Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

► Nieuw ◄

► Zoeken ◄

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

Modellen

 

Rotterdamsche Kolen Centrale of Rokocent in Rotterdam Waalhaven

 

geplaatst: 01-06-2026; aangevuld 30-08-2026.

 

 

Inleiding

 

In 1922 stichtte Rijk Pieter Schoonheim (24 jaar oud) de N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale (afgekort als RKC). Het bedrijf was gevestigd in zijn woonhuis aan de Wijnhaven in Delfshaven. Naarmate het bedrijf groeide werd verhuisd naar verschillende panden aan de Voorhaven, ook in Delfshaven [1]. Het kantoor bleef daar, maar voor de opslag en het lossen en laden van schepen kwamen twee terreinen aan de Waalhaven in gebruik, namelijk op Pier 2 (Nijmegenstraat 9) en  aan de Heyplaatweg.

 

Rokocent

 

De N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale wist omstreeks 1933 van enkele mijnbedrijven in Wales het alleenrecht te verkrijgen om hun antraciet (opm. a) in Nederland te verkopen [1]. Vanaf die tijd werd in plaats van de lange officiële naam de afkorting Rokocent gebruikt, om te beginnen als handelsnaam van een steenkolensoort, namelijk Wales Rokocent Anthraciet:

 

Advertentie in het Rotterdamsch nieuwsblad d.d. 04-01-1932 →

 

20/30 slaat op kolen met een grootte tussen 20 en 30 mm ofwel “nootjes 3”.

30/50   ,,     ,,      ,,      ,,      ,,      ,,           ,,    30 en 50 mm ofwel “nootjes 2”.

Deze groottes waren gebruikelijk voor huishoudelijk gebruik. Het rooster van een kachel en de grootte van de kolen dienden bij elkaar te passen: de kolen moesten niet meteen door het rooster vallen, maar op het rooster gaan branden waarna uiteindelijk de asdeeltjes (die een stuk kleiner dan de kolen zijn) door het rooster in de asla vielen.

Opvallend is het grote aantal soorten antraciet: er werd neutraal bericht over antraciet uit Nederland, België, Wales en Rusland.

Anderhalf jaar later werd nog alleen antraciet uit  Wales warm aanbevolen:

 

Advertentie in het Weekblad voor Israëlietische huisgezinnen;

 jrg 64, 1933, no. 29, 21-07-1933 →

 

Geleidelijk kwam de naam Rokocent in zwang. Het was ook het telegramadres en er werden Rokocent bekers uitgereikt bij zwem- en waterpolowedstrijden. Railreiniger 2002 van de RET was behangen met reclame voor Rokocent en ook voor antraciet van de Seven Sisters [1]. Dat was een mijn in Wales die tweede kwaliteit antraciet leverde. De drie mijnen van de mijnmaatschappij Onllwyn Collieries leverden eerste kwaliteit antraciet. De naam Onllwyn is voor een Nederlander echter haast niet uit te spreken en dat zal de reden zijn dat de Rotterdamsche Kolen Centrale de term “Wales Rokocent Anthraciet” gebruikte.

 

De Rotterdamsche Kolen Centrale hield alles in eigen hand: de antraciet uit Wales werd vanaf 1937 met eigen coasters naar de Waalhaven in Rotterdam vervoerd [1]. Op den duur was er een vloot van de Rotterdamsche Kolen Centrale en haar dochters, waaronder ook sleepschepen en sleepboten voor de binnenvaart [1].

 

Industriespoor

 

De twee bedrijfsterreinen aan de Waalhaven hadden elk een spooraansluiting. Maar daar gebeurde lang weinig of niets wat hier het vermelden waard is. Voor wat betreft het bedrijf aan Heijplaatweg veranderde dat plotseling in 1957: kranten kopten “Rotterdamse Kolen Centrale bouwde moderne installatie” [2] en “Nieuwe installatie breekt, zeeft en wast” [3]. Die nieuwe installatie bevond zich in een nieuw gebouw, dat in advertenties van de Rotterdamsche Kolen Centrale wel de Centrale Antraciet Wasserij (CAW) genoemd werd.  Na acht maanden bouwen vond de feestelijke ingebruikname plaats op 14-06-1957 [2,3].

Bekend is dat de Nederlandse kolenmijnen kolenwasserijen hadden. Dat er ook in een Rotterdamse haven een kolenwasserij (met spooraansluiting en eigen loc) is geweest lijkt anno 2026 volkomen onbekend te zijn. Er is daarom alle aanleiding om er op deze website aandacht aan te besteden.

Foto: NL-RtSA_4204_17761 uit het Rotterdams Stadsarchief, gedateerd in september 1961 en genomen vanuit de Waalhaven →

 

Op de voorgrond een deel van de kade aan de Waalhaven. Daarop staat één van de toen nog twee nieuwe, door Kampnagel in Hamburg gebouwde “Doppel-Lenker” hijskranen [4]. Op de achtergrond rechts staat de Centrale Antraciet Wasserij. Het hoogste gedeelte van de CAW was 24 meter hoog. Daarop is bij grotere vergroting Rokocent te lezen. De  afstand tussen kraan en de CAW lijkt groot, maar de kranen hadden een vlucht van 8 meter tot 32 meter. Zie opm. b voor meer bijzonderheden van de kranen.

 

Eén van de functies van de hijskranen was het tillen van kolen uit een ruim van een aan de kade liggend schip en het lossen van die kolen in de trechter, die in het hoogste deel van de CAW was ingebouwd [2, 3]. “De kolen kwamen achtereenvolgens in de voorbreker, de eerste sorteerzeef, de nabreker en de wastrommel, om van daaruit via klasseerzeven en verlaadbanden op de weegbruggen terecht te komen. Ze is dan van grote brokken ruwe steenkool, nog verontreinigd door grote brokken stukken staal, stenen, ertsen en stof verwerkt tot antracietnoten in drie verschillende maten. De nieuwe installatie kan 3000 ton ruwe kool per etmaal breken en wassen” [3].

De onderstaande foto van de CAW is genomen vanaf de straatkant (de Heijplaatweg, uiterst rechts op de foto):

                                      

↑ Foto NL-RtSA_4147_THO-7176 uit het Rotterdams Stadsarchief, gemaakt door C.M. Tholens op 21-10-1960 ↑

De loc staat met de voorkant ongeveer naar het oosten gericht.

 

Ter oriëntatie:

Op de foto hierboven uiterst rechts rijden of staan op de Heijplaatweg bussen voor het talrijke personeel van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM). Het rijtje huizen rechts op de foto is echter later deels gesloopt om plaats te maken voor een (nog steeds aanwezige) parkeerplaats ten behoeve van de RDM (op het kaart fragment rechts aangegeven in rood). De huizen die op de foto op de achtergrond te zien zijn - onder de CAW door – stonden en staan (ook in 2026) aan de Rondolaan. 

 

Fragment uit Google Maps in 2026 →

 

Het terrein van Rokocent lag ongeveer ter plekke van het grote gebouw waar Metaal Transport bij staat en liep door tot aan de kade aan de Waalhaven (het blauwe vlak rechtsonder).

Het sporenplan wordt apart besproken.

 

 

 

Opvallend op de bovenstaande foto is het vele glas in de CAW. Daardoor zijn bijvoorbeeld de schalen van de drie weeginstallaties te zien. De eigen loc zal waarschijnlijk nog meer opvallen. Daar is eenvoudig meer over te vinden: op de voorzijde van de motorkap staat de naam van de fabrikant: Deutz. In leverlijsten van die fabriek is te vinden dat er in 1957 een nieuwe normaalspoorloc van het indertijd populaire type A4L514 met fabrieksnummer 56487 geleverd is aan de Rotterdamsche Kolen Centrale. Dat dit bedrijf deze loc nieuw gekocht had was dus wel bekend. Maar er bestond geen flauw idee waar en waarvoor de loc ingezet werd. De foto maakt veel duidelijk: de drie sporen komen rechtsonder buiten beeld met twee wissels in één spoor samen; de vrijbalk van een wissel is nog juist te zien. De loc werd bij de CAW aan de Heijplaatweg ingezet voor het verdelen van lege kolenwagens over die drie sporen en het formeren van treinen van gevulde kolenwagens (opm. c).

Het valt op dat de ruimte krap is. De drie sporen zijn elk voorzien van een contrarail vanwege een krappe boog. Ook is er zo weinig ruimte tussen de schutting en de trein dat daar waarschijnlijk niet gelopen kon worden.

 

Nu een andere functie van de hijskranen en de loc:

 

 

↑ Foto: NL-RtSA_4204_17760 uit het Rotterdams Stadsarchief, gedateerd in september 1961 en genomen vanaf de kade aan de Waalhaven ↑

Ook hier is de naam Rokocent op de toren van de CAW te zien.

 

Links ligt een rail van de kraanbaan; de andere rail (iets links van de rij grijpers) is slechter zichtbaar. Tussen de rails van de kraanbaan liggen twee normaalsporen, die onder de hijskraan in één spoor samen komen. Op de volgende foto heerst er activiteit op deze sporen:

 

↑ Foto van C.P. van Dongen [5]; de datering is onbekend. De loc heeft een ballastblok onder de bufferbalk ↑

Ook op deze foto staat de loc met de voorkant ongeveer naar het oosten gericht.

 

Bij de linkerrand van de foto zijn delen van een Kampnagel kraan te zien. De grijper daarvan is waarschijnlijk de grijper die naast de zelflosser ligt. De grijper boven de kolenbak is van de tweede Kampnagel kraan, die zich achter de rug van de fotograaf bevindt. Niet alleen bij de CAW, maar ook op de kadesporen werden dus kolen in spoorwagens geladen. Met andere woorden, het was mogelijk om kolen vanuit een zeeschip aan de kade direct in spoorwagens over te slaan, zonder dat de CAW daaraan te pas kwam. Dat valt te begrijpen: de Rotterdamsche Kolen Centrale deed niet alleen in huisbrand, maar ook in industriekolen. Daarmee werd niet geadverteerd. Industriekolen werden waarschijnlijk aan de man gebracht door bezoeken van een vertegenwoordiger, het sturen van relatiegeschenken, ed. Over de handel in industriekolen door de Rotterdamsche Kolen Centrale is zodoende geen concrete informatie bewaard gebleven. Voor industriekolen golden andere eisen dan voor huisbrand kolen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat industriekolen in de de CAW behandeld werden.

 

Sporenplan

 

Onderstaand fragment uit sporenkaart [6] uit 1965 lijkt op  “NS in 1965” op de bekende website www.sporenplan.nl  De charme van dit soort sporenplannen is dat er op een kleine oppervlakte veel te zien is. Zulke sporenplannen hebben wel als nadeel dat de onderlinge afstand van de sporen op een emplacement groter is dan met de vergroting overeenkomt omdat de sporen anders niet gescheiden van elkaar te zien zouden zijn. Daarom zijn de emplacementen te groot en passen ze niet in het stratenpan. Dat is de reden dat op deze webpagina het straten- en het sporenplan apart zijn weergegeven. 

In de sporenkaart [6] zijn veel meer gegevens ingeschreven dan in “NS in 1965”:

 

 

↑

Fragment van de sporenkaart in 1965 [6]. Ongeveer in het midden staat R.K.C., de afkorting van Rotterdamsche Kolen Centrale. Ook andere bedrijven zijn aangegeven, namelijk S.S.M. (Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij), S.H.V. (Steenkolen Handels Vereeniging) en R.D.M.

 

In de sporenkaart [6] heeft elke wissel een nummer. Dat is handig bij de hier volgende bespreking van de sporenkaart. In het gebied van interesse liggen de wissels 88 t/m 94. De wissels van de sporen op de kade aan de Waalhaven hebben een andere nummering, namelijk 191 t/m 197.

De CAW bevond zich loodrecht op de sporen, ongeveer halverwege enerzijds de wissels 91 en 92 en anderzijds wissel 90. De CAW overspande de twee sporen tussen de wissels 90 en 91 en een derde spoor daarnaast. De CAW is niet in het sporenplan aangegeven; daar was helemaal geen ruimte voor. Over de functie van het sporenplan het volgende:

·       Wissel 94 geeft toegang tot een kopspoor dat waarschijnlijk als uithaalspoor diende. De gang van zaken bij het samenstellen van een trein zou dan geweest zijn: de eigen R.K.C. loc, die volgens bovenstaande foto’s met de voorkant naar het oosten (naar rechts op de kaart) stond, trok de geladen wagens van één van de drie genoemde sporen het uithaalspoor op en duwde ze terug naar één van de twee buitenste sporen. Deze procedure werd herhaald voor de andere sporen onder de CAW. Een NS loc vertrok met de trein met gevulde kolenwagens, uiteraard na het nemen van de remproef.

·       De procedure bij de aankomst van lege wagens was bijvoorbeeld: een NS loc liet de lege wagens achter op het buitenste spoor, tussen de wissels 86 en 95, liep om via het naast liggende spoor en vertrok. De eigen loc reed via onder andere de wissels 93 en 94 het uitloopspoor op, stak terug en plaatste zich via de wissels 94 en 95 voor een groepje lege wagens, dat losgekoppeld werd van de overige wagens. De loc trok het groepje wagens het uithaalspoor op en duwde ze vervolgens naar één van de sporen onder de CAW of verdeelde ze over twee of alle drie sporen onder de CAW. Deze procedure werd herhaald totdat alle lege wagens op één van de sporen onder de CAW stonden.

 

In de sporenkaart [6] zijn kromtestralen ingeschreven. Bijvoorbeeld R = 150 betekent een minimale kromtestraal van 150 meter. Met een lijnstuk is aangegeven waar in een spoor dit getal geldt. Hoewel de foto met de R.K.C. dieselloc de indruk wekte dat de bogen krap waren, wordt dit niet bevestigd door het sporenplan: voor de krapste boog gold: R = 110 meter. Dat is naar hedendaagse begrippen krap, maar dat was in de tijd van de CAW niet zo. De sporen bij de R.K.C. zijn in 1957 aangelegd. De sporenkaart [6] strekt zich uit tot jongere havengebieden. Bijvoorbeeld Aros (Antwerpen Rotterdam Oil Storage, later Panocean) aan de Chemiehaven in de Botlek had vanaf het begin in 1965 spooraansluiting en daarin kwam R = 90 en R = 95 meter voor.

Aan locs kent men een minimum te berijden kromtestraal toe. In de folder van het door R.K.C. gebruikte Deutz A4L514R loctype staat zelfs dat de minimaal te berijden kromtestraal circa 50 meter is. Het woordje circa zegt het al: de minimaal te berijden kromtestraal is niet scherp gedefinieerd. Het hangt er vanaf of er spoorverwijding is toegepast, of er gesmeerd wordt, welke slijtage (aan materieel en rails) men nog voor lief neemt en hoe snel men door de boog wil kunnen rijden.

Orenstein & Koppel in Amsterdam bood een zeer speciale oplossing: de Deutschland Kurve, maar het is onbekend of die in Nederland is toegepast.

 

Het einde van de Centrale Antraciet Wasserij

 

Er zijn enkele vaststaande feiten:

·       Het artikel uit 1967 in [7]. Een citaat:
“De stuwadoorsmaatschappij Heijplaat zal haar terrein aan de Waalhaven uitbreiden met dat van de Rotterdamse Kolen Centrale (ROKOCENT). De opstallen, vier kranen, een wasserij en een brekerij, zijn eveneens overgenomen. Deze uitbreiding van de S.M. Heijplaat ligt geheel in de lijn die het Rotterdamse havenbedrijf met zijn beleid t.o.v. de Waalhaven wil volgen: van massagoed naar stukgoed. Heijplaat nam enige jaren geleden zelf al het massagoed-overslagbedrijf van Frans Swarttouw over, dat naar de Botlek verhuisde.
Op het thans verworven terrein zal de stuwadoorsmaatschappij ook containers gaan behandelen. …… De 10-tons kranen van het voormalige ROKOCENT-terrein kunnen daarbij gebruikt worden…….. ROKOCENT houdt na het vertrek van Heijplaat nog een kleine vestiging aan pier 2 over.”

·       De spooraansluiting van de RKC aan de Heijplaatweg verdween in 1968.

 

Van Rokocent is anno 2026 bijna niets terug te vinden, maar de eigen loc hield het nog lang bij andere bedrijven vol. Ze was tot 1984 bij de SHV (Steenkolen Handels Vereniging) op Pier 5 in de Waalhaven (die staat op het bovenstaande sporenplan) en werd daar in de spoorpoort gefotografeerd door Hans Scherpenhuizen:

 

↑ In 1976, nog met het originele uiterlijk ↑

 

↑ In 1977, geel en zwart geschilderd ↑

De Centrale Antraciet Wasserij verdween dus in 1967/68, slechts 10 jaar na de feestelijke opening. Maar er zijn ook aanwijzingen (geen bewijzen) dat het al eerder slecht ging:

·       De laatste krantenadvertentie van Rokocent met informatie over prijzen en deeltjesgrootte van antraciet (waarvan twee voorbeelden staan aan het begin van deze webpagina) verscheen in 1961. De allerlaatste advertenties van antraciet uit Wales dateren uit 1965 en 1966, maar die hebben een heel ander karakter:

Advertentie in het Algemeen Dagblad d.d. 27-11-1965 en 24-01-1966 →

In de advertentie staat geen enkele informatie meer over prijzen en deeltjesgrootte van antraciet. Daarentegen worden de gevoelens van de klant bespeeld. Klanten kunnen kolenvuur zeker als gezellig ervaren, maar de kreten gezonde warmte, zuinige brandstof en veilige brandstof zijn onbewezen of zelfs onjuist. Denk bijvoorbeeld aan koolmonoxidevergiftiging, vroeger ook wel kolendampvergiftiging genoemd. Koolmonoxidevergiftiging kan ook bij stoken op (aard)gas voorkomen, maar daardoor wordt het stoken op kolen niet gezond en veilig.
Ondertussen waren de twee mijnen in Wales waarvan Rokocent
antraciet betrok in 1963 [8] en 1964 [9] gesloten. Maar alle steenkolenmijnen in het Verenigd Koninkrijk waren in 1947 genationaliseerd en onder de National Coal Board (NCB) gebracht. Rokocent had daar een goede relatie mee, want een lid van de NCB had in 1957 de Centrale Antraciet Wasserij officieel in gebruik gesteld [3]. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat andere mijnen in Wales de leveringen van antraciet hadden overgenomen.
Strikt genomen bewijst de advertentie niet dat de CAW in 1965/1966 nog in gebruik was; het is niet onmogelijk dat de antraciet uit Wales toen rechtstreeks aan de klant werd geleverd.

 

·       Bij de in 1963 genomen foto 4273_L-7783 in het Rotterdams Stadsarchief staat als bijschrift “Op het terrein van de Rotterdamse Kolen Centrale (Rokocent) aan de Heijplaatweg langs de Waalhaven lost de zelflosser (ook bij schepen komen zelflossers voor !) Consoliation Coal USA 3000 ton kolen”. Dat waren geen kolen uit Wales. Waarschijnlijk waren het industriekolen (zie ook opm. d), want bij de huisbrandkolen van RKC is nooit sprake geweest van kolen uit de Verenigde Staten. Kennelijk was er voldoende capaciteit om kolen uit de VS te behandelen; hierbij werden de kostbare hijskranen echter niet gebruikt. Dat kan in 1957 niet de bedoeling van de investering zijn geweest.

 

Het einde van Rokocent

 

Rokocent ging nog een aantal jaren door op Pier 2 in de Waalhaven. In het kort:  het Rotterdamsch Parool  van 23-02-1963 meldde een brandje in de loods van R.K.C. Er was onder andere schade aan een vulmachine, dus de loods werd kennelijk nog gebruikt voor kolen.

Ook in een personeelsadvertentie voor een typiste in het Algemeen Dagblad van 02-02-1966  was nog sprake van kolen. Maar ook van olie ! 

 

Het op één na laatste levensteken van Rokocent is de bijgevoegde advertentie in het NRC Handelsblad d.d. 19-06-1973. Op 18-06-1974 volgde nog een soortgelijke advertentie in dezelfde krant →

 

De in de advertentie genoemde vereffenaar was waarschijnlijk Rijk Pieter Schoonheim, want die woonde als miljonair al minstens sinds 1950 in Wassenaar [bron: telefoonboek 1950].

 

De loc overleefde Rokocent; zie de onderstaande foto uit 1989 ↓

 

↑

Pierre de Greeuw maakte deze foto in 1989. De loc bevond zich nog steeds op Pier 5 in de Waalhaven, maar dat terrein was door de SHV overgedaan aan Dalmeijer (schroot), later genaamd European S(crap) Terminal ofwel EST. De overgang van kolen naar schroot is duidelijk te zien door vergelijk van de achtergrond van deze foto met die van de vorige foto’s. Opvallend is dat de inmiddels Appie I gedoopte loc nu een halfronde motorkap heeft. Dat wijst op het plaatsen van een andere motor, die niet onder de bestaande motorkap paste. En dat wijst er op dat de loc nog steeds gebruikt werd. Toch werd ze in 1989 gesloopt.

 

Omwonenden op de Heyplaat klaagden jarenlang over het lawaai van EST. Het bedrijf (inmiddels onderdeel van Jewo) verhuisde in 1993 naar een tweemaal zo groot terrein aan de  Laurenshaven in de Botlek. Het vrijkomende terrein op Pier 5 werd overgenomen door Metaal Transport [10].

 

Waarom kwam er een Centrale Antraciet Wasserij ?

 

De Centrale Antraciet Wasserij van Rokocent was uniek in Nederland. De Nederlandse kolenmijnen hadden wasserijen, maar Nederlandse havens niet.

 

Een citaat uit [3]:

“In 1954 nam de R.K.C. aan Pier 2 (Nijmegenstraat) een installatie in gebruik, die de kolen zeefde en brak. Ofschoon deze apparatuur uitstekend voldeed, werd toch de behoefte gevoeld aan een kolenwasserij, die de as en de stenen uit de geïmporteerde kolen zou halen” [3]. Wat er met as bedoeld werd is onduidelijk.

Wat betreft de stenen: de betrokken mijnen in Wales hadden elk een eigen wasserij [7,8]. Waarom werd de antraciet dan in Rotterdam nogmaals gewassen ? Wel, het wassen van kolen heeft een sterke ontwikkeling doorgemaakt. De nieuwe wasserij in Rotterdam zal voor 1957 modern zijn geweest en zal kleinere stenen (en gruis) hebben kunnen verwijderen dan de achtergebleven mijnen in Wales konden.

 

Dan is er de kwestie van de grootte van antraciet.

Antraciet wordt gesorteerd op grootte door deze te leiden over een reeks trilzeven met gaten, waar deeltjes naar gelang hun grootte doorheen vallen.

Bij de advertenties bovenin deze webpagina is al besproken  dat voor huisbrand in Nederland gebruikt werden:

  • Nootjes 2: stukjes antraciet van 3 tot 5 cm
  • Nootjes 3: stukjes antraciet van 2 tot 3 cm

In het Verenigd Koninkrijk gebruikte men andere namen (onder andere nuts) en andere eenheden (inches en breuken daarvan). Small nuts hadden - omgerekend in het metrische stelsel - een grootte van 3,2 tot 5,1 cm (opm. e) en dat komt heel aardig overeen met nootjes 2. Dat is echter toeval; er is geen Brits equivalent voor nootjes 3. Maar Rokocent bood - ook voor de opening van de CAW in 1957 - wel nootjes 3 aan. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de twee betrokken mijnen in Wales speciaal voor de Nederlandse klant andere zeven gebruikten om nootjes 3 te kunnen leveren. Een oplossing van dit probleem was dat Rokocent zelf in Rotterdam ging zeven. Hierboven bleek dat dit vanaf 1954 al op Pier 2 (Nijmegenstraat) gebeurde. Wat het zeven betreft werd met de CAW dus alleen de productiecapaciteit vergroot.

 

 

Waarom verdween de Centrale Antraciet Wasserij binnen 10 jaar weer ?

 

·       Rijk Pieter Schoonheim kan in 1957 de opmars van het aardgas onmogelijk voorzien hebben, want de gasbel in Slochteren is in 1959 ontdekt. Het zal hem in - pakweg - 1967 wel duidelijk zijn geweest dat voor Rokocent geen winstgevende toekomst meer was weggelegd.

·       Het was het beleid van het Havenbedrijf om op de Heijplaat bulkgoed te vervangen door stukgoed. Een dure verplaatsing naar de Botlek – met daarbij een afnemende vraag naar antraciet – zal financieel niet haalbaar zijn geweest voor zo’n kleine speler als Rokocent.

 

 

Opmerkingen

a)

Antraciet is de beste soort steenkool, met het hoogste percentage koolstof, het minste percentage verontreinigingen en de hoogste verbrandingswarmte en energiedichtheid. Het was zeer geschikt voor huisbrand. Antraciet werd op diverse plaatsen op de wereld gewonnen. De Nederlandse mijnen leverden te weinig antraciet voor de binnenlandse behoefte.
Vroeger was de Nederlandse spelling anthraciet.

b)

Een bijzonderheid van de “Doppel-Lenker” hijskranen is dat de last bij het veranderen van de vlucht steeds op dezelfde hoogte blijft. Het hijsvermogen van de kranen was 12,5 ton over de hele vlucht.

De inhoud van de grijper was 10 kuub. Het eigengewicht van een grijper van dat volume is 3,5 tot 4 ton. Er kon dus 8,5 à 9 ton antraciet in de grijper.

 

c)

Het is onbekend hoe de kolenwagens wagen voor wagen onder de losinstallatie verplaatst werden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de loc hiervoor steeds via de wissels van het ene spoor naar een ander spoor moest rijden. Mogelijk werden eerst alle wagens op een bepaald spoor wagen voor wagen door de loc verplaatst terwijl op de ander sporen niets gebeurde en was daarna een ander spoor aan de beurt.
Ook is onbekend of er vrachtauto’s beladen konden worden.

 

d)

Rijk Pieter Schoonheim – de directeur en eigenaar van de RKC – had een zoon in de Verenigde Staten  (ook Rijk Pieter geheten, maar hij werd Bill genoemd) die grote belangen in de Amerikaanse kolenwereld had. Dat zal een rol gespeeld hebben bij de import van kolen uit de VS.

 

e)

De cijfers achter de komma zijn het gevolg van het omrekenen, maar men moet er geen onnauwkeurigheid van 0,1 mm uit afleiden. Tenslotte staan er bij de nootjes ook geen cijfers achter de denkbeeldige komma. Zo nauw kwam het niet. In feite voldoen de small nuts geheel aan de eis voor nootjes 2.

Met dank aan:

Gerard de Graaf, Hans Scherpenhuizen, Ben van Wevering, Gerard Jacobs en Joop Langius

(beide laatsten bestuursleden van NedSek = Nederlandse Stichting Erfgoed Kranen).

Bronnen:

[1]

Willem H. Moojen, Rotterdamsche Kolen Centrale, van kolenboer tot miljonair, Walburg Pers / Lanasta, 2023. Dit boek gaat vooral over de schepen van Rokocent.

[2]

De Maasbode d.d. 15-06-1957.

 

[3]

Het Vrije Volk d.d. 14-06-1957.

 

[4]

Informatie van Joop Langius.

 

[5]

Collectie van Gerard de Graaf.

 

[6]

Collectie van Ben van Wevering

 

[7]

Het Vrije Volk d.d. 07-09-1967.

 

[8]

Seven Sisters Colliery

 

[9]

Onllwyn Colliery

 

[10]

Website van Nieuwsblad Transport, 30-11-1993.

 

 

 

{

Eigenaren

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud