|
► Nieuw ◄ ► Zoeken ◄ |
|
||||||||
|
|
|||||||||
|
Rotterdamsche Kolen Centrale of Rokocent in Rotterdam Waalhaven geplaatst: 01-06-2026 |
|||||||||
|
|
|||||||||
|
Inleiding In 1922 richtte Rijk Pieter Schoonheim (24 jaar oud) de N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale op.
Het bedrijf was gevestigd in zijn woonhuis aan de Wijnhaven in Delfshaven.
Naarmate het bedrijf groeide werd verhuisd naar verschillende panden aan de
Voorhaven, ook in Delfshaven [1]. Het kantoor bleef daar, maar voor de opslag
en het lossen en laden van schepen kwamen twee terreinen aan de Waalhaven in
gebruik, namelijk op Pier 2 (Nijmegenstraat 9) en aan de Heyplaatweg. |
|||||||||
|
Rococent De N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale wist
omstreeks 1933 van enkele mijnbedrijven in Wales het alleenrecht te
verkrijgen om hun antraciet (opm. a)
in Nederland te verkopen [1]. Vanaf die tijd werd in plaats van de lange
officiële naam de afkorting Rokocent gebruikt, om te beginnen als naam van
een steenkolensoort, namelijk Wales Rokocent Anthraciet: Advertentie
in het Rotterdamsch nieuwsblad d.d. 04-01-1932 → 20/30 slaat op kolen met een grootte tussen 20 en 30
mm ofwel “nootjes 3”. 30/50
,, ,, ,,
,, ,, ,, ,, 30 en 50 mm ofwel “nootjes 2”. Deze groottes waren gebruikelijk voor
huishoudelijk gebruik. Het rooster van een kachel en de grootte van de kolen
dienden bij elkaar te passen: de kolen moesten niet meteen door het rooster
vallen, maar op het rooster gaan branden waarna de asdeeltjes (die een stuk
kleiner dan de kolen zijn) door het rooster in de asla vielen. Opvallend is het grote aantal soorten antraciet. De
Nederlandse, Belgische en Russische antraciet kwamen al snel niet meer in
advertenties voor. |
|
||||||||
|
In 1932 (de bovenste advertentie) werd nog
neutraal bericht over antraciet uit Nederland, België, Wales en Rusland, maar
anderhalf jaar later (de advertentie hiernaast) werd alleen antraciet
uit Wales warm aanbevolen: Advertentie
in het Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen; jrg 64, 1933, no. 29, 21-07-1933 → Geleidelijk kwam de naam Rokocent in zwang. Het was
ook het telegramadres en er werden Rokocent bekers uitgereikt bij zwem- en
waterpolowedstrijden. Railreiniger 2002 van de RET was behangen met reclame
voor Rokocent en ook voor antraciet van de Seven Sisters [1]. Dat was een
mijn in Wales die tweede kwaliteit antraciet leverde. De drie mijnen van de
mijnmaatschappij Onllwyn
Collieries leverden eerste kwaliteit antraciet. De naam Onllwyn is voor een
Nederlander echter haast niet uit te spreken en dat zal de reden zijn dat de Rotterdamsche Kolen Centrale de term
“Wales Rokocent Anthraciet” gebruikte. De Rotterdamsche Kolen Centrale hield alles in
eigen hand: de antraciet uit Wales werd vanaf 1937 met eigen coasters naar de
Waalhaven in Rotterdam vervoerd [1]. Op den duur was er een vloot van de
Rotterdamsche Kolen Centrale en haar dochters, waaronder ook sleepschepen en
sleepboten voor de binnenvaart [1]. Wat betreft Industriespoor: De twee bedrijfsterreinen aan de Waalhaven hadden elk een spooraansluiting. Maar daar gebeurde weinig of niets wat hier het vermelden waard is. Voor wat betreft het bedrijf aan Heyplaatweg veranderde dat plotseling in 1957: kranten kopten “Rotterdamse Kolen Centrale bouwde moderne installatie” [2] en “Nieuwe installatie breekt, zeeft en wast” [3]. Die nieuwe installatie bevond zich in een nieuw gebouw, dat in advertenties van de Rotterdamsche Kolen Centrale wel de Centrale Antraciet Wasserij (CAW) genoemd werd. Na acht maanden bouwen vond de feestelijke ingebruikname plaats op 14-06-1957 [2,3]. |
|
||||||||
|
Foto:
NL-RtSA_4204_17761 uit het Rotterdams Stadsarchief, gedateerd in september
1961 en genomen vanuit de Waalhaven → Op de voorgrond een deel van de kade aan de
Waalhaven. Daarop staat één van de twee nieuwe, door Kampnagel in Hamburg
gebouwde “Doppel-Lenker” hijskranen [4]. Op de achtergrond rechts staat de
Centrale Antraciet Wasserij. Het hoogste gedeelte van de CAW was 24 meter hoog.
Daarop is bij grotere vergroting Rokocent te lezen. De afstand tussen kraan en de CAW lijkt groot,
maar de kranen hadden een vlucht van 8 meter
tot 32 meter. Zie opm. b voor
meer bijzonderheden van de kranen. Eén van de functies van de hijskranen was het
tillen van kolen uit een ruim van een aan de kade liggend schip en het lossen
van die kolen in de trechter, die in het hoogste deel van de CAW was
ingebouwd [2, 3]. “De kolen kwamen achtereenvolgens
in de voorbreker, de eerste sorteerzeef, de nabreker en de wastrommel, om van
daaruit via klasseerzeven en verlaadbanden op de weegbruggen terecht te
komen. Ze is dan van grote brokken ruwe steenkool, nog verontreinigd door
grote brokken stukken staal, stenen, ertsen en stof verwerkt tot
antracietnoten in drie verschillende maten. De nieuwe installatie kan 3000
ton ruwe kool per etmaal breken en wassen.” [3] |
|
||||||||
|
De onderstaande foto is genomen vanaf de straatkant (de Heijplaatweg,
uiterst rechts op de foto met RDM personeelsbussen): |
|||||||||
|
↑ Foto NL-RtSA_4147_THO-7176 uit het Rotterdams Stadsarchief, gemaakt door C.M.
Tholens op 21-10-1960 ↑ Ter oriëntatie: uiterst rechts
rijden of staan op de Heijplaatweg bussen voor het RDM personeel. Opvallend is het vele glas in de
CAW. Daardoor zijn bijvoorbeeld de schalen
van de drie weeginstallaties te zien. De eigen loc zal waarschijnlijk nog meer
opvallen. Daar is eenvoudig meer over te vinden: op de voorzijde van de
motorkap staat de naam van de fabrikant: Deutz. In leverlijsten van die
fabriek is te vinden dat er in 1957 een nieuwe normaalspoorloc van het
indertijd populaire type
A4L514 met fabrieksnummer 56487 geleverd is aan de Rotterdamsche Kolen
Centrale. Dat dit bedrijf deze loc nieuw gekocht had was dus wel bekend. Maar
er bestond geen flauw idee waar en waarvoor de loc ingezet werd. De foto
maakt veel duidelijk: de drie sporen komen rechtsonder buiten beeld met twee
wissels in één spoor samen; de vrijbalk van een wissel is nog juist te zien.
De loc werd bij de CAW aan de Heijplaatweg ingezet voor het verdelen van lege
kolenwagens over die drie sporen en het formeren van treinen van gevulde
kolenwagens (opm. c). Het valt op dat de ruimte krap is.
De drie sporen zijn elk voorzien van een contrarail vanwege een krappe boog.
Ook is er zo weinig ruimte tussen de schutting en de trein dat daar
waarschijnlijk niet gelopen kon worden. Nu een andere functie van de
hijskranen en de loc: |
|||||||||
|
↑ Foto:
NL-RtSA_4204_17760 uit het Rotterdams Stadsarchief, gedateerd in september
1961 en genomen vanaf de kade aan de Waalhaven ↑ Links ligt een rail van de kraanbaan; de andere rail (iets links
van de rij grijpers) is slechter zichtbaar. Tussen de rails van de kraanbaan
liggen twee normaalsporen. Op de volgende foto heerst er activiteit op dze
sporen: |
|||||||||
|
↑ Foto
van C.P. van Dongen [5]; de datering is onbekend. De loc heeft een
ballastblok onder de bufferbalk ↑ Bij de linkerrand van de foto zijn delen van een Kampnagel
kraan te zien. De grijper daarvan is waarschijnlijk de grijper die naast de
zelflosser ligt. De grijper boven de kolenbak is van de tweede Kampnagel kraan,
die zich achter de rug van de fotograaf bevindt. Op de kadesporen werden dus
ook kolen in spoorwagens geladen. Het was dus mogelijk om kolen vanuit een
zeeschip aan de kade direct in spoorwagens over te slaan, zonder dat de CAW
daaraan te pas kwam. Dat valt te begrijpen: de Rotterdamsche Kolen Centrale
deed niet alleen in huisbrand, maar ook in industriekolen. Daarmee werd niet
geadverteerd. Industriekolen werden waarschijnlijk aan de man gebracht door
bezoeken van een vertegenwoordiger, het sturen van relatiegeschenken, ed.
Over de handel in industriekolen door de Rotterdamsche Kolen Centrale is
zodoende geen concrete informatie bewaard gebleven. Voor industriekolen
golden andere eisen dan voor huisbrand kolen. Het is daarom onwaarschijnlijk
dat industriekolen in de de CAW behandeld werden. Er komt
bij een volgende update een vervolg met onder andere het snelle (in circa 10 jaar)
verdwijnen van de Centrale Antraciet , foto’s van de loc bij volgende
eigenaren, etc. |
|||||||||
|
Opmerkingen |
Antraciet is de beste soort steenkool, met het
hoogste percentage koolstof, het minste percentage verontreinigingen en de
hoogste verbrandingswarmte en energiedichtheid. Het was zeer geschikt voor
huisbrand. Antraciet werd op diverse plaatsen op de wereld gewonnen. De
Nederlandse mijnen leverden te weinig antraciet voor de binnenlandse
behoefte. |
||||||||
|
Een bijzonderheid van de “Doppel-Lenker” hijskranen
is dat de last bij het veranderen van de vlucht steeds op dezelfde hoogte
blijft. Het hijsvermogen van de kranen was
12,5 ton over de hele vlucht. De inhoud van de grijper was 10 kuub. Het eigengewicht van een grijper van dat volume is 3,5 tot 4 ton. Er kon dus 8,5 à 9 ton antraciet in de grijper. |
|||||||||
|
|
Het is onduidelijk hoe de kolenwagens wagen voor wagen onder de losinstallatie verplaatst werden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de loc hiervoor steeds via de wissels van het ene spoor naar een ander spoor moest rijden. Mogelijk werden eerst alle wagens op een bepaald spoor wagen voor wagen door de loc verplaatst terwijl op de ander sporen niets gebeurde en was daarna een ander spoor aan de beurt. |
||||||||
|
Met dank aan: |
Gerard de Graaf, Ben van Wevering, Gerard Jacobs en Joop Langius (beide
laatsten bestuursleden van NedSek = Nederlandse Stichting Erfgoed Kranen). |
||||||||
|
Bronnen: |
[1] |
Willem H. Moojen, Rotterdamsche Kolen centrale, van kolenboer tot miljonair, Walburg Pers / Lanasta, 2023. |
|||||||
|
[2] |
De Maasbode d.d. 15-06-1957. |
||||||||
|
|
[3] |
Het Vrije Volk d.d. 14-06-1957. |
|||||||
|
|
[4] |
Informatie van Joop Langius. |
|||||||
|
|
[5] |
Collectie van Gerard de Graaf. |
|||||||
|
|
|||||||||
|
{ |
|||||||||
|
Terug/verder naar: |
|
||||||||