fabrieksspoor los

 

Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Traversen (rolbruggen, rolbanen, traverseerinrichtingen)

 

HPIM3385klein

← De zesde en laatste 1200 pk loc voor de StaatsSpoorwegen op Java werd op 29-02-1928 door een arbeider met een kaapstaander op de rolbrug van de Heemaf in Hengelo getrokken [1]. Op de rolbrug was namelijk geen bovenleiding.

logo heemaf tek

 

Inleiding

Een rolbrug is een constructie met daarop een spoor voor het te verplaatsen railvoertuig. De rolbrug kan dwars op de lengterichting verplaatst worden omdat ze rust op flenswielen die “rollen” over twee of meer spoorstaven die loodrecht op de lengterichting van de rolbrug lopen. Zo kan het voertuig op de rolbrug verplaatst worden naar sporen die evenwijdig lopen met het spoor waar het voertuig vandaan kwam. Zo’n verplaatsing kan ook met wissels bereikt worden. Het voordeel van een rolbrug ten opzichte van wissels is de grote ruimtebesparing.

Anno 2014 zijn er in Nederland nog steeds rolbruggen in gebruik, bijvoorbeeld bij Shunter aan de Waalhaven en de Euromax Terminal.

 

Benamingen

Het gebruik van steeds hetzelfde woord is duidelijker dan het afwisselend gebruik van verschillende woorden die hetzelfde betekenen. Op deze webpagina zal daarom bij voorkeur het woord rolbrug gebruikt worden.

Voor de goede orde moet wel opgemerkt worden dat er diverse benamingen in gebruik zijn: rolbrug, rolbaan, rolwagen, traverse, traverseerinrichting en elektrische schuifvloer (zie ook opmerking a). Vaak hebben die benamingen meerdere betekenissen. Zo is een rolbrug ook een bepaald soort ophaalbrug en een traverse is ook een ongelijkvloerse voetgangersoversteek.

 

Soorten

Er zijn twee soorten rolbrug:

NL-ZlHCO_464-2_FDHEEMAF062230.jpg

-

 

 

 

Rolbruggen in een verdiepte kuip

De rails op de rolbrug liggen op gelijke hoogte met de aan- en afvoersporen. De rolbrug rolt op dieper liggende rails.

 

De rolbrug van Heemaf in Hengelo dateert uit de tijd van de bouw van motorwagens en Elocs voor de Staats Spoorwegen op Java, waarvan de laatste in 1928 proefreed (zie hier). Op 27-08-1955 probeerde Heemaf of de rolbrug ook voor vrachtwagens (hier een Kromhout) bruikbaar was [1] →

De rolbrug rust op 5 x 2 flenswielen. De spoorstaven voor deze wielen liggen verdiept. Aan één kant worden de middelste drie wielen elektrisch aangedreven. De stroomtoevoer gaat via een kabel (rechtsonder in beeld).

-

Rolbruggen zonder kuip

De spoorstaven waarover de rolbrug rolt liggen op dezelfde hoogte als de aan- en afvoersporen (en zijn bij de kruisingen onderbroken). Het spoor op de rolbrug ligt zodoende hoger. Daarom zijn er op- en afrijdtongen.

Die tongen zijn doorgaans verend en passeren bij het rollen van de rolbrug de aansluitende sporen op enige hoogte. Ze worden ingedrukt door de wielen van het de rolbrug op- of afrijdende voertuig.

 

Conrad Stork leverde in 1949 of 1950 een rolbrug aan Beijnes Beverwijk. Er is geen kuip. De tongen op de voorgrond kunnen kennelijk met de slinger links opgetild worden om obstakels te vermijden [2] →

TraverseBeijnesGaHetN.jpg

 

 

 

 

Nederlandse fabrikanten van rolbruggen

-

Conrad-Stork

 

Net als de vorige foto heeft deze foto betrekking op de rolbrug van Beijnes Beverwijk. Deze foto is van latere datum, want het bedieningshuisje ontbreekt op de vorige foto. Er is een witte plaat op bevestigd. Bij hoge vergroting is te zien dat daar Conrad-Stork op staat. Het is nu ook duidelijk hoe het rollend materieel de rolbrug op- en afkwam, namelijk met de Beijnes bedrijfsloc, ex-NS sik117.

Foto: Wim de Ruiter→

 

Het sporenplan van Beijnes in Beverwijk bestond vrijwel alleen uit deze rolbrug met aan beide zijden vele aansluitende sporen. Er was maar één wissel:

 

Deze tekening is gemaakt op basis van een deel van een tekening uit 1948 [3]. De gestreepte zes rode sporen zijn die voor de (niet getekende) rolwagen. De lengte van de rolwagen was circa 27 meter. Er moest immers een rijtuig op kunnen →

 

Beijnes verhuisde in 1950 van Haarlem naar Beverwijk en bouwde daar o.a. voor NS plan E rijtuigen (circa 22 m lang), tussenrijtuigen voor de dieseldrieën en Hondenkop-treinstellen  [4]. Deze rijtuigen zullen dus op de rolbrug hebben gestaan. Ook werden de eerste gelede trams voor het GVBA gebouwd in licentie van Schindler. In 1959 werd Beijnes door Werkspoor overgenomen. Van 1960 tot de sluiting in 1963 werden er onder andere Volvo personenauto’s geassembleerd. Carrosserieën van de Volvo Amazone kwamen uit Zweden per schip in Delfzijl aan en gingen vandaar per spoor naar Beverwijk [5].

1 Beynes Beverwijk ex NS Locomotor   Schwarzkopf 9933-1930.jpg

Beijnes sporenplan.jpg

 

-

Stork Hijsch

 

Deze elektrische rolbrug met slechts 30 ton draagvermogen werd -waarschijnlijk in 1916- door Stork Hijsch gebouwd voor Werkspoor Zuilen [2] →

 

De spoorstaven op de rolbrug eindigden in vingers (tongen) die op  spoorstaven “op de vaste wal” kwamen te liggen. De rolbrug was bedoeld voor meerdere spoorwijdtes. Tegen het bedieningshuis is een lier gemonteerd en ter weerzijden staan horizontale katrollen. Hiermee werden de railvoertuigen van en op de rolbrug getrokken. In de vier half cilindrische kappen zitten de wielen van de rolbrug. Alleen het paar wielen bij het bedieningshuis werd aangedreven.

 

Stork Hijsch 307 electrische traverse voor Werkspoor Zuilen, 30 ton.JPG

TraverseFigee.jpg

-

 

Figee in Haarlem

 

Het oorspronkelijke bijschrift uit 1918 luidt:Eén der zes electrische traverseerinrichtingen geleverd aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen” [6]. Ook deze rolbrug heeft tongen voor het op- en afrijden. De voeding is elektrisch, via een bovenleiding. De aangedreven wielen zijn groter dan de loopwielen.

 

In 1913 heeft Figee een rolbrug geleverd aan het GVB in Amsterdam [6].

 

-

NV Transportwerktuigen-en Machinefabriek v/h G.B. Sanders & Zoon uit Enschede [7].

 

-

ODS (voorheen Oving)

ODS komt nog ter sprake met de rolbrug voor het normaalspoor van de Nederlandse Wegtanker Maatschappij in Pernis, maar maakte vooral rolbruggen voor het smalspoor van de steenindustrie.

-

Bemo

Bemo komt ter sprake bij de Euromax terminal.

 

Er zullen meer Nederlandse machinefabrieken zijn geweest die rolbruggen hebben gebouwd.

 

Toepassingen

 

-

 

Bedrijven voor nieuwbouw, onderhoud en stalling van rollend materieel

Een grootschalig voorbeeld was de fabriek van Werkspoor in Zuilen bij Utrecht: bij de opening in 1916 waren er negen rolbruggen, waarvan er twee elektrisch bediend werden [8]. Eén van die laatste twee zal de hierboven genoemde door Stork-Hijsch gebouwde rolbrug zijn. De negen rolbruggen zijn hieronder in rood ingekleurd op een tekening uit [8]:

 

 

Ter toelichting:

Het sporenplan is eenvoudig: na de spooraansluiting (rechtsboven) geeft een wissel toegang tot twee hoofdsporen (één boven de gebouwen A t/m E en één tussen de gebouwen F en O). De rolbruggen verbinden de sporen in de gebouwen met één van deze hoofdsporen (of allebei). In 1916 werden er nog alleen goederenwagens en personenrijtuigen gebouwd, die grotendeels uit hout bestonden. Vandaar de op één lijn liggende zagerij A, nathoutloodsen B, drooginrichting en buigerij C, drooghoutloodsen D en de houtwerkplaats E. Het hout belandde uiteindelijk in de wagenmakerij H. Daarheen kwamen via de rolbruggen ook materialen uit het magazijn N, de werkplaats voor ijzerbewerking F en de wielenwerkplaats M (met een groot aantal sporen voor wielstellen rechts van het gebouw). Het in H gebouwde materieel kwam via een rolbrug (waarop de langste personenrijtuigen pasten) bij de lakkerij K of de wagenschilderswerkplaats L.

 

Van de fabrieken van rollend materieel werden de rolbruggen van Heemaf en Beijnes al hierboven genoemd en geïllustreerd. In deze drie gevallen (Werkspoor, Heemaf, Beijnes) bedienden de rolbruggen hallen ter weerzijden van de rolbrug. Dat was niet het geval bij de anno 2014 nog bestaande rolbrug van Allan in Rotterdam. Deze rolbrug (met kuip) werd met de gebouwen overgenomen door de RET.

Er zijn 21 standen en er zijn aansluitingen op zowel de RET als het openbare spoorwegnet.

De in 2006 geopende nieuwe vestiging van de firma Shunter aan de Albert Plesmanweg in Rotterdam heeft een rolbrug met 14 sporen – zowel in de hal als op het buitenterrein - die ook allemaal aan één lange zijde van de kuip zijn gelegen. Het feit dat het sporenplan van Shunter behalve het aansluitwissel geen enkele wissel bevat, is een goed voorbeeld van de ruimtebesparing door een rolbrug. De rolwagen is gebaseerd op een Demag bovenloopkraan. De locs worden de rolbrug op- en afgereden door een Zagro Maxi Rangierer. Zie hier voor foto’s.

 

Vele spoor- en trambedrijven hadden/hebben rolbruggen, maar vallen buiten het kader van deze website, namelijk industriespoor. Toch moet hier de voormalige NS Wagenwerkplaats in Amersfoort genoemd worden en wel omdat daar twee rolbruggen als vrij toegankelijk monument bewaard zijn gebleven. Daarvan bestaat een uitstekende beschrijving [7]. Deze rolbruggen zijn voorzien van hydraulisch bediende wielklemmen voor de wielen van de te verplaatsen wagons.

 

-

Laad-, los- en reinigingsinstallaties

Het gaat er hier om dat een wagen door een installatie getrokken of geduwd wordt. Nadat er in de installatie iets met de wagen gebeurd is (lossen, laden, reinigen) wordt de behandelde wagen via een rolbrug op een ander spoor gezet.

Stel dat een trein ter lengte X door een losinstallaties getrokken of geduwd wordt. Voor die installatie is een spoorlengte X nodig voor de volle wagens en erachter nog eens  een spoorlengte X om de lege wagens op te stellen. De totale lengte van het spoor door de installatie is dus minstens 2X. Een rolbrug bij de losinstallatie is nuttig als een dergelijke smalle, maar lange strook grond niet ter beschikking staat en wel een kortere maar bredere strook. Met de rolbrug worden de wagens na lossing op een spoor voor lege wagens gezet. Er zijn nu twee sporen met elk een lengte X nodig. Uiteraard is het ook mogelijk om vier sporen (twee voor volle en twee voor lege wagens) met elk een lengte X/2 op de rolbrug aan te sluiten.

Bij deze toepassingen is het aantal sporen beperkt en ze zijn maar aan één lange zijde van de rolbrug aangesloten.

DM traverse.jpg

 

← De Domaniale Mijn in Kerkrade nam in 1927 een “elektrische schuifvloer” in gebruik [9]

 

Te zien is dat de verende tongen de rails niet raken. Bij het op- of afrijden van de traverse worden de tongen door de wagen tegen de rails gedrukt.

Opvallend is de zware constructie van de rolwagen. De meeste andere hier geïllustreerde rolwagens zijn (veel) lager, maar worden door meer assen ondersteund.

Een interessant detail is de bel.

 

De kolentip met rolbrug van de centrale Harculo wordt op een aparte webpagina besproken.

Een ander voorbeeld betreft de vestiging uit 1964 van de Nederlandse Cement Handels Maatschappij ofwel NCH(M) aan de Eerste Eemhaven in Rotterdam →

 

Per schip aangevoerde cement werd in indrukwekkende silo’s opgeslagen en kon in vrachtwagens en spoorwagens worden overgeslagen.

NCH kaart.JPG

 

Rotterdam Bunschotenweg rolbrug NCH cement-2 23-06-1995.jpg

Hoewel dat niet op de kaart hierboven is aangegeven waren de beide kopsporen door een traverse verbonden, zoals blijkt uit de foto:

 

← Maarten van der Willigen, 23-06-1995. Volgens een fabrieksplaat is de traverse – met een draagvermogen van 40 ton -in 1963 door het op dat gebied bekende Windhoff gebouwd. De kaapstaanders dienen om een wagen de traverse op of af te trekken.

 

De bedoeling was kennelijk om een wagen direct na laden op het andere kopspoor te zetten, zodat op het vrijgemaakte kopspoor de volgende wagen geladen kon worden. Al in of voor 1990 was hier geen treinverkeer meer.

 

De Nederlandse Wegtanker Mij (NWM) opende in 1991 een nieuwe vestiging in Pernis, waar zowel tankauto’s als ketelwagens gereinigd werden. Strukton verzorgde de spooraanleg. Omdat er weinig ruimte voor wisselverbindingen was, werd gekozen voor een rolbrug met vier aansluitende sporen. ODS leverde de rolwagen en Vector Aandrijftechniek de elektrische aandrijving. De rolbrug liep op 4 x 2 wielen, waarvan er vier werden aangedreven. De vergrendeling gebeurde pneumatisch [10].

 

Dit detail van een 3D schets op

http://www.rotterdamstanktransport.nl

geeft een beeld van de situatie →

 

De NWM spooraansluiting  verdween  al in 1998 vanwege de verdubbeling van de Beneluxtunnel. Het bedrijf heet anno 2014: Tank Services Pernis.

Traverse NWM 3D.jpg

Traverse NWM Pernis met loc.jpg

Traverse NWM Pernis met 2 tankwagens en Unimog.jpg

↑ Er eindigden vier sporen op de rolbrug. De maximaal toegelaten belasting was 85 ton [10].

↑ De lengte van de rolbrug was 27 meter, voldoende voor twee tweeassige ketelwagens en een Unimog[10]

  

-

Speciale toepassing: Euromax Terminal         

De Euromax Terminal op de Maasvlakte heeft 7 sporen, waarvan er 1 als omloopspoor gebruikt wordt. Alle 7 sporen eindigen op een door Bemo gebouwde, eind 2007 in dienst genomen rolbrug. Na binnenkomst van een goederentrein op 1 van de 6 daarvoor bestemde sporen wordt de loc ontkoppeld en via de rolbrug naar het omloopspoor gebracht.

 

Smalspoor

Tot dusverre ging het over normaalspoor.

Rolbruggen voor smalspoor kwamen veel voor in de grofkeramische industrie.

 

Bij kalkzandsteenfabrieken werden rolbruggen gebruikt voor het vervoer van de stenen van en naar de hardingsketels; zie bijvoorbeeld hier. In de baksteenindustrie werden rolbruggen gebruikt om wagens met pas gevormde ongebakken stenen naar de drooghutten te vervoeren.

 

Een door Heemaf met een gemotoriseerde rolwagen van de steenfabriek Mutsaerts (later de Wolfswaard) bij Opheusden [1]→

 

Rechts zijn de drooghutten te zien. Daartussen ligt smalspoor. Op de rolwagen staan wagens met pas gevormde ongebakken stenen. De elektriciteit wordt met twee rollen van een bovenleiding afgenomen.

Hiervoor of misschien tegelijkertijd gebruikte Mutsaerts paardentractie voor de traverse. Dat gebeurde ook elders. Zie hier voor een voorbeeld.

NL-ZlHCO_0464.2_020733.JPG

Bij de Hollands Duitse Steenfabriek in Spijk was het voortbewegen van de traversewagen bijzonder: de traversewagen werd verplaatst door een Spoorijzer Railtractor. Die reed op smalspoor in de traversebak en was met de traversewagen gekoppeld [12]. Tegenwoordig is het dieselloc 16 van de Stoomtrein Valkenburgse Meer.

  

Tot besluit iets bijzonders:

 

Steenfabriek Hylkema bij Delfzijl, 1999 [13]→

 

Zoals uit andere foto’s op deze webpagina blijkt, kwam bovenleiding bij rolbruggen meer voor. De rolbrug van Hylkema lijkt echter weinig op de andere, vooral omdat de rolwagen niet over één recht stuk spoor rijdt, maar over een emplacement met wissels en bogen. Het systeem is in 1950 geleverd door Bischoff & Hensel in Mannheim. Het spoor heeft een spoorwijdte van 1000 mm; de afzetwagens met de rauwe stenen rijden op 500 mm spoor.

Na het beeindigen van de productie in 2002 was de fabriek van 2006 tot 2010 een museum -onder de naam  Fivelmonde- dat ook voor feesten en partijen kon worden gehuurd. Deze foto uit die periode geeft een indruk van het sporenplan.

TraverseHylkema.jpg

 

 

Crailoo ketelwagentje.JPG

Traversewagen met paardentractie

 

 

  houtbereiding van de HIJSM in Crailoo [14]

 

De traversewagen rijdt op normaalspoor. Dwars erop staat een “ketelwagentje” op smalspoor.

Ketelwagenjes werden staande op een traversewagen geladen met houten bielsen. Daarna trok een paard 2 of 3 traversewagens naar de creoseteerketels. Per ketel werden 3 ketelwagenjes met mankracht naar binnen gereden. Na het creoseteren werden de ketelwagentjes over het smalpoor naar buiten gereden, op een perron ontladen en weer per stuk op een traversewagen geplaatst [12].

 

Opmerkingen:

a)

In [11] wordt als definitie gehanteerd:

Een rolwagen rijdt in een verzonken kuip. Het rolwagenspoor ligt op gelijke hoogte als de toeleidende sporen, die ter plekke van de rolwagen zijn onderbroken.

De looprails van een traverse kruisen de toeleidende rails die niet zijn onderbroken. Het traversespoor ligt daarom wat hoger dan de toeleidende sporen en er zijn dus “opritjes” nodig.

In de meeste publicaties – en in deze webpagina – worden de begrippen rolwagen en traverse door elkaar gebruikt en blijkt uit tekst of foto of er sprake is van een verzonken kuip of niet.

b)

De Stoomtrein Valkenburgse Meer heeft twee rolbruggen:

 

2013-04-20 10.13 C.jpg

 

↑ De nieuw gebouwde rolbrug van de motorlocomotievenloods rijdt in een kuip. Drie van de zes wielen worden via een zwengel met de hand bewogen. Foto: Martin van Oostrom, 20-04-2013.

 

Voor het museumgebouw ligt –ook in een kuip- een ex HTM rolbrug, die door een motor wordt aangedreven.

c)

Hierboven bleek dat Werkspoor in Zuilen negen rolbruggen had, waarvan twee elektrische. De vraag rijst hoe de andere zeven rolbruggen bewogen werden. Waarschijnlijk met een zwengel, zoals onder opmerking b.

d)

Na de sluiting van Beijnes in 1963 werden terrein en gebouwen een aantal jaren door Hoogovens gebruikt. Tegenwoordig zijn er winkels [4]. De spooraansluiting werd in 1975 opgebroken.

e)

Rolbruggen van het type zonder kuip zijn moeilijk op schaal te maken, onder andere vanwege de verende tongen. Voor modelbanen zijn dan ook alleen rolbruggen te koop van het type met kuip. Hierdoor ontstaat misschien de indruk dat het type zonder kuip weinig voorkwam. De bovenstaande foto’s tonen dat dit niet het geval is.

 

 

Met dank aan:

Dhr. J.A.P.M. Meijer (ODS), Ronald Smits (Shunter), Rob Kaptein, Martin van Oostrom en Wim de Ruiter.

 

 

Bronnen:

[1]

De verschillende bedrijfsfotografen van Heemaf hebben tienduizenden foto’s op glasplaten gemaakt. De glasplaten bevinden zich in het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle. Een toenemend deel ervan is via internet te bekijken. Afdrukken zijn te vinden in tientallen albums in de bibliotheek van het HEIM in Hengelo. Bovendien zijn afdrukken gebruikt in bijvoorbeeld jaarverslagen en het jaarlijkse tijdschrift Heemaf Post.

[2]

Bron van de foto: Conrad Stork collectie van www.gahetna.nl

[3]

Het Utrechts Archief, Toegangsnummer 943 (NS: vervoer en exploitatie), Dossiers inzake de wijzigingen van spooraansluitingen bij stations, 1947-1977.

[4]

Webpagina over Beijnes Beverwijk:
http://www.renemathot.nl/Pagina%2023%20Spoorwegen-Beijnesfabriek%20Beverwijk.html

[5]

Nieuwsblad Van Het Noorden, 03-02-1960.

[6]

Figee stuurde relaties elk jaar een agenda. Zo’n boekwerkje met harde kaft was een combinatie van

-        een agenda met dagindeling en bijvoorbeeld de posttarieven,

-        een polytechnisch zakboekje,

-        uitgebreide informatie over Figee producten (geïllustreerd met foto’s).

In het Noord Hollands Archief zijn Figee agenda’s aanwezig uit de jaren 1913, 1918, 1920 en 1947. De foto staat in de agenda van 1918.

[7]

Op www.kranenprojekt.nl is een uitstekende beschrijving te vinden van de twee als monument bewaarde rolbruggen van de voormalige NS Wagenwerkplaats Amersfoort.

[8]

M.H. Damme, “De nieuwe fabriek bij Utrecht van de Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, genaamd Werkspoor ”, De Ingenieur 37 (1916).

[9]

Tekst: Limburger koerier en Limburgsch dagblad, beiden 29-10-1927

Foto: website www.domanialemijn.nl van Paul Geilenkirchen. Deze website is in 2014 opgeheven.

[10]

Publicatie van Vector Aandrijftechniek.

[11]

Waldorp, H.; Meene, J.G.C. van de; “Locomotiefloodsen en tractieterreinen in Nederland 1839-1958”; Schuyt 1992.

[12]

Informatie van Henk Sluijters.

[13]

Foto van Dick Vader in het artikel Unieke Treintjes door Stijn van Genuchten in Forum (VNO, NCW) d.d. 26-08-1999, toegestuurd door Rob Kaptein.

[14]

H.P. Maas Geesteranus, “De nieuwe stapelplaatsen en houtbereidingsinrichting Crailoo van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij te Hiversum”, De Ingenieur, 1910 (Jaargang 25), No. 42, 802-812.

 

 

 

 

{

Materieel

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud