Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Tractorlocomotieven

 

Inleiding

Onder tractorlocomotief (of locotractor of railtractor) zal hier worden verstaan een locomotief die grotendeels (motor, transmissie, motorkap) op een tractor is gebaseerd. Alle tot nu toe in Nederland bekende voorbeelden zijn gebaseerd op de Fordson tractor. Die werd sinds de Eerste Wereldoorlog door Ford geproduceerd, eerst het type F (20 pk, 1324 kg) en van 1929 tot en met 1945 het type N (26 pk, 1632 kg).

Ze waren dus relatief goedkoop (zie echter hieronder), op den duur betrouwbaar en door elke Ford dealer te onderhouden. Ford dealers verkochten indertijd namelijk niet alleen personenauto’s,  maar ook vrachtwagens en tractoren. Een Ford dealer kwam makkelijk in contact met potentiële klanten van een tractorlocomotief door de verkoop van een personenauto of vrachtwagen aan bijvoorbeeld een aannemer of een directeur van een steenfabriek.

Tegenover deze voordelen stonden ook enkele nadelen:

-

 

Een Fordson tractor had drie versnellingen vooruit en maar één versnelling achteruit. Een smalspoorloc (of een industrieloc op normaalspoor) moet echter liefst even snel vooruit en achteruit kunnen rijden. Bij veel types smalspoorloc zit de machinist dan ook dwars op de rijrichting en heeft zo een goed zicht naar zowel voor als achter.

Men moest ofwel een keerkoppeling inbouwen ofwel het  nadeel van maar één versnelling achteruit voor lief nemen. Dat kon door met de volle kipkarren vooruit te rijden en met de lege achteruit. Zo waren de snelheden van de door Thiadens tot locomotief verbouwde Fordson tractoren 4, 7,5 en 18 km per uur vooruit en 7,5 km per uur achteruit. De laagste snelheid met de hoogste trekkracht was dus alleen vooruit beschikbaar. Inderdaad liepen de twee nog te bespreken Fordson tractorlocs van aannemer Groot & Zn uit Woude bij grondvervoer op Terschelling met de lege trein achteruit [1].

-

De achterwielen van een (Fordson) tractor zijn veel groter dan de voorwielen en alleen de achterwielen zijn aangedreven. Het zonder meer vervangen van de wielen door vier gelijke spoorwielen was dus geen oplossing.

 

Andere bijzonderheden zijn:

-

(Fordson) tractoren hebben geen onderstel (chassis) zoals vrachtwagens en personenauto’s wel hadden: de motor, transmissie en behuizing van de achteras vormden één stijf geheel waaraan de rest bevestigd was. Een ombouw tot locomotief bracht vaak met zich mee dat er alsnog een frame vervaardigd moest worden.

-

Fordson tractoren hadden aanvankelijk geen rem. Het differentieel was namelijk bij de Fordson F en N via een zelfremmende wormwielaandrijving met de versnellingsbak verbonden. Met andere woorden: het door de motor aangedreven wormwiel kon wel het rondsel op het differentieel laten ronddraaien, maar omgekeerd kon het rondsel niet het wormwiel laten draaien. Er werd geremd door de koppeling in te trappen. Men kon een Fordson tractorloc dus niet laten uitrollen. Pas bij het vanaf 1945 gebouwde type E27N -  ofwel de Ford Major – werd de wormwielaandrijving vervangen door een pignon en kroonwiel [2].

(Ver ?) voor 1937 kregen de Fordson tractoren twee rempedalen, één voor het rechter achterwiel, één voor het linker achterwiel. Normaal waren de rempedalen gekoppeld [1]. Het differentieel maakte het mogelijk door de rempedalen te ontkoppelen en bijvoorbeeld alleen links te remmen, een zeer scherpe bocht naar links te draaien.

Het gaat hier dus om tractoren die op de rails reden. Voor tractoren die tussen of naast de rails reden: zie hier en daar.

Fabrikanten

Alleen al in Engeland hebben vijf firma’s locs gebouwd uitgaande van Fordson tractoren, al werd soms alleen de losse motor met koeling en benzinetank gebruikt [2]. In Nederland waren in elk geval de volgende firma’s op dit gebied actief:

-

Thiadens in Stadskanaal wordt op een aparte webpagina van deze website besproken. Daar worden 8 tractorlocs voor 7 klanten genoemd. Deze getallen zijn vooral gebaseerd op een folder van Thiadens. Het is goed denkbaar dat er nog tractorlocs zijn gebouwd nadat de folder gedrukt was. Voor zover bekend werden de tractorlocs in de periode 1931 – 1936 gebouwd.

In de folder van Thiadens staat onder meer: “De Fordson wordt geheel ongewijzigd gemonteerd, zoodat deze te allen tijde ook weer voor andere doeleinden kan worden gebruikt.” Dat lijkt er op te duiden dat Thiadens geen losse Fordson onderdelen bestelde om een loc van te bouwen, maar een complete tractor.

 

Terschelling, 1932/1933 →

Collectie A. Groot, via Toon Steenmeijer

 

Hier is één van de twee Thiadens/Fordson tractorlocs van aannemer Groot te zien. Thiadens heeft uit profielen een frame vervaardigd. Prominent aanwezig zijn de kettingkasten met daarin de kettingen van de oorspronkelijke achteras naar de nieuwe achteras. Het stuurwiel is verwijderd, maar de stuurkolom is gebleven. Rechts van en evenwijdig met de stuurkolom is een stang gemonteerd, die aan de bovenkant eindigt in een handwiel. Dat is de in de folder genoemde “handrem op vier wielen werkend”. Waarom Thiadens deze handrem heeft aangebracht terwijl via de worm kon worden geremd is onbekend. Mogelijk was het om geleidelijker te kunnen remmen en/of om de kettingen en de wormoverbrenging niet te zwaar te belasten.

FordsonHandremTerschelling.jpg

-

de scheepswerf Botje, Ensing & Co in Groningen komt op de webpagina over de steenfabriek FOW in Groenlo ter sprake. FOW heeft geen tractorloc gekocht, maar verderop op deze pagina wordt een voorbeeld genoemd.

-

General Equipment H. Linse te Rotterdam (vaak simpel General Equipment genoemd) [4]

Volgens het Handelsregister werd de firma “General Equipment H. Linse” op 14 december 1926 opgericht met als doel “Import en export van automobiel & tractor uitrusting en toepassingen in meest uitgebreide zin; Technisch Bureau”. Het adresboek van 1928 noemt als adres Rhijnvis Feithstraat 43b en als activiteit automobielimport, maar vanaf 1929 wordt ook hier gesproken over automobiel- en tractoruitrustingen. Er bestond een relatie met de Eerste Voorburgsche Autohandel, want blijkens een advertentie in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 14-04-1928 konden belangstellenden voor de functie van automonteur in Voorburg zich ook bij General Equipment melden.

In 1929 blijkt de firma te zijn verhuisd naar de Mathenesserdijk en vanaf 1934/35 wordt daarnaast een garage in de Willem Beukelszstraat (een zijstraat van de al genoemde Mathenesserdijk) genoemd. In de jaren 1930 – 1934 worden advertenties van buitenboordmotoren van verschillende merken in het Rotterdamsch Nieuwsblad geplaatst. Na het bombardement van Rotterdam verhuist de firma naar Zeist, later naar Oosterhout.

Mogelijk was het geen fabrikant, maar importeur van complete tractorlocs. In dat geval is het echter onbekend welk merk tractorloc geïmporteerd werd.

-

Ford(son) zelf:

Activiteiten van Ford(son) op het gebied van tractorlocomotieven

In 1925 kreeg de steenfabrikant Daams een offerte van de Ford dealer Rosier & Meijer in Arnhem [5]. De volgende punten vallen hierin op:

-

Er worden geen bedrijven genoemd die al een dergelijke Fordson tractorlocomotief in gebruik hebben. Waarschijnlijk waren die er toen nog niet.

-

Er worden twee types genoemd. Die zullen hieronder besproken worden:

Het goedkoopste type van f 3150 weegt 2 ton. Over het aantal assen en het aantal versnellingen wordt – anders dan bij het duurste type - niets gezegd. Waarschijnlijk was er maar één as aangedreven en was er geen keerkoppeling aanwezig. De tractorloc van Thiadens woog ook 2 ton en had ook geen keerkoppeling, maar was wel op beide assen aangedreven. Dat type kan het daarom niet geweest zijn. Het type op de volgende foto zou het wel heel goed geweest kunnen zijn, te meer omdat het daar ook om een Ford dealer gaat.

Archief Eemland_Amersfoort_AFT004001736_02.JPG

← collectie Kees Plug. Zie hier en daar

voor meer foto’s.

 

In 1925 organiseerde Ford dealer L.A.A. van Hamersveld te Amersfoort een Fordson demonstratie op de boerderij De Harskamp. Advertenties vermeldden alleen toepassingen in de landbouw, dus is het niet zeker dat de foto toen is gemaakt.

De ombouw is beperkt: de voorwielen zijn vervangen door een niet aangedreven draaistel en in plaats van de originele achterwielen zijn spoorwielen van ongeveer dezelfde diameter gemonteerd. De spatborden waren niet de standaard spatborden van Fordson. Spatborden waren voor de gewone Fordson tractoren vanaf 1923 als extra verkrijgbaar en waren pas vanaf 1929 standaard.

Aan de voorzijde is geen mogelijkheid tot koppelen. De slinger zit nog op zijn plaats om de motor te starten.

Dit was bepaald niet de enige demonstratie van de Fordson tractor. Beperken we ons tot advertenties waarin als toepassing onder meer “draagbaar spoor” werd genoemd, dan vonden in 1925 in elk geval demonstraties plaats in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, telkens gedurende enkel dagen.

FordsonBosspoorwegFrankrijk.JPG

← De tractorlocomotief op deze foto lijkt wel heel sterk op de bovenstaande tractorlocomotief  in Amersfoort.

 

Volgens de bijbehorende tekst op deze website betreft het een Fordson tractorlocomotief die in 1925 in actie is op een Franse bosspoorweg met een spoorwijdte van 700 mm. Op dezelfde website is nog een tweede foto -uit 1926- van dezelfde bosspoorweg te vinden.

Vermeld wordt dat de vraag zo groot was dat Ford in de bestaande Ford fabriek in een voorstad van Bordeaux een productielijn van Fordson tractorlocomotieven inrichtte. Uit andere bron blijkt dat deze fabriek al in 1925 naar Asnières bij Parijs verplaatst werd. Het is onbekend of de productie van tractorlocomotieven mee verhuisde.

De prestaties zullen bescheiden zijn geweest: een Fordson van het type F woog maar 1324 kg [6]. Kennelijk is door de vervanging van de wielen het gewicht tot circa 2 ton opgevoerd, maar daarvan rust maar circa de helft op de ene aangedreven as.

 

Het duurste type van f 4250 in de offerte [5] weegt 6 ton (dat is veel zwaarder dan de Fordson type F, die 1342 kg weegt). In de offerte staat expliciet dat beide assen worden aangedreven en dat er drie versnellingen zijn voor voor- en achteruit. Met andere woorden: er was een keerkoppeling ingebouwd. Het zou het type op de volgende foto kunnen zijn:

Fordson6ton.JPG

← Op internet zijn ook foto’s te vinden van een (laten we zeggen) 2 tons Fordson tractorloc (zoals op bovenstaande foto) op de toeristische smalspoorlijn van Cap-Ferret (F). Met de zoektermen  Cap-Ferret en Fordson kwam ook deze (indertijd te koop staande) ansicht uit de bus. Hier gaat het om een tractorloc met vier identieke grote wielen.

 

Het is niet zeker dat dit het 6 tons type uit de offerte is, want dan zouden ook de voorwielen moeten zijn aangedreven, zouden er drie versnellingen voor- en achteruit moeten zijn en zou het gewicht 6 ton moeten zijn.

Het valt niet te beoordelen of aan deze voorwaarden is voldaan. Misschien zat het extra gewicht deels in de wielen, zoals anno 2012 bij de UCA-TRAC. Bij Cap-Ferret heeft tot 1934 à 1936 een Fordson tractor op het smalspoor gereden.

RAA006000147_191_R.jpg

 

Wieringer courant, 15/09/1931

(Regionaal Archief Alkmaar).

 

 

Uit de advertentie blijkt dat op de Ford stand op de Utrechtse Jaarbeurs in 1931 een Fordson wegwals en een Fordson locomotief waren te zien. Hierboven bleek dat Fordson omstreeks 1925 zelf tractorlocs bouwde, maar er zijn geen aanwijzingen dat dit in 1931 nog steeds het geval was.

De machinefabriek Thiadens in Stadskanaal bouwde in die tijd wel wegwalsen en tractorlocomotieven op basis van Fordson tractoren. Waarschijnlijk had Ford op de beurs plaats ingeruimd voor Thiadens (of een soortgelijk bedrijf).

 

General Equipment

HPIM3119.jpg

← Eerste Nederlandse Coöperatieve Kunstmestfabriek (ENCK) ofwel de “Super” te Vlaardingen in 1926 [7].

 

De foto  draagt het stempel van de firma “General Equipment, Rhijnvis Feithstraat 43b, Rotterdam”. Onder de bestuurder ziet men de rechthoekige kast met de keerkoppeling, bediend met een hendeltje. De loc kon dus even hard vooruit en achteruit rijden. De ketting tussen de assen is ook zichtbaar.

 

Het onderstel heeft een eigen buitenliggend plaatstalen frame, waarin mogelijk ballast verwerkt is. Of daarmee het in [5] genoemde gewicht van 6 ton gehaald wordt, is niet na te gaan. Er is een foto van dezelfde loc of hetzelfde type uit juni 1926 [7]. Pas het ENCK jaarverslag mei 1927- april 1928 meldt de aanschaf van één (gewone ?) “Ford-tractor”, zonder details.

HPIM3108.JPG

← Eerste Nederlandse Coöperatieve Kunstmestfabriek (ENCK), onbekend jaar.

 

De loc lijkt op die op de vorige foto, maar  heeft een voor de radiateur geplaatst roosterwerk met daarop het cijfer 1 (zou er ook een nummer 2 zijn geweest ?), dubbel plaatwerk om de benzinetank en een omhoogstekende uitlaat.

Onder de linkerhand van de bestuurder is een claxon te zien. Het stuur is – net als op de vorige foto - nog steeds aanwezig. Op de voorkant is een ballastblok geschroefd, met daarin sleuven voor de koppeling. De loc trekt wagens met gezakte kunstmest naar de steiger aan de Nieuwe Waterweg,

 

Het is niet duidelijk of General Equipment H. Linse tractorlocs bij de naburige ENCK liet proefrijden of dat de ENCK één of meer van die locs gekocht heeft.

FordsonLocTilburg.jpg

Deze fraaie, maar raadselachtige foto bevindt zich in het Regionaal Archief Tilburg. Het jaar van de opname en de bron zijn onbekend. Omdat de machinefabriek Hovers onder andere locs en kipwagens produceerde en in Tilburg gevestigd was, zou men kunnen denken dat dit een Hovers product was. Volgens kenner Toon Steenmeijer is dat uitgesloten.

Het valt op dat deze Fordson tractorloc –afgezien van het dak – sterk lijkt op één van de tractorlocs van General Equipment H. Linse. De klinknagels in het onderstel zitten zelfs op dezelfde plaatsen. Ook lijkt de foto waarin alle details maar geen achtergrond te zien is, op een reclamefoto. Het is daarom waarschijnlijk dat de foto bij wijze van reclame door General Equipment H. Linse (of een Ford dealer) naar bijvoorbeeld een aannemer of steenfabriek is gestuurd.

Bovenstaande loc lijkt ook wel op één van de twee uitvoeringen van Thiadens, maar is daar niet gelijk aan. Zo zitten de staanders waar het dak op rust op de hoeken; bij Thiadens zijn die staanders meer naar binnen geplaatst; zie hier.

 

Prijzen

De offerte van de Arnhemse Ford dealer [5] kan vergeleken worden met offertes van Orenstein & Koppel aan de Rotterdamse gasfabrieken Keilehaven en Feijenoord in de periode 1925 – 1929 [8]:

 

Type

O&K type M

[8]

O&K type H1

[8]

O&K type RL1

[8]

Fordson

[5]

Fordson

 [5]

 

Gewicht (ton)

2 - 2,3

2,8 - 3

3

2

6

 

Vermogen (pk)

7,5

10

10

  model F: 20

  model N: 27 (>1927)

   model F: 20

  model N: 27 (>1927)

 

Aangedreven assen

2

2

2

1 ?

2

 

Trekkracht in ton  treingewicht bij 4 km/u

30

42

39

 

12 1 kuubs kipwagens

~ 36 ton

 

Prijs ( in NL gulden)

2350

3570

3165

3150

4250

 

Opmerkingen

 

 

dieselmotor

 

 

 

 

Een vergelijking is lastig, onder andere omdat het goedkoopste model Fordson tractorloc – vergeleken met een gewone loc van ongeveer hetzelfde gewicht– een groot vermogen heeft. Dat grote vermogen wordt dan niet goed benut, want bij een zware trein zullen de aangedreven wielen doorslaan. Vergeleken met een O&K loc van ongeveer hetzelfde gewicht (het type M) is de lichtste Fordson tractorloc aanzienlijk duurder, waarbij nog komt dat (waarschijnlijk) maar één as is aangedreven.

FordsonPrijs.JPG

We kunnen de zaak ook anders benaderen: voor het transport van klei van de put naar de fabriek was de eis kennelijk het kunnen trekken van 12 beladen kipkarren met een inhoud van 1 kuub [5]. Klei kan maximaal (in natte toestand) 2 ton per kuub wegen. Een volgens DIN normen gebouwde kipwagen weegt leeg 770 kg. DIN normen voor kipwagens waren indertijd nog niet gangbaar en Nederlandse fabrikanten van rollend materieel waren niet verplicht volgens Duitse DIN normen te werken. Laten we er veiligheidshalve een ton van maken. Dan komt de eis neer op een treingewicht van 12 x (1 + 2) = 30 ton. Misschien kon de zwaarste Fordson wel veel meer, maar dat werd niet gevraagd. De O&K benzinemotorloc van het type H1 en de O&K dieselmotorloc van het type RL1 voldeden ruim aan die eis, maar waren toch goedkoper dan een Fordson tractorlocomotief. Ook het eindresultaat van deze redenering is derhalve dat een Fordson tractorloc duur in aanschaf was.

 

← Een Fordson tractor kostte in 1925 f 1588; in 1927 was dit gedaald tot f 1520.  Advertentie in Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d.11-01-1927

 

De prijs van een tractorloc (f 3150 en f 4250 voor het lichte en zware type in [5]) werd dus voor minder dan de helft bepaald door de Fordson tractor en voor meer dan de helft door de ombouw tot locomotief. Dat is verklaarbaar: de tractor werd in grote aantallen gebouwd; de ombouw tot locomotief was stukwerk.

Van de tractor was een aantal onderdelen (voorwielen, achterwielen, stuurinrichting, spatborden, differentieel) niet voor de locomotief benodigd, zodat de waarde van de tractor in de kosten van de locomotief in feite nog lager was.

 

Aan het werk

 

Aanleg van de Veilinghaven in Utrecht in 1928; collectie Kees Plug. De foto’s hiernaast en hieronder zijn beiden fragmenten uit dezelfde grotere foto. Er waren dus minstens twee tractorlocs actief →

 

Zowel Toon Steenmeijer als Kees Plug wezen op een serie foto’s van de aanleg van de Veilinghaven. De twee tractorlocs op deze foto lijken sterk op de hierboven besproken tractorloc van General Equipment H. Linse. Ook hier een bufferblok met drie sleuven voor het koppelen, een voor de radiateur geplaatst roosterwerk (maar wel van een ander model) en een rechthoekig kastje met de keerkoppeling (niet op deze foto te zien, maar wel op andere foto’s uit dezelfde serie: zie hier.)

 

Op een foto uit 1927 uit dezelfde serie is zelfs zo’n loc met een cabine te zien. In 1927/1928 waren er dus minstens twee en mogelijk drie van dit soort locs in actie. De jaren 1927/28 sluiten goed aan bij de jaren 1926/27 waarin foto’s van dergelijke locs bij de ENCK zijn gemaakt.

 

 

Er zijn nog meer fraaie foto’s in deze serie, maar uit geen enkele foto is de eigenaar of de fabrikant van de locs af te leiden.

 

FordsonGrootMetCabine.jpg

 

Thiadens bouwde tractorlocs in twee uitvoeringen, namelijk

-          met cabine met achterinstap en motorkap (bovenste foto).

-          met een dak boven de hele lengte

(onderste foto)

Aannemer Groot & Zn uit Woude had een exemplaar van beide uitvoeringen. Op de foto’s zijn ze te zien bij dijkverzwaring op Terschelling in de jaren 1932/33, samen met een derde loc. Die derde loc is een O&K RL1c. De beplating van de motorkap is verwijderd; kennelijk was het warm weer. Aannemer Groot zette op Terschelling ook nog twee Deutz locs in.

 

Beide foto’s: Collectie A. Groot, via Toon Steenmeijer.

 

FordsonGrootMetDak.jpg

 

 

TractorlocHargen.JPG

 

De tractorlocmotief is omringd met mensen, zodat er niet zoveel van valt te zeggen. De grote, dicht bij elkaar geplaatste volwielen lijken echter verdacht veel op die van de tractorloc van Botje, Ensing & Co. Het jaartal van de foto is onbekend →

 

← Een andere actiefoto betreft de Zandmennerij in Hargen. Die had

“een locomotiefje waar een Fordson op stond” [9]. Ook hier heeft men het stuur laten zitten.

 

HPIM3340 klein.jpg

 

 

Normaalspoor

Tot nu toe werd over smalspoor gesproken. Er zijn geen Nederlandse voorbeelden bekend van voor normaalspoor verbouwde Fordson tractoren. Dat ligt ook niet voor de hand: de Fordson tractor was smal en licht. De hierboven genoemde trekkracht van 30 ton treingewicht werd afgeleid van 10 beladen 1 kuubs kipkarren. Op smalspoor is dat niet onaardig, maar op normaalspoor stelt 30 ton treingewicht weinig voor: indertijd circa één beladen tweeassige wagon. Maar er bestaat wel een raadselachtige foto:

Dirk Eveleens Maarse bewerkt.JPG

Deze foto komt (via Dirk Eveleens Maarse en Marius van Rijn) van de Ford garage  Steemeijer in Zaandam. Op de achterzijde is geschreven: “Normaalspoor loco; 150 ton trekkracht max.”

Bovendien staat op de achterkant een stempel van de firma General Equipment, Rhijnvis Feithstraat 43b, Rotterdam.

 

Die firma werd hierboven al genoemd in verband met tractorlocs voor smalspoor en was slechts tussen eind 1926 en 1929 op genoemd adres gevestigd. Het lijkt daarom vast te staan dat de foto in deze periode gemaakt is. De loc lijkt niet af, want er zijn geen kettingen naar de wielen te zien.

 

Omdat General Equipment smalsporige tractorlocs leverde en omdat de foto bij een Ford garage is gevonden, zou het hier om de normaalsporige uitvoering van een Fordson tractorloc kunnen gaan. General Equipment zou de foto bij wijze van reclame kunnen hebben rond gestuurd.

In grote lijnen lijkt deze loc op Sytje van de Gasfabriek in Haarlem, maar ze is het zeker niet.

Veel later zijn MBTracs – een tractor afgeleid van de Unimog – met spoorgeleidewieltjes als tractievoetuig op normaalspoor gebruikt. Zie hier voor een voorbeeld.

Tenslotte

Voor de nog aanwezige, op de Fordson tractor gebaseerde locs verdween het voordeel van de Ford dealer om de hoek na de Duitse inval in Nederland in 1940, want de fabriek van de Fordson tractoren stond in Engeland. Reserve-onderdelen waren daarom na zekere tijd niet meer verkrijgbaar. Daarom werkte Stork indertijd aan de VM 43 VervangingsMotor voor landbouwtractoren.

Verder kan opgemerkt worden dat de viercilinder benzinemotoren van de Fordson in 1925 modern waren; sommige locomotieffabrikanten als Deutz bouwden toen nog traag lopende ééncilindermotoren in. Maar pakweg 10 jaar later waren locomotieffabrieken overgestapt op zuiniger dieselmotoren, terwijl Fordson nog steeds ongeveer dezelfde benzinemotoren gebruikte.

Mf-002.jpg

 

Elders hielden tractorlocomotieven soms langer stand. Zo bouwde het Ierse turfbedrijf Bord Na Mona nog tussen 1975 en 1983 16 tractoren om tot locomotief [10].

 

Het Nederlandse bedrijf  "Torf Bouwhuis" uit Hardenberg had een veenderij in Adorf met meterspoor. De locomotief was een Massey-Ferguson tractor op een rechthoekig frame. Het geheel was gebouwd zoals Thiadens dat vijftig jaar eerder deed.

Een bijzonderheid was dat de tractorlocomotief wielen had met dubbele flenzen, het getrokken materieel echter niet. Meestal is dat net andersom !

In 1989 stond de tractorlocomotief er nog [1].

 

← Toon Steenmeijer, 17-09-1988

 

 

 

 

Conclusies

a)

Ford(son) bouwde omstreeks 1925 in Frankrijk zelf tractorlocomotieven. Hiervoor werd in 1925 acquisitie in Nederland gepleegd (demonstratie, offerte), maar het is niet zeker of die tractorlocomotieven in Nederland verkocht zijn.

b)

Afgezien van de Ford dealers waren er in Nederland minstens drie firma’s die een tot smalspoorloc verbouwde Fordson tractor konden leveren: General Equipment H. Linse in Rotterdam (met aanwijsbare activiteiten op dit gebied in de jaren 1926 – 1928), Thiadens in Stadskanaal (met aanwijsbare activiteiten de periode 1931 – 1936) en de scheepswerf Botje, Ensing & Co in Groningen.

c)

Fordson tractoren waren weliswaar – in vergelijking tot “gewone” locomotieven – goedkoop, maar de ombouw was relatief kostbaar, waardoor de Fordson tractorlocs zeker niet goedkoper waren dan “gewone” locomotieven. De tijdelijke populariteit van de Fordson tractorlocs zal dan ook niet op de prijs zijn gebaseerd maar op de goede naam van Ford en het gemak van een dealer in de buurt.

 

Met dank aan:

Dirk Eveleens Maarse, Kees Plug, Marius van Rijn en Toon Steenmeijer.

 

 

Bronnen:

[1]

Informatie van Toon Steenmeijer.

[2]

H.M. Elema, “Landbouwtractoren 1920-1950”, Misset, Doetinchem, 1984.

[3]

Toon Steenmeijer, “Tractorlocomotieven”, tijdschrift Smalspoor van de NSS, nummers 35 en 36 (1995/96).

[4]

Henk Kolkman, “Tractorlocs”, tijdschrift De Buffer van het ISM, nummer 102 (2008).

[5]

Offerte van Rosier & Meijer voor steenfabrikant Daams d.d. 29 april 1925 in de collectie van Kees Plug

[6]

Website Fordson tractors by model.

[7]

Stadsarchief Vlaardingen, plaatsingsnummer 0357: Eerste Nederlandse Cooperatieve Kunstmestfabriek (ENCK), vanaf 1970 Windmill Holland, vanaf 1989 Hydro Agri Rotterdam.

[8]

Gemeente-archief Rotterdam, plaatsingsnummer 163: diverse inventarisnummers met betrekking tot de gasfabrieken, onder andere 1145 en 1647.

[9]

Als de Hargervaart kon spreken, artikel in de periodiek van de Cultuur Historische Vereniging Scoronlo.

[10]

Stephen Johnson, “Locomotives & Railcars of Bord na Moná”, Midland Publishing Ltd., 1996

 

 

 

 

{

Andere tractie

Terug/verder naar:

 

Nieuw                                    Home                                         Inhoud