|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Aanvullingen |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
De vuilverbrandingsinrichting aan de Brielselaan
in Rotterdam geplaatst: 09-04-2026; uitgebreid 23-04-2026. |
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
Inleiding In 1912
kwam op een gemeentelijk terrein tussen de Brielselaan en de Maashaven in
Rotterdam Charlois de eerste VuilVerbrandingsInrichting (VVI) in Nederland in
bedrijf. De VVI werd verschillende malen ingrijpend gewijzigd en is pas in
2010 buiten bedrijf gesteld. Smalspoor speelde een belangrijke rol: in [1]
staat onderstaande foto van een eenvoudige Kromhout dieselloc van 20 pk van
de VVI. Uit de tekst in [1] blijkt dat er bij de VVI maar liefst drie van die
locs reden. |
||||||||||||||||||||||||
|
Het originele bijschrift [2] luidt: “Er staat een
diesellocomotief op een rails op het vuilverbrandingsterrein aan de Brielselaan. Deze locomotief werd gebruikt bij het
vervoeren van slakken. Op de achtergrond is een overdekte verzamelplaats voor
afvalcontainers te zien.” De datering is: 1941/1945 [2]. De loc lijkt onveilig. De
machinist moet staan, terwijl er geen achterschot is. Er zijn wel twee
stangen waaraan hij zich kan vasthouden, maar als hij een hendel bedient
wordt dat maar één stang. In de loop der jaren melden kranten verscheidene
bedrijfsongevallen bij de VVI, maar toch heeft geen daarvan wat met deze locs
van doen. Uit [1] is bekend dat de
spoorwijdte van het smalspoor bij de VVI 700 mm was en ook staat er
een maatschets van zo’n Kromhout loc in dit boek. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
Het
productieproces in de VVI De stortloods bestond uit twee hoog
overkapte haventjes die elk ruimte boden aan twee schuiten, dus vier in
totaal. De plaatijzeren bakken zijn goed te zien. Voor
en achter op de schuiten liggen gebogen stalen platen die het vuil tijdens
het varen en wachten afdekten. Buiten liggen enkele schuiten te wachten.
Foto uit 1912 in [4] → De bakken met vuil werden uit de schuiten omhoog gehesen door een in de kap van de loods heen en weer rijdende mantrolley (opmerking a). Elektromotoren in de mantrolley zorgden voor het rijden en het hijsen. Nadat de bak door de mantrolley gewogen en het gewicht door de machinist ervan genoteerd was, reed de mantrolley langs een monorail via een luchtbrug (een overdekte brug tussen twee gebouwen) de loods uit en de “fabriek” in tot boven één van de vijf ovens. Er was rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding tot acht ovens (en die uitbreiding kwam er ook). Het vuur werd krachtig aangeblazen door middel van ventilatoren, die voortdurend verwarmde lucht aanvoerden. De verbrandingsgassen werden geleid naar stoomketels, voor elk ovenblok één. Met de verbrandingsgassen werd de al genoemde lucht, die de vuren in de ovens aanblies, voorverwarmd. Tenslotte ontweken de verbrandingsgassen door de 60 meter hoge schoorsteen [5]. De stoom uit genoemde stoomketels diende tot drijfkracht van de turbo-dynamo in de bij de VVI aanwezige “electriciteitsfabriek”. Die leverde de in de VVI benodigde elektriciteit. De overblijvende elektriciteit werd aan het stadsnet geleverd. Daarbij ging het om een hoeveelheid die ongeveer gelijk was aan wat het hele Rotterdamse tramnet aan elektriciteit gebruikte [6]. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Er werd niet aan afvalscheiding
gedaan. Bijvoorbeeld de as van de kachels van alle Rotterdamse
huishoudens ging ook de
verbrandingsovens in. Bij de vuilverbranding
ontstonden veel slakken: één kuub vuil leverde ongeveer 0,2 kuub slakken op.
De VVI produceerde in 1921 circa 35.000 kuub slakken [7]. De slakken werden uit een oven
in een kipbak van een monorail geharkt. De slakken in de kipbak werden
in een “blushuisje” (links op de foto, met schoorsteen) met water afgekoeld.
Op de foto wordt juist een kipbak met slakken met
mankracht uit een blushuisje getrokken. Rechts loopt een tweede monorail
(waaraan ook een kipbak hangt) die uit een
blushuisje (van een ander ovenblok) achter de rug van de fotograaf komt. Foto
uit 1912 [4] → |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Een kipbak wordt in de
buitenlucht met mankracht langs de achterste monorail voort geduwd. Deze foto
is in 1947 - dat is 35 jaar na bovenstaande foto - genomen. Behalve de
staanders van de monorail is er weinig veranderd. Bron: [2] → Via de verschillende monorails
werden de slakken -tot in 1947 of langer - van de ovens naar de slakkenbreker
(ook slakkenvergruizer genoemd) vervoerd. Het is onbekend tot wanneer deze
monorails in gebruik zijn geweest omdat er geen foto’s van na 1947 zijn
aangetroffen waar de monorails op gestaan zouden hebben als ze er nog waren. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Een citaat betreffende de slakkenbreker [4]: “De groote brokken worden stuk gehamerd en voor het verder vergruizelen tusschen groote metalen walsen bewerkt. Door middel van een Jacobsladder wordt het gruis gevoerd naar een schudplaat. Hier haalt een magnetische separator de metaaldeelen uit de slakken, waarna het gruis zijn weg vervolgt over opvolgende zeeftrommels met grootere en steeds kleiner wordende gaten.” De gezeefde slakken werden verkocht voor verschillende toepassingen. Een citaat uit [7]: “Naar de grootte kan men de (gezeefde) slakken onderscheiden in zand, grindzand en grind, mitsgaders (= plus) de groote brokken”. Foto van de slakkenbreker in
1912 [5]. Er zijn vier silo’s met trechters te zien voor de vier groottes
gezeefde slak. Bij één silo staat een paard met een tweewielige kar en
een voerman. Er ligt geen smalspoor → In 1912 was er dus nog geen smalspoor. In 1925 wel, want op de onderstaande foto uit 1925 staan er bij de slakkenbreker kipkarren en ligt er rails. De taken van het smalspoor waren: · afvoer en op hopen brengen van de gebroken en gezeefde slakken (en grote brokken ?) · afvoer naar schuiten van het ijzerschroot dat in de slakkenbreker met magneten tussen de slakken uit was gehaald. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
↑ Foto van de
slakkenbreker in 1925 [2]. Op de
achtergrond rechts is een stukje van de stortloods te zien en linksboven één
van de twee luchtbruggen voor de mantrolleys. Evenwijdig aan
de installatie loopt een smalspoor en via draaischijven sluiten daar vier
stukjes spoor op aan waarop kipkarren staan. Boven de kipkarren hangen silo’s
met onderin een klep. Links bewegen twee mannen een gevulde kipkar naar een
draaischijf. |
||||||||||||||||||||||||
|
Slakken De slakkenbreker in 1947 [2]. Linksboven weer een
luchtbrug. De tweede luchtbrug is nu rechtsboven te zien. Het smalspoor is beter
te zien dan in de vorige foto. Er staat een gevulde kipkar
op het smalspoor en een andere gevulde kipkar
wordt juist op een draaischijf
gedraaid → Een taak van het smalspoor was
dus de afvoer van de slakken, als opvolger van de kar(ren) met paard. Wat betreft de toepassingen van
de vergruisde en op maat gezeefde slakken werd in 1912 [4] gemeld: “Als zoodanig wordt het gebruikt voor terrein-ophooging, wegenaanleg, trottoirblokken, enz.” Rond 1921 werkte de Rotterdamse
vuilverbranding samen met de vuilverbrandingen in Amsterdam, Leiden en Den
Haag aan een onderzoek naar de afzetmogelijkheden van de vergruisde slakken
[7]. Uit [7] blijkt dat men in Amsterdam voor de verbranding ijzeren voorwerpen,
glas, papier en linnen verwijderde door
het nog onverbrande vuil langzaam over een transportband te laten
lopen. In Rotterdam vond echter geen enkele afvalscheiding voor de
vuilverbranding plaats. Een wat luguber voorbeeld staat hieronder. Interessant is dat op
onderstaande foto ook te zien is waar het smalspoor (en dus de slakken) naar
toe gaat: de slakken worden op een bult gestort. Daarvoor zal het smalspoor
op de bult regelmatig verplaatst zijn. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
↑ De
slakkenbreker - van de andere kant gezien - in 1925 [2] ↑ Er werd totaal
niet aan afvalscheiding gedaan. Zelfs een dood paard kon met een mantrolley
naar een oven worden gebracht, maar het paste natuurlijk niet in de standaard
plaatstalen bak. Daarom werd het rechtstreeks aan een mantrolley gehangen.
Ook aan deze kant van de slakkenbreker lag smalspoor. Er staan twee beladen
kipkarren op. Van het gebouw op de de bovenste foto van deze webpagina (een overdekte verzamelplaats voor afvalcontainers) is nog net een stuk van het dak boven de bult te
zien. De bult zal daarom – ruw geschat – zeven meter hoog zijn. Verder staat
de Kromhout loc op de bovenste foto op deze bult. Omdat de vergruisde en
gezeefde slakken op korrelgrootte werden gesorteerd zullen er meerdere bulten
zijn geweest. Dat wordt door luchtfoto’s [2] bevestigd. |
||||||||||||||||||||||||
|
Tractie: Fordson
tractorlocomotief Het
originele bijschrift [2] luidt: “Op een rails bij de afvalverwerking aan de Brielselaan staat een fordson
locomotief. Links op de achtergrond is de slakverwerkingsinstallatie in
beeld.” De
datering is: 1941/1945 [2]. Het betrof een “tractorlocomotief” op basis van een Fordson
landbouwtractor. Het is opvallend dat degene die deze foto’s bij het
Rotterdamse Stadsarchief heeft
beschreven de kennis had om een Fordson
tractorlocomotief te kunnen herkennen ! Verschillende
bedrijven vervaardigden op verschillende manieren Fordson
tractorlocs; zie hier. In het archief van de Eerste Nederlandse
Coöperatieve Kunstmestfabriek (ENCK) te Vlaardingen zijn foto’s van twee
verschillende Fordson tractorlocs aangetroffen. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Eén
van de twee tractorlocs bij de ENCK lijkt sterk op de Fordson
tractorloc bij de VVI. Gemeenschappelijke kenmerken
zijn onder andere: een buiten liggend plaatstalen frame, geveerde wielassen
met uitwendige aspotten en bladveren en een rooster om de radiateur te
beschermen. Er zijn ook verschillen. Zo lijken de roosters voor de radiateur
hetzelfde, maar de constructies waarmee ze op de tractorloc
zijn vastgezet zijn verschillend. De VVI tractorloc
op bovenstaande foto heeft lantaarns omdat er 24/7 gewerkt werd; de
tractorlocs bij de ENCK hebben dat niet. Op
de achterkant van de in 1926 bij de ENCK genomen foto’s staat het stempel
“General Equipment H. Linse Rhijnvis Feithstraat 43b Rotterdam”. General
Equipment H. Linse was een Technisch Handelsbureau. Het is niet bekend welke
firma de Fordson tractorlocs vervaardigd heeft. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Er is nog een foto van een Fordson tractorloc bij de VVI. Het originele bijschrift [2]
luidt: “Een medewerker van de Reinigingsdienst bestuurt een Fordson tractorlocomotief en duwt daarmee drie kiplorries
met slakmateriaal vooruit over een rails. Op de achtergrond is de
afvalverbrandingscentrale aan de Brielselaan in
beeld” → De datering is: 1941/1946 [2]. Helling op rijdt de loc achter
de kipkarren. Zo kan het geen kwaad als er een
koppeling breekt. Het staat dus vast dat er één Fordson tractorloc bij de VVI heeft gereden, maar het zouden er ook meer geweest kunnen zijn. |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
Tractie:
Kromhout Het originele bijschrift [2] luidt: “Twee slakkenbrekers (de naam slakkenbreker slaat hier dus niet op de installatie maar op de functie van het afgebeelde personeel) vervoeren met een dieseltrein drie wagons met slakken over het terrein van de afvalverwerking.” De datering is: 1947 [2]. De situatie is in drie opzichten gevaarlijk: de staande machinist kan gemakkelijk van de loc vallen; op de loc is geen ruimte voor een tweede persoon en daarom staat die gevaarlijk op een kipkar. En het is gevaarlijk dat met de loc voorop een helling op gereden wordt. Er is daarom via de website Delpher nagegaan wat er aan ongevallen bij de VVI in oude kranten heeft gestaan. Er werden verschillende ongevallen gevonden, maar de enige die wat met railvervoer van doen had was het van een steiger vallen van een ontspoorde kipkar boven op een aak. In [1]
staan de volgende gegevens voor de drie Kromhout type 2LS locs van de VVI: |
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
|
Kromhout Motor-nummer |
Versnellingsbak |
Koppeling |
In dienst bij VVI |
Laatst vermeld voor onderhoud door Kromhout |
|
|||||||||||||||||||
|
|
7569 |
Bostock & Bramley |
Vulcan Sinclair |
1935 |
1942 |
||||||||||||||||||||
|
|
7865 |
? |
Vulcan Sinclair |
1936 |
1947 |
||||||||||||||||||||
|
|
9008 |
Gmeinder |
? |
1940 |
? |
||||||||||||||||||||
|
Zowel uit de bovenstaande foto als uit het onderhoud door Kromhout
volgt dat tenminste één van de Kromhout locs de Tweede Wereldoorlog overleefd
heeft en in 1947 nog aanwezig was. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
Tractie:
Ruston 20 DL De aanwezigheid van Ruston locs is – net als de aanwezigheid van de Fordson tractorlocs alleen via foto’s [2] bekend. Het originele bijschrift van de bovenste foto luidt: |
|||||||||||||||||||||||||
|
“Op het terrein van de
afvalverbrandingsinstallatie aan de Brielselaan
staat voor het vliegaslokaal een diesellocomotief met een aangekoppelde
kiplorrie. Achter de vliegasinstallatie is een zeeschip in beeld dat is
aangemeerd in de Maashaven.”→ Het
gaat om een diesellocomotief van het Ruston & Hornsby type 20 DL.
Volgens deze
lijst met veel open plaatsen in de kolom 1ste bekende
eigenaar is de eerste loc van dit type en met een spoorwijdte van 700 mm in
1946 naar Nederland geleverd en de laatste in 1953. De Ruston
op de foto zal daarom tussen 1946 en 1953 gebouwd zijn. De loc draagt op de motorhuif het bekende R&H
logo |
|
||||||||||||||||||||||||
|
Waarschijnlijk werden geen zwaardere locs gebruikt
omdat een hoop van fijne slakkenkorrels onder het gewicht van een zware loc
kon gaan schuiven. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Het originele bijschrift [2] luidt: “Over een rails bij de
vuilverbrandingsinstallatie aan de Brielselaan
rijdt een Ruston locomotief. De diesellocomotief
trekt drie kiplorries met slakmateriaal voort.” → Net als hierboven bij de Fordson is het opmerkelijk dat de archiefmedewerker de locomotieffabrikant herkent. De
gemeenteraad gaf in 1958 toestemming voor de bouw van een nieuwe VVI, op
hetzelfde terrein als de oude. De heivergunning werd in 1962 verleend. De
nieuwe VVI werd in 1965 officieel geopend door de burgermeester, maar was
toen al maanden in bedrijf. Het smalspoor werd waarschijnlijk in 1962
opgedoekt (want het smalspoor zou anders de bouwwerkzaamheden op het krappe
terrein danig in de weg hebben gezeten). Deze in 1962 genomen foto zou dan
genomen kunnen zijn ter herinnering aan het smalspoor. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
Op de twee foto’s hierboven staat hetzelfde type
loc. Op de loc op de onderste foto staat het cijfer 2. Dat doet vermoeden dat
er ook een Ruston met het cijfer 1 bij de VVI is
geweest. Zeker is dat niet, want mogelijk was één van de Kromhouts nog als
nr. 1 aanwezig. Ook is het mogelijk dat op de twee foto’s twee verschillende Rustons staan. De Ruston op de
bovenste foto draagt aan de gefotografeerde linkerkant geen nummer, maar aan
de rechterkant zou nr. 1 kunnen staan. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
IJzerschroot Het ijzer dat in de slakkenbreker met magneten
tussen de slakken uit was gehaald volgde een andere route dan de vergruisde
en gezeefde slakken. Het werd namelijk niet op een hoop gestort, maar per kipkar naar een steiger vervoerd, waar het via een
hellend vlak in schuiten gekipt werd: Foto
uit 1947 [2] → Op de
achtergrond is één van de overdekte haventjes van de stortloods te zien en
uiterst links één van de luchtbruggen. Er staan nog minstens drie kipkarren
die nog gekipt moeten worden. In de route die de kipkarren
met ijzerschroot volgden kwamen geen steile hellingen voor. Zie de foto
hieronder: |
|
||||||||||||||||||||||||
|
↑ Detail
van een luchtfoto uit 1930 [2]. Rechtsboven ligt een drijvend dok in de
Maashaven. Linksboven ziet men de twee luchtbruggen met daaronder de
slakkenbreker. Van de rechterkant van de slakkenbreker loopt een
recht stuk spoor. Van de rechterkant van de slakkenbreker voegt een spoor
hierop in. Na een boog wordt de weg gekruist. Na de kruising met de weg loopt het spoor naar een
drietal steigers. De uiteinden van de linker en de middelste steiger zijn
verbonden door een vierde steiger. Het hier goed zichtbare smalspoor maakt
een lus. Aan de linkerkant van de middelste steiger is een hellend vlak
aangebracht en daaronder ligt een schuit. Aan de rechter kant van de
middelste steiger zijn twee hellende vlakken te zien. Daar liggen geen
schuiten onder. Aan de linkerkant van de rechter steiger zijn ook twee
hellende vlakken aangebracht. Daar ligt een schuit onder. Het is onduidelijk
of op deze steiger smalspoor ligt. Vanuit de lus loopt nog een spoor naar de
in 1930 gebouwde garage rechts onder. Waarschijnlijk werden de locs hier
gestald en onderhouden. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Ongeval Een citaat uit [8}: “Op het terrein van de gemeentelijke vuilverbranding aan de Brielse Laan in Rotterdamr was men vanmiddag bezig met het voortbewegen over een spoor van enige kipkarren door middel van een tractor (bedoeld zal zijn een tractorlocomotief). In een bocht is een van de kipkarren uit de rails gelopen en van ongeveer twee en een halve meter hoogte neergestort op het in de Maashaven liggend aakje „Op Hoop van Zegen", dat geladen was met as. De schipper, de vijftigjarige C. Vuyk uit Krimpen aan de IJssel, kwam onder de vallende kar terecht. Met een grote wond boven het rechteroog en een hersenschudding is de man naar het ziekenhuis aan de Coolsingel overgebracht.” Het lijkt zeer waarschijnlijk dat de ontsporing plaats vond op de steiger op bovenstaande foto, waar het smalspoor krappe bochten maakt. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Wagens Er zijn geen foto’s gevonden waarop een ander
wagentype dan een kipkar staat. Waarschijnlijk reed een loc steeds met drie kipkarren, want er zijn foto’s van een Fordson, een Kromhout en een Ruston
loc met drie kipkarren (en er zijn geen foto’s met
een ander aantal dan drie). Dit zou verklaard kunnen worden door de steile
hellingen van de ashopen. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
De as- of slakkenhopen Uit het voorgaande bleek dat de vergruisde slakken
in drie klassen van korrelgroottes gesorteerd werden en vervolgens met behulp
van het smalspoor op een hoop werden gegooid. Dat betekent dat er drie
verschillende hopen moeten zijn geweest. Dat klopt: in de luchtfoto hieronder
zijn die hopen aangeduid met S1 t/m S3. Bij hoge vergroting is smalspoor op
die hopen te zien: |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
↑ Luchtfoto
uit 1921 [2] Bij de schuiten is een steiger uit de luchtfoto hierboven in
aanbouw. In de Brielsche Laan rijdt een goederentram
van de RTM. I:
ingang van de VVI; E: “Electriciteitsfabriek”, S1
t/m S3: hopen met vergruisde slakken; B: ook hier lijken slakken gestort te
worden, maar onduidelijk is of dit bijvoorbeeld de “groote
brokken” of ijzerschroot betreft. De afstand tussen de slakkenbreker en de
stortplaats boven op een hoop waren gering, namelijk van de orde van grootte
van 100 meter. Waarom had de VVI dan drie Kromhout locs ? De VVI produceerde rond 1921 circa 35.000 m3
vergruisde slakken per jaar [7]. Dat komt overeen met ongeveer 100 m3 per
dag. Wanneer de kipbakken 1 m3 slakken
konden herbergen ging het om het 100 maal heen en weer rijden van een kipkar per dag. Hierboven bleek dat een trein uit een loc
en drie kipkarren bestond. Dat maakt 33 treinen of
wel bij de inzet van drie locs circa 11 treinen per loc per dag. Dat is
uiteraard een orde van grootte. Bij de inzet van twee locs komt men al op
circa 16 à 17 retourritten per loc per dag. De tijd die een retourrit kostte zou beperkt
kunnen worden als er al een set geladen wagens klaar stond wanneer er een loc
met lege wagens terug kwam. Of dat kon hangt van het railplan af. Uit de
foto’s blijkt dat aan beide zijden van de slakkenbreker een spoor ligt. Maar
het is niet duidelijk of beide sporen dezelfde functie hadden of dat het
rechter spoor alleen een omrijdspoor was. Duidelijk is wel dat er meer dan
één loc nodig was omdat een loc vanwege de hellingen slechts drie kipkarren trok of duwde. Uiteindelijk werden de vergruisde slakken
afgevoerd om gebruikt te worden voor onder andere terrein-ophoging en
wegenaanleg. De gemeente Rotterdam zal hier een stevige vinger in de pap
gehad hebben door bij dit soort projecten in de gemeente te eisen dat er
vergruisde slakken werden gebruikt. De afvoer zal sterk gevarieerd hebben,
want er moest niet elke dag bijvoorbeeld een toekomstige nieuwe wijk worden
opgehoogd. Ook hier kan men zich via een ongeval [9] een idee vormen van de
gang van zaken, in dit geval in 1937: “De asch, die als afval bij de Vuilverbranding steeds op een hoop wordt gebracht, ligt daar buiten en een koek vormt zich langzamerhand van de bovenlaag. Voor verschillende doeleinden wordt de asch gebruikt en zoo waren gistermiddag enkele werklieden, in dienst van de firma Hoogstad, ook bezig asch te laden op ’n auto. Deze had men tot dicht bij den hoop gereden om gemakkelijk te kunnen laden. De mannen stonden als het ware onder een dak, dat door de koek gevormd werd. Plotseling kwam er een scheur in die koek en groote stukken stortten omlaag. De twee mannen werden er als ’t ware onder bedolven. Van verschillende kanten schoot men te hulp en al spoedig had men de stukken weggewerkt en konden de mannen bevrijd worden.” Hoogstad was een grote Rotterdamse grint- en zandhandel. De VVI bemoeide zich dus niet zelf met de afvoer en er kwam geen smalspoor aan te pas. Op een
foto gedateerd als 1950/1960 is in dit terreingedeelte een graafmachine te
zien [10]. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
Conclusies 1) Bij de
in 1912 geopende Vuilverbrandingsinstallatie (VVI) aan de Briels(ch)e Laan in Rotterdam werden de slakken aanvankelijk met
door paarden getrokken karren vervoerd. 2) Tussen
1912 en 1925 werd een smalspoorbedrijf met een spoorwijdte van 700 mm actief.
Het werd opgedoekt in circa 1962, toen de VVI ingrijpend gewijzigd werd. 3) Vanaf
de opening in 1912 waren er ook monorails in gebruik: 4) In de
slakkenbreker werden de slakken – zoals de naam suggereert – in kleinere
stukken gebroken. Na dit vergruizen van de slakken vonden in dezelfde
installatie nog twee andere processen plaats die worden besproken in de
volgende punten 4) en 5) 5) Het
ijzerschroot werd magnetisch van de slakken gescheiden. 6) De
vergruisde slakken werden in drie klassen van korrelgrootte gezeefd. Elke
klasse had eigen toepassingen voor later hergebruik. 7) Bij de
VVI bestond een trein typisch uit een loc en slechts drie kipkarren,
waarschijnlijk vanwege de hellingen. 8) Het
staat vast dat er in chronologische volgorde bij de VVI de volgende lichte
locs gereden hebben: a) tenminste
één Fordson tractorloc b) drie
Kromhout locs van het type 2LS c) tenminste
één Ruston
& Hornsby loc van het type 20DL. |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
Opmerkingen: |
|
Een mantrolley is een bepaald type railhangbaan. Een railhangbaan is een hooggelegen monorail waarover een loopkat kan bewegen. Bij een mantrolley is de loopkat van een bestuurdersplaats voorzien. De aandrijving is elektrisch. Zie bijvoorbeeld N. Schouten, Intern Transport in de PIE Rapportenreeks 39, 1999. 20. |
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
In elk geval in 1960 had de VVI een spooraansluiting (zie hier onder ROTTERDAM ZUID G en dan Gemeentelijke Vuilverbranding Maashaven W.Z.). |
|||||||||||||||||||||||
|
|
c) |
|
Koningin Wilhelmina opende de VVI op 13-04-1912. Ze kwam nog een keer terug op 04-09-1913 om de installatie en het proces eens aan het werk te zien. Op één van de bij die laatste gelegenheid gemaakte foto’s is smalspoor te zien. Waarschijnlijk betreft het bij de bouw gebruikt smalspoor. |
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||
|
Met dank aan: |
Kees Plug en Ben van Wevering. |
||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||
|
Bronnen: |
[1] |
|
A. Steenmeijer; Kromhout;
Canaletto/Repro Holland, Alphen a/d Rijn, 2002. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[2] |
|
Stadsarchief Rotterdam. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[3] |
|
Het Rotterdamsch parool 26-01-1965 |
||||||||||||||||||||||
|
|
[4] |
|
De Vuilverbrandings-inrichting te Rotterdam, Het leven; geïllustreerd, jrg 7, 1912, no. 36, 03-09-1912 pp. 1139-1141. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[5] |
|
Ir. M. A. van der Perk; De ingenieur; jrg. 27 (1912), no 46, 16-11-1912, p. 926. Zie deze link. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[6] |
|
De ,,vuilverbranding" te Rotterdam, De School met den Bijbel, jrg. 10, 1912-1913, no. 23, 05-12-1912, pp. 371-372. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[7] |
|
ir. F. C. J. van den Steen van Ommeren; Onderzoek inzake lichtbeton, een nieuw materiaal voor woningbouw; De ingenieur jrg. 36 (1921), no 1, 01-01-1921, pp 10 – 19. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[8] |
|
Bijvoorbeeld: Eindhovensch dagblad d.d. 22-09-1937. |
||||||||||||||||||||||
|
|
[9] |
|
Artikel “ONDER ASCHAFVAL BEDOLVEN. Twee werklieden gewond” in Nieuwsblad van het Zuiden d.d. 26-06-1937. |
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
Stadsarchief Rotterdam, toegangsnummer 4039; nummer: 8-51-360j. |
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
{ |
|
||||||||||||||||||||||||
|
Terug/verder naar: |
|
||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||