Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Zoeken

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

 

Oud Nieuws 37: tweede deel 2025

 

23 december 2025

 

Het laatste nieuws: vandaag berichten diverse bronnen dat het kabinet voor het hieronder aangegeven havengebied op de Tweede Maasvlakte kiest als een van de belangrijkste locaties voor de uitbreiding van militaire activiteiten. Er zou een kade komen om grote transportschepen met geallieerde troepen en zwaar militair materieel te ontvangen. Manschappen, voertuigen en munitie kunnen vervolgens via het spoor, de snelweg of met binnenvaartschepen richting conflictgebieden worden getransporteerd. De tekst gaat verder onder onderstaande kaart.

↑ Kaart op de website van het Havenbedrijf Rotterdam ↑

Het gaat om het driehoekige gele gebied van 15 hectare. Dat ligt langs de (niet aangegeven) Maasvlakteweg. Naast die weg ligt een spoorlijn.

 

Momenteel gebruikt Defensie vooral de havens van Vlissingen en de Eemshaven.
Een spooraansluiting op het gekozen gebied op de Tweede Maasvlakte is gemakkelijk te realiseren. Dat wordt hier gemeld als industriespoor, het onderwerp van deze website. Voor de volledigheid:

·       de plannen behelsen ook activiteiten die buiten het terrein van deze website vallen zoals amfibische oefeningen op het nabij gelegen strand.

·       de plannen zijn nog niet volledig uitgewerkt.

·       Er zou geen munitie op het beoogde terrein worden opgeslagen. Dat lijkt vreemd omdat er immers wel munitie zou worden overgeslagen. Alle munitie zou dan meteen moeten worden afgevoerd.

 

 

↑ Foto: Louis van Delft, Gildenbuurt in Velsen Noord, 08-12-2025 ↑

Loc 823 van Tata Steel IJmuiden is met een trein via het Gildenspoor onderweg naar de Alweather Terminal, waar de rollen staal in een schip zullen worden overgeslagen. De “locodrijver”- met het AB kastje voor zijn buik - vraagt bij het korte omloopspoor voor de Noordersluisweg toestemming om op te mogen rijden naar de Alweather Terminal. Het uiterlijk van de 823 is opgefrist, waarbij accenten zijn verschenen in dezelfde kleur lichtblauw als bij de gerenoveerde GE’s (Tata Steel nummers 331 en verder) wordt gebruikt. Het lichtblauwe loconummer is echter moeilijk te zien.

 

Dit type loc is door Hoogovens (nu TataSteel) en Orenstein & Koppel ontworpen. De nieuwe locs kregen twee eindcabines. De locodrijver kan de loco toch vanuit de (in rijrichting gezien) achterste cabine besturen, omdat hij langs de smalle motorhuif  tussen beide cabines en door de ramen van de voorste cabine op de baan kan kijken. Verder speelde - 50 jaar geleden - het milieu al een grote rol. Maar het ging niet -zoals tegenwoordig - om de uitstoot van schadelijke stoffen, maar om geluidsoverlast. De nieuwe loco’s moesten “fluisterloco's" worden vanwege het toekomstige gebruik op het Gildenspoor door de Gildenbuurt in Velsen Noord. Bladveren waren te luidruchtig; de nieuwe locs moesten daarom rubberen veerblokken krijgen. In de goed geisoleerde motorhuif ontbreken de gebruikelijke luiken, deuren en ventilatiesleuven, zodat het geluid binnen de motorhuif blijft. Voor onderhoud kan de motorhuif elektrisch opgeheven worden

In de jaren 1976 en 1977 werden zes locs gebouwd, genummerd 820 t/m 825. Daarvan is de 822 sinds 200X onderdelenleverancier; de 821 heeft het afgelopen jaar zware schade aan beide cabines opgelopen.

 

 

Eerder werd op  deze website gemeld dat de Efteling - als onderdeel van de klimaatplannen - haar drie stoomloccs één voor één wil elektrificeren. Zie hier. Als eerste werd de stoomloc Aagje naar de firma Alan [UK] gestuurd. Ze kreeg daar een nieuwe tender die onder andere een accu van 3 ton en twee elektrisch aangedreven wielstellen bevat. De tender duwt de loc en trekt de rijtuigen.

De eerste elektrische rit van Aagje in de Efteling werd op 07-05-2025 gemaakt. Volgens de website Looopings stond Aagje echter sinds begin augustus 2025 wegens technische problemen buiten dienst. Sinds zondag 23 november is Aagje weer in dienst:

Stoomloc Aagje neemt water bij station Marerijk in de Efteling. Foto: Maurits Kolkman, 07-12-2025 

Aagje verhit water elektrisch en zet het om in stoom. Die wordt gebruikt voor “showeffecten”, bijvoorbeeld stoom uit de schoorsteen. Dus ook de geëlectrificeerde Aagje moet soms water nemen. Een dunne laag kolen ligt op een plaat boven in de tender. De naam Aagje is te zien tussen de ovale voorramen.

Het is onbekend wat Aagje gemankeerd heeft. De Efteling sprak over het “wachten op onderdelen”, zonder te openbaren om welke onderdelen het ging.

Op deze dag was ook de nog niet elektrisch gemaakte stoomloc Trijntje

actief. Ze is in 1991 voor de Efteling bij Allan Keef [UK] gebouwd.

 

Trijntje rijdt als losse loc langs het op 01-08-2025 geopende Efteling Grand Hotel. Foto: Maurits Kolkman, 07-12-2025.

 

Normaal wordt er met twee locs gereden. De andere “echte” stoomloc Moortje werd dan ook niet gezien.

 

 

Het echtpaar Kröller-Möller liet -  deels tijdens de Eerste Wereldoorlog - op de Hoge Veluwe het Jachtslot Sint Hubertus bouwen. Het Jachtslot werd niet aan de natuur aangepast, maar andersom: de natuur werd aan het Jachtslot aangepast. Er werden grote hoeveelheden grond verplaatst, bijvoorbeeld om te zorgen dat het Jachtslot in een grote vijver gespiegeld werd. Er kwam smalspoor met stoomlocs aan te pas. Zie hier. Er zijn fraaie foto’s te zien en via dezelfde  link ook enkele raadsels. Mogelijk hebt u gelegenheid om tijdens de feestdagen uw licht over de raadsels te laten schijnen. In elk geval:

 

↑ Eindpunt van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik (SHM) op 19-12-2010 ↑

De loc is SHM loc, 16 genaamd Medemblik. Ze is in 1943 (dus in de Tweede Wereldoorlog) door Jung [D] gebouwd en is daarmee de jongste stoomloc van de SHM. Ze heeft een oudere zus van hetzelfde type, namelijk de in 1908 gebouwde SHM 30, genaamd Hoorn. De zussen zijn beiden als industrieloc actief geweest. De SHM 30 heeft de hoogste status in het Nationaal Register Railerfgoed, namelijk de A status. De SHM 16 heeft daarentegen helemaal geen status. Dat komt omdat haar leven als industrieloc zich geheel afspeelde in Duitsland. Maar de rode SHM 16 is prima te gebruiken voor Sinterklaas en Kerst ritten.

 

De SHM gebruikt gedemineraliseerd water als voedingswater voor de ketels omdat er zo veel minder ketelsteen ontstaat. De SHM had vroeger alleen in Hoorn een installatie voor de productie van demiwater. Daarom werden er in Hoorn ketelwagens met demiwater gevuld en met een volgens de normale dienstregeling rijdende tram naar Medemblik gebracht zodat de locs ook in Medemblik water konden nemen. Voor dat doel waren er twee ketelwagens in gebruik: de SHM 102 staat naast de loc; de andere ketelwagen staat buiten beeld, zodat er nog een ketelwagen in Medemblik was wanneer de andere in Hoorn of onderweg was. Op bovenstaande foto is dat anders: beide ketelwagen zullen worden meegenomen naar Hoorn (de SHM 102 staat al voor de rijtuigen) omdat het gevaar bestond dat het water zou bevriezen. Anno 2025 worden de waterwagens niet meer gebruikt omdat er in Medemblik ook een installatie voor waterbehandeling is gekomen. Ook is anno 2025 het emplacement uitgebreider dan in 2010.

0 – 0 – 0

 

 

 

30 november 2025

 

 

 

Er was eens …..een tijd dat industrielocomotieven geregistreerd konden worden en een registratienummer kregen dat duidelijk zichtbaar aan beide zijden op het machinistenhuis moest worden aangebracht. Met een technische keuring, wat papierwerk en betaling van € 200 konden ze dan toestemming krijgen om enkele onbeveiligde sporen van het landelijke spoorwegnet te berijden.

 

Er is een nieuwe webpagina (met vooral foto’s en weinig nummers) aan dit onderwerp gewijd.

 

 

 

Delamine in Delfzijl heeft bij Bemo een KRE-40-RCRV besteld. Dat is een op afstand bestuurbaar rail-wegvoertuig met elektrische aandrijving via accu’s.

 

K: Kompact

R: Rangeerloc

E: Electric

40: trekkracht 40 kN

RC: Radio Controlled

RV: Road Vehicle

 

Een KRE-40-RCRV (het door Delamine bestelde type)

bij de verlaadinstallaties van de firma Fibrant op het Chemelot industrieterrein in Geleen.

Foto: Bemo, d.d.17-01-2023 →

 

Zie ook hier. Fibrant produceert onder andere caprolactam. DB Cargo rijdt wekelijks 2 treinen met caprolactam van Fibrant naar Emmen, waar het nodig is voor de productie van nylon.

 

In een paar jaar tijd is de productie van caprolactam voor Fibrant zeer verliesgevend geworden, vanwege zware concurrentie vanuit Azië en de hoge energiekosten in Nederland. Fibrant maakte op 21-10-2025 bekend dat de productie van captrolactam  zal worden afgeschaald totdat die eind 2025 geheel beëindigd is [bron: NOS nieuws].

Tot zover de KRE-40-RCRV van Fibrant. Een andere door Bemo gebouwde KRE-40-RCRV stond in 2022 op de Innotrans in Berlijn, werd daarna voor demonstraties in Indonesië gebruikt en is nu in bedrijf bij Nedmag in Veendam.

Een kleiner zusje van de KRE-40-RCRV is de KRE-15-RCRV.

(met dank aan Arno Logman en Frank Schouten)

 

 

0 – 0 – 0

 

 

15 november 2025

 

Op 3 november 2025 heeft de BTT Multimodal Group in Tilburg de activiteiten van haar divisie BTT Freight Management (kort door de bocht: de Chengdu-Tilburg-Rotterdam-Express naar en van Chengdu in China; zie de foto hieronder) verkocht aan Claassen Logistics, ook in Tilburg. BTT verzorgde de diensten al sinds 2016 en had een kantoor in Chengdu waar vier BTTers werkten. Die werken nu voor Claassen.

 

Deze opmerkelijke foto (knippen en plakken ?) staat op de website van BTT multimodal container solutions.

 

In Tilburg werd en wordt de trein van en naar China behandeld op de Rail Terminal Tilburg - na uitbreiding in 2012 omgedoopt tot Rail Port Tilburg – van GVT. Dat is de afkorting van Gebroeders Versteijnen Transport. GVT heeft in 1998 een binnenvaartterminal aan het Wilhelminakanaal geopend, de Barge (= Binnenschip) Terminal Tilburg, afgekort als BTT. Die ligt op circa 1 km afstand van Rail Port Tilburg. Wegens ruimtegebrek opende GVT in 2013 een tweede binnenvaartterminal op het industrieterrein Vossenberg West II aan de westzijde van Tilburg. Deze omstandigheden waren gunstig voor multimodaal vervoer. Dat is vervoer waar aan meerdere modes (vervoermiddelen zoals zeeschip, binnenschip, trein en vrachtauto) te pas komen, bijvoorbeeld: trein → zeeschip → binnenschip → vrachtauto .
GVT ging zich steeds meer specialiseren in intermodaal vervoer. Dat is een vorm van multimodaal vervoer, waarbij overladen sterk vereenvoudigd is door het gebruik van gestandaardiseerde transporteenheden (zoals containers, wissellaadbakken en opleggers) die als geheel worden overgeladen.  GVT bracht deze activiteiten onder in een aantal BV’s waarvan de naam begint met BTT. Dat waren onder meer BTT Multimodal Container Solutions, BTT Railport Brabant, BTT Bergen op Zoom en BTT Freight Management. Het hierboven, in verband met de overdracht aan Claassen Logistics al genoemde BTT Freight Management hield zich volgens het Handelsregister bezig met activiteiten als zijnde tussenperson(en) expediteurs, cargodoors, bevrachters voor verladers en vervoerders in de diverse takken van het goederenvervoer. De afkorting BTT kreeg toen dus een bredere betekenis dan alleen de Barge Terminal Tilburg; BTT sloeg nu op multimodale en intermodale activiteiten van GVT.

De meeste overige activiteiten werden in 2021 verkocht aan ID Logistics. De overblijvende BTT dochters werden ondergebracht in de nieuwe holding BMG (BTT Multimodal Group B.V.) die zich zou toeleggen op de verdere ontwikkeling van multi- en intermodale activiteiten. Daarvoor stond - volgens het Nieuwsblad Transport -  de bijna 70 miljoen euro die verdiend was met de verkoop aan ID Logistics ter beschikking voor nieuwe investeringen. GVT bestond na 2021 niet meer. Op de Eloc op bovenstaande foto staat in bescheiden lettergrootte: for booking: gvt.nl Wie dat internetadres anno 2025 inklopt wordt doorgeschakeld naar de website van ID Logistics.

Deze foto is genomen op de BTT Railport Brabant in Tilburg en komt uit het Magazine “Lead” van BTT Multimodal Container Solutions

Bij BTT vindt men deze foto kennelijk (en terecht) bijzonder want in drie van de vier tot nu toe verschenen nummers van hun magazine Lead komen soortgelijke foto’s voor.

 

Op de zijkanten van de cabine en motorhuif staan respectievelijk de opschriften BTT en We lead the way (dat is het motto van BTT). Rechtsboven op de voorkant van de motorhuif staat 403. Dat was het bedrijfsnummer van deze Orenstein & Koppel loc bij de firma Shunter (nu Alstom) in Rotterdam. De eerste eigenaar van de loc was DSM in Geleen, dat in elk van de jaren 1978, 1979 en in 1980 twee van zulke moderne, op afstand te besturen locs in bedrijf nam. De vele problemen konden niet verholpen worden door de fabrikant, omdat die de productie van locomotieven in 1980 beëindigde. Eén probleem was dat de motoren veel te snel warm liepen. Daarom plaatste DSM op de voorste huif een pijp met rechthoekige doorsnede (die uitstekend op bovenstaande foto te zien is). Hierdoor stroomt tijdens het rijden koellucht naar het motorcompartiment.

De pas gerenoveerde Shunter 403 werd begin 2019 door Railport Brabant gehuurd; Shunter 402 was daar al eerder actief. In 2020 werden beide rangeerlocs door Railport Brabant overgenomen. Daarmee verdween ook de laatste van de drie rangeerlocs die in 2016 bij de start van de Chengdu-Tilburg-Rotterdam-Express bij Railport Brabant aanwezig waren. Daar zal later op worden ingegaan.

 

In 2025 vond ongeveer hetzelfde plaats als in 2021 met de verkoop van een deel van het bedrijf aan ID Logistics: BTT Freight Management werd verkocht aan Claassen Logistics zodat BTT zich volledig kan concentreren op wat nu als kernactiviteiten gezien wordt: het containertransport per binnenvaart en trein vanuit de havens van Rotterdam en Antwerpen naar de eigen achterlandterminals in Tilburg, Bergen op Zoom en Rzepin (Polen). Dit valt onder de nieuwe holding BMG (BTT Multimodal Group).

[bron onder meer: Chauffeursnieuws 2.0 op Facebook].

In het kader van deze website Industriespoor moet worden afgewacht welke gevolgen deze recente veranderingen op Railport Brabant hebben.

 

Er stond (weer) een industrieloc te koop op Marktplaats, ditmaal in de rubriek Overige Zakelijke goederen:

Foto op Marktplaats, gedownload op 23-10-2025 (op 06-11-2025 bleek de advertentie verlopen te zijn). De aanbieder is RailFX BV in Zwolle, een uitzendbureau voor machinisten, rangeerders en wagencontroleurs →

 

Het betreft een Orenstein & Koppel van het type MB9N met fabrieksnr. 26620 (1967). Zie de levensloop. De loc kreeg bij Strukton de naam Herma. Ze werd in 2014 verhuurd aan het toenmalige Railpark Roosendaal; zie hier. Na een fikse aanrijding in 2017 is Herma naar de Strukton werkplaats in Zutphen afgevoerd. In 2018 is ze verkocht aan het boven genoemde RailFX. Dat wilde de loc herstellen en vervolgens verhuren.

Uit bovenstaande foto blijkt dat de loc nog steeds:

·       niet hersteld is van de (zijdelingse ?) aanrijding. Kijk bijvoorbeeld naar de plaats waar de treden voor de toegang naar de cabine horen te zitten en naar de bevestiging van het luchtreservoir onder de cabine.

·       het Europees voertuignummer (EVN, vroeger UIC nummer) van Strukton (eindigend op SRM) draagt en niet hetzelfde nummer eindigend op RFX (RailFX) zoals in de levensloop wordt gesteld. Op deze foto, genomen op 27-04-2024, eindigt het EVN nummer echter wel op RFX. Niet bekend is wanneer de boven staande foto genomen is. Dat zal dan wel eerder dan 27-04-2024 geweest zijn.

In de advertentie op Marktplaats stond: “Te koop als opknapper of voor sloop. Ook leuk op een sokkel voor een bedrijf.” De vraagprijs was € 15.000. De loc staat al jaren op een kopspoor ter hoogte van de Atletiekbaan in Zutphen en is lastig vanaf openbaar terrein te zien en te fotograferen.

De loc werd niet verkocht.

 

↑ Aankomst van de vier rijtuigen van een Nordic Civity voor Zweden bij de nieuwe terminal van Van der Vlist in Moerdijk ↑

 Na de lossing van de duwboot uit Antwerpen zal hier een treinstel worden samengesteld. Bron: website van Van der Vlist.

In februari 2025 gingen vier Orenstein & Koppel tweeassers over van Alstom/Shunter naar RXP. Ex Shunter 206 Nancy werd als RXP 6102 ingezet voor de “first mile” van Nordic Civity treinstellen naar het emplacement Lage Zwaluwe. Zie hier.

Op 08-11-2025 konden vanuit de stekelige braamstruiken bij station Amersfoort gefotgrafeerd worden:

Rechts: ex Shunter 308, nu RXPE 6104

Links:   ex Shunter 209, nu RXPE 6103

 

Deze locs zijn nog niet door RXP ingezet en hebben nog grotendeels het Shunter uiterlijk. Wel is achter het Europees voertuignummer (voorheen UIC) in het wit RXPE gezet.

Van het kwartet O&K locs is nog niet genoemd ex Shunter 204 Faye, nu RXP 6101. Die heeft wel het RXP uiterlijk gekregen.

Wie weet waar deze loc nu is ?

 

Na deze oude locs een nieuwe:

In februari 2025 werd gemeld dat Bemo een dieselelektrische loc van het type BRDE-60 geleverd had aan de RET, speciaal ontworpen  voor onderhoudswerk aan het metronetwerk van Rotterdam.

 

Peter Jansen maakte deze foto van de RET 6301 op 01-08-2025 bij de RET aan de Blindeweg in Rotterdam →

 

De opschriften zijn uitstekend leesbaar. Het RET nummer is 6301, het gewicht 24 ton, de lengte over de buffers 7,54 m, de radstand 3,30 m en er kunnen bogen met een straal > 150 m bereden worden.

 

 

 

 

Bij het Industrieel Smalspoor Museum in Erica wordt druk gewerkt aan de monorail van Road Machines.

 

De motorwagen van de monorail, met links van de kipbak de behuizing van de dieselmotor en hydropomp op 27-10-2025. Foto: Thomas van der Velde →

 

De kipbakken (en het bijbehorende mechaniek) van de motorwagen en de twee lorries waren niet meer aanwezig. Daarom zijn de maten van een soortgelijke monorail in Duitsland opgemeten en in CAD gezet. Vervolgens werd staal besteld en is alles gelast. Voor de lorries moet dat nog gebeuren.

 

 

 

 

Het Industrieel Smalspoor Museum in Erica had problemen met de rondritlocomotieven. Normaal is er één in actie terwijl een tweede reserve staat. Beiden vertoonden ernstige mankementen. Daarom is deze Diema bij de Klasmann-Werke GmbH in Duitsland aangeschaft:

 

Vehnemoor 13, nu ISM 120, bij het ISM op 08-11-2025, foto Toon Steenmeijer. Het gaat om Diema 2012 (1957) van het type DS28 →

 

Ook is Diema 2506 (1962) geruild tegen Diema 2012 (1957).

Tenslotte is Diema 2446 sterk verbouwd.

Meer bijzonderheden zijn te vinden in de door Toon Steenmeijer up to date gebrachte lijst van Diema locomotieven in Nederland.

 

0 – 0 – 0

 

22 oktober 2025

Monument op de parkeerplaats van het Arnhems Oorlogsmuseum, 12-10-2025

 

Dit monument met Deutz fabrieksnummer 26181 (1939) en type OMZ 122 R kwam circa 1,5 jaar geleden voor het eerst op deze website ter sprake. Vergeleken met toen is nu het getal 244 op de motorhuif te zien. Dat is opvallend: deze omgeving herbergt vele oorlogsmusea, waaronder Museum Vliegbasis Deelen. Dit beschikt over ex-NS Sik 244 en meldt op haar website dat voor de aanvoer van bouwmateriaal voor de bunker Diogenes en voor de bevoorrading van het vliegveld Deelen een NS Sik werd gebruikt. De loc van het Arnhems Oorlogsmuseum lijkt totaal niet op een NS Sik.

Een grote verbetering is dat er op de voorste bufferbalk tussen de beide buffers een tweetalig bordje met toelichting is bij gezet:

 

 

 

Plaat met toelichting tussen de beide voorste buffers van het locomotiefmonument op de parkeerplaats van het Arnhems Oorlogsmuseum, 12-10-2025 →

 

Merkwaardig is het onbekende woord “wissellocomotief”. In het boven genoemde type staat de R voor Rangier. Het gaat dus om een rangeerlocomotief. In het Engels noemt men een rangeerlocomotief doorgaans “shunter”, maar in Amerikaans Engels is “switcher locomotive” of kortweg “switcher” gebruikelijk. De Engelse tekst op het bord is dus wel correct. Het lijkt erop dat men is uitgegaan van de Engelse tekst en dat bij de vertaling naar het Nederlands een fout is gemaakt.

 

 

Omdat de Efteling klimaatneutraal wil worden is voorlopig één van haar drie stoomlocs genaamd Aagje door de Britse firma Alan Keef omgebouwd. In het kort: Aagje kreeg een nieuwe en grotere tweeassige tender, die voorzien is van een accu en een elektromotor die de wielen van de tender aandrijft. De nieuwe tender duwt Aagje en trekt de rijtuigen. De zuigers zijn uit de cilinders van Aagje verwijderd. In de nieuwe ketel zit de techniek die showeffecten mogelijk maakt. Zo komt er nog steeds stoom uit de schoorsteen.

 

De elektriciteitsaansluiting (blauwe pijl) tussen de nieuwe tender en het eerste rijtuig valt nauwelijks op [bron: Eftepedia]

 

De eerste elektrische rit van Aagje werd op 07-05-2025 gemaakt. Daar is eerder op deze website aandacht aan besteed; zie hier. De website looopings kwam echter op 30-09-2025 met het bericht dat Aagje sinds begin augustus 2025 wegens technische problemen stil staat. Het wachten is op onderdelen. Er wordt daarom als vanouds met twee “echte” stoomlocs gereden.

Het is onduidelijk of het probleem met de elektrificatie te maken heeft. Stel bijvoorbeeld dat er een wielas gebroken is, dan is het wachten ook op een onderdeel, namelijk een nieuwe as. Bovendien moeten de oude wielen dan op de nieuwe as gekrompen worden.

 

Erik Mijnheer fotografeerde dit bijzondere voertuig bij het GVB in Diemen, eind september 2025.

De fabrikant is Linsinger in Oostenrijk, het type is MG11 en de gebruiker is Railcare Solutions.

 

De activiteiten van Railcare Solutions op de tram- en metrolijnen in Amsterdam vinden ’s nachts plaats:

 

Een MG11 op het Damplein m in Amsterdam, foto op LinkedIn geplaatst door Wim Bosch, algemeen directeur van Railcare Solutions Netherlands naar aanleiding van het winnen van de Europese aanbestedingen voor preventief en correctief spooronderhoud van het GVB, zoals hieronder besproken wordt.

 

Weinig mensen zullen dit voertuig ooit gezien hebben. Daarom zal er verder op worden in gegaan:

In het type MG11 staat M voor Milling (Frezen) en de G voor Grinding (Slijpen) van de rails. Deze bewerkingen vinden - al rijdend - achter elkaar plaats. De spanen worden afgezogen en in het voertuig opgeslagen in een container van 1,5 kuub. Die lijkt op de bak van een kipkar en wordt bij het lossen gekanteld. Door de behandeling van frezen en slijpen krijgt de railkop nauwkeurig het juiste profiel en wordt de al tijdens het walsen van de rails ontstane ontkoolde laag verwijderd. Het GVB (Gemeente Vervoer Bedrijf) van Amsterdam maakte al in 2018 kennis met het type MG11 van Linsinger: voor de opening van de Noord-Zuidlijn van de Amsterdamse Metro bracht een MG11 de rails in topconditie.

Na een aanbesteding van het GVB kreeg VDM Rail van Joost Van Der Meijden in 2018 twee onderhoudscontracten (één voor de metro en één voor de tram) voor slijpen en lassen. Er volgden meer bezoeken van een MG11 aan het GVBA, ook aan de tram: Spoorkees maakte op 13- en 20-09-2022 opnames van een MG11 in de Remise Lekstraat.     

VDM Rail fuseerde in 2024 met het Duitse Rail Care Solutions GmbH in Beldorf (D) en draagt sindsdien de naam Rail Care Solutions Netherlands B.V.

GVB Infra besteedde het onderhoud van de rails (herprofileren en lassen) in 2024 Europees aan, in twee percelen, voor tram en metro. Belangstellenden konden voor 07-04-2025 reageren. In september 2025 bleek dat beide opdrachten gegund waren aan Rail Care Solutions Netherlands B.V. Dat was ook het enige bedrijf dat had ingeschreven. GVB Infra en Rail Care Solutions Netherlands B.V. sloten vervolgens raamovereenkomsten voor 2 jaar, die maximaal drie keer met twee jaar verlengd kunnen worden. De maximale looptijd is derhalve acht jaar. Een en ander werd op 04-09-2025 openbaar gemaakt [Bron: TenderNed].

Dit verklaart de tekst Railcare Solutions op bovenstaande foto.

 

Terzijde: Meerdere bedrijven hebben het woord railcare in hun naam. Railcare Solutions is een ander bedrijf dan bijvoorbeeld het Nederlandse Railcare BV/Railcare Equipment.

De MG11 doet het werk in één richting omdat de rails eerst gefreesd en dan geslepen moeten worden en niet andersom. Doorgaans is overigens één arbeidsgang voldoende. Daarna kan het voertuig naar zijn uitgangspositie terugkeren omdat het aan elk uiteinde een cabine heeft.

[illustratie uit Linsinger folder Rail Technology]

 

De maximum snelheid van de MG11 is 50 km/uur. Daarmee ligt verplaatsing op eigen kracht van het ene naar het andere object niet voor de hand. Maar de MG11 kan worden vervoerd in een standaard 40ft zeecontainer; zie hier.

 

 Opvallend zijn de deuren ( met daaronder twee traptreden en aan één zijde een stang) in de koppen. De MG11 is zodanig gebouwd dat gebruik in de smalste metrotunnels nog (net) mogelijk is. Zijdeuren zouden daarom bij opening de tunnelwand kunnen raken. En wanneer de machinist de MG11 uit de container rijdt is het essentieel dat hij via de kop kan instappen.

[Stock, R. und Hainbucher, J., Erfolgreicher Einsatz der Frästechnologie bei GVB Amsterdam, Eisenbahningenieur (EI), Feb. 2019, p. 52-54.]

Bij het nieuws van 8 oktober 2025 (hieronder) werd op basis van de berichtgeving door Defensie gemeld dat de firma Van der Vlist vijf “mobiele kopladingen” aan Defensie heeft geleverd. Dit nieuws is later ook op de website van de firma Van der Vlist verschenen en wel uitgebreider, met zes foto’s.

 

0 – 0 – 0

 

8 oktober 2025

 

Het raadsel met betrekking tot de tijdens de Maaswerken nabij Megen in de blubber verdwenen stoomloc is verder opgelost. De fabrikant en het type van de stoomloc zijn nu ook bekend. Zie het raadsel. De datum is echter nog niet nauwkeurig bekend: 1936 of 1937.

 

Op 19 en 20 september vonden voor de derde keer de Raildagen plaats. Er was een sterke concentratie van activiteiten in het midden van het land, onder andere om het Railcenter in Amersfoort. Daarom eerst aandacht voor het Railcenter zelf:

Uit NS opleidingen ontstaat in 2001 de stichting Railinfra Opleidingen (afgekort als RIO). In het bestuur van de stichting zijn belangrijke railinfrabedrijven vertegenwoordigd. De stichting  beschikt over enkele gebouwen en een buitenterrein op het terrein van de in 2000 opgeheven NS Wagenwerkplaats in Amersfoort. In het kader van diverse opleidingen kan hier geoefend worden met ondermeer kabels, beveiligingssystemen, spoorconstructies, bovenleiding en communicatiesystemen. In 2016 wordt de naam veranderd in Railcenter om tot uiting te brengen dat het niet alleen om opleidingen gaat, maar ook om promotie van de railinfra sector. Een nieuw hoofdgebouw met faciliteiten voor het houden van vak- en themadagen, vergaderingen, productpresentaties en congressen wordt in 2017 geopend. Bij de Raildagen 2025 hadden circa 10 bedrijven een stand in of bij het Railcenter.

Men kon zich via internet inschrijven voor een rondleiding door het Railcenter. Alle rondleidingen waren volgeboekt.

De rondleiding voerde onder meer naar de wisselloods. Dit monumentale gebouw was ten tijde van de NS Wagenwerkplaats een houtdroogloods. De zijwanden waren toen voorzien van houten lamellen om de wind door te laten. Het is een grote loods, maar alle wissels  waren te groot om ze in hun geheel te plaatsen. Het gaat vooral om de bewegende delen en hun aandrijving. Monteurs leren hier in de praktijk hoe ze wissels moeten onderhouden en herstellen.

 

Deel van een Engels wissel in de wisselloods van het Railcenter, foto: 20-09-2025 →

 

.

 

De rondleiding eindigde bij de assentellers van Hitachi.

 

 

 

 

 

 

Het Railcenter heeft een buitenterrein met diverse sporen. Van buiten af is daar niets van te zien. Het buitenterrein was dit jaar niet in de rondleiding opgenomen, maar tijdens de Raildagen 2025 hadden enkele deelnemende bedrijven een stand op een deel van het buitenterrein en zo waren er twee rechte sporen van het buitenterrein te zien:

 

Op de achtergrond het hoofdgebouw uit 2017. Op de voorgrond een spoor met een handmatig te verplaatsen voertuig. Mogelijk kan hiermee bepaald worden of de seinpaal en het perron rechts naast het spoor buiten het profiel van vrije ruimte vallen. Foto: 20-09-2025 →

 

 

 

 

 

 

 

Toen uw verslaggever na de rondleiding van 13.00 om 14.30 weer buiten kwam waren bijna alle stands verdwenen ! Uit navraag bij de organisatie bleek dat de activiteiten voortijdig beeindigd waren vanwege regen en onweer. Dat had in elk geval als voordeel dat de eerste elektrische krol van spooraannemer Swietelsky zonder publiek, dranghekken en spandoeken in zijn geheel en glimmend gefotografeerd kon worden. Behalve de krol stond alleen de zwarte trap waarmee het publiek de cabine kon bereiken er nog. Foto: 20-09-2025.

 

Nergens is aan te zien dat deze krol elektrisch is. De accu’s zijn onzichtbaar. De 2 x 163 kWh in de bovenwagen en 2x 82 kWh in de onderwagen (dat maakt 490 kWh in totaal) zorgen voor een laag zwaartepunt. Lege accu’s kunnen niet uitgenomen worden om door een volle accu vervangen te worden; het opladen gaat via een stekker.

Gelukkig kon deze krol al eerder op de dag in actie gefotografeerd worden:

 

 

 

 

 

 

Het meisje (rose jurk) achter het stuur zit bij haar vader (groen shirt) op schoot. De machinist in de deuropening geeft uitleg en kan als het dreigt mis te gaan de noodknop indrukken, waardoor alles tot stilstand komt.

Foto: 20-09-2025 →

 

Zoals gebruikelijk bij elektrisch gemaakte krollen gaat het om een gebruikt exemplaar en wel een Liebherr type A 922 uit 2018, met een dieselmotor van 110 kW / 150 pk. Nijhuis Engineering in Dronten deed de ombouw tot elektrische krol: de dieselmotor is vervangen door vier elektromotoren van 110 kW, zoals gebruikelijk één voor het hydraulische systeem, plus (en dat is nieuw) twee voor de spoorassen en één voor de wegaandrijving.

 

 

 

Deze krol wordt eerst een halfjaar beproefd. Indien nodig  worden er verbeteringen aangebracht en worden er meer krollen omgebouwd.

De enthousiaste mensen van Swietelsky wisten alle vragen te beantwoorden.

Heel aardig was dat er een behendigheidsspel gespeeld kon worden. Bedienen van een krol bleek niet eenvoudig: met de twee hendels links en rechts van de stoel van de machinist konden 24 (!) functies bediend worden.

Zie de foto hieronder

 

 

Dit is het uitzicht van de krol machinist recht naar voren; foto 20-09-2025. Het witte bord bevat linksboven een holte met een balletje. De kunst was het bord zodanig te bewegen dat het balletje rechtsboven terecht komt en daarna weer teruggerold wordt.

 

Op de achtergrond zijn sporen met bovenleiding op het buitenterrein te zien.

 

Ook stond er een elektrische krol van VolkerRail; 20-09-2025

 

Daar is alles wel mee gezegd. Het publiek kon er niet in, er was geen toelichting en er werd niet mee gedemonstreerd. Wel zorgde VolkerRail voor de bekende lasdemonstraties die veel publiek trokken.

Bij deze krol zijn de twee (groene) accu’s duidelijk te zien. Samen zijn ze goed voor 368 kWh. Lege accu’s kunnen uitgenomen worden, maar daar moet wel een hijswerktuig (of een andere krol) aan te pas komen. Het gaat hier om een Atlas type 60Wsr uit 2011 die in 2024 door AMT in Breda is omgebouwd. Het is de eerste elektrische krol van VolkerRail, met bedrijfsnummer 552. In hetzelfde jaar 2024 is nog een tweede krol (met bedrijfsnummer 553) omgebouwd; ze werd bij de Raildagen van 2024 bij het Railcenter getoond. Bij de twee krollen werd de dieselmotor voorzien van een elektromotor van 75 kW / 102 pk.

 

 

 

In het laatste gedeelte van de webpagina over de  krol komt de elektrische krol aan de orde. In februari 2022 verscheen Nederlands eerste elektrische krol. Ten tijde van de Railtech in maart 2024 waren het er al 8 en nu (oktober 2025) zijn het er minstens 16. Het is de bedoeling om binnenkort uitgebreider aandacht te besteden aan de elektrische krol.

 

 

 

De mobiele koplading wordt met een kraan geplaatst op de terminal van Van der Vlist in Moerdijk, 02-10-2025. Foto: Defensie.

Rechts liggen onderdelen van windmolens

 

 

De firma Van der Vlist heeft vijf “mobiele kopladingen” aan Defensie geleverd. Defensie beschikt bijvoorbeeld in ’t Harde over een emplacement met zes kopladingen, eigen spoorwagens en een eigen rangeervoeruig; zie hier. Maar lang niet alle voertuigen van de Landmacht staan in de buurt van een koplading.

Met de nieuwe mobiele kopladingen is het mogelijk sneller, effectiever en dichter bij inzet- en/of oefenlocaties te laden en te lossen. De toepassing van de mobiele kopladingen is niet tot het transport per spoor beperkt: ook vrachtwagens en trailers kunnen er mee geladen en gelost worden.

Bron: https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2025/10/02/defensie-met-nieuwe-kopladingen-weer-op-het-juiste-spoor

 

 

Een Leopard tank rijdt  via de mobiele koplading een wagen op bij de terminal van Van der Vlist in Moerdijk, 02-10-2025. Foto: Defensie

 

 

 

0 – 0 – 0

19 september 2025

 

 

↑ Foto: Heemkundekring Megen, Haren en Macharen ↑

 

Tijdens de uitvoering van de Maaswerken ontspoorde en kantelde een stoomloc die over de voet van de Harensedijk bij Megen reed. Ze belandde nog net niet in het water van de Oude Maas. Vanwege de drassige omgeving kon de loc niet geborgen worden. Ze zakte steeds verder in de modder weg. Na verloop van tijd was er niets meer van te zien en konden alleen oude mensen er over vertellen; in oude kranten is er niets over gevonden.

Dit ongeval is op 07-03-2024 als raadsel op deze website gezet. Onbekend was wanneer het ongeval heeft plaats gevonden, om welke loc het ging en bij welke werkzaamheden de loc was betrokken.

Die vragen zijn nu grotendeels beantwoord, vooral dankzij het werk van de Heemkundekring Megen, Haren en Macharen. De antwoorden zijn onder het raadsel gezet. Ook is het raadsel voorzien van een kaart waarin onder andere de ligging van de rivier de Maas bij Megen voor en na de Maaswerken is aangegeven.

 

 

 

 

Het had gesneeuwd op 07-01-2003, toen deze foto in een parkje in de wijk Offenbeek in Reuver (gemeente Beesel) werd genomen. De schoorsteenstomp is een restant van de dakpannen- en gresbuizenfabrieken van Jac. Laumans.

Het is een gemeentelijk monument sinds 1994. Op initiatief van de Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal werden er rails met een Tuf (dialect voor locomotief) en een kipkar toegevoegd. Het gaat om een Spoorijzer Railtractor van het type RT11 met een luchtgekoelde motor en een spoorwijdte van 700 mm (bij Laumans was dat 600 mm). Fabrieksnummer en bouwjaar zijn niet bekend. Wel bekend is dat de RT11 afkomstig is van de dakpannenfabriek Van Oordt in Alphen a/d Rijn. De fabrieken van Laumans  en Van Oordt hoorden een aantal jaren tot hetzelfde concern, maar de RT11 heeft nooit in Reuver gereden.

In een onbekend jaar verdwenen de bovenstaande RT11 en kipkar naar het gemeentelijk milieuplein in Reuver.

Het centrum van Reuver-Offenbeek wordt opnieuw ingericht. De Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal heeft zes informatieborden over de Reuverse kleiwarenindustrie geplaatst langs het Torenpad bij het voormalige Kerkplein in Offenbeek. Elk informatiebord heeft twee staanders gemaakt van smalspoor spoorstaven, gedoneerd door de Zuid Limburgse Stoomtrein Maatschappij.

De boven genoemde RT11 en kipkar verzorgen de “hardware” en werden op 29-08-2025 geplaatst.

 

Foto Wim Rovers, 17-09-2025. Op de achtergrond Café-zalencentrum De Paerssjtal

 

De officiële opening van het gereconstrueerde voormalige Kerkplein (naar een nieuwe naam wordt nog gezocht) zal een tijd moeten wachten in verband met het oprichten van een metalen constructie waarin het carillon uit de gesloopte klokkentoren van de kerk geplaatst zal worden.

(met dank aan Wim Rovers)

Overigens is er al eerder door de Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal gezorgd voor een smalspoormonument in Reuver. Daarbij ging het om de herinnering aan de greswarenfabriek van Teeuwen:

 

Foto Wim Rovers, op 18-11-2022  

 

Dit monument staat vlakbij een ooit zeer vervallen fabrieksgebouw van Teeuwen dat schitterend gerestaureerd is. Wat betreft de loc: zie daar.

 

 

 

 

Gerard Schut (1946) is de zoon van een machinist bij het spoorwegbedrijf van de Staatsmijnen (SM). Als kleuter kreeg hij zijn eerste foto’s van vader’s collega’s. Na een studie Maschinenbau in Aken werkte hij in de periode 1970 – 1975 zelf bij SM als “projectleider inventarisatie rollend materieel” en bracht met hulp van anderen het complete rollend materieel in kaart. Daarbij had hij toegang tot diverse later opgeruimde bedrijfsarchieven.

In die tijd begon hij aan een studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waarna de specialisatie tot verpleeghuisarts volgde. In 1982 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde. Na zijn pensionering in 2005 werden de verzamelde gegevens uitgewerkt. Dat leidde in 2023 tot het boek:

 

“Stoomlocomotieven van het spoorwegbedrijf van de Staatsmijnen in Limburg” →

 

De kern van het boek wordt gevormd door de hoofdstukken over de verschillende loctypes, geïllustreerd met maatschetsen en vele zwart-wit foto’s. (de bijbehorende technische gegevens staan in uitgebreide tabellen achterin). Daaromheen staan onder andere de geschiedenis van Staatsmijnen in het kort, kaarten, de nummerplaten, de locwerkplaatsen, de kolenlaadplaatsen voor de stoomlocs, etc.

Het is een gedegen naslagwerk, dat zeker het niveau bereikt dat veeleisende spoorwegliefhebbers gewend zijn. Toch is het niet besproken in bladen als Op de Rails en Rail Magazine. Wel was er publiciteit in enkele lokale media:

·       NieuwsbladSchaapskooi.nl  d.d. 7 juni 2023; zie hier.

·       Mijnstreek (Historisch  Magazine voor Parkstad Limburg) 2003 nr 4.

 

Dat de boeken pas nu genoemd worden op deze website komt omdat ze vooral bedoeld waren voor familie, vrienden en kennissen. Er was geen publiciteit gericht op railhobbyisten.

 

In 2024 verscheen een tweede boek, dat hetzelfde hoge niveau heeft:

 

Diesellocomotieven van het spoorwegbedrijf van de Staatsmijnen in Limburg →

 

Begonnen wordt met een inleiding met kaarten van het spoorwegnet en paragrafen over onder andere locnummers, nummerplaten, signaalinrichtingen en frontseinen. Daarna volgt een chronologische behandeling van de loctypes, geïllustreerd met foto’s en maatschetsen. Ook minder bekende diesellocs zoals de zeven Windhoff rangeerrobots, ingehuurde locs en “Pucki” komen aan bod. Na een hoofdstuk over de locomotiefdepots en locomotiefwerkplaatsen volgen tenslotte tabellen met uitgebreide technische gegevens.

Een opmerkelijk hoofdstuk is dat over de zes Orenstein & Koppel diesellocs van het hoekige type MB400N (later MHB301genoemd). Bij de maatschets staat geen bijschrift. Het gaat echter duidelijk om het type MB360N.  De ingeschreven maten kloppen wel, maar het type MB360 heeft  meer vloeiende vormen en andere ramen dan de aan DSM geleverde locs. Uit een telefoongesprek met de auteur bleek dat dit geen fout van hem was: O&K heeft de locs met deze verkeerde maatschets geleverd ! Het einde van O&K was al in zicht en er was wel meer niet in orde. Erger was dat de O&K’s in de praktijk te licht bleken. Eerst werd de oplossing gezocht in dubbeltractie, later in een “bakkie” van de NS.

Het enige minpuntje van het boek is dat enkele afbeeldingen zeer pover zijn en beter weggelaten hadden kunnen worden omdat van hetzelfde onderwerp andere en betere afbeeldingen in het boek staan.

 

Beide boeken zijn te koop bij het Boekengilde en bij bol.com 

Een derde boek, over de goederenwagens van Staatsmijnen, kost de auteur vanwege de grote aantallen en vele types zeer veel werk en verkeert in het beginstadium.

 

 

 

0 – 0 – 0

23 augustus 2025

Op 01-08-2013 rijdt Diema 1558 (1953) van het type DS22 met acht rijtuigen langs het Harmonium Museum. Het was gehuisvest in het voormalige Turftheater en was inbegrepen in de toegangsprijs tot het Veenpark, maar kreeg in 2023 te horen dat het niet langer in het Veenpark paste.

 

Sinds begin augustus verschenen er ongunstige berichten over het Veenpark in Barger-Compascuum dat veel rijdend industriespoor bezit. Zie hier en daar. De provincie Drenthe en de gemeente Emmen hadden subsidie verleend onder de voorwaarden dat het museum een museale status zou krijgen en dat er meer dan 70.000 bezoekers per jaar zouden komen. De Provincie eiste de subsidie terug omdat het Veenpark niet aan die voorwaarden voldaan had. Daarop volgde het nieuws dat het Veenpark te koop stond en weer wat dagen later dat het Veenpark failliet was. Volgens de curator blijft het park voorlopig open. Wordt vervolgd.

(Bronnen: RTV Drenthe, Nieuwsblad van het Noorden, Nederlands Dagblad)

 

 

Een bezoeker van deze website vroeg of er ooit een “Culemeyer-Strassenroller” (een aanhanger waarmee spoorwagons over de weg vervoerd konden worden) in Nederland actief was geweest en schreef dat hij er niets over in Industriespoor had kunnen vinden.

Uw webmaster was medeauteur van een artikel over dit onderwerp en wilde daarnaar verwijzen, maar toen bleek dat hij had verzuimd dit artikel op de website te zetten. Dat is alsnog gebeurd; zie hier.

 

Ook industrielocs werden per Culemeyer vervoerd. In 1979 is O&K 26558 (1966) van de Gulf Oil raffinaderij in de Europoort (nu Gunvor) op weg, waarschijnlijk voor een revisie bij O&K in Amsterdam. Foto: collectie A. Versluis →

 

(met dank aan Tijmen Stam)

 

 

 

 

Het raadsel van GSS loc 65 (zie het Nieuws van 27 juli 2025) is opgelost. Klik op de link aan het begin van deze regel.

 

De gele, indertijd 30 jaar oude O&K loc van Industriepark Kleefse Waard plaatst op 29 mei 2000 een ketelwagen met natronloog bij de losplaats.

 

Nu – 25 jaar later, in augustus 2025 – zoekt het Industriepark Kleefse Waard een spoorliefhebber die het leuk vindt om twee historische locomotieven (waaronder deze) weer tot leven te wekken. Meer hierover staat op de nieuwe webpagina over het Industriepark Kleefse Waard.

 

0 – 0 – 0

 

27 juli 2025

 

Van zaterdag 12 juli tot en met zondag 24 augustus wordt  grootschalig onderhoud verricht aan de metrolijn van het GVB op het traject Spaklerweg-Overamstel-RAI plus levensduur verlengend onderhoud bij wissels Spaklerweg (uit een “stripboek” van het GVB;TBGN = Tijdelijke buitengebruikname) →

 

Er wordt onderhoud gepleegd aan kunstwerken en er wordt ongeveer 3.600 meter spoor vernieuwd, inclusief de derde rail (stroomrail). Er wordt een kettinghor ingezet. Speciaal voor dit project zijn twee locomotieven (de 606 en 607 van Railpro) en dertig ballastwagons aangepast en gecertificeerd voor gebruik op het metrospoor. De 606 en 607 zijn de “bakkies” van Railpro die (in tegenstelling tot de 601-603) niet radiografisch bediend kunnen worden. De aanpassingen van de 606 en 607 betroffen de trapjes en het aanbrengen van grote gele oppervlakken aan de voor- en achterkant.

 

← De 606 en 607 werden per vrachtwagen naar de Metro werkplaats in Diemen gebracht. De 606 rijdt hier op eigen kracht naar een metrospoor.

 

Bron: Nieuws op de website van VolkerRail.

(met dank aan Martijn Smits)

 

Railpro 607 wijkt van de andere Railpro bakkies af omdat deze loc al sinds 2019 vrijwel geheel blauw geschilderd is en omdat ze sinds mei 2024 een naam heeft: Cor van den Breevaart (naar een machinist van Railpro). De volledige naam staat alleen op de achterkant. Op de zijkanten van de huif staat Cor. Zie ook hier.

 

  Na de 606 werd ook de 607 op metrospoor gezet.

 

Wat betreft de zorg voor het milieu zijn er grote verschillen tussen de lopende railgebonden projecten in Amsterdam. Zoals hierboven bleek zet het GVB bij de Amsterdamse Metro oude (vervuilende) diesellocs in voor de afvoer van vuile ballast en de aanvoer van nieuwe ballast. Maar op haar website besteedt het GVB veel aandacht aan de CO2 prestatieladder. De genoemde diesellocs zullen daarin wel niet meetellen, want die zijn van een ander bedrijf (Railpro).

In Amsterdam CS  gaat het er anders aan toe. Het station gaat in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) op de schop. Strukton heeft voor het tot 2028 durende werk een elektrische Zagro E-MAXI XL aangeschaft:

 

De elektrische Zagro E-MAXI XL heeft in “spoorbak 4”een platte wagen met een container en twee kettinghorwagens aan de haak.

Foto Charles Dusseldorp, 09-05-2025

 

 

Daarnaast blijkt uit video’s van Strukton (bijvoorbeeld deze) dat er minstens één elektrische Krol actief is en dat er verschillende onderaannemers zijn. Zo zijn er rupsdumpers van G.M. Damsteegt. Die aannemer noemt op zijn website als taak het onderhouden van de schepping en noemt daarbij het reduceren van de stikstofuitstoot en de CO2-uitstoot.

 

Bij de Uitgeverij Uquilair verscheen als nummer 20 (!) in de reeks “Treinen in Beeld” het boek “Uitgerangeerde sporen” van de auteurs Hendrik Bouwknegt, Remco Bruggink, Harold de Groot en Rob Meijer met de vriendelijke prijs van € 19,95 →

 

Het boek behandelt tegenwoordig niet meer bestaande bedieningen van Nederlandse spoorklanten met goederenwagens in de periode 1986-2014. Zoals de naam Treinen in Beeld al suggereert gaat het vooral om de foto’s. Die zijn werkelijk schitterend en  - voor zover uw recensent bekend – niet eerder gepubliceerd.  De fotografen zijn voornamelijk de vier al genoemde auteurs plus Maarten van der Willigen. Als tractie ziet men vooral NS materiaal, maar ook 13 industrielocs, 2 Trackmobiles en 1 Unimog.

Wegens plaatsgebrek wordt niet alles behandeld. Zo komt de goederenlijn Groningen – Drachten (met het bekende straatspoor in Leek) niet voor. Maar daar is elders al veel aandacht aan besteed. Warm aanbevolen !

 

 

 

 

Op de draaischijf staat de nieuwste aanwinst van het  Gelders Smalspoormuseum (GSS; de afkorting betekent ook Gelderse Smalspoor Stichting)

 

Deze loc 65 lijkt een vooroorlogse Orenstein & Koppel dieselloc van het type RL1a, want devooras heeft de hoge aspotgeledingen en het achterschot is een ballastbak (en niet een bij de hoeken omgezette plaat). Toch zijn er wat afwijkende details: de uitlaatpijp zit aan de verkeerde kant maar heeft vroeger wel aan de goede kant gezeten, gezien het daar nog steeds aanwezige gat. Verder zit de slinger om de motor aan te slingeren niet op de normale plaats (dat is in het midden en lager).

Van de andere kant ziet de loc er heel anders uit. Aan de loc is een raadsel aan gekoppeld: welke loc is dit oorspronkelijk geweest ? Zie het raadsel voor een van de andere kant genomen foto en meer gegevens.

 

 

 

Er is nog een nieuw raadsel. Het betreft weer een dieselloc, maar dan op normaalspoor.

 

 

 

 

0 – 0 – 0

 

Ouder Nieuws:  Zie het Nieuwsarchief

 

 

 

Terug/verder naar:

Nieuw                                   Home                                         Inhoud