Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

Modellen

 

 

 

 

 

NS 162, 164 en 165

SCN_0002.JPG

↑ NS maatschets van de serie 160 [1] ↑

 

Volgens deze tekening ligt de blinde as hoger dan beide wielassen. Mogelijk is dat gedaan om duidelijk te maken dat de drijfstang aangrijpt op de voorste as. In werkelijkheid ligt de koppelstang ongeveer achter de drijfstang. Bovenstaande tekening is vooral een maatschets. Details zijn te zien in onderstaande tekeningen [2]:

 

Plate No.19.jpg

Algemeen plan tekening 162 vervaardigd door  Kees Mooij.JPG

 

De voor de Gardner dieselmotor geplaatste compressor levert de luchtdruk voor:

·       het schakelen van de mechanische versnellingsbak
 (de tabel rechtsonder geeft onder andere de maximum snelheden voor de vier versnellingen)

·       het remmen van de loc (zie de remcilinder onder de vloer van het machinistenhuis),

·       bij de 162: de treinleiding.

 

 

Algemeen plan van de 162 vervaardigd door Kees Mooij van de Stichting 162 [2]

 

Inleiding

De NS 161-165 maakten deel uit van een grotere serie locs die door de Engelse ondernemingen Barclay en Drewry Car gebouwd zijn voor het War Department (WD = Ministerie van Oorlog). Tijdens en na de geallieerde landing in Normandië kwamen een aantal van deze locs naar het Europese vasteland. De latere NS 161 – 165 bleven na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en werden overgenomen door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) in Friesland. In 1947 werden de lijnen en het materieel van de NTM door NS overgenomen. Zie bijvoorbeeld [3] voor meer bijzonderheden.

In 1957 werden de toen nog overgebleven 162, 164 en 165 door NS buiten dienst gesteld. Ze werden alle drie als industrielocomotief verkocht. Hun lotgevallen worden hieronder besproken en geïllustreerd.

 

NS 162

De NS 162 en 164 belandden als D 2 en D 3 bij de particuliere mijn Willem Sophia in Spekholzerheide. Daar werd hun machinistenhuis verlaagd om voldoende vrije ruimte te krijgen onder kolenbunkers en andere mijninstallaties [4].

 

De ex-NS 162 in 1971 bij de toen al gesloten Willem Sophia [1] →

 

Zie ook deze film van 5.27 tot 5.43.

De Willem Sophia werd in 1970 gesloten. Het hele locpark werd in 1971 naar België verkocht. De ex-NS 164 werd daar weer als industrieloc ingezet, totdat een zware motorschade dit verhinderde. Zie [2] t/m [4]. De loc werd door Pierre de Greeuw in België ontdekt [3]. In 1996 werd de loc door een werkgroep van de Stibans aangekocht, naar Nederland gebracht en door een jarenlange ingrijpende restauratie prachtig  in originele en bedrijfsvaardige toestand gebracht.

Hierbij werd onder andere de afgeplatte bovenkant van het machinistenhuis vervangen door zo’n bovenkant van een loc uit dezelfde serie en werd een Gardner dieselmotor van hetzelfde type als de originele motor geplaatst. Na de opheffing van de Stibans werden de activiteiten voortgezet als Stichting 162 [2]. In 2012 werd onderdak gevonden bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik, waarmee een gebruiksovereenkomst werd gesloten. In februari 2014 werd de loc officieel goedgekeurd voor gebruik op de museumlijn. Wegens plaatsgebrek ging ze echter in het voorjaar van 2017 op rondreis, te beginnen met de MBS en STAR.

 

De loc is in de zwarte kleur van War Department loc 70033 gebracht, Hoorn, 18-04-2014 →

 

ns164 .JPG

162 Hoorn geopende motorkap 2014 04 17.JPG

 

Fabrieksplaat 162.jpg

← De fabrieksplaat lijkt bedrieglijk echt, maar is een fotoreplica van een echte fabrieksplaat, geplakt op een plaatje multiplex. Het fabrieksnummer is wel juist weergegeven. Hoorn, 18-04-2014.

 

Drewry Car in Londen was geen locomotieffabriek. Ooit heeft Drewry Car wel motordraisines gebouwd. Toen het maar niet lukte om tijdig te leveren, werd de productie aan verschillende fabrieken uitbesteed [5]. Aan het programma werden motorrijtuigen en kleine locomotieven toegevoegd. De NS 162 en collega’s zouden gebouwd worden door English Electric te Preston. De NS 162 heeft daarom niet alleen een Drewry fabrieksnummer  maar ook een English Electric fabrieksnummer en wel 1191 [5].

Het is onbekend of dit nummer ooit op de loc is aangebracht. Omdat English Electric bij de bouw van militaire vliegtuigen werd ingeschakeld, werd de order doorgeschoven naar de Vulcan Foundry.

 

De loc in de winter van 2015 teruggebracht in NS kleuren. Voordien maakt de ex-NS 162 in oorlogsuitvoering  als War Department (700)33 nog diverse uitstapjes:

·       In 2013 stond de WD 33 op de tenstoonstelling “Sporen naar het Front” in het Spoorwegmuseum.

·       In september 2014 nam ze op een dieplader deel aan de herdenking van de Operatie Market Garden vanuit Veghel. Zie hier.

·       In oktober 2014 reed de WD 33 tijdens de Treinparade (ter gelegenheid van 175 jaar spoorwegen) in Amersfoort zes dagen driemaal daags langs het publiek.

·       Op 1 t/m 3 mei 2015 was de WD 33 te gast bij het Stoomfestival te Maldegem.

·       Tijdens het 40-45 evenement op 6 en 7 juni 2015 werden pendelritten tussen Medemblik en Opperdoes gereden.

 

MACK RDJ+STOOM OP TRANSPORT 355.jpg

Na afloop van de Spoorparade wordt de WD 33 weer opgeladen. Op de foto is goed te zien hoe dat gaat: het voorste deel van de oplegger wordt verwijderd, waarna de loc via het gele hulpstuk het lage deel van de oplegger kan oprijden. Amersfoort, 22-10-2-14, foto Rob Dragt

 

NS 164

 

Het lijkt merkwaardig dat de NS 164 door de Willem Sophia niet op dezelfde manier verbouwd werd als de NS 162: er werd een ander machinistenhuis (of alleen het bovenstuk daarvan) geplaatst en de kleur was anders.

 

De ex-NS 164 in 1971 bij de toen al gesloten Willem Sophia [1] →

 

Op de foto zijn – anders dan bij de 162 – de drijfstang en koppelstang afgenomen

Het machinistenhuis draagt twee ovale platen. De ene is de (in dit geval Barclay) fabrieksplaat; de andere zal het bedrijfsnummer betreffen. Ook deze loc ging naar België, maar als onderdelenleverancier. Ze werd spoedig gesloopt.

WS,Spekholzerheide1971.JPG

 

NS 165

 

De NS 165 ging onder het nummer 801 naar Pakhuismeesteren in Pernis. Later heette deze locatie achtereenvolgens Panocean, Paktank Pernis en Koole. In 1962 – al na vijf jaar – werd de 801 opgevolgd door een Orenstein & Koppel.  De 801 werd kennelijk nog even achter de hand gehouden, maar is in 1964 afgevoerd; zie hier.

 

Waar bleef de loc ? Hans Altena van de Stichting 162 [2] stuurde een krantenknipsel uit de Brielsche Courant met bijgaande foto en onderstaand indianenverhaal als bijschrift:

801 Brielle.JPG

“Een locomotief was voor enkele dagen te zien op de Turfkade in Den Briel. Tussen de tweedehands goederen stond dit gevaarte opgesteld, eigendom van opkoper L. van Adrighem. Binnen 24 uur was de locomotief weer verkocht en werd deze op een speciale vrachtwagen geplaatst om dienst te doen in midden-oost Afrika. Deze locomotief is in de eerste invasiedagen door een Engels vliegtuig “gedropt ” als steun voor de oprukkende troepen in Normandië”.

Het klopt beslist niet dat de 22,5 ton wegende loc uit een vliegtuig gedropt is. Ook de bestemming midden-oost Afrika (?) blijkt uit de duim gezogen. Hans Altena tekende namelijk het volgende op naar aanleiding van een gesprek met Piet van Adrighem:

“Laatst hadden wij aan het bedrijf dat nog altijd bestaat natuurlijk het krantenartikel van de Briellse krant gezonden waar op de WD loc op de kade te zien was. Het bedrijf is inmiddels groot en gevestigd op een industrieterrein buiten Brielle en wordt gerund door zijn zoon Leen. Beiden waren zeer verrast en enthousiast over ons schrijven. Piet kon mij vertellen dat de WD’er nooit naar Afrika is gegaan is maar wel snel verkocht was aan een bevriende handelaar in Overschie. Echter belde toen dhr. De Ridder uit Soest (een ons wel bekende sloperij !), die had lucht gekregen van het feit dat er een Gardner scheepmotor in de loc stond. Hij wilde de loc van Piet van Adrighem kopen…maar hij was te laat…..of toch niet ?? Piet besloot de loc weer terug te kopen van de handelaar uit Overschie om vervolgens het geheel voor 1000 gulden meer door te verkopen aan motorenhandel en sloperij De Ridder ! Deze haalde de motor eruit om hem te verkopen aan een directeur die hem in een boot liet plaatsen. De loc heeft De Ridder wellicht gesloopt…”

 

 

Opmerkingen:

a)

De diesellocs van de Willem Sophia worden in [3] WS I t/m WSIII genoemd. In [6] is sprake van de I, II en III.

b)

Daarbij was de I ook een ex-NS loc, namelijk de ex-NS 83.

c)

Uit bovenstaande foto’s blijkt dat bij de verbouwing door de Willem Sophia de schoorsteen intact bleef. Volgens bovenstaande tekening was in de NS tijd de hoogte van het machinistenhuis 3464 mm en die van de schoorsteen 3346 mm. De verlaging van het machinistenhuis zonder wijziging van de schoorsteen zette dus maar weinig zoden aan de dijk. De verlaging van de NS 83 was veel forser: van 3803 naar 3115 mm [3].

d)

Drewry Car – inmiddels gefuseerd tot Baguley Drewry [5] - ontwierp de locs voor de Atjeh tram, die de NCM (de opvolger van Spoorijzer) in 1972 in Delft bouwde.

e)

Klik voor de video De Stichting 162 presenteert de WD 33.

f)

De NS 161-165 werden met luchtdruk geschakeld. Als bijvoorbeeld de compressor uitviel, zou er niet geschakeld kunnen worden. Daarom zijn de locs voorzien van een soort fietspomp waarmee in noodgevallen lucht onder druk kan worden gebracht.
Bijzonder is ook de handpomp tegen de achterwand van het machinistenhuis, waarmee te velde brandstof uit een jerrycan of oliedrum in de brandstoftank kon worden gepompt.

 

 

Met dank aan:

Hans Altena (Stichting 162), Willem Gerrits (Stichting tot Behoud van Mijnlocomotieven) en Pierre de Greeuw.

Bronnen:

[1]

Informatie en foto’s uit het archief van de steenkolenmijn Willem Sophia, opgediept door Pierre de Greeuw.

[2]

Informatie verkregen van Hans Altena van de Stichting 162.

Zie ook http://www.stichting162.nl/

[3]

Pierre de Greeuw en Henk Kolkman, De NS 161-165, OdR 1997-4, p. 132.

In dit artikel staat ten onrechte dat Drewry Car de productie uitbesteedde aan Baguley. Dat gebeurde vooral voor kleine series. Grotere series werden uitbesteed aan BSA, later vooral aan English Electric. Zie [5].

[4]

P. de Greeuw, Nederlandse diesellocomotieven in België, OdR 1986-1, p. 13.

[5]

Allen Civil & Roy Etherington, “The Railway products of Baguley-Drewry Ltd and its predecessors”, Industrial Railway Society, 2008.

[6]

Ir. S. Overbosch, “De locomotieven van de particuliere mijnen in Zuid-Limburg”, Op de Rails 1967-07, p. 119.

 

 

 

 

{

Overzicht van motorloctypes op normaalspoor

Terug/verder naar:

 

Nieuw                      Home                      Inhoud