Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

 

 

 

 

 

Orenstein & Koppel vuurloze stoomloc type Urdos

geplaatst: 31 augustus 2017

 

 

In Nederland hebben meer dan twintig vuurloze locomotieven gereden, op smalspoor (zie bijvoorbeeld De geschiedenis van de vuurloze

stoomlocomotieven bij de Gistfabriek Deel 1 en Deel 2) en normaalspoor en gebouwd door diverse locomotieffabrieken. Op deze webpagina wordt na een korte bespreking van vuurloze locomotieven in het algemeen vooral ingegaan op het enige dienstvaardig bewaard gebleven exemplaar, dat sinds augustus 2017 bij de museumspoorlijn STAR in Stadskanaal vertoeft. Het gaat daarbij om het Orenstein & Koppel type Urdos.

 

 

Werking van een vuurloze locomotief [1]

 

Een vuurloze locomotief heette bij het Stoomwezen een “stoomvat”. Het gaat namelijk om een (voorraad)vat en niet om een ketel (met een vuurhaard). Dat voorraadvat wordt van tijd tot tijd door een stationaire installatie (of bij museumspoorlijnen door een andere stoomloc) gevuld (zie ook de opmerking a, b en c).

Bij bedrijf wordt stoom gebruikt. Daardoor daalt de stoomdruk in het vat. Het water en de stoom in het vat moeten met elkaar in evenwicht zijn (= dezelfde druk en temperatuur hebben). Daarom verdampt er water om de verbruikte stoom deels te vervangen. Het verdampen kost energie en daarom daalt de temperatuur tot een waarde die hoort bij de lagere druk. Tot zover is de situatie niet anders dan bij een gewone locomotief. Maar bij een gewone stoomlocomotief gooit de stoker kolen op het vuur en perst water in de ketel zodat de druk en het waterniveau weer tot de gewenste waarden stijgen. Bij een vuurloze loc blijven de druk, temperatuur en het waterniveau tijdens bedrijf dalen. Een vuurloze loc werd daarom ontworpen op de gemiddelde druk en had relatief grote cilinders. Zo lang de druk bij bedrijf boven de gemiddelde druk was, werd op expansie gereden (= werd de verse stoom slechts gedurende een deel van de slag in de cilinders toegelaten). De cilinders zijn – in verband met de verdeling van het gewicht – doorgaans onder het machinistenhuis geplaatst.

 

De eerste (door Emil Lamm ontworpen) vuurloze stoomloc reed in 1873 in de Verenigde Staten. Vanwege de rookoverlast door “gewone” stoomlocs in steden en dorpen werden vuurloze locs tot de opkomst van de elektrische trams op tramlijnen toegepast. Later werd de toepassing het rangeren als industrieloc. Voordelen (ten opzichte van gewone stoomlocs) waren:

·       Goedkoper in aanschaf en onderhoud: vuurkist, vlampijpen, asla, schoorsteen, rookkast, injecteurs en watertanks zijn afwezig. Ketelsteen is geen probleem bij ontstentenis van vlampijpen: het zorgt voor betere isolatie van het vat.

·       Goedkoper in exploitatie (geen stoker en een minder gekwalificeerde machinist;).
Het vullen van een vuurloze loc kost minder dan een half uur en dat is veel korter dan het urenlange opstoken van een gewone stoomloc.

·       Toepassing in vuurgevaarlijke bedrijven. In Nederland hadden bijvoorbeeld de papierfabriek Van Gelder in Velsen en het houtbereidingsbedrijf Cornelis Gips in Dordrecht vuurloze locs op smalspoor [2].

De vuurloze locomotieven waren concurrenten van motorlocomotieven, die ongeveer dezelfde voordelen boden.

 

 

De geschiedenis van Orenstein & Koppel fabrieksnummer 6326 uit 1913

 

O&K 6326 (1913) reed aanvankelijk op een interessant raccordement dwars door Oss:

In 1882 werd door Oss een raccordement aangelegd naar de concurrerende margarine- fabrieken Jurgens en Van den Bergh. Er kwamen een kruising met de hoofdsporen en drie draaischijven aan te pas: één op het stationsemplacement, één om een scherpe bocht te nemen (en om Van den Bergh aansluiting te geven) en één op het terrein van Jurgens. Van den Bergh verhuisde al in 1891 naar Rotterdam. In [4] staat over de “paardengoederentram van Jurgens”: “De wagens werden één voor één getrokken. In 1914 werd een stoomtram aangeschaft, de “Vuurloze”. In de bocht van het tramlijntje werd toen een draaischijf aangebracht”.

Dat laatste is onjuist: na verruiming van de bocht werd de draaischijf in 1903 verwijderd [3].

 

Door Dick van der Spek getekende kaart in [3] →

 

De “Vuurloze” was de hier te bespreken Orenstein & Koppel 6326 (1913). In 1917 kwam er volgens [2] nog een tweede vuurloze loc van hetzelfde O&K type Urdos bij (zie ook opmerking d en de tabel hieronder).

 

In 1919 werd het raccordement buiten het centrum om verlegd en verdween de draaischijf bij Jurgens.

Kaart Oss 148 mm.JPG

De foto met een versierde loc slaat op de feestelijke opening van het verlegde raccordement:

 

Nieuw fabriekspoor van Jurgens, uit het tijdschrift De Prins van 1919. Een interessant detail is de vulpijp die uit het ketelfront steekt. →

 

De foto staat ook in [4]. Een citaat: “De locomotief die op deze foto te zien is liep niet op vuur, maar op stoom. Hij werd in 1914 in Berlijn gebouwd en verving de paardentram”. Denkbaar lijkt dat het niet de eerste, maar de tweede vuurloze is. Zie ook deze tabel.

Op de goederenwagen staat Planta (een in 1915 geïntroduceerde plantenboter).

Oss scan eigen foto 148mm.JPG

De vuurloze locs reden niet zo lang op het nieuwe raccordement. Van den Bergh en Jurgens fuseerden in 1927 tot de Margarine Unie, die vervolgens in 1930 met Lever Brothers tot Unilever fuseerde. De margarinefabriek van Jurgens werd in 1929 naar Rotterdam verplaatst. De gebouwen in Oss kwamen in gebruik bij Philips, dat tot 1976 van het raccordement gebruik maakte.

Jurgens had al sinds 1913 (dus voor de fusies) een oliefabriek in Zwijndrecht. Die had sinds 1917 een vuurloze Orenstein & Koppel (zie ook deze tabel.), bij het Stoomwezen bekend als vvb 2 [2].

O&K 6326 (1913) ging na de opheffing van de Jurgens fabriek in Oss in 1929 als vvb 3 naar de locatie in Zwijndrecht, die na de fusies Ve(e)renigde Oliefabrieken Zwijndrecht (VOZ) heette.

 

O&K 6326 (1913) bij de VOZ, Zwijndrecht, 24-09-1971, foto Brian Rumary

 

De loc stond al buiten dienst. Vergeleken met de vorige foto heeft de loc een andere vulpijp en een ander ketelfront (met een mangat). Volgens de archieven van het Stoomwezen werden ketelfronten van verschillende vuurloze locs vervangen, maar dat is voor deze loc niet bekend.

Een fluit of bel lijkt te ontbreken.

benelux 699 148 mm.jpg

 

Na 2 jaar bij de Stoomtram Goes-Borssele kwam de O&K 6326 (1913) in 1977 bij de Stoomstichting Nederland in Rotterdam en begon een uitvoerige restauratie. In 1981 was de loc voor het eerst rijdend te zien. In 1989 was het 150 jaar geleden dat de eerste Nederlandse spoorlijn geopend werd. De NS besteedde er veel aandacht aan via de manifestatie Treinen door de Tijd. In de parades reed de O&K 6326 (1913) mee.

 

De stoom van de onder het machinistenhuis geplaatste cilinders wordt afgevoerd via een tegen de achterwand geplaatste pijp.

Treinen door de Tijd, 20-07-1989 →

 

Parade van achteren 77-025.jpg

 

Bijzonderheden aan de voorkant zijn de vulpijp en het ontbreken van een schoorsteen en rookkastdeur. Op het dak van het machinistenhuis is wel een fluit te zien.

 

Treinen door de Tijd, 20-07-1989 →

 

Parade van voren 77-024.jpg

 

Het O&K type Urdos

 

 

Orenstein & Koppel vuurloze stoomloc type Urdos [1] ↑

 

Urdos is een telegramnaam.

De loc heeft een O&K stoomverdeling. In [1] staan de volgende gegevens;

 

Cilinderdiameter (mm)

430

Slaglengte (mm)

400

Wieldiameter (mm)

880

Radstand (mm)

1700

Waterruimte (kuub)

3

Stoomruimte (kuub)

1,5

Leeg gewicht (ton)

12

Dienstgewicht (ton)

15

Gemiddelde trekkracht (kgf)

1950

Maximum stoomdruk (atm)

12

 

Tot slot nog een overzicht van alle vuurloze O&K’s die in Nederland op normaalspoor gereden hebben:

 

O&K vuurloze locs op Nederlands normaalspoor

 

 

 

Fabr. nr./

bouwjaar

Gebruiker, locatie, nummer

van - tot

Cilinderdiameter

x slag in mm

Wieldiameter

in mm

 

 

 

 

 

 

 

 

4727/1911

Van Heek, Enschede

1911 - 1962

300x350

700

 

4728/1911

Ter Horst, Rijssen*

1911 - 1940

300x350

700

 

6326/1913

Jurgens, Oss, vvb 1

1913 - 1929

430x400

880

 

Vereenigde Oliefabrieken, Zwijndrecht, vvb 3

1929 - 1975

Stoomtram Goes-Borssele;

nooit in gebruik genomen

1975 - 1977

Stoomstichting Nederland, nr.3

1977 - 2017

STAR, Stadskanaal

2017 -

..../1913

Noord-Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek

te Hoogkerk-Vierverlaten

1913 - 1921

Niet door het Stoomwezen genoteerd [2].

 

7980/1916

Jurgens → Vereenigde Oliefabrieken, Zwijndrecht, vvb 2

1917 - 1958

Niet door het Stoomwezen genoteerd [2].

 

8141/1916

Jurgens, Oss, vvb 2

1917 - 1928

430x400

875 (of 880)

 

Van Den Bergh & Jurgens, Purfleet (UK)

1928 - > 952

 

* Deze loc is samen met de eigen loc besteld door Van Heek (familie van Ter Horst) en staat in O&K leverlijsten daarom te boek als geleverd aan Van Heek. Uit [2] blijkt dat de loc nooit bij van Heek is ingezet.

 

De gegeven over de cilinderdiameter, slag en wieldiameter zijn in bovenstaande tabel opgenomen om via [1] te kunnen bepalen om welk O&K type het gaat. Het type Urdos was het kleinste van de drie types voor normaalspoor. Het is daarom verrassend dat de gegevens van de vuurloze locs van Van Heek en Ter Horst overeenkomen met die van het type Zurciria voor 600 mm smalspoor.

Van twee locs is het type niet duidelijk.

 

 

Opmerkingen

a)

Het “stoomvat” bevat uiteraard stoom, maar als het goed is bevat het meer water (met dezelfde druk en temperatuur) want dat heeft een veel grotere energie-inhoud per eenheid van volume.

b)

Het Vrije Volk van 09-10-1981 noemde de vuurloze SSN 3 een ”rijdende thermoskan”.

c)

Met een „gewone“ stoomlocomotief wordt soms ook vuurloos gereden: als bij het einde van een dienst het vuur is uitgeschept, is er nog lang voldoende stoomdruk in de ketel om de losse loc te verplaatsen.

d)

In [3] staat over Jurgens in Oss: “Behalve de vuurloze locomotief  had men vanaf 1920 ook de beschikking over een gewone stoomlocomotief, waarover verder niets bekend is”. In de archieven van het Stoomwezen zijn alleen twee vuurloze locs te vinden. Waarschijnlijk is in [3] de tweede vuurloze met een gewone stoomloc verward.

e)

In Duitsland is nog heel lang met vuurloze industrielocs gereden. Tussen 1983 en 1988 zijn door het Raw Meiningen in het voormalige Oost-Duitsland zelfs nog 202 drieassige vuurloze locs gebouwd.

Bronnen:

[1]

Karl Pokschewinski, Feuerlose Lokomotiven, Lok Rundschau 2000.

 

[2]

Gegevens van het Stoomwezen voor smalspoor en normaalspoor.

 

[3]

Jacob H.S.M. Veen, De verbindende schakel: De geschiedenis van de spoorlijn Tilbug-’s Hertogenbosch-Mijmegen, Railmagazine Speciaalnummer 10, juni 1994.

 

[4]

G.H.J. Ulijn en P. Budde,Oss in Oude Ansichten, deel II, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1976.

 

 

 

 

{

Overzicht van stoomloctypes op normaalspoor

Terug/verder naar:

 

 

Nieuw                                    Home                                         Inhoud