|
► Zoeken ◄ |
||||
|
|
||||
|
Oud Nieuws 38: eerste deel 2026
|
||||
|
25 april 2026 De op 9 april 2026 op internet gezette webpagina over de Rotterdamse VuilVerbrandingsInrichting aan de Brielselaan is voltooid met de behandeling van de Ruston & Hornsby loc(s), het interne vervoer van ijzerschroot, de beschrijving van een zeldzaam ongeval met een kipkar, etc. |
||||
|
= = = |
||||
|
LBC Tank Terminals heeft haar bedrijf in de Botlek in 1999
overgenomen van Dow en omgebouwd van een productiebedrijf naar een
opslagterminal. Op 17.03.2026 leverde Niteq BV te Nibbixwoud er een rail gebonden acculoc van het Niteq type
8000-E. Bij het type slaat de E op elektrisch en het getal 8000 op de
trekkracht aan de haak in kgf. Een tweede loc van
dit type is in aanbouw voor LBC. Foto’s zijn nog niet beschikbaar, maar een
8000-E is bijna gelijk aan een 7000-E en daarvan bestaan wel foto’s, zoals de
onderstaande: |
||||
|
↑ Eén van de twee Niteq’s van het type 7000-E van
Chane Terminal Nieuwe Maas (voorheen Koole Tankstorage Minerals) in Pernis. Foto: Frank Schouten, 18-03-2026 Bij LBC was een hogere
trekkracht wenselijk vanwege een boog in het sporenplan. Daarom hebben de
Niteq’s daar een hoger gewicht, namelijk 44 in plaats van 42 ton. Ze hebben
ook een andere kleur, namelijk geel. De Niteq’s zullen gebruikt worden in een nieuw “railstation” voor het laden en lossen van bloktreinen, met zes spoorwagons op twee sporen. Dit gebeurt in het kader van Rainbow, een project ter modernisering en uitbreiding van de terminal. Het gaat daarbij om nieuwe opslagtanks, een nieuwe steiger, etc. In 2017 is begonnen met Rainbow I; thans loopt Rainbow III en de laatste fase is Rainbow V. Bij Rainbow V wordt nogmaals een nieuw railstation gebouwd, weer voor het lossen of laden van zes spoorwagons op twee sporen. Bij Rainbow III en V is niet alleen voorzien in railstations, maar ook in een “vrachtwagenlaadstation met plaats voor zeven respectievelijk acht vrachtwagens”. Achtergronden van de uitbreiding van opslagbedrijven zijn: · Het gaat slecht met de chemische industrie in het Rotterdamse havengebied. Daardoor zullen er meer chemische producten worden ingevoerd en zal er meer behoefte ontstaan aan opslagruimte voor dat soort producten. · Het hergebruik van materialen zorgt voor nieuwe producten (bijvoorbeeld pyrolyse-olie). Die moeten ook opgeslagen kunnen worden, maar stellen eigen eisen aan die opslag (zoals aan het materiaal van de opslagtanks) zodat er behoefte aan nieuwe opslagtanks ontstaat. Voor de volledigheid: toen LBC in 1999 de Rotterdamse vestiging van Dow Benelux overnam, was dat inclusief MaK fabrieksnummer 220119 van het type G321B die Dow Benelux in 1993 nieuw gekocht had. Bijzonder is dat op de website www.loks-aus-kiel.de de bouw fotografisch is vast gelegd. Zie deze link. Deze loc is nog steeds bij LBC. Ze heeft de bijnamen ’t Gemakje en Big MaK. Bronnen ondermeer: www.industrielinqs.nl;
http://www.europoortkringen.nl Met dank aan: Thomas ter
Berg (Niteq) en Frank Schouten. |
||||
|
= = = |
||||
|
Dan van Oude Maasweg 2 naar
Oude Maasweg 4: De buurman van LBC is vaak van naam (en iets minder vaak van
eigenaar) gewisseld: Pakhuismeesteren →
Paktank → Odfjell → Koole Tankstorage Botlek → Chane
Terminal Botlek Deze buurman heeft een loc
van precies hetzefde MaK type
G321B. Uit de website www.loks-aus-kiel.de blijkt dat ook deze MaK 220099 (1974) vaak van eigenaar is gewisseld: zie hier. |
||||
|
|
||||
|
↑ De MaK G321B van Chane (voorheen Koole en
daarvoor Odfjel) Terminal Botlek. Foto Frank Schouten, 17-04-2026 ↑ Het UIC/EVN nummer op
de motorhuif is bijzonder groot. Toch ontbreken achter de cijferreeks de
letters die de eigenaar kenmerken. Die hadden er ook miet meer bij gekund.
Het UIC/EVN nummer staat ook - in veel kleinere cijfers - op de cabine.
Daarboven zit nog het verbleekte logo van de vorig eigenaar Koole Terminals. |
||||
|
= = = |
||||
|
|
||||
|
↑ De
Groenlose Stoomsteenfabriek in
Groenlo. Achter de E-locs stalen
kipkaren van het bekende model, maar ook houten bakwagens. Foto:
website Scherp in Beeld; met dank aan Kees Plug. De foto is ook verwerkt in de bestaande webpagina
van de steenfabriek FOW .
Het was namelijk al lang bekend dat de voorganger van FOW – de NV Groenlose
Stoomsteenfabriek - van 1912 tot 1918 een elektrische loc van AEG
(fabrieksnummer 1249 uit 1912) voor 900 mm spoorwijdte had, maar een foto was
nog niet gevonden. Na de opheffing van de NV Groenlose Stoomsteenfabriek in
1918 werden de spoorrails en koperen bovenleiding onderhands maar
ongetwijfeld duur verkocht, gezien de schaarste aan koper en ijzer tijdens en
na WO I. Het is onbekend wat er met de Eloc en de wagens gebeurd is. De
“doorstart“ FOW moest zonder doen en wist bij stukjes en beetjes aan
voldoende gebruikt spoor te komen om een 700 mm smalspoorlijn op het oude
tracé te
leggen. Voor de tractie werd een unieke oplossing bedacht: een gasmotorloc.
Zie de webpagina van de steenfabriek
FOW. |
||||
|
= = = |
||||
|
De volgende oproep is
geplaatst op verzoek van Arnoud Bongaards: GEZOCHT: EEN MOOIE TOEKOMST
VOOR DE MOËS COLLECTIE! 🏭 Oproep aan meedenkers, initiatiefnemers,
erfgoedorganisaties, musea en overheden in Nederland en België De historische MOTEURS
MOËS-collectie zoekt een duurzame toekomst in Nederland of België. De Ateliers MOËS Frères uit
Waremme (anno 1904) waren een toonaangevend Waals bedrijf dat
industriemotoren, , scheepsmotoren. locomotieven en industriële machines
produceerde voor gebruik wereldwijd. Vandaag vormt deze unieke collectie een
tastbare herinnering aan een belangrijk hoofdstuk in de Belgische industriële
geschiedenis en bestaat uit: 🔧 12 MOËS smalspoor motorlocomotieven 🔧 13 MOËS dieselmotoren, scheepsmotoren en machines 🔧 Een uitgebreide verzameling
Decauvillespoormaterieel, onderdelen, objecten en documenten. 🎯 Ambitie De oprichting van een MOËS
Museum in Nederland of België, waar dit erfgoed professioneel wordt beheerd,
gepresenteerd en beleefd.\ 🔎 Wij zoeken samenwerking met: • Erfgoedorganisaties en
musea • Gemeenten en overheden • Culturele en industriële
partners 📍 Concrete vraag • Een geschikte locatie
(ca. 300–400 m² + buitenruimte) • Samenwerking in
organisatie en exploitatie • Ondersteuning bij
fondsenwerving en netwerk De collectie wordt in
permanente bruikleen ingebracht en blijft als geheel behouden. Als
initiatiefnemer en conservator blijf ik actief betrokken bij de ontwikkeling. 🤝 Interesse om mee te denken of samen te werken? Ik kom graag in contact om
de mogelijkheden te verkennen. Deel heel graag dit
bericht! 🔗 www.moteurs-moes.net Samen geven we dit unieke
Belgische industriële erfgoed een toekomst. DECAUVILLE SPOORWEG MUSEUM MECHANISCH ERFGOED CENTRUM EXPO MOËS MEC Arnoud Bongaards
- Conservator Stompetorenstraat 13 |
||||
|
|
||||
|
↑ Een deel van de Moëscollectie bij het
Mechanisch Erfgoed Centrum in Dronten op 21-07-2018 ↑ |
||||
|
0– 0 – 0 |
||||
|
9 april 2026 Bij
Koole Tankstorage Pernis rangeerde van 2008 tot de afvoer in 2023 een door
Bemo fraai opgeknapte oranje Henschel (30016 uit 1959) van het type DH 500 B met
koppelstangen. Vanaf 2021 werd de onderstaande Bemo huurloc Orenstein &
Koppe;l 26968 (1981) van het type MHB201 ingezet:
↑ Bemo huurloc O&K 26968 (1981) van het type
MHB201 bij Koole Tankstorage Pernis (voorheen Panocean en Paktank en nu Chane
Terminal Pernis) op de Vondelingenplaat in Pernis. Foto: Ben van Wevering,
03-08-2021. |
||||
|
Dat
is inmiddels al wat jaren het geval; nu het nieuws: De
O&K MHB201 is defect en komt van Chane Terminal Pernis voor reparatie
naar Bemo in Warmenhuizen (of is daar
al). Ter
vervanging werd de Bemo huurloc O&K 26526 (1965) van het type MB11N van zijn
tijdelijke inzet bij Liquin Botlek (voorheen Vopak Rotterdam Botlek)
verplaatst naar Chane Terminal Pernis. Zelfs voor dat kleine stukje was de
MB11N te hoog 1). Daarom werden de schoorsteen en het bovenstuk
van de cabine voor het transport afgenomen. De
kans bestaat dat de zwaardere MB11N
bij Chane Terminal Pernis blijft. (met
dank aan Arno Logman (Bemo) en Frank Schouten) 1) De standaard doorrijdhoogte boven het wegdek van
een viaduct in Nederland is 4,25 meter. De maximale hoogte van een O&K
MB10 is 4,05 meter. Voor de dieplader zou er dus slechts 20 cm boven het
wegdek overblijven. |
||||
|
= = = |
||||
|
Er is een boek verschenen over de firma Schalke in Gelsenkirchen [D]: Stefan Lauscher &
Wolfgang-Dieter Richter; Schalke: Lokomotiven für Bergbau, Industrie und
Nahverkehr; Verlag Barteld 2025. Het boek telt 400 bladzijden, maar is origineel en handig
ingedeeld: meteen na het openslaan ziet men landkaarten, waarin de klanten
van Schalke staan aangegeven. In Nederland zijn dat
de metro’s in Rotterdam en Amsterdam, Hoogovens (nu Tata Steel), ACZC (nu
Yara) in Sluiskil en Staatsmijnen; zie de kaart hieronder: |
||||
|
|
||||
|
Bij de naam van de klant
geeft de kleur het type railvoertuig aan. Vermeld zijn de jaartallen van aanschaf
en de pagina’s in het boek waarop deze railvoertuigen besproken worden. Zo
komt men razendsnel bij de gezochte informatie. Dan blijkt dat in het boek
raadsels worden opgelost: Op deze website werd bij het nieuws op 21 maart 2024 gemeld dat het GVB in Amsterdam twee locs bij Schalke besteld had. De loc arriveerden verrassend snel (al in juli) en werden Spark en Pulse genoemd. De kleur bleek oranje (bepaald niet de GVB kleur) te zijn. Uit het boek blijkt nu dat de locs in al december 2015 besteld zijn door de Stadwerke München voor de U-Bahn. Ze zijn in 2018, respectievelijk 2019 gebouwd (en waren toen al oranje). Het zijn de laatste locs die onder de naam Schalker Eisenhütte gebouwd zijn. Ze
voldeden niet aan de eisen van de Stadwerke en kwamen in 2020 bij Schalke
terug. Ondertussen waren de restanten van de kwakkelende Schalker Eisenhütte
gekocht door het Canadese Nordic Minesteel
Technologies (NMT) en werd een doorstart gemaakt onder de naam Schalke Locomotives.
De locs stonden jaren bij de haven van Gelsenkirchen. Bij aankomst in Amsterdam op twee en vier juli 2024 waren de locs al 5 en respectievelijk 6 jaar oud.
Ten behoeve van het GVB werden door Schalke enkele modificaties voor de aflevering
uitgevoerd en tenslotte werden in 2025 in Amsterdam de loodzuur accu’s
vervangen door lithium-ion accu’s. Ook werden deze accu’s van koeling
voorzien. Eerder,
in 1999, leverde Schalke drie tweeassige bakwagens aan de RET in Rotterdam
(bedrijfsnummers 7.001 t/m 7.003). Op 07-03-2000 volgde een multifunctioneel
voertuig met RET bedrijfsnummer 6201. Het dieselelektrische voertuig had twee
tweeassige draaistellen. .Aan het ene uiteinde
bevond zich een cabine voor twee machinisten plus vier anderen en aan het
andere uiteinde een hijskraan. In het tijdschrift Op de Rails (mei 2000) is
sprake van een hybride locomotief, die zowel op diesel als elektrisch kan rijden.
Dat was schromelijk overdreven: met een “noodbatterij” kon zegge en schrijven
één km langzaam worden gereden. |
||||
|
↑
RET 6201 bij de remise Waalhaven op 25-04-2007. De hijskraan is verdwenen ↑ De 6201 moest bijvoorbeeld een gestrand metrostel naar de werkplaats kunnen trekken en diverse materialen naar een werkplek kunnen brengen, inclusief het laden en lossen met de kraan. Daartoe was in een laadruimte voor 6 ton lading voorzien. Een eis was dat de asbelasting onder 12 ton bleef. De 6201 mocht daarom zonder lading hoogstens 42 ton wegen. Maar dat bleek al 47,59 ton te zijn. Met andere woorden: er kon 0,41 in plaats van 6 ton lading vervoerd worden ! Zo bleef er van de multifunctionaliteit weinig over. De 6201 ging dan ook op 31-05-2000 retour naar Schalke. Daar werden de vier elektromotoren, de draaistellen, de wielen, de buffers en nog veel meer onderdelen door lichtere exemplaren vervangen. De tweede aflevering was op 02-11-2000. Er kon nu 4,8 ton lading vervoerd worden. Dat voldeed nog steeds niet aan de eis van 6 ton. De RET nam er maar genoegen mee. Van een tweede batterijpakket van 1800 kg werd uiteraard afgezien. Tot overmaat van ramp bleek de loc veel storingen te vertonen. De 6201 werd dan ook weinig gebruikt en is in 2011 uit bedrijf genomen. Over de locs van de andere Nederlandse klanten van Schalke valt minder te melden. De aan Staatsmijnen in 1953 en 1958 geleverde cokesbluslocs vallen op door hun grote vermogen van 110 kW. Voor de drie aan Hoogovens in 1955, 1959 en 1963 geleverde cokesbluslocs was dat 56 kW. Het ging om wisselstroominstallaties van Siemens, respectievelijk gelijkstroom installaties van AEG. In het boek staat een link naar leverlijsten op de website van de uitgever. Men kan ze inzien met een in het boek genoemd wachtwoord. Het gaat om afzonderlijke leverlijsten voor bijvoorbeeld industrielocs, ondergrondse locs, cokesbluslocs, etc. |
||||
|
= = = |
||||
|
Zes spoorvervoerders
kondigden op 1 april (jawel) aan dat ze gedurende een proef van zeven maanden
tussen Kijfhoek en de Maasvlakte tegen vaste tarieven elkaars treinen
overnemen in geval van dreigende vertraging, uitval van treinen of verstoringen. Ze doen dat via de app
Portflow. De zes zijn Rail Force One, HSL
Netherlands, DB Cargo Netherlands, RTB Cargo, LTE en Rail Cargo Group. Ze
vertegenwoordigen samen 70 procent van de markt. Bronnen: Nieuwsblad
Transport; Railfreight.com |
||||
|
= = = |
||||
|
↑ Deze lugubere foto (Stadsarchief Rotterdam) is in
1925 genomen bij de VuilVerbrandingsInstallatie aan de Brielselaan in
Rotterdam Katendrecht en illustreert dat er van alles verbrand werd, zelfs
dode paarden.. Er
werden zodoende veel slakken geproduceerd. De slakken werden voor
verschillende toepassingen op verschillende groottes gezeefd en met kipkarren
(linksonder) op smalspoor op hopen gebracht, zoals men er onder het paard één
ziet. Vanwege de hellingen trokken de locs niet meer dan drie kipkarren. In
de loop der jaren zijn er minstens
zeven locs geweest. Aan dit ongebruikelijke smalspoor is een nieuwe webpagina
gewijd. |
||||
|
0– 0 – 0 |
||||
|
25 maart 2026 |
||||
|
↑ Op 11-03-2026 haalde loc 106 006 van RXP met
brullende motor en luid toeterend drie
ketelwagens uit bij NWB (Noord-Europees Wijnopslag Bedrijf BV) en
bracht die naar emplacement Westhaven. Daar werden
uit een ketelwagentrein weer drie wagens gehaald en naar NWB
gereden. Foto: Louis van Delft. De loc is een Oostduitse V60. De focus van het
NWB ligt al lang niet meer op wijn, maar op op- en
overslag van drinkbare en industriële alcohol, biodiesel en plantaardige
oliën. De spooraansluiting is eenvoudig: behalve de aansluitwissel is er geen
enkel wissel. |
||||
|
= = |
||||
|
Bij het nieuws van 14.februari 2026 werd
bericht over de “nieuwe” O&K van KLK Kolb in Delden. Deze loc is onlangs ‘Thuur’ gedoopt
ter nagedachtenis aan collega Arthur die jarenlang de vaste rangeermachinist
was en onlangs overleden is. Sicco Dierdorp maakte onderstaande foto’s op 11
maart 2026:
|
||||
|
↑ De naam Thuur staat onder het overstekende
dak, links van de schoorsteen ↑ ↓
Verdere gegevens van Thuur staan op
de zijkant van het machinisten huis ↓ |
||||
|
|
||||
|
De loc die nu Thuur heet
was jarenlang door Bemo verhuurd aan Nedmag in Veendam en stond daar heel
veel stil. Ze is daar niet opgevolgd door een andere loc. Zie voor
verdere bijzonderheden (zoals het lot van de “glasbak”, de loc Bennie, het
sporenplan en de kaapstander) de webpagina over KLK Kolb in Delden. (met dank aan Sicco
Dierdorp en Frank Schouten) |
||||
|
= = |
||||
|
Het Veenpark in Barger-Compascuum
in de gemeente Emmen is een interessant onderwerp voor de website
Industriespoor vanwege het smalspoor. Er zijn twee op turf gestookte stoomlocs en een groot aantal
diesellocs. Het Veenpark vroeg in augustus 2025 faillissement aan. De
curator (= advocaat die het faillissement afwikkelt) ging op zoek naar kopers
en zodoende verscheen onderstaande foto op de bekende website Funda: |
||||
|
|
||||
|
Volgens de media kwam de curator bijna tot overeenstemming met twee bedrijven die het Veenpark samen zouden willen overnemen. Eén der schuldeisers, de Rabobank, probeerde echter vanaf februari 2026 of er via haar bemiddeling nog andere gegadigden gevonden konden worden. Dat bleek het geval: op 12 maart 2026 kwam de gemeente Emmen met de bekendmaking “Veenpark maakt doorstart”. Het Veenpark wordt overgenomen door De Klokslag Aktiviteiten Beheer BV uit Assen . Deze
onderneming van Evert Yntema houdt zich bezig met
uiteenlopende zaken als kaasproductiesystemen, een
trampolinepark, feestverhuur (luchtkussens, etc.) en verhuur van
opslagruimte (opslagboxen en caravanstalling). Het is nu nog niet te zeggen
hoe het met het smalspoor zal verder gaan. |
||||
|
= = |
||||
|
Op 30
november 2025 werd op deze website bericht dat Delamine
in Delfzijl bij Bemo een
KRE-40-RCRV besteld had (zie hier, ook voor een toelichting op dit type).
Het op afstand bestuurbare rail-wegvoertuig met elektrische aandrijving
via accu’s is op 18 maart bij Delamine aangekomen
(met dank aan Frank Schouten). |
||||
|
= = |
||||
|
|
||||
|
↑ Gerard de Graaf
kocht deze nooit verzonden bijzondere briefkaart lang geleden op de Deventer
boekenmarkt. Op de foto staat een Deutz loc van het type CXIV R (zie hier de smalspoor versie
met dezelfde motor). Dit type had langzaam lopende ééncilinder motoren en dus
grote vliegwielen. De cilinder boven het vliegwiel is de brandstoftank. In
plaats van te tanken werden brandstofcilinders gewisseld. Daarvoor ziet men
de rechthoekige verdampingskoeler. De cilinderkop steekst eruit. Normaal was
al dit moois verborgen onder de motorkap, maar die is verwijderd voor een
lasreparatie (door de man met lasbril). Tussen het zijraam en de deuropening
in het machinistenhuis zit een ovale plaat met het Deutz fabrieksnummer 6588.
Volgens de fabriekslijst is dit nummer in 1924 gebouwd en geleverd aan
Du Croo & Brauns, dat in 1921 - begin 1926 als importeur van
Deutz was. . Deze
foto staat als Figuur 32 in dit
boek uit 2008. Toen was
nog niet bekend wat de locatie was. Door vergelijk met een foto van het
terrein van Spieker & Elferink in Zutphen hebben Gerard de Graaf en het
Zutphens archief recent vast gesteld dat de foto gemaakt is bij Spieker &
Elferink in Zutphen. Dat was een overslagbedrijf met een eigen haven. Voor de
exploitatie daarvan werd in 1923 een aparte N.V. opgericht, namelijk de N.V.
Spieker & Elferink’s Handel - en
Transportmaatschappij. Het kapitaal bedroeg f 450.000, waarvan f
353.000 werd ingelegd door Twentse ondernemers [Twentsch
dagblad Tubantia en Enschedesche courant
12-01-1923]. Die grote Twentse inbreng is te verklaren door het feit dat het
Twentekanaal in die tijd nog niet bestond. Daarom werden veel goederen met bestemming Twente in de aan de
IJssel gelegen steden Zutphen en Deventer van schip naar trein overgeslagen. Gerard de Graaf vond dit artikel in de Zutphense
Courant d.d. 24-9-1927. Het Deutz type CXIV staat te boek als een benzine- of
benzolloc. Uit het artikel blijkt echter dat de motor wel op benzine gestart
werd, maar dat vervolgens op ruw-olie (= dieselolie) werd overgegaan. → In de Tweede Wereldoorlog
vestigde de Duitse Wehrmacht een munitiedepot in de panden van Spieker en
Elferink. Toen Canadese troepen Zutphen naderden blies een Duits
Sprengkommando het munitiedepot op. Dit richtte enorme schade aan. [https://www.kijkopzutphen.nl/op-weg-naar-de-bevrijding-1945-14].
Het ligt voor de hand dat dit ook het einde betekende van de loc van Spieker
en Elferink. Ondertussen was sinds 1938 de hoofdtak van het Twentekanaal
gereed. Toch had Spieker & Elferink’s
Handel - en Transportmaatschappij in 1960 nog
steeds een spooraansluiting; zie
hier. |
|
|||
|
(met dank aan Gerard de Graaf) |
||||
|
0 – 0 – 0 |
||||
|
8 maart 2026
De tweejaarlijkse beurs en
het congres Railtech Europe werden weer in de Jaarbeurs in Utrecht gehouden.
Schuurmans Helvoirt Verhuur BV (SVH) kwam met een primeur: een
schaarhoogwerker met een railplatform
- “manbak” - van 12 meter lang en met een draagvermogen van 1500 kg. Het
railplatform is bedoeld om met meerdere mensen aan de bovenleiding te kunnen
werken. Het voertuig heeft rupsbanden en spoorwielen. Een inklapbare trap met
leuningen verschaft de toegang:
Zelfs in de laagste stand
was het gevaarte prima geschikt om een overzicht van een deel van de beurs te
krijgen: |
||||
|
↑ Centraal in de foto staat de Eco Rail Mover 12 (ERM
12, die enkele jaren geleden door Nijhuis in Dronten is gebouwd voor verhuur
of verkoop door Railcare. Er zijn diverse
configuraties mogelijk. In de meest eenvoudige toestand gaat het om een
radiografisch bestuurde, 6 meter lange flat-bed lorrie. De aandrijving
gebeurt door elektromotoren en accu’s onder de laadvloer. Op de foto is de
ERM aan twee kanten met 2,5 meter verlengd. Zo ontstaat bij een wielbasis van
3,5 of 4 meter een enorm overstek. Daarom lopen de verlengstukken taps toe.
Op de foto is aan beide uiteinden een cabine voor 2 personen geplaatst.
Verder is er een beschermde zitruimte
voor 8 personen. Maximaal kunnen kunnen er 3 van deze zitruimtes geplaatst
worden zodat er in totaal 28 personen vervoerd kunnen worden. Zie de brochure van Railcare voor meer gegevens van de Eco Rail Mover. Zie deze in 2023 bij
Nijhhuis opgenomen video. Daarin is onder andere te zien hoe de EMR
omgebouwd wordt. En ook dat er rongenin de laadvloer geplaatst kunnen worden
en dat tussen die rongen schotten geplaatst kunnen worden zodat een laadbak
ontstaat. De ERM is al verhuurd
geweest voor: · personenvervoer in de Hemtunnel · vervoer van veiligheidshekken naar de werkplek · de werkzaamheden rond Amsterdan CS werkzaamheden in het
onderhoudsbedrijf voor hogesnelheidstreinen in de Watergraafsmeer. |
||||
|
= = |
||||
|
↑ Nijhuis Engineering Dronten BV had als
primeur een “draadoproller” ↑ Wanneer
een oude rijdraad vervangen wordt door een nieuwe is het afvoeren van de oude
rijdraad een lastig karwei. De draadoproller kan door een Krol worden opgepikt. Vervolgens kan de oude rijdraad
worden opgerold, zodat die makkelijk in rollen kan worden afgevoerd. Het is in deze
video te zien. Op de draadoproller zit een sticker van Strukton omdat
Strukton met het idee kwam. Nijhuis voerde het uit. De Krol op de foto (een Liebherr)
is overigens van BAM. |
||||
|
= = |
||||
|
↑ BEAZ
(Battery Electric from A to Z) Solutions was voor het eerst aanwezig op
Railtech Europe en wel met een rail-wegvoertuig van het BEAZ type BRR 4000 |
||||
|
Intermezzo Verreweg de meeste
producten van BEAZ Solutions gaan naar het buitenland. BEAZ Solutions heeft
ook een fabriek in India Wat betreft Nederlandse
bedrijven zijn BEAZ voeruigen te vinden bij het al genoemde Nedtrain, Graaco
in Coevorden, Evon in de Europoort (voorheen Caldic) en - sinds circa een
half jaar - bij Tata Steel in IJmuiden. In het laatste geval gaat het om het
zware type BRE 6000. Dat is geen rail-wegvoertuig (want dan had er RR van
Rail-Road in het type gestaan), maar een spoorvoertuig. De BRE 6000 voor Tata Steel bij BEAZ in Hoogkarspel. Foto: Jack Zuurbier, 28-08-2025 → |
|
|||
|
= = |
||||
|
De TRACKBOT komt voort uit
een samenwerking van No Man Trackwork en de AMT Group in Breda. Inmiddels is
men toe aan de Trackbot 2.0, die in de AMT brochure ERTMS TRACKBOT wordt genoemd (mogelijk ten
overvloede: ERTMS = European Rail
Traffic Management System). De Trackbot 2.0 kan autonoom (dus zonder
menselijke tussenkomst) de balises en assentellers voor ERMTS monteren: via GPS
wordt de juiste plaats voor een balise of assenteller bereikt. Daar worden
twee gaten geboord (voor de balise in een dwarsligger en voor de assenteller
in de spoorstaaf), de balise of assenteller wordt geplaatst en de twee
schroeven worden met het juiste moment vast gedraaid. De Tracbot 2.0 was op Railtech Europe 2026
aanwezig: |
||||
|
|
||||
|
↑ Onder de Trabot 2.0 ligt een balise (geel) ↑ De Trackbot 2.0 mag niet
via het openbare spoorwegnet van het ene karwei naar het andere rijden,
bijvoorbeeld omdat de snelheid veel te laag is. Daarom is de Trackbot 2.0 een
rail-wegvoertuig. Een hijskraan kan de Trackbot bijvoorbeeld van een
vrachtwagen tillen en in de buurt van een overweg plaatsen. De Trackbot 2.0
rijdt dan zelf naar de overweg, zet zich zelf in het spoor, trekt de
wegwielen in en rijdt op de spoorwielen naar de juiste plaats. Midden in de zijkant
bevinden zich luiken met vier vensters waardoor men naar binnen kan kijken.
De luiken in de andere zijkant waren
open geklapt: |
||||
|
|
||||
|
↑ Er zijn drie robots
(blauw). Rechts ligt een aantal balises (geel). Ook
de al genoemde balise onder de Trackbot is van deze
kant te zien. |
||||
|
Dit is volgens de AMT brochure de bestuurdershut. Zie de stoelen tegen de wand → Op de door voestalpine
aangevoerde 10 stukken spoor (en daarbuiten) was nog meer te zien. Maar
bijvoorbeeld een elektrische Krol is (gelukkig) al geen bijzonderheid meer.
Alle hier besproken voertuigen zijn rail-wegvoertuigen. Ze zijn grotendeels
geel (vanwege de veiligheid) maar voor wat betreft het milieu ook groen:
alleen de enorme SHV hoogwerker heeft een (schone) dieselmotor; de andere
hebben tractiebatterijen en
elektromotoren. Ook de brochures bevatten tegenwoordig veel groen, zowel
letterlijk als figuurlijk. Zie de brochure van de Eco Rail Mover
van Railcare. De (on)mogelijkheden van de Jaarbeurs zullen invloed op het ten toon gestelde op de beurs hebben: het is relatief eenvoudig om een rail-wegvoertuig ten toon te stellen: je zet het voor de deur en het voertuig kan op eigen kracht naar binnen gereden worden. Bij een locomotief ligt dat heel anders. Bij de vroeger in Amersfoort gehouden Railtech Europe beurzen waren minder beperkingen. |
|
|||
|
0 – 0 – 0 |
||||
|
14.februari 2026 Het eerste raadsel over
stoomlocs op industrieel smalspoor stond al sinds 21 maart 2009 zonder enige
reactie op deze website. Kees Plug loste het op. Opmerkelijk is het
“recyclen” van de eigendomsplaat op de ketel. Dat is een plaat met de naam
van de eigenaar en het VVB (VerVoerBare ketel)nummer van het Stoomwezen. Na
de verkoop van de loc werd de eigendomsplaat van de vorige eigenaar
omgedraaid, waarna de gegevens van de nieuwe eigenaar werden ingeslagen en de
plaat weer werd vastgezet. Klik voor de oplossing van het
raaadsel. = = |
||||
|
↑ Een verrassing in het bos bij Delden ! Bij het
chemiebedrijf KLK Kolb is de bekende “Glasbak” verdwenen. Fred Hommersom
fotografeerde de opvolger op 28-01-2026 Zie de webpagina over Servo → Elementis →
KLK Kolb. Daar wacht nog een verrassing:
op het bedrijfsterrein van KLK Kolb bevindt zich
een kaapstaander. Verder zijn in de webpagina aanvullingen verwerkt
(waaronder het sporenplan) en zijn fouten gecorrigeerd. |
||||
|
= = |
||||
|
De Stoomtrein Katwijk
Leiden heeft weer de hand gelegd op een Spoorijzer Railtractor (RT), waarvan
waarschijnlijk geen enkele railhobbyist het bestaan vermoedde. De RT ziet er
gebruikt en zeer compleet uit. Over de eigenaar kan geen twijfel bestaan,
want zijn naam is keurig met grote letters op het achterschot vermeld: Mourik
N.V. te Groot-Ammers:
↑ SIJ 239 ofwel NSS 88. Foto: Gerard de Graaf,
Katwijk, 3 januari 2026. Het aannemingsbedrijf Mourik kocht de loc in verband met dijkwerkzaamheden op het eiland Tiengemeten in het Haringvliet. Later volgden onder andere wegwerkzaamheden in Harmelen. Daarna stond de RT jarenlang buiten dienst totdat een werknemer van Mourik de loc in 2018 overnam, samen met een kipkar. Hij wilde de RT weer rijvaardig maken, maar zijn gezondheid verhinderde dat. Het gaat om een Spoorijzer RT 8
met fabrieksnummer 239 en bouwjaar 1964 of 1965. Verdere bijzonderheden zijn
nu al te vinden op de website van de Stoomtrein Valkenburg Leiden en wel in
de Kerncollectie bij motorloc 88. Een andere aanwinst van de Stoomtrein Valkenburg Leiden is een houten lorrie met 500 mm spoorwijdte van een kaashandel. De lorrie heeft neerklapbare borden op de kopeinden, zodat er extra ruimte was voor de kazen. |
||||
|
= = |
||||
|
Momenteel wordt vaak bericht over de teruggang van het
goederenvervoer per spoor. Gelukkig is er ook positief nieuws: Het internationale tankopslagbedrijf VTTI gaat investeren in de spoorinfrastructuur van haar Eurotank Terminal Amsterdam (ETA). De bouw zal dit jaar beginnen; de “spoorfaciliteit” zal naar verwachting eind 2027 in gebruik worden genomen. Het persbericht rept over klanten die gasolie en hernieuwbare diesel (HVO) verwerken. Verder houdt het ontwerp van de faciliteit rekening met een toekomstige uitbreiding voor het laden van biodiesel (FAME). Merkwaardig is dat het persbericht geen melding maakt van de wel op de VTTI website vermelde spooraansluiting, die er al circa 70 jaar ligt, maar in onbruik is geraakt. Ter toelichting: In 1926 werd de Amatex (Amsterdamse Matex) opgericht als dochter van Van Ommeren. Begonnen werd met een tankopslagbedrijf op het terrein van de failliete Oliefabrieken Insulinde aan de Cruquiusweg/Zeeburgerkade. Er was een spooraansluiting met twee sporen. Vanaf 1952 werden de opslagtanks op spectaculaire wijze verhuisd naar de in aanbouw zijnde terminal aan de Van Riebeeckhaven. Die terminal werd voortdurend vergroot. Bij de officiele opening in 1958 sprak de pers zelfs over “de grootste opslaginstallatie van minerale en eetbare oliën van Europa”. De terminal was toen al jaren (deels) in gebruik. In 1956 was er een nieuwe Orenstein & Koppel dieselloc (fabrieksnummer 25702) van het type MV4A aangeschaft. Ze kreeg een eigen locloods. Ook was er een weegbrug voor gewichten tot 100 ton. Druk had de loc het nog niet: zo bedroeg in 1961 de aanvoer van benzine naar de Amatex omstreeks 200.000 ton, waarvan 162.000 ton per binnenschip, 29.000 ton per zeeschip en 4.000 ton per spoor weer verder ging.
↑ De terminal wisselde een aantal malen van eigenaar
en van naam; de loc bleef. Ze kreeg het druk, want vanaf 1998 reden er
treinen met doorgaans twintig vierassige ketelwagens met gasolie naar
Zwitserland en Oostenrijk. De foto is op 08-02-2000 bij Europoint Terminals
(zoals het bedrijf van 1999 van tot 2006 heette) genomen door Henk de Jager.
Op de achtergrond staat de elektriciteitscentrale Hemweg. .
De
laadinstallatie kreeg in 2003 drie vulpunten, waardoor het beladen van een
trein nog maar zeven uur duurde in plaats van twaalf. In mei 2003 werd de MV4
geinspecteerd bij Bemo in Waarland.
Dat was mogelijk omdat er ondertussen een andere (en zwaardere) loc
gearriveerd was:
↑ Deze
tweedehands Orenstein & Koppel van het type MB10N (fabrieksnr. 26552 uit 1966) werd door Bemo in 2001 uit Duitsland gehaald. Ze
werd meteen verhuurd aan EPT (EuroPoint
Terminals, zoals het bedrijf van 1999 – 2006 heette). Het bijzondere van deze
d.d. 22.10.2002 gemaakte foto is dat een monteur helemaal in de voorste
motorhuif is gedoken. Alleen zijn schoenzolen zijn op de voetplaat te zien. De MV4A kon zodoende in 2004 bij Bemo in revisie gaan. De loc werd geel en kreeg een
andere dieselmotor. De MB10N ging in 2005 bij Bemo in revisie, waarbij de dieselmotor werd uitgewisseld. Ter tijdelijke vervanging werd niet teruggegrepen op de pas gereviseerde MV4A: van Bemo werd een Köf III gehuurd (Jung 13892/1965; ex-DB Köf 332 247-6). De gereviseerde MB10N werd door Bemo aan EPT verkocht. Bemo bleef tot omstreeks 2019 het onderhoud van beide locs doen. Vitol (de grootste onafhankelijke oliehandelaar ter wereld) kocht in 2006 de aandelen van EuroPoint Terminals. Vitol dochter VTTI beheert de terminal en noemde het bedrijf Eurotank Terminal Amsterdam (ETA). Vanaf 2007 was er alleeen ad-hoc spoorvervoer van
gasolie, bijvoorbeeld wanneer lage waterstanden de scheepvaart hinderden. In
juni 2013 reedt de laatste trein met dieselolie naar Zwitserland. Eurotank
Terminal Amsterdam sloeg een groene koers in en maakte een deel van de
gasolie-tanks geschikt voor de opslag van biobrandstoffen, gemengde
biobrandstoffen en Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). De MB10N en de MV4A zijn in 2025 door een handelaar opgekocht. De MB10N stond “vast geroest aan het spoor” en de aandrijving (met name de dieselmotor) stond vast. Later zijn beide locs geveild. De MV4A heeft van voor 21-05-2025 tot na 18-10-2025 op een ponton in Westzaan gestaan. Het is onbekend waar de locs gebleven zijn. Duidelijk is dat de bejaarde diesellocs niet pasten in de toekomstplannen van Eurotank Terminal en daarom moesten verdwijnen. Bronnen:
Arno Logman (Bemo), Maarten van der Willigen, het tijdschrift Railmagazine,
kranten via de website Delpher, persbericht VTTI d.d. 28-01-2026, ORAM
(ondernemend Amsterdam). |
||||
|
= = |
||||
|
Ook Defensie zorgt voor meer goederenvervoer per spoor. Op deze website werd aandacht besteed aan een voor Defensie te bouwen terminal met spooraansluiting op de Tweede Maasvlakte (zie hier). Een ander project is de uitbreiding van het Militaire raccordement in `t Harde: Omdat de Landmacht meer materieel krijgt, worden er extra dieplaadwagons aangekocht om dit militair materieel per spoor te kunnen vervoeren. De ter beschikking staande raccordementen hebben onvoldoende capaciteit om deze dieplaadwagons te kunnen stallen en rangeren. Daarom moet er meer opstelruimte komen op het Militaire emplacement in ’t Harde. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft als opdrachtgever op 28-01-2026 een aanbesteding op internet gezet voor het project “Uitbreiding raccordement `t Harde”. Het ontwerp is van Logitech in Driebergen, een succesvolle private voortzetting van NS Transportvoorlichting. Geïnteresseerde aannemers kunnen tot 20-04-2026 reageren. Het werk moet opgeleverd zijn op uiterlijk 23-12-2026 [1]. De huidige situatie in ’t Harde is uitstekend in te zien via www.OpenRailwayMap.org Ter inleiding is hieronder een klein deel van het militaire raccordement op Open Railway Map weergegeven: |
||||
|
|
|
|
|
De standaard weergave is in grijstinten, maar hierboven is voor kleuren gekozen. Spoorlijnen kunnen op verschillende manieren worden weergegeven. Hierboven zijn sporen met verschillende maximum snelheden verschillend gekleurd. Het reizigersstation ’t Harde ligt aan de Veluwelijn Amersfoort – Zwolle en heeft vier sporen. De perrons op bovenstaande kaart zijn grijs. Ze liggen – ten opzichte van elkaar verschoven - ter weerszijden van de groene sporen, waar maximaal 140 km/uur mag worden gereden. Verder zijn er twee blauwe sporen waar maximaal 40 km/uur mag worden gereden. Ze zijn geëlektrificeerd (dat is te zien door een kaartweergave te kiezen waarbij voor elk spoor de spanning op de bovenleiding wordt aangegeven) en zijn bestemd voor goederentreinen. Het meest rechtse (oostelijke) reizigersperron lijkt een eilandperron, maar is dat niet. Bij de oostelijke perronwand is namelijk een hekwerk geplaatst, zodat daar niet in – en uitgestapt kan worden. De sporen van het Militaire spooremplacement zijn ook blauw (maar er zal daar lang geen 40 km/uur gehaald worden). Er is een groot laad- en losperron met zes kopsporen en één zijlading. Op dit perron heeft Open Railway Map een (witte) weg aangegeven, maar die is er in werkelijkheid niet. Van de kopsporen is hier maar een klein stukje te zien; ze zijn circa 600 m lang. Bij de pijl begint een betonweg. Personenauto’s moeten hiervan gebruik maken om op het P&R terrein te komen. Militaire voertuigen rijden rechtdoor en omhoog naar één van de kopsporen waar wagens zijn geplaatst. De voertuigen rijden van wagen tot wagen tot de juiste plaats is bereikt en ze daarop vast gezet worden. De ruim 200 meter lange zijlading is geschikt voor het laden en lossen met behulp van een reach stacker of verreiker [2]. Net voor de kop- en zijlading buigt een weg van de betonweg af, maakt een bijna haakse bocht en loopt dan evenwijdig met het (roodbruine) hekwerk van de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne. Verderop gaat de weg over in een zandweg. Die weg zou hobbyisten een uitstekende gelegenheid bieden om te fotograferen. Maar het is militair terrein en dus is het onbevoegd berijden van die weg verboden. Ook het betreden van de kop- en zijlading is verboden. Te oordelen naar het aantal desondanks gemaakte foto’s wordt er niet gehandhaafd en hebben diverse hobbyisten de verboden aan hun laars gelapt. Maar dat gaat helaas veranderen. Het bestek [1] betreft niet alleen de hieronder te bespreken uitbreiding van het sporenplan, maar ook de afsluiting van de kop- en zijlading middels hekwerken en poorten. In dit kader zal de genoemde weg voorzien worden van een dubbele draaipoort waarop hekwerken met een overklimbeveiliging op aansluiten. Dan nu de uitbreiding van het sporenplan: Het Militair spooremplacement is circa 2 km lang. Daarvan is hierboven slechts een klein deel weergegeven. Het hele Militaire Spooremplacement is als volgt te zien: Klik op deze link. Op de meeste computers zal dan het hele Militair spooremplacement bij een betrekkelijk lage vergroting te zien zijn. Om meer in detail te kijken kan ver ingezoomd worden. Het blijkt dan dat de zeven sporen van de kopladingen en zijlading samen komen in één spoor. Iets verder (naar het noordoosten) langs dit spoor ligt het Dienstgebouw (een klein blokje bij de r van Militair spooremplacement) en nog iets verder is onder dit spoor een (niet op de kaart aangegeven) smeerput aanwezig. Alle treinen komen aan en vertrekken via het toegangsspoor dat aan de ene kant verbonden is met het in de bovenstaande kaart meest oostelijke geëlektrificeerde goederenspoor. Aan de andere kant loopt het toegangsspoor vanaf ongeveer het Dienstgebouw evenwijdig met het eerder genoemde uithaalspoor van de kopladingen en zijlading. Tussen beide sporen liggen enkele wisselverbindingen zodat om de smeerput heen gereden kan worden. De twee sporen eindigen in twee lange uithaalsporen. Ze komen aan het uiteinde samen zodat een loc kan omlopen. Zoals gezegd: alle treinen komen hier aan of vertrekken hier [2]. De uitbreiding van het emplacement bestaat uit twee voegloze sporen evenwijdig met en oostelijk van de twee uithaalsporen. Ze beginnen met twee stootblokken vlakbij het Dienstgebouw en zijn tenminste 725 meter lang. Aan het uiteinde komen alle sporen (de al aanwezige twee en de nieuwe twee) samen. Aan de kant van de twee stootblokken is een wisselverbinding tussen de vier sporen. Zie voor het sporenplan van het oostelijk terreindeel onder [1] bij de Bronnen hieronder. Er zijn twee tekeningen: één voor de bestaande situatie en één voor de nieuwe situatie. Bij de nieuwe sporen zijn geen voorzieningen voor lossen en laden. Het zijn immers sporen om dieplaadwagons te kunnen stallen en rangeren. Voor de aanleg moet circa 1 hectare bos wijken en een zandweg worden omgelegd. Een en ander speelt zich geheel op militair terrein af. Een vraag is hoe men de bouwmaterialen ter plekke krijgt. Er zijn hier immers geen verharde wegen. Defensie verhuurde voorheen diverse locomotieven voor het emplacement in ’t Harde (zie hier), maar heeft sinds 2022 eigen tractie en wel in de vorm van een rail-wegvoertuig van het type RR 2444 van de Belgische fabrikant Mol: |
||||
|
↑ Foto
Defensie ↑ Merkwaardig is dat het voertuig te midden van groene legervoertuigen en spoorwagens nog steeds knalgeel is. Zo lijkt het een makkelijk doelwit voor een drone. In 2022 droeg het voertuig nog geen kentekenplaat; op bovenstaande foto wel. Bronnen: [1] Rijksvastgoedbedrijf, Uitbreiding raccordement `t Harde, Bestek en voorwaarden, versie 5.0 Definitief, Versiedatum 16-01-2026, Besteknummer 25243. Zie https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/409809 en klik op Documenten. Klik op Aanbestedingsdocumenten (8) en klik dan op (= download) Bijlagen bestek 5243 v5.zip Interessant is Bijlage 8 met het Overzicht oostelijk terreindeel en het Overzicht Westelijk terreindeel.
[2] Roland Korving en Coen Ormel, Militair vervoer per spoor, RailMagazine 282 (maart 2011), p. 38 en RailMagazine 283 (april 2011), p. 30. Zie ook: Myron van Ruijven, Het beladen van militair vervoer in ’t Harde, 19-05-2016. |
|||||
|
= = |
|||||
|
Laatste nieuws De BTT Multimodal Group in Tilburg heeft de Rail Terminal Chemelot (RTC) in Geleen overgenomen. RTC heeft drie sporen van 700 meter en twee brugkranen. De terminal gaat verder onder de naam BTT Rail Terminal Chemelot. RTC werd in 2013 geopend op initiatief van het Genkse bedrijf Ewals Intermodal, de Haven van Antwerpen en Meulenberg Transport, maar had de laatste tijd veel vervoer verloren. Bron: onder andere TTM.nl |
|||||
|
|
|||||
|
0 – 0 – 0 |
|||||
|
17 januari 2025 Sommige raadsels op deze website zijn na jaren nog
niet opgelost. Maar het moeilijke en recente raadsel van de twee stoomlocs
die de kipkarren trokken bij het grondverzet rondom het Jachtslot Sint
Hubertus op de Hoge Veluwe is opgelost. Zie deze link. Vanaf 4/5 januari 2026 veroorzaakte sneeuw ernstige problemen voor het spoorverkeer in Nedeland. ProRail liet via diverse media weten dat rondom Amsterdam wissels niet ontdoooid konden worden omdat een gasleiding voor wisselverwarming wegens werkzaamheden buiten bedrijf was gesteld, terwijl een andere gasleiding een lek vertoonde dat niet gevonden kon worden. Er speelde echter nog een andere verstoring van het treinverkeer een rol die in de media geen enkele aandacht kreeg, namelijk “ijsval” van windmolenbladen. In 2021 is Windpark Nieuwe Hemweg in bedrijf genomen. Het gaat om zeer grote windmolens, met een rotor diameter van 100 meter en een totale hoogte van 150 meter. Omdat er weinig grond beschikbaar was om windmolens te plaatsen zijn de zes windmolens gebouwd op grond van ProRail bij het emplacement Westhaven [1]. Het aangrenzende opstelterrein voor reizigerstreinen werd uitgebreid met extra ruimte voor 110 rijtuigen. De extra opstelruimte kwam in 2023 in dienst. Bronnen onder andere: Windpark Nieuwe Hemweg geopend Uitbreiding opstelterrein Westhaven Windbase Hieronder
staat een kaart van een deel van het betrokken ProRail terrein: |
|||||
|
↑ Fragment uit www.openrailwaymap.org De letters zijn klein, maar na gebruik van
de link en inzoomen op de gewenste plaats is de vergroting op te voeren Ongeveer in het midden,
tegen de bovenrand - op Prorail terrein - staat een molen van het Windpark
Nieuwe Hemweg. De afstand tot het dichtst bijzijnde spoor bedraagt circa 15
meter. De andere vijf molens staan meer in de richting va het Noordzeekanaal. Gekozen is voor de kaartstijl Infrastructuur. Daarom
zijn de nummers van de goederensporen zichtbaar (andere kaartstijlen zijn
bijv. Maximum snelheden en Spoorwijdte). Bij de T kruising van de
Gyroscoopweg met de Westhavenweg is een toegang tot het ProRail terrein. Er
is een parkeerterrein voor auto’s en een tijdelijk kantoorgebouw, gehuurd
door DB Cargo (Westhavenweg 11). Locs die de “last mile” naar de diverse
spooraansluitingen verzorgen staan meestal hier, op het spoor het dichtst bij
de Westhavenweg. Terug
naar de sneeuw en vorst: |
|||||
|
|
|
||||
|
↑ Foto’s van Louis van Delft, genomen
bij het emplacement Westhaven op 06-01-2026 ↑ De beeldschermen
zijn bedoeld voor personeel dat het emplacement en omgeving wil betreden. Ze
hangen bij alle toegangspoorten aan de noord- en zuidzijde en elk beeldscherm
vertoont afwisselend beide teksten. “IJsval” van
windmolens (in meer officiele taal windturbines
genoemd) is een bekend probleem. Bijvoorbeeld het Waterschap
Zuiderzeeland (de waterbeheerder in
Flevoland en een klein deel van Friesland en Overijssel) waarschuwt met
borden voor vallend ijs van windmolens op de dijken in de Noordoostpolder. Op
die borden staat: “Pas op bij vorst kans op vallend ijs”. Uit de
aanwezigheid van de beeldschermen blijkt dat ProRail van het risico van ijsval op de hoogte was en is. Zowel de sporen
voor reizigerstreinen als die voor goederenmaterieel waren dicht. Er was dus
ook geen “last mile” vervoer van emplacement Westhaven en naar de diverse spooraansluitingen en terug. Het is niet bekend
hoe lang deze waarschuwingen voor ijsval van kracht
zijn geweest. Prorail berichtte er niet over. Op
zoek naar informatie kwam wel een uiterst merkwaardig bericht naar boven: In 2009 zijn Evelop – onderdeel van Eneco – en ProRail een
samenwerkingsovereenkomst aangegaan over een project geheten Railwind. Dit
hield in dat er als proef in de Sloehaven bij
Vlissingen windmolens boven het spoor zouden worden gebouwd. De windmolens
zouden op speciale masten met twee poten komen te staan, zodat treinen er
onderdoor konden rijden. Voor deze proef zou subsidie worden aangevraagd.
Naar verwachting zou de bouw in 2011
beginnen. Dan kon in 2012 elektriciteit geleverd worden. Er is gelukkig nooit
meer iets over dit project vernomen. Een bron voor de
onderste alinea was onder andere: nu.nl |
|||||
|
|
|||||
|
Terwijl
door ProRail bericht werd dat het spoorgoederenvervoer van en naar de Botlek
en de Waalhaven nagenoeg stil lag vanwege het winterse weer, ging dat op het
Industrieterrein Moerdijk (waar het sneeuwdek mogelijk minder dik was)
grotendeels gewoon door:
↑ Loc LTE 6433 staat op 06-01-2026 op het
punt om bij CCT op Industrieterrein Moerdijk met een trein te vertrekken. Op
het (straat)spoor links daarvan staat RFO 6702 (“de oude Belg”) die wat
eerder met een trein bij CCT is aangekomen. Foto: Louis van Delft. |
|||||
|
|
|||||
|
Ook in de Efteling lag sneeuw. Dat zorgde voor een extra sprookjesachtige sfeer: Recente
foto van stoomloc Trijntje in de Efteling. Bron:
Efteling op Instagram → Een reactie op deze foto was: “In de Efteling rijd de trein wel gewoon. Zien jullie dat ?” Maar dat klopt niet. Voor zover bekend hadden de “echte” stoomlocs Trijntje en Moortje inderdaad geen last van het winterse weer. Maar dat kan niet gezegd worden voor de elektrisch gemaakte Aagje. Kort samengevat hield de ombouw in dat Aagje een nieuwe en grotere tender kreeg met een batterijenpakket en elektromotoren die de twee wielassen aandrijven. De nieuwe tender duwt Aagje en trekt de trein. Op deze website werd eerder bericht dat Aagje na de ombouw op elektrisch bedrijf op 07-05-2025 de eerste officiële rit maakte, maar sinds begin augustus 2025 wegens technische problemen buiten dienst stond. Volgens de Efteling werd er toen op onderdelen gewacht. Sinds zondag 23 november 2025 was Aagje weer in dienst. Maar na de sneeuwval van begin 2026 viel Aagje onderweg meermaals plotseling stil (kennelijk wist men Aagje later weer aan de praat te krijgen want, anders zou het stilvallen eenmalig geweest zijn). De Efteling verklaarde dat er samen met de leverancier (Alan Keef en Clayton) onderzoek wordt gedaan. (Bronnen voor het bovenstaande zijn de op pretparken en
dierentuinen gerichte websites Looopings en Eftel-site) |
|
||||
|
Het is bekend dat
elektrische auto’s 20 tot 30% van hun actieradius verliezen wanneer het
vriest. Dat is vervelend,
maar geeft geen blijvende schade: bij “gewone” temperaturen is de actieradius
weer normaal. Bij sommige elektrische krollen kunnen de batterijpakketten dan
ook verwarmd worden. Hiermee is beslist niet gezegd dat Alan Keef en/of Clayton de teruglopende actieradius bij vrieskou over het
hoofd hebben gezien. Clayton heeft namelijk veel
ervaring met hybride locs, zoals nog besproken zal worden. |
|||||
|
Het probleem met Aagje heeft een positieve kant: nu wordt het probleem waarschijnlijk opgelost en dan kunnen Trijntje en Moortje ook elektrisch worden gemaakt. Wanneer het in januari 2026 echter beter weer zou zijn geweest en Aagje daarom geen kuren had vertoond zouden Trijntje en Moortje waarschijnlijk ook op ongeveer dezelfde manier zijn omgebouwd. Als zich daarna een vrieskou zou voordoen zouden alle drie locs getroffen zijn. Nog
een aspect: dit is het laatste rijtuig van een “echte” Efteling stoomtrein.
De “schatkist” verbergt een aggregaat dat de stroom levert waarmee alle
rijtuigen van de trein verlicht worden. Bij de trein van Aagje levert het
batterijenpakket in de tender niet alleen de stroom voor de elektromotoren
die de wielassen aandrijven, maar ook voor de verlichting van alle rijtuigen
en voor de speciale effecten zoals stoom uit de schoorsteen en de
cilinderkranen. Foto en
informatie: website Eftepedia → |
|
||||
|
Wat betreft de in verband met Aagje al genoemde Britse firma Clayton: een bekend hybride type van Clayton is de in 2019 verschenen “Class 18” op tweeassige draaistellen. De Britse tak van Tata Steel in Port Talbot kocht er in twee bestellingen in totaal zeven; het verhuurbedrijf Beacon Rail kocht er in 2020 zelfs vijftien. Het Britse nucleaire centrum in Sellafield heeft er twee. De genoemde locs vertonen onderlinge verschillen. Vanaf medio 2025 biedt Beacon Rail echter alle vijftien locs via de Romic Group te koop aan:
Later bleek dat acht van die vijftien locs nog nooit verhuurd zijn. Verondersteld wordt dat de aanschaf in 2020 “speculatief” was, dat wil zeggen dat Beacon bang was achter het net te vissen vanwege de grote belangstelling van andere partijen voor de Class 18 (er was een wachttijd van drie jaar) en daarom snel vijftien locs bestelde zonder na te gaan of daar voldoende animo voor was. De locs zijn volgens de Romic Group toegelaten in bijna alle Europese landen, waaronder België, Nederland en Duitsland. Door de Romice Group verkochte Class 18 locs zullen goedkoper zijn dan nieuwe Class 18 locs en zouden dus de fabrikanten op het Europese vasteland kunnen bedreigen. Bronnen waren onder andere: de websites van Clayton en de Romic Group en het artikel van Pip Dunn ,“Romic puts Class 18 fleet up for sale” in het Britse Rail Magazine. De situatie is onduidelijk: in januari 2026 was er nog
geen enkele Class 18 loc door de Romic Group
verkocht en werden de Class 18 locs aangeboden zowel op de website van Clayton Equipment als op die van de Romic
Group. |
|||||
|
|
|||||
|
|
|||||
|
↑ In 2014 verhuurde Strukton de loc Herma (Orenstein
& Koppel 26620 uit 1967) aan Railpark Roosendaal, dat in de monumentale
stoomlocomotievenloods onderhoud en revisies uitvoerde aan goederenwagens. De
foto is genomen op 13-09-2014. Na een fikse zijdelingse
aanrijding in 2017 is Herma naar de Strukton werkplaats in Zutphen afgevoerd.
In 2018 is Herma verkocht aan de BV RailFX van Wilfred Tak. De bedoeling
was dat RailFX de loc na herstel als rangeerloc zou gaan verhuren aan een
bedrijf in Rotterdam. In 2025 werd de loc op Marktplaats gezet. Op de foto’s
was te zien dat de linker zijkant van de loc nog steeds behoorlijke schade
vertoonde en dat zeven jaar in de buitenlucht niet onopgemerkt aan Herma
waren voorbijgegaan. In de advertentie stond "Te koop als opknapper of
voor sloop. Ook leuk op een sokkel voor een bedrijf.” De vraagprijs was €
15.000. RXP kocht de loc op
29-10-2025. Er werden bruikbare onderdelen uitgenomen en de afvoer naar een
sloper volgde al een dag later. Klik voor de hele levensloop van Herma. |
|||||
|
|
|||||
|
Eind
vorig jaar zijn twee relatief kleine spooraannemers overgenomen. Van
de Mheen Rail in Putten is overgenomen door de Wilde Spoorwegbouw in Vianen.
Van de Mheen Rail werkt aan een nieuwe website en de oude is niet meer
beschikbaar. Van de Mheen Rail (o.a. bekend van machineverhuur) heeft volgens
de KvK acht werknemers, maar bezit volgens de website Treinen in Nederland 11
krollen. Van
Roon in Asperen werd overgenomen door de Van Gelder Groep. Van Roon (met 30
werknemers) heeft 11 krollen
(waaronder één elektrische en één met rupsbanden en spoorwielen) en 2 Unimogs. Wat
betreft krollen is er nog een andere
overname te melden. Het gaat om: ·
Van Tetering Railroad Equipment in Steenbergen (in 2019
overgenomen door Royal Reesink), bekend vanwege de ombouw van Atlas kranen
tot krollen. ·
De AMT Group in Breda. Eén van de activiteiten van AMT is
de (ombouw tot) rail-wegvoertuigen, waaronder krollen. AMT bouwde als eerste
Nederlands bedrijf in 2022 een (gebruikte) krol om tot elektrische krol. Volgens
een persbericht van de betrokken partijen
d.d. 28-11-2025 gaan AMT en Van Tetering een strategische samenwerking
aan waarbij de productiewerkzaamheden van Van Tetering per 1 januari 2026
worden ondergebracht bij AMT in Breda. Voor een aantal medewerkers van
Tetering is de werkplek vanaf begin 2026 bij AMT in
Breda. |
|||||
|
0 – 0 – 0 Ouder Nieuws: Zie het Nieuwsarchief |
|||||
|
|
|
|
|||
|
|
|
||||
|
Terug/verder naar |
|||||
|
|
|
||||