Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

Ooypolder en omgeving

Inleiding

Voor het smalspoorboek van Hans de Herder heeft Dick v/d Spek onderstaande fraaie kaart getekend. De namen van de steenfabrieken waren toen niet bij de schrijver en tekenaar bekend; op de als bron gebruikte kaarten staat alleen steenoven of steenfabriek. Jan van Weeghel kent de namen wel en heeft ze onder de kaart gezet.

S

 

4

 

5

 

6

 

P

 

1

 

2

 

3

 
Ooijpolder 1970.jpg

1  Steenfabriek Erlecom of T&A Erlecom

2  De Bouwkamp I

3  De Bouwkamp II

4  Steenfabriek De Ooy

5  Steenfabriek Robert Janssen/Groenlanden

6  Steenfabriek De Vlietberg

Stroomopwaarts van de zandwinningsplas Kaliwaal (uiterst rechtsboven) lag steenfabriek Kekerdom (klik voor een kaart)

en daar weer stroomopwaarts van de steenfabriek Klaverland (klik voor een kaart).

P:  Dijkgat spoor richting steenfabriek Kekerdom.

S:  Dijkgat in de Spruitenkamp

Algemeen

De steenfabrieken in de Ooypolder en omgeving bleven lang seizoensbedrijven: de gevormde bakstenen werden in de buitenlucht gedroogd. Dat gebeurde ’s winters en in het vroege voorjaar niet, omdat de ongebakken stenen dan kapot konden vriezen. Er werd dan wel klei afgegraven. In het zomerse jaargedeelte werden stenen geperst en gedroogd.  Het bakken van de stenen gebeurde bijna altijd continu. Pas na 1970 werd er fors geïnvesteerd in onder andere droogovens (en later in tunnelovens), waardoor het seizoenbedrijf in een continubedrijf veranderde.

Hoewel de fabrieken vlak bij elkaar lagen, waren hun smalspoornetten niet met elkaar verbonden. De fabrieken hadden immers verschillende eigenaren, die doorgaans geen vrienden van elkaar waren. Tot in de dertiger jaren van de vorige eeuw was er wel een spoorverbinding tussen de fabrieken Kekerdom en Erlecom, die beiden van dezelfde eigenaar Terwindt en Arntz waren. Deze lijn is nog deels als opgebroken lijn op de kaart te zien. Bij P ging de lijn onder de winterdijk (de Bandijk) door (van dit dijkgat is tegenwoordig niets meer te zien; van dit dijkgat - S op de kaart - wel). Het traject liep vervolgens evenwijdig langs de Waal naar steenfabriek Kekerdom. De op de kaart aangegeven zandwinningsplas Kaliwaal is pas tussen 1950 tot 1968 ontstaan.

Er kwamen in de Ooypolder verschillende spoorwijdtes voor: 600, 700 en 900 mm.

 

 

N.V. Steenfabrieken v/h Terwindt en Arntz (T&A)

T&A schoorsteen.jpg

Uit [3]

De fabrieken Erlecom (nummer 1 op bovenstaande kaart en Kekerdom (rechsboven net buiten de kaart) waren dochterbedrijven van T&A (in de volksmond Tegenspoed & Armoe), kantoor houdend te Millingen en na 1913 in Nijmegen. Dit concern had verder onder andere fabrieken in Angerlo (Loenensche Middelwaard), Lobith (Tengnagelwaard I en II), Spijk (De Vliegenwaard) en en Hüthum (in Duitsland, bij Emmerik). De Boschoven te Druten is door T&A gekocht in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, maar werd al na twee jaar gesloten. T &A ging in 1985 failliet.

Er konden en kunnen makkelijk misverstanden ontstaan. Zo waren er ook veenderijen met de naam Terwindt en Arntz en waren leden van de familie Terwindt en de familie Arntz eigenaar van nog weer andere steenfabrieken of actief als aannemer.  Op fabriekslijsten van locomotieffabrieken staat vaak Terwindt en Arntz te Nijmegen, maar dat was het kantoor van waaruit de loc besteld was en (hopelijk) niet de plaats van aflevering. Verwarrend is ook dat T&A nabij het dorp Erlecom zowel een steenfabriek met de naam Erlecom als een steenfabriek met de naam De Ooy bezat. Verder lijkt Erlecom sterk op Ellecom en ook dat laatste dorp ligt in Gelderland en heeft steenfabrieken gekend. Vanwege de kans op verwarring worden in het volgende steeds de fabrieks- en kantooradressen uit [1] genoemd. Maar ook hierbij blijft voorzichtigheid geboden: Nassausingel 2 in Nijmegen was weliswaar het kantooradres van T&A, maar was ook de zetel van een aantal andere steenfabrieken, waarvoor T&A – waarschijnlijk tegen betaling – de administratie verzorgde. Van de hier te noemen bedrijven was dat het geval voor steenfabriek De Ooij, eigendom van (de familie van) Arthur Jurgens (4 op de kaart).

 

Kekerdom en Erlecom

In 1925 is door de directie van Terwindt & Arntz een nieuwe NV opgericht, namelijk de N.V. Steenfabrieken Kekerdom en Erlecom, waarin genoemde bestaande twee fabrieken werden ondergebracht (de overige fabrieken bleven gewoon bij T&A). In 1932 werden de fabrieken weer juridisch gesplitst. Dit soort details zijn belangrijk, want een locomotief voor bijvoorbeeld de steenfabriek Kekerdom kan in de lijsten van locomotieffabrieken of bij het Stoomwezen voorkomen als zijnde eigendom van T&A te Nijmegen (het kantoor), de T&A fabriek Kekerdom, N.V. Steenfabrieken “Kekerdom en Erlecom” en de N.V. Steenfabrieken “Kekerdom”. In het eerste en derde geval weet men dan nog niet voor welke fabriek de loc bedoeld was.

De redenen om op deze webpagina vooral de twee steenfabrieken Kekerdom en Erlecom te belichten zijn:

·       de beschikbaarheid van beeldmateriaal
Het Regionaal Archief Nijmegen beschikt over een aantal foto’s met smalspoor van de steenfabriek Kekerdom en Jan van Weeghel bezit een aantal dia’s uit 1968/69, die  genomen zijn op de steenfabrieken Kekerdom en Erlecom. Van de andere fabrieken in de Ooypolder lijken nauwelijks foto’s beschikbaar te zijn (afgezien van luchtfoto’s, waarop echter nauwelijks smalspoor te zien is).

·       de beschikbaarheid van informatie

De vader van Jan van Weeghel is directeur geweest van de steenfabrieken Kekerdom en Erlecom.

 

Na een korte geschiedschrijving van beide fabrieken Kekerdom en Erlecom wordt hieronder hun smalspoor behandeld en wel in de volgorde van de stappen in het productieproces. Tenslotte volgen nog in het kort de andere fabrieken op bovenstaande kaart.

 

Korte geschiedenis van de N.V. Steenfabriek Erlecom (1 op de kaart)

Fabrieksadres: Erlecomsedam 110, Erlecom                                                   Kantooradres: Nassausingel 2, Nijmegen

 

De N.V. Erlecom werd in 1852 opgericht door de Bemmelse bierbrouwer Nicolaas Arntz en de Millingse molenaar Johannes Herfkens [2]. In 1857 werd het bedrijf op een veiling gekocht door Herman Terwindt en Jan Arntz, die daartoe T & A oprichtten [3]. De steenfabriek begon met een aantal veldovens; in 1903 telde de fabriek er drie. In 1908 werd er een kleine ringoven gebouwd, de eerste in de gemeente Ubbergen. In later jaren werd daarnaast een vlamoven gebouwd [2]. In 1921 werd besloten Erlecom te electrificeren “en wel zoodanig dat alleen nog het vervoer van de kleigrond naar de steenpersen met gebruikmaking van locomotieven plaats vindt” [3]. Ook werd besloten tot de aanschaf van elektrisch aangedreven excavateurs voor het uitgraven van de klei en van elektrisch aangedreven voormalers  voor het mengen en bewerken van de klei [3]. In 1985 ging het gehele T&A concern failliet. Na enkele jaren in handen te zijn geweest van een handelaar in legervoertuigen – waarbij de fabriek bleef draaien – kwam steenfabriek Erlecom in handen van het Australische bedrijf Boral Nedusa. Enkele jaren later werd dit overgenomen door het Britse Hanson en vervolgens in 2002 door Wienerberger, een van de grootste baksteenproducenten ter wereld”.

Van 1997 tot in 2005 was ook de Gelderse Smalspoor Stichting (GSS) op het terrein gevestigd.

 

Korte geschiedenis van de N.V. Steenfabrieken Kekerdom (klik voor een kaart)

Fabrieksadres: Ward 3, Kekerdom (gemeente Ubbergen)                            Kantooradres: Nassausingel 2, Nijmegen

Citaat uit [2]: “Terwindt en Arntz richtten in 1873 een steenfabriek op, die zij vernoemden naar het nabijgelegen dorp Kekerdom. In 1909 werden de ter plaatse opgerichte veldovens vervangen door een ringoven, daarnaast kwam er in hetzelfde jaar een netwerk van smalspoorlijnen. In [3] wordt het concreter gemeld: Kekerdom kreeg in 1909 voor f 30.000 een ringoven en voor f 6.000 rails en wagentjes. Kennelijk ging het om paardentractie, want over locs wordt niets gezegd. Het Stoomwezen noemt de eerste loc in 1915.

In 1911 begon men met elektrificeren [3].

In 1930 werd de ovencapaciteit uitgebreid met een vlamoven onder een hoge, met pannen gedekte overkapping. In de vijftiger jaren is deze oven twee keer vergroot waardoor de langste vlamoven van de wereld  is ontstaan met in totaal 72 kamers [4].

 

Kekerdom in 1950 (foto Regionaal Archief Nijmegen)      

Kekerdom Exterieur 1950.jpg

← Steenfabriek en dorp Kekerdom op een topografische kaart uit 1972 (op de website watwaswaar). De sporen aan de bovenrand zijn van steenfabr. Klaverland.

 

De buitendijks gelegen steenfabriek staat op een hoogwatervrije ruimte, die vanaf de polderdijk (de Duffeltdijk) bereikbaar is over een 500 meter lange weg [2]. Aan weerszijden van die weg lag smalspoor, dat is aangegeven  met zwarte blokjes om de circa halve centimeter. Kekerdom had binnendijks nog een (in 1969 gesloopt) persgebouw, de zgn. Nieuwe Fabriek. Daar liep zowel een 60 als 70 cm spoor naar toe via een forse, aflopende dijk die er nog steeds ligt [4] en die op de kaart geel-wit geblokt is. Het smalspoor liep nog verder door, langs de Wielsche Wetering.

Waarschijnlijk is het smalspoor voor 1975 buiten gebruik geraakt, want bij bewaard gebleven locs wordt vermeld dat ze Kekerdom in 1975 hebben verlaten. In 1985 sloot de fabriek zijn deuren en werd het terrein overgenomen door ….” de handel in grondstoffen Verenigde Bedrijven de Beijer BV [2].

 

Grondsporen bij de steenfabriek Erlecom
“Grondsporen” bestond uit:

·       het winterse vervoer van de kleiputten naar de grondbult bij de fabriek
De klei werd horizontaal over de grondbult verdeeld om een homogene, ontsloten kleivoorraad te krijgen.

·       het vervoer in de campagnetijd (dat was de periode van het steenmaken) van de grondbult naar de steenpersen.

T&A Erlecom 1917.jpg

 

  Erlecom in 1917; foto uit [3]

 

Na "in de rot" te hebben gestaan werd de klei verticaal afgegraven, waardoor er een goede menging ontstond. De klei ging vervolgens per smalspoor naar één van de Aberson persen in de open lucht. Op de voorgrond staat zo’n Aberson pers, op de achtergrond ook. De klei wordt per smalspoor op een dijk langs de pers aangevoerd. Bij elke pers staat een kipwagen met een gekipte bak. Het gaat om Erlecom, dus ook dit grondspoor heeft een wijdte van 600 mm. In een menger met een uitgang boven de Abersonpers werd de klei met een kneed- en mengwerk op de gewenste plasticiteit gebracht. In de Aberson pers werd de klei in een houten steenvorm geperst.

We zien in de foto hierboven alvast het vervolg: de geperste stenen gaan met paardentractie naar de banen tussen de haaghutten. Op die banen worden de vormen 180 graden gedraaid zodanig dat de vormelingen op de vlakke banen worden gelost om in de natuur te drogen. De lege vormen gaan terug naar de Abersonpers voor de volgende cyclus. De gedroogde vormelingen worden in de haaghutten opgeslagen.

 

Voor het grondsporen werd het zwaardere smalspoormaterieel ingezet.

Het is niet bekend wanneer T&A in Erlecom met smalspoor is begonnen. Dat was in elk geval in of voor 1889 want vanaf dat jaar tot 1913 reed daar een Krauss stoomloc. Voor die tijd kan er paardentractie zijn gebruikt.

Zoals blijkt uit de onderstaande tabel werd in de begintijd een spoorwijdte van 900 mm gebruikt. Dat is in de Krauss leverlijst [5] te vinden met behulp van het door Stoomwezen opgegeven fabrieksnummer. Mensen die de steenfabriek Erlecom gekend hebben, achten het echter zeer onwaarschijnlijk dat er ooit een 900 mm loc zou zijn geweest [4]. Een fabriekslijst is niet per definitie foutloos en ook zou bij het Stoomwezen een vergissing in het fabrieksnummer gemaakt kunnen zijn. Een spoorwijdte van 900 mm was in die tijd echter wel gebruikelijk. Ook de nog te bespreken steenfabriek Klaverland had 900 mm spoor en behield dat tot het eind van de stoomtijd in 1962. Maar zo’n grote spoorwijdte is onhandig, want het spoor bij de kleiput moet regelmatig verlegd worden.

In elk geval gebruikte de T&A steenfabriek Erlecom na 1913 een spoorwijdte van 600 mm en wel voor al het spoorvervoer, dus ook voor het grondsporen [4]. Verderop zal blijken dat dit bij de steenfabriek Kekerdom anders is gegaan.

 

Stoomlocs van de steenfabriek Erlecom (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In dienst

Uit dienst

Vervoerbare ketel nummer

900

Krauss

259

1873

1889

1913

Vvb ? van T&A

600

O&K

8680

1918

1919

1922

Vvb 12 van T&A

600

Borsig

9024

1920

1922

1925

Vvb 15 van T&A

 

 

 

 

1925

1928

Vvb 1 van N.V. Steenfabrieken “Kekerdom en Erlecom

 

 

 

 

1932

1935

Vvb 2 van N.V. Steenfabriek “Erlecom

600

Henschel

17517

1920

1931

?

Vvb 4 van N.V. Steenfabrieken “Kekerdom en Erlecom

600

Hanomag

10668

1930

1933

1957

Vvb 3 van N.V. Steenfabriek “Erlecom

 

We zien dat er – afgezien van enige overlapping – steeds maar één stoomloc op de steenfabriek Erlecom aanwezig was, tot het einde van de stoomtijd in 1957. Die ene stoomloc deed niet al het werk, want zoals hieronder nog zal blijken waren er ook vooroorlogse Deutz diesellocs.

De Borsig bleef gewoon in Erlecom, maar kreeg daar drie keer een ander nummer van het Stoomwezen omdat de eigendomsvorm veranderde. Eerst was het  één van de vele locs van het T&A concern (kennelijk veegde het Stoomwezen de locs van alle T&A fabrieken op één hoop), in 1925 werd het een loc van N.V. Steenfabrieken “Kekerdom en Erlecom”. Van 1928 tot 1932 volgde nog een (niet in de tabel over Erlecom vermeld) uitstapje naar de Centrale Werkplaats van T&A in Gendt, aldaar als Vvb 23. Daarna kwam de loc weer terug in Erlecom, waar de  N.V. Steenfabrieken “Kekerdom en Erlecom” weer gesplitst was in de afzonderlijke fabrieken.

 

 

  Advertentie in De Gelderlander 23-08-1924

 

Van de stoomlocs in Erlecom en Kekerdom zijn geen foto’s gevonden, maar advertenties geven wel enig idee: een (stoom)machinist moest de loc niet alleen kunnen rijden en onderhouden, maar hij moest bij een bepaalde fabriek ook nog eens rooms katholiek zijn. Bij een andere fabriek moest hij veel kinderen hebben, die konden meewerken in de steenfabriek.

Overigens is het niet zeker dat het hier om T&A fabrieken ging. Verreweg de meeste personeelsadvertenties voor de steenfabrieken rond Nijmegen werden onder nummer geplaatst: men solliciteerde door een brief naar de krant te schrijven waarop ook het nummer van de advertentie vermeld werd. De krant stuurde de brief dan door naar de adverteerder.

 

De Gelderlander 30-03-1929

Grondsporen bij de steenfabriek Kekerdom

Hierboven werd al vermeld dat Kekerdom in 1909 voor f 6.000 “rails en wagentjes” kreeg. Met andere woorden:

·       Tussen de oprichting in 1873 en 1909 werd de klei voor de steenfabriek Kekerdom per boerenkar vervoerd.

·       Bij de steenfabriek Erlecom lag dus veel eerder (≤ 1889) smalspoor dan bij de steenfabriek Kekerdom van hetzelfde T&A. De verklaring zal zijn dat de steenfabriek Erlecom circa 20 jaar ouder was. Men stichtte een steenfabriek dicht in de buurt van de kleiputten. Later werden de afstanden groter omdat de klei in de buurt was afgegraven en ontstond er behoefte aan smalspoor om de klei verder weg te kunnen halen.

·       Vanaf 1909 gebruikte de steenfabriek Kekerdom smalspoor en wel met paardentractie.

·       Van de aanschaf van een loc wordt immers geen melding gemaakt.  De eerste loc kwam in 1915 (zie de tabel hieronder)

 

In tegenstelling tot de fabriek Erlecom gebruikte de T&A steenfabriek Kekerdom  een spoorwijdte van 700 mm voor het grondsporen en 600 mm voor het overige werk [4]. Twee -niet sterk verschillende- spoorwijdtes in één bedrijf lijkt misschien vreemd, maar het kwam zeker meer voor, bijvoorbeeld bij de T&A steenfabriek Tengnagelwaard bij Lobith en buiten het T&A concern bij de steenfabriek Fortmond. De spoorwijdte was natuurlijk niet het enige verschil; het 600 mm spoor was veel lichter.

 

Stoomlocs van de steenfabriek Kekerdom (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In dienst

Uit dienst

Vervoerbare ketel nummer

700

O&K

4670

1911

1915

1924

Vvvb 8 van T&A

700

Maffei

4099

1921

1923

1940

Vvb 16 van T&A

700

Henschel

21840

1931

1931

1952

Vvb 3 van N.V. Steenfabrieken “Kekerdom”

700 *

Henschel

21247

1928

1951

1959

Vvb 4 van N.V. Steenfabrieken “Kekerdom”

* Mensen die de steenfabriek Erlecom gekend hebben, zeggen dat de spoorwijdte 700 mm was [4]. Dat past prima in het beeld dat op 600 mm spoor alleen paarden of kleine diesellocs werden gebruikt. In de Henschel leverlijst staat echter 600 mm [5]. Sommige loctypes waren makkelijk van 600 naar 700 mm (en omgekeerd) om te sporen.

 

Het blijkt uit bovenstaande tabel dat ook in Kekerdom doorgaans 1 stoomloc aanwezig was.

 

Motortractie bij het grondsporen bij de steenfabrieken Erlecom en Kekerdom

2-24-2010_017.JPG

Als tractie voor het grondsporen fungeerden bijvoorbeeld Deutz OMZ 122F’s en Rustons 48DL’s [4].

 

 

← Bij de kleiput werden de treinen beladen door Michigan draglines. Bij de dragline staat een Deutz loc. “Bij Kekerdom speelde altijd de mogelijkheid dat de buitendijkse polder waar de klei werd afgegraven als een speer moest worden ontruimd omdat er hoog water op komst was, soms waren ze daar te laat mee en spoelde er een flink stuk spoorbaan weg en stonden er een tijdje draglines met natte voeten” [4].

Foto: collectie Jan van Weeghel, 1968/69

 

Ook machinisten voor diesellocs waren veel gevraagd en werden

geacht hun locomotieven te kunnen onderhouden en repareren:

 

De Gelderlander 3/9/1947 →

2-24-2010_024 bewerkt.JPG

← Foto: coll. Jan van Weeghel, 1968/69

 

Een Ruston 48 DL is met een lange rij beladen kipkarren vanuit de kleiput aangekomen  bij de geul, waarin de klei gestort zal worden. De klei wordt vervolgens door de op de voorgrond zichtbare excavateur horizontaal

over de bult verdeeld.

“De Rustons reden alleen in Erlecom, naar ik mij herinner twee stuks. Bijzonder was dat zij tijdens de campagne zonder dak reden, deze locs konden wel onder een brug door bij het persgebouw (waar de tram voor de rekkenvelden overheen reed) en de Deutzen niet, die waren dus ook zonder cabine te hoog ! ” [4]

GSS loc 17, zijnde Ruston fabrieks-nummer  279626 (1950) van het type  48 DL, reed tot 1975 bij de steenfabriek Erlecom. De spoorwijdte is dus 600 mm.

2-24-2010_010 bewerkt.jpg

 

“Beide fabrieken hadden een fors aantal OMZ 122F's waarvan in Kekerdom er nog een paar in de zestiger jaren zijn "geupgraded" met vierkante ramen in de cabine” [4].

Henk Sluijters stelt dat Deutz in 1953 drie locs van het type A2L514F geleverd heeft voor het 700 mm spoor van de steenfabriek Kekerdom en dat die in 1972 naar Steenfabriek Ariëens-Meijnerswijk bij Arnhem zijn gegaan, waar ze in 1975 gesloopt zijn.

Spoorijzer heeft  vele vooroorlogse Deutzen van een naoorlogse motor voorzien. Het verschil tussen bijv. een A2l514 en OMZ117F is nauwelijks te zien.

   Het is dan ook niet te zeggen welk Deutz loctype op deze foto staat (collectie Jan van Weeghel, 1968/69)

 

 

Een Deutz dieselloc duwt de bij de kleibult beladen kipkarren de fabriek in. Foto: collectie Jan van Weeghel, 1968/69→

 

Bij veel fabrieken gingen de kipkarren via een hellingbaan de fabriek in. Dat gebeurde hier gelijkvloers; kennelijk werd de klei na het storten via de links zichtbare lopende banden omhoog gevoerd.

Rechts van de kipkarren ligt een vijftal haken, die via korte kettingen in de vloer verankerd zijn.  De kipbakken zijn met een “stortschot” verhoogd.

 

 

2-25-2010_003.JPG

 

 

Een kipkar wordt met twee man gelost. Twee van de eerder genoemde haken zijn aan het onderstel bevestigd, zodat de kipkar niet kan omslaan.

Foto: collectie Jan van Weeghel, 1968/69 →

 

De gestorte klei wordt na het storten onder andere gezeefd en gekneed en belandt uiteindelijk als een homogeen mengsel van de gewenste plasticiteit in de De Boer zevenbaks steenpers

(Machinefabriek De Boer uit Nijmegen heeft de rol van Aberson overgenomen, zeker na het faillissement van Aberson).

 

2-25-2010_007 bewerkt.jpg

 

Merkwaardig is loc 16 van de GSS, die van de steenfabriek Kekerdom afkomstig is en een spoorwijdte van 700 mm heeft. Het is een zelfbouw loc met een Deutz motor en een versnellingsbak van een Engelse tank uit de Eerste Wereldoorlog. Mensen die de steenfabriek Kekerdom gekend hebben, kennen deze loc echter niet [4].

 

Sporen op het fabrieksterrein bij de steenfabrieken Erlecom en Kekerdom

Op het fabrieksterrein waren vaak krappe bogen nodig. Een spoorwijdte van 600 mm ligt dan meer voor de hand dan 700 mm. Te denken valt aan het vervoer van het gebrande zand met kleine kiplorries van de zandbult naar de steenpersen, het vervoer van de daar gevormde natte steen naar de haaghutten of rekkenvelden om te drogen en het vervoer van de gedroogde rauwe stenen naar de oven.

Kekerdom paardentractie 1917.jpg

 

← Op deze in 1917 bij de steenfabriek Kekerdom genomen foto is een paard met twee plateauwagens met rauwe stenen op weg naar de droogbanen tussen haaghutten (rechts op de foto).

Foto Regionaal Archief Nijmegen

 

In het zeer drukke sporenplan vallen de krappe bogen op, die worden mogelijk gemaakt door de spoorwijdte van 600 mm.

De paarden voor de tractie van en naar de haaghutten zijn in de tweede helft van de dertiger jaren van de twintigste eeuw vervangen door kleine Deutz locs, zoals twee foto’s lager geïllustreerd wordt.

 

 

In [3] worden zowel de plaats als de datum van deze foto niet genoemd, maar in het Regionaal Archief Nijmegen komt de foto ook voor en wordt vermeld dat het om de steenfabriek Kekerdom in 1950 gaat →

 

De foto is zeer illustratief. Twee mannen zijn bezig steenvormen met elk zeven zojuist geperste stenen op twee wagens te laden. Als ze daarmee klaar zijn, zal het paard de wagens naar de droogbanen tussen haaghutten brengen. Daar worden de “vormelingen” te drogen gelegd; de geleegde steenvormen gaan weer retour naar de pers. Voor dit vervoer tussen persen en haaghutten werden speciale wagens met verschillende etages gebruikt.

Het tuig van het paard is via een ketting met de voorste wagen verbonden. Volgens [3] kenden de paarden hun traject precies en stopten uit zichzelf wanneer de wagens met de volle vormen moesten worden losgekoppeld.

Het terrein is een modderboel. Linksboven nadert een spoor onder een avontuurlijke hoek het hoofdspoor, maar is daar niet mee verbonden. Hier zal een klimdraaischijf zijn gebruikt.

 

 

  De Gelderlander 20-02-1932

T&A Paarden kenden hun weg.jpg

Kekerdom Deutz OME.jpg

← foto Regionaal Archief Nijmegen

     (ongedateerd)

 

Langs haaghutten van de steenfabriek

Kekerdom rijdt een Deutz van het type OME 117F. De gedroogde vormelingen worden van de haaghutten naar de oven gebracht. Van de steenfabriek Kekerdom zijn OME 117F’s met de volgende Deutz fabrieksnummers (bouwjaar) bekend:

·       19671 (1937)

Rijdt nu met cabine bij De Panoven in Zevenaar. Hier wordt gesteld dat de loc uit 1920 dateert.

·       23537 (1939)

Dit is nu loc 6 van de GSS. Er staat het nummer 112 op

 

De oudste 117's moesten aangeslingerd worden (met kans op terugslag!) nadat er eerst in de cilinderkop een soort deurkruk was gedraaid waarom heen een stuk aangestoken lontpapier zat [4].

Kekerdom 1950 lorries schuine achterwand.jpg

← foto Regionaal Archief Nijmegen van de steenfabriek Kekerdom in 1950.

 

Het vervoer van de gedroogde rauwe stenen naar de oven gebeurde op plateaulorries die een schuine achterkant hadden. Het beladen en lossen van die plateaulorries was in 1950 nog handwerk. Als de lorries beladen waren, werden ze gekoppeld en ging het naar de oven.

 

Het  600 mm spoor liep rondom de oven. Het liet zich gemakkelijk in het beton storten dat om de ovens lag. De plateau lorries werden bij de oven met een oplegdraaischijf een kwartslag gedraaid en de ovenkamers ingereden, zodat de stenen daar “ingezet” konden worden [4].

2-24-2010_020.JPG

Foto: coll. Jan van Weeghel, 1968/69

 

Toch kwam er in 1968/69 nog paardentractie voor. De “hittenrijder” is echter geen jonge knaap – zoals vroeger gebruikelijk –  maar een volwassene.

Er zijn ook nog steeds hutten, dus er wordt nog niet kunstmatig in een droogkamer gedroogd. De wagen is wel moderner. De “hit” trekt namelijk een traverse- wagen op 1000 mm spoor (de buitenste spoorstaven). Daarop staan twee wagens met kleine spoorwieltjes op 600 mm spoor (dat is de spoorwijdte tussen de middelste en één van de buitenste spoorstaven). Deze wagens zijn geladen met lagen gedroogde stenen. Door deze wagens de rekkenhutten in en uit te laten rijden, kunnen de stenen daar worden opgehaald.

Later reden hier de Deutz OMZ117's.

Later reden hier de Deutz OMZ117's, waarvan loc 2 van de GSS uit 1939 bewaard is gebleven. Deze loc heeft weliswaar bij de GSS een spoorwijdte van 700 mm, maar is volgens deze lijst geleverd met een spoorwijdte van 600 mm en is bij de GSS omgespoord.

 

Onderhoud

“Op beide fabrieken werd het onderhoud/revisie van alle locs volledig in eigen beheer gedaan, per fabriek minimaal twee man waren hier vooral in de zomer mee bezig, want dan stonden de meeste 122's stil, die werden vooral in de winter bij het grondsporen gebruikt, zomers pendelden er een stuk of twee tussen de grondbult en de persen. In de zomervacantie mocht ik dan zo een loc volledig demonteren, tot op het laatste boutje aan toe ging die dan uit elkaar en je moest niet proberen dat met bruut geweld te doen” [4].

In Gendt was de centrale werkplaats. Daar werd constructiewerk gedaan voor bijvoorbeeld nieuwbouw  op de aangesloten fabrieken en reparatiewerk wat niet op de fabrieken zelf kon worden gedaan [4].

 

Tenslotte: de andere steenfabrieken op de kaart: 

 

N.V. Steenfabriek De Bouwkamp (2 en 3 op de kaart)

Fabrieksadres: Erlecomseweg 18, Erlecom, gemeente Ubbergen                  Kantooradres: Keizer Karelplein 11, Nijmegen

 

Citaat uit [2]: “Over de geschiedenis van beide fabrieken (Bouwkamp I en II) is nauwelijks iets naar voren gekomen tijdens het onderzoek, behalve dat het in de jaren ‘20 van de 20ste eeuw behoorde tot Jurgens’ baksteenfabrieken.”

Jurgens Waalsteenfabrieken (voorheen Frans van de Loo) te Nijmegen was eigenaar van in elk geval een grote steenfabriek (met vier ringovens) te Bingerden (bij de Steeg) en een steenfabriek te Erlecom (gezien het bovenstaande waarschijnlijk de Bouwkamp). In elk geval vormden genoemde fabrieken het onderpand van een hypothecaire lening. Toen Jurgens Waalsteenfabrieken in gebreke bleef de lening af te lossen, zouden beide fabrieken verkocht worden. De fabriek te Bingerden werd inderdaad op 17 november 1936 geveild en op 10 februari 1937 berichtte de locale krant De Gelderlander dat de verkoop van de fabriek te Erlecom werd voorbereid. Een advertentie landelijke krant Het Vaderland van 13 mei 1937 meldde echter dat de verkoop van de fabriek te Erlecom problemen gaf en dat de fabriek daarom weer in werking zou worden gebracht. Uit verschillende advertenties in verschillende bladen blijkt dat Jurgens Waalsteenfabrieken vanaf 24 januari 1938 in surseance van betaling verkeerde. De surseance werd enkele malen verlengd. Het laatst gevonden bericht is van 24 februari 1941. Daarin is sprake van nog eens anderhalf jaar.

 

← Het Vaderland, 13-05-1937

 

Mogelijk heeft het in dienst stellen van stoomlocs in 1937 en 1938 (zie de tabel hieronder) te maken met het weer in bedrijf stellen van de fabriek in mei 1937:

 

Stoomlocs van de steenfabriek De Bouwkamp (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In dienst

Uit dienst

Vervoerbare ketel nummer en opmerkingen

?

Schwartzkopff

9209

1928

1938

1942

Vvb 4 van Jurgens Waalsteenfabriek te Erlecom

700

O&K

12869

1937

1937

1962

Vvb 45 (!) van De Bouwkamp

700

O&K

11591

1928

1955

1966

Vvb 8 van De Bouwkamp; nu loc11 “Peter” aan het Valkenburgse Meer

700

O&K

11648

1928

1955

1969

Vvb 14 van De Bouwkamp; nu loc Hoogeveen van Eerste Drentse vereniging van Stoomliefhebbers bij “’t Aole Compas” te Bargercompascuum

 

De Deutz leverlijst van Toon Steenmeijer bevat leveringen aan N.V. Jurgens Waalsteenfabrieken te Nijmegen:

1.     Een drietal in de Eerste Wereldoorlog op voorraad gebouwde drieassige Heeresfeldbahn locs van het type  30CXIV F, met een spoorwijdte van 600 mm. Ze zijn rond 1921 geleverd.

2.     Drie diesellocs van het type 50PMZ130 F, met een spoorwijdte van 700 mm, besteld in 1927 en geleverd in 1928.

3.     Twee diesellocs van het type PMZ322 F, met een spoorwijdte van 700 mm, in 1931.

De veilinglijst van de fabriek in Bingerden noemt drie Deutz motorlocomotieven uit 1927 van 50/55 pk en een spoorwijdte van 700 mm. Dat zullen ongetwijfeld de onder 2. genoemde locs geweest zijn. Van de overige locs zouden exemplaren bij de Bouwkamp gereden kunnen hebben.

 

 

N.V. Steenfabriek De Ooij (4 op de kaart)

Fabrieksadres: Erlecomsedam 28, Erlecom                                                    Kantooradres: Nassausingel 2, Nijmegen

 

Citaat uit [2]: “Het precieze jaar van oprichting is niet duidelijk, maar in 1872 stond hier zeker een veldoven. De Ooij groeide uit tot een fabriek met een aantal veldovens, die in 1922 werden gesloopt voor de bouw van een ringoven. Deze ringoven werd ergens tussen 1921 en 1954 verbouwd tot vlamoven en verschillende malen deels afgebroken en weer uitgebreid. De fabriek staat binnendijks op een hoogwatervrije ruimte. In de jaren ’70 heeft het bedrijf Reomie BV zich er gevestigd. Het is gespecialiseerd in de opslag en revisie van legervoertuigen en onderdelen daarvan.”

 

← De Gelderlander 30-03-1929

 

Anders dan de andere personeelsadvertenties op deze webpagina is die van “De Ooij” niet anomiem.

 

“De Spruitenkamp is een slingerend dijkje door een van de schilderachtigste plekken van de Ooij. U treft daar een aparte doorlaat aan in de dijk, het zogeheten bruggat (S op de kaart). Ooit werd de dijk hier doorsneden door een smalspoor waarover treintjes klei vervoerden naar steenfabriek De Ooij, nu is het een onderdoorgang voor vee (zie hier voor foto). De waterplassen en verdiepte weilanden die u van hieruit kunt zien, zijn voormalige kleiputten” [6].

 

Volgens het bijschrift bij deze foto uit [6c] dateert het bruggat uit het begin van de jaren 1940 en is het 2,4 meter breed en 3 meter hoog. In de zijwanden bevinden zich sponningen waartussen schotten konden worden geplaatst  

Spruitenkamp 2403005 spoortunnel 1.JPG

 

                                                       Stoomlocs van de steenfabriek De Ooij (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In dienst

Uit dienst

Vervoerbare ketel nummer en opmerkingen

700

Krauss

7773

1920

1922

?

Vvb 1 van N.V. Steenfabriek “De Ooij” te Nijmegen/Erlecom

600

Henschel

type Monta

20925

1927

?

1972

Niet bij Stoomwezen gevonden. Fabriekslijst: geleverd aan T&A. Zie schilderij hieronder. In 1972 naar dhr. Bekkema te Heerde; in 1986 naar Duitsland (zie hier).

 

STOOMLOCOMOTIEF VAN STEENFABRIEK OOIJkopie

 

↑ Jan van Weeghel vond dit schilderij van Wim Brandwijk (foto Marcel Vink) met de Henschel van steenfabriek De Ooy op http://www.ooij2000.nl/

 

Volgens de fabriekslijst van Orenstein & Koppel [5] zijn aan “Steenfabriek De Oij, Nijmegen” in 1941 drie diesellocs van het type MD1 en met een spoorwijdte van 700 mm geleverd. Die locs komen niet voor op een referentielijst van de O&K vestiging in Amsterdam uit circa 1952. Van één van het trio locs is bekend dat die bij Gemeentewaterleidingen Amsterdam beland is. Gemeentewaterleidingen Amsterdam staat wel onder de kop MD1 in de referentielijst. Het lijkt er daarom op dat minstens één MD1 al voor 1952 bij de steenfabriek De Ooij verdwenen is. Die zal vervangen zijn door een Ruston, want op dit schilderij staat een Ruston, waarschijnlijk van het type 48 DL. Het is goed mogelijk dat steenfabriek De Ooy meerdere Rustons heeft gehad.

 

 

N.V. Steenfabrieken v/h Robert Janssen N.V. (ook de Groenlanden genoemd; 5 op de kaart))

Fabrieksadres: “Groenlanden”, Ooyse Bandijk, Ooy                                       Kantooradres: Wilhelminasingel 4, Nijmegen

 

Citaat uit [2]: “Op een verhoging in het landschap, aan de binnenzijde van de Waalbocht, richtten Aegidius Robert Janssen en Gerhard Frans Hubert van de Loo in 1872 een steenfabriek op. Deze bestond aanvankelijk uit een aantal naast elkaar gelegen veldovens: drie kleine en een grote. In 1916 werd een ringoven gebouwd, waarvoor twee veldovens werden afgebroken. De Groenlanden sloot in 1972.”

 

← foto Regionaal Archief Nijmegen

 

De steenfabriek Groenlanden vertoont in 1955 het ook van andere steenfabrieken bekende beeld: haaghutten met aan elke zijde spoor en krappe bogen. Een paard staat voor wagens met steenvormen.

 

Uit de Deutz leverlijst van Toon Steenmeijer zijn de volgende leveringen bekend aan de N.V. Steenfabriek v/h Robert Janssen te Nijmegen.

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Type

Bouw-jaar

In dienst

Uit dienst

Meer gegevens

700

Deutz

2961

30CXIV F

1917

1922

?

Dit waren 30 pk drieassige 600 mm benzinelocs voor de Heeresfeldbahnen. Na de Eerste Wereldoorlog zijn ze via Du Croo & Brauns uit voorraad verkocht en omgespoord.

700

Deutz

3031

30/33CXIV F

1918

1921

?

700

Deutz

10038

PMZ322 F

1931

1931

?

Loc met tweecilinder tweetact dieselmotor

 

Opmerkingen:

·       Deze 700 mm motorlocs zullen voor het grondsporen zijn gebruikt.

·       Kees Plug heeft in 1971/72 twee Rustons bij de Groenlanden gezien.

·       Stoomlocs van Robert Janssen of de Groenlanden zijn niet bekend (zie dit boek).

·       Robert Janssen had ook een fabriek in Lathum: de Koppenwaard.

 

N.V. Steenfabriek De Vlietberg (6 op de kaart)

Fabrieksadres: “Van Brienenswaard”, Ooy 20, Ubbergen                               Kantooradres: kennelijk idem

 

Citaat uit [2]: “In 1873 richtte de Nijmegenaar G.H. van der Wedden niet ver van zijn woonplaats de steenfabriek Brienenswaard op. De fabriek, die bestond uit een vijftal veldovens, kwam acht jaar later in handen van de firma Burgers en Fels, die het bedrijf tot 1920 in handen hield. Zes jaar later werd de Brienenswaard opnieuw overgenomen en veranderde de naam van de fabriek in De Vlietberg. Deze naam duidt erop dat het hoogwatervrije terrein, waarop de steenfabriek ligt, al van oudsher werd gebruikt als vluchtheuvel voor vee. In 1927 werd op het terrein een nieuwe ringoven gebouwd, die tot 1974 of 1975 in gebruik is geweest. In dat laatste jaar is de fabriek gesloten en grotendeels afgebroken.”

 

Stoomlocs van de steenfabriek De Vlietberg (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In

dienst

Uit

dienst

Vervoerbare ketel nummer en opmerkingen

700

Henschel

13009

1914

1914

1952

Vvb 1 van Fa. Fels & Burgers te Ooy;

vanaf 1943 vvb 2 van “De Vlietberg” te Ooy  1).

700

O&K

12250

1934

1948

?

Vvb 2 van “De Vlietberg” te Ooy  2)

 

1)     De loc bleef dus op dezelfde fabriek (die al veel eerder van naam veranderde), maar kreeg toch een ander vvb nummer.
Mogelijk is het een schrijffout en bleef het gewoon Vvb 1, want de andere loc had ook al als nummer Vvb 2.

2)     Deze loc werd in 1934 als huurloc door O&K in Amsterdam in gebruik genomen. Vanaf een onbekende datum was ze niet meer in de keuring van het Stoomwezen, kennelijk omdat ze niet verhuurd kon worden. Vanaf 1943 werd ze wel weer door het Stoomwezen gekeurd. Mogelijk is de loc al vanaf 1943 aan de Vlietberg verhuurd.

 

Motorlocs van de Vlietberg zijn niet bekend. Dat wil niet zeggen dat er geen motorlocs zijn geweest.

 

 

N.V. Klaverland

Fabrieksadres: Millingschewaard  A311, Kekerdom                                      Kantooradres: Berg en Dalscheweg 7

 

De adressen staan niet in [1]; Klaverland was ten tijde van de publicatie van [1] mogelijk al gesloten. De adressen zijn respectievelijk uit het telefoonboek van 1950 (NV Vlamovensteenfabriek Klaverland) en de aankondigingen van de jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen in de krant.           

 

← Steenfabriek Klaverland staat linksboven op een fragment van een topografische kaart uit 1972 (op de website watwaswaar). De steenfabriek linksonder is Kekerdom.

 

Citaat uit [2]: “In 1902 werd de NV. Klaverland door de Nijmeegse J.H.M. Terwindt opgericht. Hij liet er in 1916 een ringoven bouwen ter plaatse van twee van de drie veldovens. Later kwam er ruim 100 meter verderop een vlamoven bij. In 1971 werd de steenfabriek gesloten. De fabriek staat op een hoogwatervrije ruimte.”

 

Stoomlocs van de steenfabriek Klaverland (gebaseerd op gegevens in dit boek)

Spoorwijdte

in mm

Fabrikant

Fabrieks-

nummer

Bouw-

jaar

In dienst

Uit dienst

Vervoerbare ketel nummer en opmerkingen

1067

Hohenzollern

230

1883

1900

1903

Aanwezig, maar niet in gebruik geweest.

900

Krauss

479

1875

1901

1923

Vvb 1 “Betsy

900

Hanomag

8007

1919

1922

?

Vvb 2

900

O&K

10535

1923

1932

1962

Vvb 3

 

De NV Klaverland heeft nooit motorlocs gehad [4].

 

Opmerking

Orenstein & Koppel heeft tenminste één dieselloc van het type RL2 aan T&A te Nijmegen (het kantoor dus) geleverd, zo blijkt uit een leverlijst van O&K in Amsterdam. Het is niet bekend om welke fabriek het ging.

Met dank aan:

Jan van Weeghel en zijn achterban.

Bronnen:

[1]

“Baksteengids I: De georganiseerde baksteenfabrieken in Nederland en hun produkten”; uitgave van de Vereniging De Nederlandse Baksteenindustrie (herziening 1970), Arnhem.

[2]

Hylke Roodenburg; “Het steenfabriekenlandschap…de pijp uit?”; Doctoraalscriptie Sociale Geografie

School voor Omgevingswetenschappen, Faculteit der Managementwetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen, Maart 2007

[3]

Theo C. Droogh; “Honderd jaar T. & A”; Foreholte 1957.

[4]

Informatie van Jan van Weeghel.

[5]

Fabriekslijsten op een CD van Jens Merte; zie ook http://www.lokhersteller.de/

[6a]

[6b]

[6c]

Staatsbosbeheer: Wandelroute Ooijpolder.

Zie ook: http://www.steenennatuur.nl en

http://www.ubbergen.nl/internet/monumenten-ooij_3325/item/monumenten-ooij_2190.html

 

 

 

 

 

 

{

aanvullingen op het boek “Smalspoor in bedrijf”                     Eigenaren  

Terug/verder naar:

 

 

Nieuw                      Home                      Inhoud