Welkom

Inhoud

Inleiding

Andere tractie

Spoorwijdte

Producenten

Import & handel

Eigenaars

Materieel

Links

Contact

Nieuw

Zoeken

 

 

Stoomtractie smalspoor

Stoomtractie normaalspoor

Motortractie smalspoor

Motortractie normaalspoor

 

Boeken

Aanvullingen

Tijdschriften

Raadsels

Loctypes

Bagnall plantage type

 

Figee in Haarlem heeft minstens vier stoomlocs voor smalspoor van de Britse fabrikant Bagnall geïmporteerd. Figee gebruikte kennelijk onderstaande tekening als reclamemateriaal. De naam Bagnall komt er niet in voor. Hierdoor wordt de suggestie gewekt dat Figee deze locomotieven zelf produceerde. Dat werd vroeger vaker zo gedaan.

Het onderstaande type was volgens Bagnall ideaal voor plantages [1].

Figee.smalspoorloc.tek_1880_PvL bewerkt.jpg

Tekening uit 1880; collectie van Peter van Leen ↑

De tekening is een langsdoorsnede tussen de zijframes.

Kenmerken

a)

De stoomdom is boven de vuurkist geplaatst.

Dat kwam zelden voor. Omdat verschillende organen voor bediening en controle op de dom zijn aangebracht zal het een voordeel zijn geweest dat leidingen, stangen en dergelijke kort waren. De regulateur (rood) is van een eenvoudig type. Waarschijnlijk worden hier platen met gaten over elkaar geschoven. De veiligheid zit ook in de dom en kan met een korte hendel gelicht worden. Vanuit de dom loopt een stoomleiding bovenop de ketel naar de schoorsteen. Dat is de “blazer”, die bij stilstand (wanneer er dus geen afgewerkte stoom door de schoorsteen stroomt) gebruikt wordt om voldoende trek op het vuur te krijgen door verse stoom in de schoorsteen in te laten. De blazer wordt bediend met een afsluiter juist buiten de stoomdom. De machinist moest wel om de dom heen grijpen om erbij te kunnen.

b)

De watervoorraad zit in een “omgekeerde zadeltank”.

Zo’n omgekeerde zadeltank is eenvoudig te maken en dient tevens als voorste ondersteuning van de ketel. Behalve door Bagnall werd een “omgekeerde zadeltank” bijna niet toegepast.

Het is overigens onduidelijk hoe het water in de ketel werd geperst.

 

Het bovenstaande is het meest bijzonder. Nog enkele andere opmerkingen:

c)

Er lijkt geen kolenbak aanwezig te zijn. Waarschijnlijk werden de kolen los op de voetplaat gestort.

d)

De Stephenson stoomverdeling is binnenliggend, met excentrieken op de achteras.

e)

De handrem werkt alleen op de achteras.

f)

De schoorsteen heeft een vonkenvanger.

g)

Het machinistenhuis is open.

h)

Tussen de pijpenplaten is een langsanker aangebracht.

Er waren waren binnen dit type nog verschillende mogelijkheden, bijvoorbeeld verschillende groottes.

 

Dit model [2] geeft een fraaie indruk van Bagnall 284 (1879) →

 

Deze Bagnall 284 heeft binnenliggende cilinders, maar de hieronder te noemen Transvaal en Tunis hadden buitenliggende cilinders.

De manometer voor de keteldruk (voor deze types maximaal circa 9 atmosfeer) is aan de dom bevestigd. Aan de achterzijde van de ketel zijn op verschillende hoogtes drie proefkranen te zien om de waterstand in de ketel te kunnen schatten. Kwam er bijvoorbeeld geen water uit de bovenste kraan, maar wel uit de middelste, dan lag het waterniveau tussen de bovenste en de middelste kraan.

Dit model heeft een rechte schoorsteen. Maar in [1] is dit fabrieksnummer afgebeeld met een schoorsteen met vonkenvanger.

Exemplaren in Nederland

-

Bagnall fabrieksnummer 316 (1881), spoorwijdte 700 mm, Verwarmd Oppervlak 4,7 m2

Deze loc werd nieuw geleverd aan de aannemer C. Langeveld Czn te Nieuwer-Amstel en kreeg de naam Transvaal.

Stadsarchief detail.JPG

 

Volgens dit detail van een prent van onbekende oorsprong in het Amsterdamse Stadsarchief heeft de Transvaal letterlijk in de etalage gestaan van de in Amsterdam gevestigde handelspoot van Figee.

 

Karakteristieke elementen uit de bovenstaande tekening zijn hier terug te zien: de dom boven de vuurkist, de schoorsteen met vonkenvanger en de blazerleiding met afsluiter op de ketel.  Het machinistenhuis ontbreekt echter. Dat kan een vrijheid van de kunstenaar zijn geweest, maar volgens Hans de Herder kan de machinist ook op een wagen achter de loc gestaan hebben.

De Transvaal kwam al in 1884 bij Figee terug. De prent kan gemaakt zijn voor of na het verblijf bij de aannemer.

 

-

Bagnall fabrieksnummer 358 (1882), spoorwijdte 700 mm, Verwarmd Oppervlak 7 m2

Ook deze loc werd nieuw geleverd aan de aannemer C. Langeveld Czn te Nieuwer-Amstel en kwam al in 1884 bij Figee terug. De naam bleef – ook bij andere eigenaren – Tunis. In dit dit boek staat een foto van de loc, waarop de naam Tunis inderdaad te zien is. Het gemeentearchief van Vlissingen heeft de ansichtkaart ook en stelt dat de foto uit 1909/1910 dateert. Het machinistenhuis is inmiddels dichtgemaakt en op de ketel staat een rechte schoorsteen. Als karakteristieke kenmerken uit bovenstaande tekening zijn te zien: de omgekeerde zadeltank en de leiding voor de blazer bovenop de ketel.

 

Behalve de boeken van het Stoomwezen zijn er soms andere geschreven bronnen beschikbaar:

 

In 1895 werd de firma Terwindt & Veerkamp eigenaar van Tunis.  Het ging om de steenfabriek De Korenwaard in Heukelom. Vijf jaar later boden ze de loc via een veiling te koop aan.

 

Het nieuws van den dag, 24-09-1900 →

Men ziet dat de loc een vermogen van 15 pk werd toegeschreven. Eerder was dat 20 pk.

 

Volgens het Stoomwezen was de volgende eigenaar J. Blok te ’s Gravendeel. Daarna volgde nog van 1906 tot 1916 de gemeente Vlisisngen.

-

In dit dit boek staat een foto van de locomotief Alpha, die in 1882 door de Machinefabriek Delftshaven – ook genaamd Evrard, Van Duyl & De Kruyff - is gebouwd. Alpha lijkt sprekend op de bovenstaande tekening (dom op de vuurkist, leiding voor de blazer op de ketel, omgekeerde zadeltank, open machinstenhuis), maar heeft wel een rechte schoorsteen. Ook Alpha was van 1882 tot 1884 in dienst van de aannemer C. Langeveld Czn te Nieuwer-Amstel.

De gedachte is (zie hier, hoofstuk 2.8) dat Alpha in licentie van Bagnall is gebouwd. Dat geld dan mogelijk ook voor nog twee andere locomotieven van Evrard, Van Duyl & De Kruyff.

Opmerkingen:

a)

In Nederland zijn volgens dit boek ook actief geweest Bagnall 1481 (1897) en Bagnall 1570 (1899), maar die dateren uit een andere periode en zullen van een ander type zijn geweest.

b)

Op de ansichtkaart van de loc Tunis staat “Vlissingen, Blikken Tunis”.

Dat doet denken aan Blikken Tinus, de bijnaam van de NS stoomlocs van de serie 2100.

c)

Mogelijk is de De Kruyff  in Evrard, Van Duyl & De Kruyff dezelfde als De Kruijff in Figee & de Kruijff (zoals de handelspoot van Figee na circa  1888 heette).

 

 

Met dank aan:

Peter van Leen  en Marc Stegeman.

 

 

Bronnen:

[1]

Hacienda Mercedita

Dit gaat over Bagnall 284 of 285 (1879) die reed bij de Hacienda Mercedita op Puerto Rico.

[2]

Een model van Bagnall 284 (1879) op de website van Ian Rathbone Model Railway Painting.

 

 

 

 

 

{

Overzicht van stoomloctypes voor smalspoor

Terug/verder naar:

 

Nieuw                                    Home                                         Inhoud