1938 genomen bij de aanleg van Rijksweg 15 (nu
A15) nabij Enspijk. In het blad ‘De Machinist’, 49e jaargang, nummer1056 van 15
Aug. 1995 staan in de rubriek ‘Oude Machines’(232) onder andere drie foto’s
van een werk, dat de HBM in 1938 en 1939 uitvoerde, namelijk de aanleg van
een recreatiegebied waar nu (1995) het restaurant Rotonde aan ligt, aan de A2
tussen knooppunt Deil en Enspijk.
“Het zand werd vervoerd door drie
stoomlocs, merk O&K, met elk een trein van 25 ¾ kuubs kipkarren over
14 kg/m spoor met spoorwijdte 600 mm”, aldus het artikel. Op één van de
foto’s staat een Oving O&K met dezelfde beschadigingen als de raadselloc
en dezelfde kipwagens. Deil, Meeteren en Enspijk liggen vlak bij elkaar en de
eerste delen van de rijkswegen A12 en A15 zijn in dezelfde tijd aangelegd. De loc op de raadselfoto is volgens Kees Plug met zekerheid
een 50 pk O&K met een spoorwijdte van 700 mm (dus in tegenstelling met de
600 mm in De Machinist). De spoorwijdte volgt uit de 11 klinknagels aan de
voorzijde van de tussen de frameplaten gelegen waterbak; een 600 mm loc heeft
9 klinknagels op die plaats. Volgens dit boek had Oving ten tijde van de aanleg van Rijksweg
15 twee 50 pk locs voor 700 mm spoorwijdte, namelijk de O&K
fabrieksnummers 9132 uit 1920 (van 1930 tot 1958 bij Oving) en 10223 uit 1922
(vermoedelijk vanaf 1935 bij Oving). Eén van deze locs is dus de loc op de
raadselfoto. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
← het werk aan de
Rijksweg 15 bij Enspijk, uitgevoerd (1938-1939) door de H.B.M.; collectie
Peter Lammens De Oving loc op de voorgrond is wel een O&K met
vonkenvanger, maar het is niet de O&K van de raadselfoto. Gezien de
rechte stoomafvoerpijp (die bij de 50 pk locs gebogen is; zie bovenste foto)
is het volgens Kees Plug een 40 pk loc. Volgens dit boek had Oving ten tijde van de aanleg van Rijksweg
15 maar liefst vijf 40 pk-locs voor 700 mm spoor, namelijk de
O&K fabrieksnummers 9121, 9122, 9231, 9728 en 10306. Achter de loc is een tweede te zien, met rechte
schoorsteenpijp. Dit moet de derde in de ‘De Machinist’ genoemde van Oving
gehuurde O&K zijn. Rechts op de achtergrond staat de smidse, met daarvoor een
kipkar voor – gezien de positie van de aanslagregel – 700 mm spoorwijdte. Dit
is een tweede bewijs dat de spoorbreedte geen 600 mm was. Op de kipkar staat
Oving. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Er waren dus (minstens) twee soorten kipkarren in gebruik,
namelijk van Oving gehuurde kipkarren (waarschijnlijk ¾ kuub) en de kipkarren
van het op de bovenste foto zichtbare type. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Derde raadsel Erwin Voorhaar zond deze prentbriefkaart → De plaats en het jaartal zijn onbekend. Een ploeg arbeiders staat op eenzijdig kippende houten bakkipwagens die naar de op de foto niet zichtbare kant kippen. Boeren, burgers en buitenlui kijken toe. De opname is fraai gearrangeerd, maar laat vrijwel niets van de omgeving zien. Kees Plug herkende de loc als een Krauss. Bovendien herinnerde hij zich een foto uit een boek met vrijwel dezelfde situatie, maar met een Maffei stoomloc. Het aardige is dat in het onderschrift bij die foto beschreven staat wat er op de foto gebeurt en wanneer: het is werk naar aanleiding van een watersnood in 1916. De klei werd laag voor laag met de schep afgestoken, in de bakkipwagens geworpen en naar de te versterken dijk gereden. Het ligt voor de hand dat dit op de raadselfoto ook gebeurde, niet op precies dezelfde plaats, maar wel in de buurt (de Zuiderzeekust van de Kop van Noord-Holland) en in dezelfde periode (1917). De zeedijk van de Waardpolder werd versterkt door de aannemer Arntz en die van de Groetpolder door Blankevoort en van Hattum). Van Hattum bezat Krauss 644 (1876) en Krauss (1041/1882) voor 900 mm spoorwijdte. Foto uit het boek
"Watersnood van 1916 in Anna Paulowna" uit 1988 → Nu nog de nevenstaande foto: Kees Plug heeft uitgezocht dat de aannemer Van der Valk een oma en zus had die beiden Leijntje heette en dat hij van 30-12-1916 tot 1917-1918 drie Maffei’s bezat. Uit krantenartikelen blijkt dat Van der Valk tot april 1918 in Van Ewijcksluis actief was. De Maffei “Leyntje” zal daarom zeer waarschijnlijk van Van der Valk geweest zijn. |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Midden in de Tweede Wereldoorlog werd de grote AKU fabriek in de Kleefse Waard bij Arnhem gebouwd. Getuige deze foto werd daarbij smalspoor gebruikt. De loc op de foto is duidelijk een Orenstein & Koppel. Hans Klomp meldt dat in de Arnhemsche Courant van 20-03-1941 een artikel staat over de “Ophoogingswerken in de Kleefsche Waard”. Van Hattum & Blankevoort uit Beverwijk begonnen toen net om het terrein op te spuiten. Op de foto is dat kennelijk al klaar en is men er bezig fabrieken te bouwen. De Arnhemsche Courant van 28-08-1941: “Het terrein is doorkruist met een net van smalspoorbanen, waarop wagentjes ryden, die bouwsteenen en andere materialen aanvoeren. Driehonderd man zijn er aan het werk, maar zij worden in de uitgestrekte vlakte bykans niet bespeurd”. Het celvezelbedrijf begon in april 1943 met de productie, maar de stroocellulosefabriek later. De aannemer die de fabrieken bouwde zal wel een andere geweest zijn dan die het terrein opspoot. Van Hattum & Blankevoort had vrijwel uitsluitend 900 mm stoomlocs; het smalspoor op de foto heeft een spoorwijdte van 750, 700 of 600 mm. ← Foto: archief Akzo Nobel De vraag is: Welke aannemer of welk verhuurbedrijf was de eigenaar van de afgebeelde loc ? |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Ernest Koning heeft de volgende interessante suggesties: ·
De
vele bakstenen voor de AKU fabrieken zouden per 600 mm smalspoor geleverd
kunnen zijn door de naburige steenfabriek IJsseloord. De loc op bovenstaande foto zou
dan Duiveltje van IJsseloord zijn. · De Geldersche Tramweg-Maatschappij (750 mm) had een goederenemplacement in de omgeving. Mogelijk liep vandaar een lijn naar de bouwwerkzaamheden. De vraag blijft: Wie was de eigenaar van de afgebeelde loc ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Oudoom Eugene Desloover van Jan Strooband was broodbezorger in Utrecht. Toch bevat het familie-album van Jan Strooband deze foto. Wat doet een broodbezorger op een stoomloc ? Waarschijnlijk heeft hij de loc bij een wandel- of fietstocht gezien. De overigens fraaie foto geeft nauwelijks informatie over de locatie. Wel is heel duidelijk dat het een loc is van aannemer J.G. Steensma uit Lemmer en ook dat het een Orenstein & Koppel van 30 pk voor 600 of 700 mm spoorbreedte betreft. Aannemer Steensma heeft in de loop der tijden (Hans Klomp vond nog een personeels-advertentie uit 1961) diverse stoomlocs gehad, die hij na afloop van een karwei weer van de hand deed. De Stoomtrein Katwijk Leiden (SKL) heeft als nr. 1 “Marijnke” zo’n loc (O&K 11684 uit 1928) met volgens de Nederlandse Museummaterieel Database als levensloop: 1928 O&K Amsterdam 1929 H.W.Klos, Baarn 19?? Steensma, Lemmer 19?? P.C. Zanen, Tilburg 19?? Sloperij Luit Slooten, Hazerswoude 196? Nationaal Automobielmuseum, Leidschendam 1970 NSS Katwijk 1992 NSS Valkenburg (ZH) Hans de Herder noemt een wat andere levensloop; juist de episode bij Steensma is niet bij het Stoomwezen gevonden. Gerard de Graaf (SKL) meldt dan ook dat Steensma niet voorkomt in het ketelboek van Marijnke.
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Het zou om deze werkzaamheden in 1938 kunnen gaan: ← Het
Volksdagblad : dagblad voor Nederland 08-06-1938 Wie weet wat van de periode van deze loc bij Steensma ? Is het de latere Marijnke van de Stoomtrein Valkenburgse Meer of is het een andere loc ? Antwoord graag aan: henkkolkmanAhetnet.nl Vervang daarbij A door @; dit is een anti-spam maatregel. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Met dank aan: |
Historische Vereniging Hasselt, onder andere aan mevr. Marja Montanje – Kramer |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Bronnen: |
[1] |
Foto in het boek: J. B. Wester en W. Willemsen, “Tussen Duin en Hellevenen , Het Ambt Vollenhove na 1850”, Uitgeverij W.W., juni 1988. Een scan van de foto is verkregen van de Historische Vereniging Hasselt; de foto heeft gestaan in Hasselt Historiael, jaargang 31 (2014), nummer 2. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Terug/verder naar: |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||