fabrieksspoor los

 

Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

gevelsteen.jpg

Provinciaal Ziekenhuis

Duin en Bosch bij Bakkum

gevelsteen.jpg

 

Provinciale Ziekenhuizen

Alleen in de provincie Noord Holland bestonden Provinciale Ziekenhuizen. Daar verbleven psychiatrische patiënten. Vanwege de opkomst van “begeleid wonen”, gezinsvervangende tehuizen en dergelijke zijn zulke grote psychiatrische ziekenhuizen vanaf circa 1985 grotendeels verdwenen. Bovendien wilde de provincie van deze taak af en is Duin en Bosch in 1994 geprivatiseerd.

Er waren drie Provinciale Ziekenhuizen, waarvan die in Medemblik de kleinste was en het kortst bestaan heeft. Meerenburg bij Santpoort en Duin en Bosch tussen Castricum en Bakkum waren grote inrichtingen in de duinen. Ze hadden beiden een spooraansluiting, die vooral diende voor de aanvoer van kolen voor de eigen elektrische centrale en voor verwarming. Er was eigen tractie en in Bosch en Duin reed bovendien een tram voor het vervoer van bezoek en personeel van en naar het station Castricum. Beide Provinciale Ziekenhuizen hadden ook smalspoor.

Deze webpagina gaat over Duin en Bosch.

Duin en Bosch

Duin en Bosch bij Bakkum werd in 1909 in gebruik genomen. Anders dan het oudere Meerenburg bij Santpoort bestond dit “gesticht” uit een aantal paviljoens, elk met een eigen functie. Voor mannen en vrouwen waren er elk drie, namelijk voor rustige, halfrustige en onrustige patiënten. Verder was er onder meer een administriegebouw (waarin ook de centrale keuken was ondergebracht) en een “oeconomiegebouw” met machines voor de electrische verlichting, de verwarming, de warmwatervoorziening en de wassserij [1]. Het lag voor de hand de verspreid liggende gebouwen met smalspoor te verbinden, te meer daar er verder alleen zand- en grindwegen waren.

Normaalspoor

Al enkele jaren voordat Duin en Bosch in gebruik werd genomen werd voor de aanvoer van bouwmaterialen een straatweg en een raccordement aangelegd tussen het stationsemplacement van Castricum en een punt bij de ingang van het terrein.

 

Het nieuws van den dag : kleine courant 05-03-1904 →

                                                                                                      Spoorlijn naar Alkmaar

De situatie tijdens de bouw in 1910 op www.watwaswaar.nl: midden onder ligt station Castricum. Vandaar loopt de nieuwe spoorlijn (zie de witte pijl) door een blanco gebied (de voormalige zanderij) naar Duin en Bosch in aanbouw (linksboven). De spoorlijn ligt in de oostelijke berm van de gelijktijdig aangelegde toegangsweg, de huidige Duinenboschweg (rood) →

 

Er waren 33 inschrijvingen op de aanbesteding van het raccordement in 1904 [2]. Het ging om 1177 meter spoor, vijf overwegen, twee stootblokken en vier wissels [2]. Bij de rand van het terrein splitste de spoorlijn zich namelijk in twee evenwijdige kopsporen met daartussen een overloopspoor (dat emplacement is niet uitgewerkt op nevenstaande kaart, maar wel hieronder).

 

Na de ingebruikname van Bosch en Duin in 1909 werd het raccordement gebruikt voor het kolenvervoer. Het Oeconomiegebouw (met het ketelhuis) lag echter niet aan het emplacementje bij het eindpunt van de lijn.

 

Graphic1.JPG

In 1909 staat in de notulen van de Commissie van Bestuur: “Tenslotte vestigt de heer Directeur de aandacht op het feit dat het voor de verpleegden bezwaarlijk is steeds te moeten helpen met het vervoer der steenkolen naar de bergplaats en het gewenscht zou zijn het spoorlijntje tot daar door te trekken”[1c]. En in het jaarverslag van 1910 werd gesproken over het “hoge bedrag der vervoerskosten van de steenkolen naar het oeconomiegebouw”[1a].

 

Bovendien werd er al in 1910 over gedacht (zie hieronder) om over het raccordement een tram te laten lopen voor het vervoer van personeel, patiënten en bezoekers van en naar station Castricum. Een centraler gelegen eindpunt zou ook voor de tram zeer gewenst zijn:

 

 

← Algemeen Handelsblad

 28-11-1910

Daarom werd het raccordement in 1913 met circa 500 meter verlengd. De verlenging (rood op nevenstaande kaart) takte vlak voor het emplacementje aan de oorspronkelijke lijn aan. Hiervoor werd één wissel gebruikt van de wisselverbinding bij de kolenloods.

 

← Getekend op basis van een deel van een sporenkaart, bij de brief van de Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat, gedateerd 9 mei 1912 [1b].

 

De verlenging eindigde bij een houten tramremise met eindhalte, die centraal was gelegen tussen het Administratiegebouw en het Oeconomiegebouw.Voor de remise takte een “kolenspoor” af naar het Oeconomiegebouw. Hiervoor werd het tweede wissel van de opgebroken verbinding bij de kolenloods gebruikt.

In het jaarverslag over 1913 wordt gesteld: “eene jaarlijksche besparing van f 2,000 wordt verkregen daar overlading op kleinspoorwagens vervalt.” Na deze verlenging was de situatie als op de onderstaande kaart:

Werkplaats

 

Paviljoen 1 M

 

Administratie

 

Tramremise

 

Paviljoen II M

 

Eindpunt

≤ 1913

 

Kerk

 

Oeconomiegebouw

 

Paviljoen I V

 

Zusterziekenhuis

 

Verlenging uit 1913

nu  Oude Trambaan

 
DuinenboschkopieTomBullens Detail.JPG

                                                             100 meter

↑ Deel van een kaart uit circa 1935 [3]. Paviljoen I M betekent paviljoen I voor mannen, Paviljoen I V is Paviljoen I voor Vrouwen, etc.

De spoorverlenging uit 1913 week van de Boschenduinweg  af en is anno 2013 nog grotendeels aanwezig als een wandelpad, dat de naam Oude Trambaan heeft gekregen. Zoals uit deze webpagina zal blijken was het niet alleen een Trambaan, maar ook en veel langer een Kolenspoor. Maar het is logisch dat het gebruik door de tram meer tot de verbeelding sprak.

Foto 08-05-2013 →

 

Van het oorspronkelijke emplacement bleven volgens bovenstaande kaart nog twee sporen aanwezig. Die werden waarschijnlijk gebruikt om volle en lege kolenwagens te stallen. Volgens onderstaande foto was er bij het Economiegebouw ruimte om 1 à 2 volle kolenwagens te lossen en als die leeg waren, moesten ze ergens geparkeerd worden voordat de volgende kolenwagens gelost konden worden.

Velserbosch 008 detail.jpg

“Door een verkeerde wisselstand is Vrijdag 13 Januari 1939 een steenkolenwagen bij de wissel van de zijspoorbaan (d.w.z. bij de wissel naar het oorspronkelijke eindpunt) ontspoord. Daar de zijsporen niet mee worden benut, nu het trambedrijf wordt opgeheven, stelt de Directeur voor, en dit na overleg met de opzichter van de Spoorwegmaatschappij, de beide zijsporen op te laten breken” [1c]. Immers, nu de tram niet meer reed, kon het spoor naar de remise gebruikt worden om wagens te stallen.

Anno 2013 is er niets meer van het oorspronkelijk emplacement terug te vinden.

000804.jpg

← Foto werkgroep Oud Castricum, 1919

 

Het nieuwe eindpunt van het raccordement bij het Oeconomiegebouw, met watertoren, ketelhuis en schoorsteen. De kolen werden via een op de voorgrond zichtbare loopplank met houten kruiwagens gelost en op een hoop gegooid. Zo primitief ging dat indertijd bijna overal. Bij Duin en Bosch werden daarvoor patiënten ingezet. Werk in de buitenlucht werd heilzaam geacht voor de patiënten en beperkte de kosten.

 

Anno 2013 is de watertoren er nog steeds, maar de schoorsteen is verdwenen.

Deatil Ontsporing 1930 C.jpg

 

Dit is één van de zeer weinige – zo niet de enige - foto’s van het goederenvervoer:

 

← In 1930  ging mis: Terreinmedewerkers (zo noemde men de ploeg die onder andere wegen en sporen onderhield) staan bij de ontspoorde NS wagon 41509. Detail van een foto uit [4].

 

De watertoren is (linksboven) groot op de achtergrond te zien, dus moet het in de buurt van het Oeconomiegebouw zijn gebeurd en zal het niet de bovengenoemde ontsporing uit 1939 betreffen. Ook stemt het jaartal daarmee niet overeen. Merkwaardig is dat het spoor op een verhoging plotseling – zonder stootblok – lijkt op te houden

Ten behoeve van de paardentram was kennelijk bestrating tussen de rails gelegd, die na de elektrificatie van de tram niet meer nodig werd geacht. In het jaarverslag over 1921 staat namelijk: “de steenbestrating tusschen de rails werd grotendeels verwijderd om het verstikken der dwarsliggers te voorkomen”. Dat werd nog een heel probleem, want in 1926 wordt gemeld: “Bij het verder opbreken van de bestrating tusschen de rails bleek, dat de biels onder de bestrating voor een groot deels verteerd waren. Een NS opzichter kwam het baanvak inspecteren op grond van het feit, dat ook wagons van de Maatschappij over onze spoorbaan vervoerd worden en de beoordeling van den toestand der baan aan de NS toekomt. Bedoelde opzichter achtte het nodig dat ook de minder slechte dwarsliggers door nieuwe vervangen worden.” Vervolgens moest gemeld worden: “De herstelling van de spoor- en trambaan kwam dit jaar (1927) tot uitvoering. Het aantal te vervangen dwarsliggers bleek zoo groot dat bijna van een vernieuwing van de baan gesproken kan worden.”

Bij een paardentram – met de koetsier midden op het balkon – is het niet handig als het paard naast (in plaats van tussen) de rails zou lopen. Bij een goederenwagon ligt het juist voor de hand om het paard met voerman naast de rails te laten lopen. Het struikelt dan niet over de dwarsliggers en het kan worden vastgemaakt aan een rangeerbolders of rangeeroog (waar ook de kabel van een lier of kaapstaander aan wordt bevestigd) aan de zijkant van de wagon.

 

Duin en Bosch had een stal met drie paarden. Die waren voor het bespannen van een koets, een wagen en de tram. De tractie voor de spoorwagens werd uitbesteed. De kolen werden in partijen – van bijvoorbeeld 500 ton – gekocht [1-c]. Dat zal een onregelmatige aanvoer hebben gegeven: dagenlang geen aanvoer en dagenlang een aantal wagens per dag. Onder die omstandigheden was het niet zinvol daar eigen paarden voor te hebben en lag het voor de hand een voerman met paarden in te huren. In elk geval in het begin werd gekeken welke voerman het goedkoopste was (per wagon, later per ton steenkool).  Die kreeg een contract voor een maand [1-c]. Het eenvoudige raccordement (na de verlenging in 1913 zonder mogelijkheid tot omlopen) duidt inderdaad op paardentractie.

Vanaf 1927 tot 1939 of langer zette vrachtrijder Joh. Borst in plaats van paarden een tractor op rupsbanden in, waarmee twee kolenwagons tegelijk konden worden getrokken, zie hier. De rupstractor was nogal eens stuk en dan duwden patiënten de kolenwagens naar het ketelhuis [5]. Gemiddeld werd circa 2000 ton kolen per jaar vervoerd.

Nog in 1958 werd de overeenkomst tussen Duin en Bosch en NS inzake het raccordement vernieuwd. In 1953 werd door Duin en Bosch nog op kolen gestookt; in 1960 op olie. Die olie kwam per vrachtauto [6]. In 1961 werd het raccordement opgebroken.

 

Smalspoor

Op een enkele foto is te zien dat het smalspoor al bij de bouw gebruikt werd.

Van Duin en Bosch is veel archiefmateriaal bewaard, ook uit de periode van de bouw. Over de aanschaf en aanleg van het smalspoor is echter niets gevonden. Daar staat tegenover dat de jaarverslagen [1a] ongebruikelijk gedetailleerd zijn:

Het jaarverslag [1a] over 1909 bevat een beschrijving van het toen pas in gebruik genomen “Gesticht”. Hieruit blijkt dat een taak van het smalspoor het vervoer van voedsel was:

“… Het Administratiegebouw zelf bestaat uit twee vleugels en een achtergebouw. …. Het achtergebouw omvat de apotheek, de centrale keuken en de magazijnen.  …. De pannen, waarin het eten naar de afdelingen wordt gebracht, zijn van zogenaamd staal-aluminium vervaardigd. Dat is staal dat aan de binnen- en buitenzijde door persen bekleed is met een laag aluminium. Van  hetzelfde staal-aluminium zijn ook borden en kroezen in gebruik. Het eten wordt naar de afdelingen gebracht in dichte spijswagentjes, die ’s winters door briquetten verwarmd kunnen worden. Deze wagentjes lopen op klein spoor, dat de verschillende gebouwen met elkaar verbindt.” Op de volgende foto is te zien dat de patiënten de tractie leveren:

Dolhuys Smalspoor 5.jpg

 

↑ Centraal in deze foto staat een “spijswagentje” op smalspoor. Maar liefst vier man lijken zich bezig te houden met het voortbewegen van het wagentje en het bezorgen van de spijzen. Op de achtergrond het achterste deel van het Administratiegebouw, waarin het magazijn en de centrale keuken waren gevestigd (en helemaal links de schoorsteen van het Oeconomiegebouw). Kennelijk worden de aardappels op verzoek van de fotograaf buiten geschild, waarbij tafels en stoelen op het smalspoor zijn neergezet. De dames met schorten met schouderbanden zijn verpleegsters; de andere dames zijn patiënten. De foto is in 1910 genomen. Foto: Het Dolhuys, nationaal museum van de psychiatrie.

Ducrobra cat.jpg

Het spijswagentje (dat linksboven in detail is getoond) vertoont een zeer sterke gelijkenis met een wagentje uit een catalogus uit 1924 van Du Croo & Brauns (rechtsboven, [7]). Let bijvoorbeeld op de handrails op halve hoogte tegen de voor- en achterwand en de bakken voor en tussen de wielen, waar kennelijk de briquetten in gedaan kunnen worden. De aspotten zijn wel verschillend. Uit de linker foto valt niet op te maken of de spijswagentjes van Duin en Bosch ook van koppelingen waren voorzien. Helaas staat in de catalogus geen enkele toelichting.

 

Een andere taak was het vervoer van wasgoed. Verder gaande met het jaarverslag over 1909 [1a]:

Detail wasserij DuinenBosch 1910.JPG

 “…Het in de wasscherij gewassen en gedroogde goed wordt in wagentjes, die op ’t aanwezige kleinspoor loopen, gebracht naar de lokalen voor de behandeling van de drooge wasch, die zich achter Pav I Vrouwen bevinden….. …In een achtergebouw van dit paviljoen  zijn de vrouwenwerkplaatsen voor de behandeling van de droge wasch. Hier vindt men vouw- en mangelkamer, naaikamer, magazijntjes en de lokalen van uitgifte voor mannen- en vrouwenzijde. De wasch wordt uit de mechanische wasscherij gedroogd op wagentjes op het kleine spoor hierheen gebracht.” Hoewel dat niet expliciet vermeld wordt, lijkt het waarschijnlijk dat ook de schone en vuile was per smalspoor naar en van de paviljoens werd gebracht.

 

← De wasserij in 1910, detail van een foto uit [4]

Een bloemlezing uit de volgende jaarverslagen staat hieronder:

1910

“…Tusschen de rails van het smalspoor werden bij sommige kruisingen met voegen gemetselde straatjes gemaakt..”

1916

“..verschillende gedeelten van het smalspoor werden gelicht en verhoogd; de keuken van het zusterhuis werd door smalspoor met de centrale keuken verbonden, ….”

1917

“Bij de centrale keuken werd het nieuwe lorriehok in gebruik genomen….”

1918

“…Verzakking van en slijtage aan het smalspoor moest op veel plaatsen verholpen worden…..Het in slechte toestand verkeerende smalspoor werd door de wegwerkers herhaalde malen weder berijdbaar gemaakt, totdat op afdoende wijze hierin verbetering werd gebracht.”

1921

“Een nieuw smalspoor werd gemaakt van Paviljoen I Vrouwen naar het zusterziekenhuis.”

1925

“De wissel van het smalspoor bij pav. Vrouwen I, in het midden van een druk beganen weg gelegen, kreeg een betere plaats achter het paviljoen.”

1926

“Het smalspoor werd op verschillende plaatsen gelicht; twee wissels waarvan de tongen waren versleten en zes lengten rails, die eveneens versleten waren, werden door andere vervangen.”

1932

“Het smalspoor werd door een patiëntenploeg, onder leiding van een buitenwerker, regelmatig nagezien; verteerde rails en tongen werden door nieuwe vervangen, verzakte gedeelten weder omhoog gebracht.”

1938

“Het smalspoor moest op vele plaatsen worden hersteld. Binnen afzienbare tijd zullen belangrijke voorzieningen moeten worden aangebracht, aangezien het smalspoornet grootendeels versleten is, tenzij de wijze van transporteren grondig wordt veranderd, waardoor het smalspoor overbodig zal zijn” [1-b].

1942

“Voor het vervoer van artikelen uit de magazijnen en de keuken zullen twee nieuwe lorries worden gekocht; de firma Van Egmond kan deze leveren voor resp. 105 en f 120” [1-c].

1948

“De wegen bevinden zich in het algemeen weer in goede toestand en blijken vrij goed bestand te zijn tegen het vervoer per vrachtauto, dat in de plaats is gekomen van het transport per smalspoorlorrie, alhoewel extra zorg voor het onderhoud nodig is ” [1-b]

Duin en Bosch was in de periode 1942-1945 vanwege de bouw van de Atlantikwall ontruimd. Na de bevrijding werd er tijdelijk een gevangenis voor “van politiek verdachten” ingericht. Tussen eind 1945 en 1947 kwamen de gebouwen één voor één weer als Provinciaal Ziekenhuis in gebruik. Gezien het bovenstaande is het smalspoor hoogst waarschijnlijk na de ontruiming in 1942 niet meer gebruikt.

Foto werkgroep Oud Castricum →

 

Bij deze foto uit 1935 gaat het natuurlijk om de (hieronder nog te behandelen tram) en op dat gebied is het een mooie foto. De tram staat vlak voor de (voorbij de linker fotorand gelegen) remise.

 

Waarschijnlijk toevallig staat er ook nog als toegift ook smalspoor op de foto. Te zien zijn een kruising tussen smalspoor en normaalspoor en een draaischijf voor het smalspoor.

Via de radstand van de tram (1,5 meter) of de lengte van de heren voor de tram zijn ruwe schattingen van de spoorwijdte van het smalspoor mogelijk. Het resultaat is in beide gevallen circa 700 mm. Ook uit technische tekeningen waarop zowel normaal- als smalspoor staat, volgt uit de onderlinge afstand van de spoorstaven een spoorwijdte van 700 mm.

002006.jpg

Het Noord Hollands Archief bezit een set van zeven technische tekeningen uit 1920, waarop ook het kleinspoor staat aangegeven (zie Opmerking A). De tekeningen zijn veel te groot om hier weer te geven en bevatten diverse details (waterleidingen, gasleidingen, riolering, telefoonleidingen, elektrische kabels) die hier niet van belang zijn. Daarom is hieronder een uitsnede uit de hierboven gebruikte kaart uit circa 1935 [3] genomen en is daarin de ligging van het kleinspoor (als rode lijnen) van genoemde technische tekeningen overgenomen. Het samen gebruiken van kaarten uit 1920 en 1935 is wel verantwoord, omdat er (zoals uit de jaarverslagen blijkt) tussen 1920 en 1935 weinig is veranderd.

 

Vloeivelden

 

II Vrouwen

 

I Vrouwen

 

I Mannen

 

II Mannen

 

III Mannen

 

III Vrouwen

 

Remise

 
Tekstvak: ZTekstvak: WTekstvak: K

Varkenshokken

 
DuinenboschkopieTomBullensUitsnede.jpg

                                                                     100 meter

In het net met 30 wissels en 2 draaischijven is enige systematiek te ontdekken: het smalspoor volgt bijna altijd de (grind- of zand) wegen. Er zijn min of meer twee hoofdassen. Links van de linker hoofdas liggen het zusterziekenhuis Z en de drie vrouwenpaviljoens (I V, II V, III V), rechts van de rechterhoofdas liggen de drie mannenpaviljoens (I M, II M en III M) en tussen beide hoofdassen liggen het Administratiegebouw met daarachter keuken K en het Oeconomiegebouw met de wasserij W. Van die hoofassen takken naar vijf paviljoens sporen af die over de hele lengte achterlangs die paviljoens lopen (alleen II M is anders aangesloten, maar ook aan de achterzijde, dus uit het zicht).

Van uit de keuken K achter het Administratiegebouw kunnen de spijskarretjes makkelijk naar de verschillende paviljoens worden gezonden. De keuken heeft meerdere spooraansluitingen, waarschijnlijk omdat er bijvoorbeeld een aparte spoelkeuken is voor de terugkerende spijskarretjes. Ook is er hier een magazijn en – volgens een hierboven aangehaald jaarverslag – een lorriehok.

De vuile was kan ook langs voor de hand liggende tracé’s naar de wasserij W in het Oeconomiegebouw gezonden worden, al is er soms een keer terugsteken voor nodig (alleen vanuit paviljoen II M gaat het niet zonder omweg). Volgens het hierboven geciteerde jaarverslag gaat de droge was van de wasserij W eerst naar “vrouwenwerkplaatsen” achter paviljoen 1 V voor herstelwerk, strijken, opvouwen, etc. Vanuit hier gaat de schone was dan terug naar de verschillende paviljoens.

Verder heeft het smalspoor nog noordelijke uitlopers naar de vloeivelden van de riolering en naar de varkenshokken (waarschijnlijk onder andere om keukenafval en overgebleven eten naar de varkens te brengen).

 

DuinenBosch harkploeg detail.jpg

↑Bij deze foto uit 1927 in [8] gaat het natuurlijk om de dames op klompen die volgens het bijschrift de “harkploeg” vormen. De foto geeft ook een goed beeld van het doorgaans in de wegberm gelegen smalspoor. De linkerrail van het smalspoor fungeert als begrenzing van de half verharde weg.

Tram

Van de verschillende vormen van railvervoer bij Duin en Bosch was de tram ongetwijfeld de bekendste. Er heeft bijvoorbeeld een artikel over de tram in het tijdschrift op de Rails gestaan [9]. Dat kan worden ingezien door de link aan te klikken. In 2012 verscheen een krantenartikel in de reeks “Ik was erbij”, een samenwerking tussen de Alkmaarsche Courant en het Regionaal Archief Alkmaar. Het autobusarchief heeft een webpagina over de tram van Duin en Bosch [10].

Daarom kan hier volstaan worden met de grote lijnen en enkele niet eerder gepubliceerde zaken. Alle hier getoonde foto’s zijn – vanuit verschillende gezichtspunten – genomen bij het eindpunt nabij de remise; zie ook beide kaarten hierboven.

001984.jpg

De NVBS bezit een Beijnes-tekening, d.d. 3.5.1910, van een voor D&B ontworpen accumotorrijtuig met reizigers- en bagageafdeling. Het motorrijtuig moest goederenwagens kunnen slepen. De tramplannen uit 1910 (zie ook hierboven) zijn niet doorgegaan.

Van 1914 tot 1920 reed er een paardentram. Daartoe waren twee Amsterdamse  Beijnes paardentramrijtuigen nr. 39 en 62 gekocht [11].

 

← Foto werkgroep Oud Castricum

 

Links ligt het spoor naar het Oeconomie-gebouw; het rechter spoor eindigt achter de rug van de fotograaf in de remise.

Rechts is een stukje van het Administratiegebouw te zien. Vier heren staan op een bestraat stukje tussen beide sporen. Dat is het eindpunt. Een vijfde heer zit achter hen in het gras.

RAA006000048_315_R (1)

 

Schager Courant, 22-06-1920

900761.jpg

← Foto werkgroep Oud Castricum

 

Dit is vrijwel dezelfde plaats en kijkrichting als op de vorige foto, maar jaren later. Het op de vorige foto zichtbare gebouw is immers tot aan het dak achter het struikgewas verdwenen. Inmiddels is in 1920 in eigen beheer één der paardentramrijtuigen tot elektrische tram verbouwd. Het andere rijtuig werd niet verbouwd omdat men bij stroomstoring nog een paardentram wilde kunnen inzetten [1c]. Daarom zijn er houten masten met de 220 Volt bovenleiding geplaatst. Zo te zien hangt er nog meer aan de masten, waaronder (waarschijnlijk) telefoonleidingen. Tussen de tram en het opschrift van de ansicht is een smalspoorlijn te zien. Juist buiten de rechter beeldrand ligt een draaischijf (die op deze foto te zien was) en vandaar loopt een andere smalspoorlijn langs het Administratiegebouw. Daar staat een platte wagen op.

001923.jpg

← Foto werkgroep Oud Castricum

 

De elektrische tram staat voor de houten remise op Duin en Bosch (zie de kaart). Het lijkt de vraag of de elektrische tram wel in de remise paste. Het spoor verliet de remise weer aan de achterzijde en eindigde in de buitenlucht.

De tram staat aan de (eind)halte. In het jaarverslag over 1919 wordt gesproken over een abri en een wachthuisje, maar die zijn niet op deze en andere foto’s te zien.

Rechts ligt het normaalspoor naar het ketelhuis van het Oeconomiegebouw. Loodrecht op het normaalspoor ligt – tussen de tram en de remise – smalspoor (dat is ook op andere foto’s te zien). Achter de fietsende verpleegster is op dat smalspoor een platte wagen met spaakwielen te ontwaren.

Er werd pas geprobeerd de twee al deels gesloopte tramwagens te verkopen, toen in 1942 bekend werd dat het Provinciaal Ziekenhuis ontruimd moest worden vanwege de bouw van de Atlantikwall [1b]. Het is onbekend of dit gelukt is.

Wat rest

De tramremise is na het verdwijnen van de tram afgebroken en weer opgebouwd bij de bouwkundige dienst op het terrein. Daar doet de voormalige remise nog steeds dienst, als opslagloods voor timmerhout en plaatmateriaal.

 

09-05-2013 →

 

De loods staat op de rijksmonumentenlijst, maar er is geen desbetreffend bordje geplaatst. Volgens de website van de monumentenlijst is het bouwwerk “op onderdelen gewijzigd”. Dat lijkt een nogal versimpelde weergave van de werkelijkheid: het zal niet moeilijk vallen de tien verschilpunten met de foto hierboven te vinden. Niettemin heeft de loods zeker de uitstraling van een (paarden)tramremise.

De spooraansluiting is in de zestiger jaren opgebroken. Het trace is nu grotendeels een voetpad langs de Duinenboschweg. Een ander deel is het al genoemde wandelpad de Oude Trambaan.

Van het unieke smalspoor lijkt niets bewaard te zijn.

Velserbosch 010.JPG

  

Elders

Ook bij oudste Provinciale Ziekenhuis te Santpoort werden eten en wasgoed door patiënten per smalspoor vervoerd [12]. Bovendien verzorgden een loc en drie kipkarren het kolentransport tussen de kolenopslag en het ketelhuis. Zie hiervoor deze link. De spoorwijdte was waarschijnlijk 700 mm.

Het Geriatrisches Pflegeheim “Am Wienerwald” in Wenen een 4 km lang smalspoornet met een spoorwijdte van 500 mm, dat het tot in 2011 volhield. Net als in Duin en Bosch werd eten van een centrale keuken naar de paviljoens gebracht. Voor de tractie werden geen patiënten ingeschakeld, maar acculocs. Zie [13] en [14] en klik hier voor foto’s en een plattegrond.

Dichter bij huis was de 1 kilometer lange lijn met een spoorwijdte van 600 mm van het Zeehospitium in Katwijk [15].  Verplegend personeel duwde lorries met patiënten naar het strand.

 

Opmerkingen

A)

De beeldbank van het Noord Hollands Archief heeft gedetailleerde plattegronden uit 1920 met de nummers 2176, 2177, 2178, 2179, 2180, 2181 en 2181A. Bij het zoeken op één van deze nummers krijgt men altijd dezelfde kaart. Bij gebruik van Google Chrome of Adobe Flash zijn de kaarten te vergroten. Bovendien verschijnen rechts onder pijltjes-toetsen, waarmee men naar de andere kaarten kan springen.

B)

De naam Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch werd vanaf 1918 gebruikt. Daarvoor was het Provinciaal Krankzinnigengesticht Duin en Bosch. Later schreef men vaak Duinenbosch.

C)

Als plaats van vestiging werd Bakkum of Castricum genoemd. “Een enkeltje Castricum” was een gevleugeld begrip.

D)

 

Ook de tram van Duin en Bosch ontkwam niet aan ernstige ongevallen.

 

← Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij

01-08-1931

 

Andere ongevallen zijn gelukkig niet bekend. Zo is er kennelijk nooit een patiënt onder de tram gekomen.

E)

Om een idee te geven van de grootte: in 1934 verpleegden 250 personeelsleden 800 cliënten.

F)

Tegenwoordig is Duin en Bosch een locatie van ketenzorgbedrijf  Dijk en Duin. Om nieuwe ontwikkelingen te bekostigen zullen 230 woningen op het landgoed worden gebouwd, een en ander volgens de plannen in [3].

G)

Er bestonden verschillen tussen de Provinciale Ziekenhuizen Duin en Bosch bij Castricum en Meerenburg bij Santpoort: beiden hadden een lang raccordement. Meerenburg liet daar geen tram op rijden, maar had wel een eigen locomotief terwijl Duin en Bosch de tractie voor het goederenvervoer inhuurde.

 

Met dank aan:

Özlem Terzi (Museum Het Dolhuys in Haarlem), de werkgroep Oud Castricum, Tom Bullens (Vollmer & Partners), Ton Dijkers, Jan Roos en Gerrit van Straaten.

 

Bronnen:

[1a]

Noord Hollands Archief, plaatsingsnummer 181 (Toezichthoudende colleges over de Provinciale Ziekenhuizen in Noord-Holland), inventarisnummers 586-613 (Jaarverslagen Duin en Bosch, 1909-1934).

[1b]

Idem, inventarisnummers 716-719 (Jaarverslagen van de drie Prov. Ziekenhuis gezamenlijk, 1935-1949).

[1c]

Idem, inventarisnummers 502-528 (Notulen van de Commissie van Bestuur).

[1d]

Idem, inventarisnummer 625 (Stukken betreffende de verbinding tussen het station Castricum en Duin en Bosch met bouwtekeningen).

[2]

Noord Hollands Archief, plaatsingsnummer 18 (Provinciaal Bestuur), inventarisnummer 2042 (Stukken betreffende de voorbereiding en de bouw en inrichting van het Provinciaal Ziekenhuis Duinenbosch te Bakkum, alsmede stukken betreffende het maken van een spoorwegverbinding en een weg tussen het station Castricum en Duinenbosch)

[3]

Structuurvisie-Inrichtingsontwerp-Beeldkwaliteitplan Duin en Bosch, Vollmer & Partners, Utrecht, mei 2009.

[4]

Fotocollectie Provinciale Ziekenhuizen Noord-Holland (bij het Noord Hollands Archief).

[5]

Informatie van Gerrit van Straaten. Zijn grootvader was verpleger in Duin en Bosch.

[6]

Noord Hollands Archief, plaatsingsnummer 637 (Directie van het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch te Castricum (Bakkum)); inventarisnummer 484 (Beveiliging van spoorwegovergangen en spoorwegaansluitingen te Santpoort en Bakkum).

[7]

Du Croo and Brauns, Ltd., London-Amsterdam-Sourabaya: Catalogus No. 22, 1924 (in het Engels), aanwezig in het Nederlands Economisch Historisch Archief in Amsterdam.

[8]

Noord Hollands Archief, plaatsingsnummer 632 (Album met foto's van het ziekenhuis, 20e eeuw).

[9]

R.G. Klomp, Het Trambedrijf van Duin en Bosch, Op de Rails, maart 1961.

[10]

De link verandert nogal eens. Daarom volgt hier de titel: “Bijna 25 jaar een eigen trambedrijf; de elektrische tram van Bakkum” en een link.

[11]

A. Dijkers, "De rijtuigen van de Nederlandse paarden- stoom- en motortramwegen", NVBS, 2004.

[12]

P.W.J. van der Ham, “Het smalspoor van het Provinciaal Ziekenhuis te Santpoort”, Smalspoor 12, 1989.

[13]

Jan Roos, “Smalspoor in geriatrisch centrum Am Wienerwald”, Smalspoor 88, september 2010.

[14]

Gerard de Graaf, “Afscheid van een smalspoorbedrijf”, Smalspoor 93, december 2011.

[15]

Jan Pen, “Smalspoor voor ziekenvervoer bij het Zeehospitium in Katwijk”, Smalspoor 73, december 2006.

 

{

aanvullingen op het boek “Smalspoor in bedrijf”

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud