Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

 

Whitcomb verhuurpark van Spoorijzer

SIJplaat.JPG

Whitcombs op Nederlands smalspoor

In 1946 arriveerden in de Spoorhaven in Rotterdam 25 diesellocs van het Amerikaanse fabrikaat Whitcomb. Ze waren tijdens de Tweede Wereldoorlog besteld door de Nederlandse regering in ballingschap. Vijftien stuks gingen naar Spoorijzer en tien naar Oving [1]. Beide firma’s spoorden de locs van 24 inches [2] (dat is 2 feet = 610 mm) om naar 700 mm spoorwijdte en verhuurden de locs. Later werden ze deels verkocht [1].

Whitcomb7Veenmuseum op brug.JPG

De Whitcombs weken nogal af van wat voor smalspoorlocs in Europa gebruikelijk was: het machinistenhuis was fors en de instap was aan de achterkant. De machinist zat niet dwars. De 39 pk [2] Caterpillar dieselmotor werd gestart met een kleine tweetact benzinemotor. Bij Oving sprak men nooit over Whitcomb locomotieven, maar Caterpillars [3].

 

← Loc 7 (ex Spoorijzer, ex Amsterdamse Aannemings Maatschappij) was op 20-09- 1987 in actie in het Veenpark (voorheen ’t Aole Compas) te Barger-Compascuum. Anno 2012 is de loc niet rijvaardig; de andere Whitcomb van het Veenpark trouwens ook niet.

De locs zijn van het type 5DM19b [2]. Daarin slaat 5 op het gewicht in tonnen, DM op dieselmechanisch, 19 op het ontwerp (het gaat om het 19de ontwerp voor een DM loc) en b op de tweede versie daarvan [4].

 

Whitcombs bij Spoorijzer

Whitcomb-Spoorijzer-001.jpg

Whitcomb-Spoorijzer-002.jpg

Foto’s uit de collectie van Toon Steenmeijer (afkomstig van Gerard de Graaf ) ↑

 

Bovenstaande foto’s tonen een Whitcomb van Spoorijzer in de originele staat. De foto’s zullen daarom in 1946 gemaakt zijn. De achtergrond van de linkerfoto wijst er op dat de foto op het SIJ terrein in Delft is gemaakt. Er zijn nog veel klinknagels. Op de rechterfoto zijn in de cabine onder andere te zien:

-          De stoel voor de machinist (met naar voren geklapte rugleuning). De machinist zat links en keek normaliter vooruit.

-          De grote lamp. Alleen bij behoefte werd de lamp voor op de motorkap geplaatst.

De raamopeningen van de Whitcomb zijn groot en bevatten geen glas. Dat was bij veel Amerikaanse smalspoorlocs het geval [5].

Van de verhuur van Whitcombs door Spoorijzer is weinig of niets bekend. Het is daarom verheugend dat er enkele foto’s gevonden zijn:

WhitcombSIJ.jpg

↑ Beeldarchief Rijkswaterstaat (RWS_3688): Grondtransport ↑

 

Het blijkt dat de cabine aan de voorzijde nog steeds geheel open was: er was niet voorzien in een voorruit en trouwens ook niet in zijruiten. Dat moet bij slecht weer onaangenaam geweest zijn. De cabines van bij museumlijnen bewaarde Whitcombs zijn dan ook meestal deels dicht gemaakt.

Het bijschrift van bovenstaande foto luidt slechts “grondtransport”. Uit een vergelijking met foto’s in de beeldbank van de Zeeuwse Bibliotheek –waarop dezelfde heren en ook een stukje Whitcomb voorkomen– blijkt dat het gaat om de inpoldering van de Quarlespolder in het Zuid-Sloe in 1949. De aannemer had kennelijk materieel bij Spoorijzer gehuurd.

RWS_3709.JPG

↑ Beeldarchief Rijkswaterstaat (RWS_3709): Grondstort in de kreken ↑

 

Het bijschrift bij deze foto is wat concreter, maar het is niet zeker dat deze foto ook bij de inpoldering van de Quarlespolder is genomen. Dat lijkt niet onlogisch: na het sluiten van de dijk en het wegpompen van het water moeten voormalige geulen gedicht worden. De hiervoor benodigde grond kwam vrij door het graven van sloten. Vanwege de nog drassige grond was smalspoor uitstekend geschikt voor dit grondverzet.

 

← Drents Archief

 

Het bijschrift bij deze foto luidt: “Zandafgraving en vervoer per lorrie op smalspoor vermoedelijk nabij Witteveen.”

 

Op de voorgrond is onmiskenbaar een Whitcomb van Spoorijzer te zien en daarachter nog één. De foto is niet gedateerd.

Het einde in Nederland

Henk Sluijters schreef in 1987 een artikel over de Whitcombs in Nederland [1]. Zijn overzicht is ook hier te vinden (Whitcomb staat achteraan). Het was toen al 41 jaar geleden dat de locs in gebruik waren genomen; geen enkele Whitcomb was in 1987 nog in gewoon commercieel gebruik. Deze webpagina gaat over de Whitcombs van Spoorijzer, maar het is nuttig om eerst te bezien wat er met de Whitcombs van Oving-Spoor (na 1972 ODS) is gebeurd.

Van de tien Whitcombs van Oving-Spoor is bijna alles bekend (zie ook [6]): twee stuks zijn verkocht aan steenfabrieken: één aan de Schipperswaard in Echteld in 1962 en één aan de Lunenburgerwaard bij Wijk bij Duurstede in 1964. Er stonden in 1987 nog zeven Whitcombs buiten gebruik op hun thuisbasis. Van één daarvan – de prachtig gerestaureerde huidige nummer 35 van de Stoomtrein Valkenburgse Meer – is bekend dat die in 1964 buiten gebruik is gesteld. Kennelijk was het in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw al gedaan met de verhuur van de Whitcombs. Bijzonder is dat Oving/ODS de resterende Whitcombs zo lang bewaard heeft dat een aantal een museale bestemming vond. Hierdoor zijn bijna alle museeaal bewaarde Whitcombs van Oving geweest. Die bewaarde Whitcombs hebben doorgaans hun originele grote raamopeningen zonder glas niet meer. Dat komt omdat waarschijnlijk alleen Oving de raamopeningen aanpaste en van glas voorzag [5].

Whitcomb AAM.JPG

Van de vijftien Whitcombs van Spoorijzer is aanzienlijk minder bekend [1]: drie stuks zijn verkocht aan de Amsterdamse Aannemings Maatschappij en één (voor 1987 al gesloopt) exemplaar aan de Aardenburgsche Steenfabriek. Van de drie AAM Whitcombs is er één tegenwoordig loc 7 van de Eerste Drentse vereniging van Stoomliefhebbers (EDS). De Nederlandse Museummaterieel Database meldt als eigenaar behalve Spoorijzer ook N.V. Geveke & Co's technisch bureau in Amsterdam. Een andere ex-AAM Whitcomb is loc 3 van de Stoomtrein Valkenburgse Meer.

 

← Pierre de Greeuw fotografeerde op 6 augustus 1986 één van de drie Whitcombs die het Veenmuseum ’t Aole Compas heeft overgenomen van de Amsterdamse Aannemings Maatschappij, namelijk AAM no.13 = Whitcomb 40314. De loc verkeert nog in de originele staat, met grote vensteropeningen zonder glas.

 

Het valt niet aan te nemen dat Spoorijzer meer succes met verhuur boekte dan ODS, dus de Spoorijzer Whitcombs zullen tot hoogstens het begin van de jaren zestig deel hebben uitgemaakt van het Spoorijzer verhuurpark. Dat kan ook korter geweest zijn, want Spoorijzer verhuurde in 1952 al Rustons (zie hier) en adverteerde er in in elk geval in 1955 mee (zie daar). Spoorijzer zal liever een Ruston dan een Whitcomb verhuurd hebben. Spoorijzer was immers exclusief importeur van Ruston & Hornsby en heeft tussen 1946 en 1967 niet minder dan 311 Rustons verkocht, in Nederland en Indonesië. Het was aantrekkelijk om een klant tijdens de reparatie van een stoomloc een Ruston te verhuren, want dan was er kans dat die klant besloot om een Ruston te kopen. Een voorbeeld staat hier.

Afgezien van de hierboven getoonde foto’s lijkt er niets over de SIJ Whitcombs bekend te zijn, bijvoorbeeld in de vorm van advertenties of foto’s. Daarom rees de vraag of Spoorijzer Whitcombs – hetzij nieuw, hetzij gebruikt – naar Indonesië verkocht zou hebben, want Spoorijzer deed veel zaken in Indonesië.

Whitcomb-5DM26A.jpg

 

Indonesië

In lijsten met naar Indonesië geleverde industrielocomotieven [7] komen diverse Whitcombs voor, allen een spoorbreedte van 610 mm (dus identiek aan de naar Nederland geleverde locs) en een gewicht van 4 ton. De klant is Asiatic Petroleum. Andere gegevens (zoals type, bouwjaar, locatie) zijn niet bekend. De twee hoogste fabrieksnummers zijn 40302 en 40303. De fabrieksnummers van de naar Nederland geleverde Whitcombs, namelijk 40305 t/m 403029 [2] sluiten hier bijna op aan. Met andere woorden: [7] levert geen bewijs dat Spoorijzer Whitcombs naar Nederlands Indië/Indonesië verkocht heeft. Dat sluit niet uit dat dit gebeurd is, want men kan bepaald niet verwachten dat alle Whitcombs in Indonesië in kaart zijn gebracht.

 

 

 

Frankrijk

 

← advertentie uit de verzameling van Toon Steenmeijer

 

Ook de Franse overheid bestelde Whitcombs en nog wel 144 stuks. Dat was in 1946, terwijl Frankrijk al in 1944 is bevrijd. Van een wegens de oorlogsomstandigheden minder goed onderbouwde beslissing zal daar geen sprake zijn geweest. De locs lijken zeer sterk op de Nederlandse Whitcombs, maar ze hebben een International Harvester UD6 motor van 35-40 pk. De andere motor verklaart dat het type niet 5DM19B is, maar 3DM26a,

5DM26a en 8DM26a. Het betrof dus ontwerp 26a, uitgevoerd met een gewicht van 3, 5 en 8 ton.

Ook van dit type zijn locs bewaard, onder andere hier en daar.

 

 

Opmerkingen

-

In oude publicaties wordt soms gesteld dat de Whitcombs in 1943 voor het Amerikaanse leger zijn gebouwd. Uit de leverlijst [2] blijkt ondubbelzinnig dat de locs in 1945 zijn gebouwd en voor Nederland (en niet voor het Amerikaanse leger) bestemd waren.

-

Ook wordt wel in oude publicaties gesteld dat de Whitcombs via de Marshall hulp zijn betaald. Toon Steenmeijer wees er terecht op [8] dat dit onmogelijk is omdat het Marshall programma liep in de periode 1948 – 1951, terwijl de Whitcombs in 1946 geleverd zijn.

-

De Whitcomb fabrieksplaat vermeldt het type en het fabrieksnummer, maar niet het bouwjaar.

-

Er zijn circa 5000 locs onder de naam Whitcomb gebouwd. Dat is veel, maar minder dan de fabrieksnummers van vijf cijfers suggereren. Dat komt omdat Whitcomb alle dieselmechanische locs een fabrieksnummer gaf beginnend met 4 (en bijvoorbeeld alle dieselelektrische locs een nummer beginnend met 5). Whitcomb heeft dus relatief weinig dieselmechanische locs gebouwd.

-

Mogelijk is het type 5DM19B door Whitcomb alleen voor de Nederlandse order gebouwd. Op internet zoeken naar Whitcomb 5DM19B levert namelijk uitsluitend de Nederlandse exemplaren op. Zie bijvoorbeeld hier. Wel te vinden zijn bijvoorbeeld de type 5DM13, 8DM67, etc.

-

Bij het Zuid-Sloe werd blijkens een foto in 1949 behalve een van Spoorijzer gehuurde Whitcomb ook een van Spoorijzer gehuurde Deutz OMZ ingezet.

-

De bovengenoemde Whitcomb fabrieksnummers 40302/03 wogen volgens [6] 4 ton en zijn geleverd aan Asiatic Petroleum in Indonesië. Volgens [2] wogen ze 6 ton en zijn ze geleverd aan Asiatic Petroleum in Venezuela.

 

 

Conclusies

-

Er zijn foto’s gevonden van de verhuur van Whitcomb diesellocs door Spoorijzer.

-

Blijkens die foto’s is in 1946 tenminste één Whitcomb ingezet bij de inpoldering van de Quarlespolder tussen Walcheren en Zuid-Beveland. Tenminste twee Whitcomb verhuurlocs zijn in een onbekende periode in Drenthe gebruikt.

-

Hoewel zeker niet verwacht kan worden dat van elke verhuur foto’s zijn te vinden, zijn twee voorbeelden op een totaal van 15 verhuurlocs weinig. Een verklaring is dat de Whitcombs in het verhuurpark vroegtijdig door Rustons vervangen lijken te zijn. De vraag rijst dan waar de 15 Whitcombs van Spoorijzer zijn gebleven.

-

Spoorijzer heeft tenminste vier gebruikte Whitcomb huurlocs binnen Nederland verkocht (drie aan de A.A.M. en één aan de Aardenburgsche Steenfabriek).

-

Daarnaast zouden Whitcombs naar Indonesië kunnen zijn verkocht. Een bewijs hiervoor is niet gevonden.

 

 

Met dank aan:

Gerard de Graaf, Pierre de Greeuw, Kees Plug, Henk Sluijters en Toon Steenmeijer.

Referenties:

[1]

Henk Sluijters; “De diesellocomotief type 5DM19B van Whitcomb”, Railkroniek 47 (1987) pp. 31-32.

[2]

Uit de collectie van Toon Steenmeijer komen p. 16 en p. 17 van een Whitcomb leverlijst. Van links naar rechts: fabrieksnummer, maand van levering, gewicht (US ton), spoorbreedte, asvolgorde (4w = tweeasser), vermogen (pk), type (zie hoofdtekst), klant, nummer en locatie. Toon Steenmeijer heeft deze informatie verkregen van het US Department of the Army in Fort Eustis, Virginia. 

[3]

Informatie van Toon Steenmeijer.

[4]

Jay Reed; “Critters, Dinkys & Centercabs: The identification guide for small American gas and Diesel locomotives”; Rio Hondo Publishing, 2000.

[5]

Informatie van Henk Sluijters.

[6]

Gerard de Graaf; “De geschiedenis van Oving Spoor (vervolg)”; Op de Rails 2001-6 pp. 231-239.

[7]

Lijsten met particuliere locs in Indonesië, opgesteld door Ray Gardiner (Australië) en verkregen via Toon Steenmeijer.

[8]

Informatie van Toon Steenmeijer, gepubliceerd in De Buffer (tijdschrift van het Industrieel Smalspoor Museum in Erica) nummer 112, najaar 2010.

 

 

{

Spoorijzer (inleiding)

Terug/verder naar:

Nieuw                                    Home                                         Inhoud